<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:6202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-07T09:09:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/362935/KZ RK 19-195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6202">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:6202</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-01-07T09:08:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-01-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:6202 Rechtbank Gelderland , 09-12-2019 / C/05/362935/KZ RK 19-195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6202:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker wraakt alle rechters van de rechtbank Gelderland. De wrakingskamer is van oordeel dat het verzoek niet gebaseerd is op concrete feiten en omstandigheden, zodat verzoeker niet kan worden ontvangen in zijn verzoek. Aan een inhoudelijke behandeling wordt niet toegekomen. Bovendien is de wrakingskamer van oordeel dat verzoeker misbruik heeft gemaakt van zijn wrakingsbevoegdheid. De rechtbank zal bepalen dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:6202:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">beslissing	 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND, locatie Zutphen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/05/362935 / KZ RK 19-195</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 9 december 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verweerder]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [adres verweerder],</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.M.J.M. Doon, mr. S.C.A.M. Janssen en mr. C.C.M. Poland</emphasis>,</para>
      <para>rechters van deze rechtbank,</para>
      <para>hierna te noemen: de rechters.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
    </parablock>
    <para>- het schrijven van verzoeker ingediend op 29 november 2019 en het proces-verbaal van </para>
    <para>2 december 2019 waaruit een bevestiging blijkt van het wrakingsverzoek en waarin de gronden daarvoor zijn vermeld;</para>
    <para>- de elektronische berichten van verzoeker van 3 december 2019, 5 december 2019 en </para>
    <para>6 december 2019.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1</nr>
      <para>Het verzoek strekt tot wraking van alle rechters van deze rechtbank in de zaken met de nummers 05/148531-19 en 05/145336-19 tegen verzoeker als verdachte. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2</nr>
      <para>In zijn schrijven van 29 november 2019 heeft verzoeker aangegeven alle rechters in dienst van de rechtbank Gelderland te wraken wegens kennelijk een veel te grote druk en vooringenomenheid. Verzoeker stelt zijn vertrouwen in de politie en justitie volledig te zijn verloren. Voorts heeft verzoeker blijkens het proces-verbaal van 2 december 2019 het volgende aan zijn verzoek ten grondslag gelegd. Verzoeker stelt - kort samengevat - dat het Openbaar Ministerie sinds september 2015 aantoonbaar partijdig en grof nalatig is jegens verzoeker. Daarnaast heeft verzoeker sinds 2015 met de rechtbank Gelderland van doen en is er een belaging gaande. Verzoeker wenst om die reden dat zijn aangiftes tegen onder meer het Openbaar Ministerie en de zaken tegen verzoeker worden behandeld door de rechtbank in Den Haag. </para>
      <para />
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1</nr>
      <parablock>
        <para>Een rechter kan alleen gewraakt worden als zich omstandigheden voordoen waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Daarvan is sprake als de rechter jegens een procesdeelnemer vooringenomen is of als de vrees daarvoor objectief gerechtvaardigd is. </para>
        <para>Daarbij is het uitgangspunt dat een rechter wordt vermoed onpartijdig te zijn omdat hij als rechter is aangesteld. Voor het oordeel dat de rechterlijke onpartijdigheid toch schade lijdt, bestaat alleen grond in geval van bijzondere omstandigheden die een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het aannemen van (de objectief gerechtvaardigde schijn van) partijdigheid. Uit de wet volgt dat de verzoeker die concrete omstandigheden moet aanvoeren en wel zodra deze aan hem bekend zijn geworden.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2</nr>
      <para>Uit het proces-verbaal van wraking in samenhang met het daaraan gehechte stuk dat verzoeker heeft ingediend op 29 november 2019, blijkt dat verzoeker alle rechters van de rechtbank Gelderland wraakt en dat het verzoek niet tegen de drie voornoemde rechters als zodanig is gericht. Voorts blijkt dat het verzoek daarop is gebaseerd dat verzoeker onvoldoende vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de rechters in de rechtbank Gelderland. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Voor een dergelijk verzoek biedt de wet geen grondslag. Wrakingsverzoeken kunnen alleen gericht zijn tegen rechters die een bepaalde zaak behandelen (artikel 512 Wetboek van Strafvordering) en niet tegen alle rechters bij een rechtbank. Bovendien kan het verzoek alleen gebaseerd worden op concrete feiten en omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Dergelijke feiten en omstandigheden zijn niet aangevoerd voor zover het de drie voornoemde rechters betreft. Het enkele feit dat deze rechters, rechters zijn in de rechtbank Gelderland en verzoeker geen vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van de rechters in deze rechtbank, levert geen grond op voor wraking. De verzoeker stelt zelf ook niets tegen de rechters persoonlijk te hebben. De rechtbank begrijpt de grieven van verzoeker zo dat deze zich met name richten op het doen en nalaten van het Openbaar Ministerie (hierna: OM) de afgelopen jaren in zijn richting. De rechtspraak is echter een onafhankelijke staatmacht en maakt geen deel uit van het OM. Gedragingen van het OM raken dan ook niet de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak in het algemeen of de rechtbank Gelderland in het bijzonder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4</nr>
      <para>Op 3 december 2019, 5 december 2019 en 6 december 2019, zijn door verzoeker nog aanvullende berichten gestuurd naar de rechtbank Gelderland. Voor zover verzoeker hierin ook verzoekt om alle rechters van deze rechtbank en de leden van het college van de wrakingskamer van deze rechtbank te wraken, moet worden vastgesteld dat dit niet is gebaseerd op concrete feiten en omstandigheden ten aanzien van deze rechters. Wederom geldt dat verzoeker kennelijk geen vertrouwen heeft in de onafhankelijkheid van rechters in het algemeen, hetgeen geen grond voor wraking oplevert.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.5</nr>
      <para>Bij deze stand van zaken moet verzoeker niet-ontvankelijk worden verklaard. Aan de inhoudelijke behandeling kan dus niet worden toegekomen, zodat er voor een mondelinge behandeling ter terechtzitting geen grond is. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.6</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verzoeker misbruik heeft gemaakt van de wrakingsmogelijkheid, omdat hij slechts redenen blijft aanvoeren die niet zien op de rechters die zijn zaak behandelen maar die zijn terug te voeren op zijn kennelijke algemene opvattingen over zowel politiek, OM als rechtspraak. Nu dit misbruik geconstateerd is, zal de rechtbank bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak, ook wanneer hij zich beroept op nieuwe feiten en omstandigheden, niet in behandeling zal worden genomen (515 Sv).</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart verzoeker (kennelijk) niet-ontvankelijk in het verzoek tot wraking;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet in behandeling zal worden genomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze beslissing is gegeven door de mr. L.J.P. Lambooij, voorzitter, en mrs. O. Nijhuis en P.J.C. Cremers, rechters, in tegenwoordigheid van de griffier [naam griffier] en in openbaar uitgesproken op 9 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>de griffier	de voorzitter</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
    </parablock>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>