<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:5180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-14T17:47:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19-6419</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5180">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5180</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-14T14:18:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:5180 Rechtbank Gelderland , 14-11-2019 / 19-6419</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5180:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Verzoek om voorlopige voorziening hangende het beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op een handhavingsverzoek. </para>
        <para>Nu verweerder alsnog een beslissing heeft genomen op het handhavingsverzoek is er geen (spoedeisend) belang meer bij het treffen van een voorlopige voorziening.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5180:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/6419</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 november 2019</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Apeldoorn, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 18 september 2019 heeft verzoeker verweerder verzocht om handhavend op te treden tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas op zaterdag 16 november 2019. Op 22 oktober 2019 heeft verzoeker aan verweerder een ingebrekestelling gestuurd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn handhavingsverzoek. Hij heeft verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) uitspraak zonder zitting. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>2. Op grond van artikel 8:81, eerste lid, gelezen in samenhang met artikel 6:2, aanhef en onder b, <emphasis role="bold">van de Awb kan, indien tegen het niet tijdig nemen van een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist. </emphasis></para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het verzoek om handhaving en het besluit op dat verzoek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Op 12 september 2019 is bij de gemeente Apeldoorn een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning voor de landelijke intocht van Sinterklaas in Apeldoorn op zaterdag 16 november 2019. Uit een persbericht van 17 september 2019 blijkt dat de NTR met de gemeente heeft afgestemd dat bij de landelijke intocht uitsluitend roetveegpieten zullen worden ingezet die niet volledig zