<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:5965</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-12T15:53:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-12-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-12-10</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/363302 / ZJ RK 19-1195</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_personenEnFamilierecht">Civiel recht; Personen- en familierecht</dcterms:subject>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" eu:resourceIdentifier="CELEX:32003R2201">Verordening (EG) nr. 2201/2003 van de Raad van 27 november 2003 betreffende de bevoegdheid en de erkenning en tenuitvoerlegging van beslissingen in huwelijkszaken en inzake de ouderlijke verantwoordelijkheid, en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1347/2000</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=255&amp;g=2016-08-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 255</dcterms:references>
      <dcterms:references rdfs:label="Wetsverwijzing" bwb:resourceIdentifier="jci1.31:c:BWBR0002656&amp;artikel=257&amp;g=2015-01-01">Burgerlijk Wetboek Boek 1 257</dcterms:references>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5965">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5965</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2020-03-12T15:52:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2020-03-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:5965 Rechtbank Gelderland , 10-12-2019 / C/05/363302 / ZJ RK 19-1195</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5965:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Nederlandse rechter is bevoegd kennis te nemen van een verzoek tot voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing van een kind dat sinds kort in Nederland verblijft op grond van artikel 20 Brussel IIbis en artikel 11 en 12 Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996, nu er sprake is van een noodsituatie en er spoedeisende maatregelen noodzakelijk zijn om het kind te beschermen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5965:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>beschikking</para>
    <para />
    <para />
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats: Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zaakgegevens	: C/05/363302 / ZJ RK 19-1195</para>
      <para>datum uitspraak: 10 december 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">beschikking voorlopige ondertoezichtstelling en uithuisplaatsing</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Raad voor de Kinderbescherming Arnhem, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen <emphasis role="bold">de Raad</emphasis>,</para>
      <para>gevestigd te Zwolle,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>betreffende</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], </para>
      <para>hierna te noemen [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de stiefmoeder,</para>
      <para>wonende te Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>advocaat: mr. S.C.H. Poelman te Brunssum,</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam], </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de vader,</para>
      <para>wonende te Verenigde Staten van Amerika,</para>
      <para>advocaat: mr. S.C.H. Poelman te Brunssum.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter merkt als informant aan:</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">Jeugdbescherming Gelderland, </bridgehead>
    <parablock>
      <para>hierna te noemen de gecertificeerde instelling (GI),</para>
      <para>gevestigd te Doetinchem </para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Het procesverloop</title>
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:</para>
      <para>- het mondelinge verzoek van de Raad van 10 december 2019, gevolgd door het verzoek met bijlagen, ingekomen bij de griffie op 11 december 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>De feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De moeder van [minderjarige] is overleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het gezag over [minderjarige] wordt uitgeoefend door de vader en de stiefmoeder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [minderjarige] verblijft sinds 14 maart 2019 in Nederland. Zij verblijft bij tante en oom vaderszijde (hierna te noemen: oom en tante), bij wie zij vanaf 30 april 2019 op het adres staat ingeschreven.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section>
    <title>Het verzoek</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad heeft de voorlopige ondertoezichtstelling verzocht van [minderjarige] voor de duur van drie maanden. Tevens wordt de uithuisplaatsing van [minderjarige] verzocht voor de duur van de voorlopige ondertoezichtstelling in een voorziening voor pleegzorg.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>De beoordeling</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Bevoegdheid</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vaststaat dat [minderjarige] de Nederlandse en de Amerikaanse nationaliteit heeft en dat zij sinds </para>
      <para>14 maart 2019 in Nederland verblijft. De rechtbank ziet derhalve aanleiding om eerst een oordeel te geven over de bevoegdheid van de Nederlandse rechter om kennis te nemen van het verzoek van de Raad. Daarbij zal de rechtbank 10 december 2019 als peildatum voor de bevoegdheid van de Nederlandse rechter hanteren, te weten de datum van indiening van het nieuwe verzoekschrift van de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van de kinderrechter van deze rechtbank van 5 juli 2019 heeft de kinderrechter [minderjarige] onder toezicht gesteld van de GI voor de duur van één jaar en een machtiging verleend tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij beschikking van het Gerechtshof Arnhem-Leeuwarden van 5 december 2019 heeft het Hof voormelde beschikking van de kinderrechter vernietigd en opnieuw beschikkende zich onbevoegd verklaard kennis te nemen van de inleidende verzoeken van de Raad.<?linebreak?>Hierbij heeft het Hof overwogen dat [minderjarige] ten tijde van het inleidende verzoek van de Raad op 13 juni 2019 niet haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft in de zin van de Verordening (EG) nr. 2201/2003 van 27 november 2003 (Brussel II-bis). <?linebreak?></para>
      <para>Bij beschikking van deze rechtbank van 9 december 2019 heeft de kinderrechter zich onbevoegd verklaard om van het verzoek tot een voorlopige ondertoezichtstelling en machtiging uithuisplaatsing kennis te nemen, nu niet geoordeeld kan worden dat [minderjarige] haar gewone verblijfplaats in Nederland heeft.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 10 december 2019 heeft de Raad opnieuw verzocht om een voorlopige ondertoezichtstelling en een machtiging uithuisplaatsing, nu er volgens de Raad sprake is van gewijzigde omstandigheden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is Brussel IIbis materieel van toepassing op burgerlijke zaken betreffende de toekenning, de uitoefening, de overdracht, de beperking of de beëindiging van de ouderlijke verantwoordelijkheid. Het verzoek van de Raad valt dus binnen de materiele reikwijdte van Brussel IIbis. Daarnaast is Brussel IIbis formeel van toepassing, nu [minderjarige] zich in een EU-lidstaat bevindt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ingevolge artikel 20 lid 1 Brussel IIbis vormt in spoedeisende gevallen deze verordening voor de gerechten van de lidstaat geen beletsel om met betrekking tot personen of goederen die zich in die staat bevinden, voorlopige en bewarende maatregelen te nemen waarin de wetgeving van die lidstaat voorziet, zelfs indien krachtens deze verordening een gerecht van een andere lidstaat bevoegd is om ten gronde over de zaak te beslissen. </para>
      <para>De ter uitvoering van lid 1 genomen maatregelen houden op van toepassing te zijn, wanneer het gerecht van de lidstaat dat krachtens deze verordening bevoegd is om ten grond van de zaak te beslissen, de maatregelen heeft genomen die hij passend acht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Volgens vaste rechtspraak van het Europees Hof van Justitie kan een lidstaat beschermende maatregelen treffen als er sprake is van een noodsituatie en er wordt voldaan aan de drie voorwaarden van artikel 20 Brussel IIbis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de kinderrechter is er thans sprake van een dergelijke noodsituatie, immers de ontwikkeling van [minderjarige] wordt ernstig bedreigd en haar stiefmoeder is voornemens [minderjarige], zonder veiligheidswaarborgen, mee terug nemen naar de Verenigde Staten van Amerika. Ook aan de drie cumulatieve voorwaarden wordt naar het oordeel van de kinderrechter voldaan, nu de maatregelen spoedeisend zijn om (de belangen) van [minderjarige] te beschermen, [minderjarige] zich al geruime tijd in Nederland bevindt en de verzochte maatregelen een voorlopig karakter hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens kan de Nederlandse rechter op grond van artikel 11 en 12 van het Haags Kinderbeschermingsverdrag 1996 spoedeisende of voorlopige maatregelen treffen als een kind zich op Nederland grondgebied bevindt, ook ten aanzien van een kind dat zijn gewone verblijfplaats heeft in een niet-Verdragsluitende Staat. De genomen maatregelen ten aanzien van dat kind houden op van kracht te zijn in de Verdragsluitende Staat waar de maatregelen</para>
      <para>zijn genomen, zodra door de omstandigheden vereiste maatregelen welke zijn genomen door de autoriteiten van een andere Staat, in de betrokken Verdragsluitende Staat worden</para>
      <para>erkend (leden 3 van beide artikelen).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kinderrechter acht zich gelet op het vorenstaande bevoegd om kennis te nemen van het verzoek van de Raad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inhoudelijke beoordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de inhoud van de overgelegde stukken is de kinderrechter voldoende gebleken dat er ernstige zorgen bestaan over het welzijn en de ontwikkeling van [minderjarige]. De vader en de stiefmoeder zijn onvoldoende in staat gebleken om [minderjarige] een veilig en pedagogisch verantwoord klimaat te bieden. Zowel de vader als de stiefmoeder kampen met persoonlijke problematiek (huisvesting, financiën, relatieproblemen). [minderjarige] heeft in de thuissituatie bij de vader en stiefmoeder veel onvoorspelbaarheid en onveiligheid ervaren; ruzies, huiselijk geweld en diverse verhuizingen. Sinds maart 2019 verblijft [minderjarige] bij oom en tante in Nederland. [minderjarige] geeft te kennen dat zij in Nederland bij oom en tante wil blijven. Na de uitspraak van het Hof Arnhem-Leeuwarden is stiefmoeder naar Nederland gevlogen met het voornemen om [minderjarige] op 11 december 2019 mee terug te nemen naar de Verenigde Staten van Amerika. </para>
      <para>Gelet op de ernstige zorgen die bestaan over de ontwikkeling en het welzijn van [minderjarige] acht de kinderrechter een (plotseling) vertrek van [minderjarige] naar de Verenigde Staten van Amerika in strijd met haar belangen. Er is geen veiligheidsplan en onbekend is waar [minderjarige] (en onder welke omstandigheden zij) met vader en stiefmoeder komt te wonen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het mondeling verzoek blijkt dat een ernstig vermoeden bestaat dat de grond voor een ondertoezichtstelling is vervuld (artikel 1:255 Burgerlijk Wetboek (BW). Een voorlopige ondertoezichtstelling is noodzakelijk om een acute en ernstige bedreiging voor [minderjarige] weg te nemen. [minderjarige] zal voorlopig onder toezicht worden gesteld voor een termijn van drie maanden (artikel 1: 257 BW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook is het dringend en onverwijld noodzakelijk dat  [minderjarige] met spoed uit huis wordt geplaatst.</para>
      <para>Het verhoor van de belanghebbenden kan niet worden afgewacht zonder onmiddellijk en ernstig gevaar voor [minderjarige].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De Raad en de belanghebbenden worden in de gelegenheid gesteld hun mening te geven op de hierna genoemde zitting.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In afwachting van deze zitting zal de machtiging tot uithuisplaatsing voor de duur van vier weken worden verleend. Verdere beslissingen op het verzoek zal de kinderrechter pas nemen nadat de zitting heeft plaatsgevonden.</para>
    </parablock>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>De beslissing</title>
    <para>
      <?linebreak?>De kinderrechter:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>stelt het minderjarige kind:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [naam]
        </emphasis>, geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], </para>
      <para>voorlopig onder toezicht van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Gelderland, Arnhem, met ingang van 10 december 2019 tot 10 maart 2020;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verleent machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een voorziening voor pleegzorg, met ingang van 10 december 2019, voor de duur van vier weken en houdt de beslissing voor het overige aan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de beslissing tot uithuisplaatsing uitvoerbaar bij voorraad;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">alvorens verder te beslissen:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de Raad, [minderjarige] en de overige belanghebbenden zullen worden gehoord ter zitting van <emphasis role="bold">20 december 2019</emphasis> om <emphasis role="bold">10.30 uur</emphasis>, welke zitting wordt gehouden in het gerechtsgebouw te Zutphen, Martinetsingel 2, om hun mening kenbaar te maken aangaande de reeds gegeven beslissing en de behandeling van het overige.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze beschikking is mondeling gegeven door mr. S. Kuijpers, kinderrechter, op 10 december 2019, en vastgelegd in deze beschikking op 11 december 2019, in tegenwoordigheid van </para>
              <para>A. de Wijse-Hageman LLB als griffier.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:</para>
              <para>-	door de verzoekers en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak,</para>
              <para>-	door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.</para>
              <para>Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend ter griffie van het gerechtshof<?linebreak?>Arnhem-Leeuwarden </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>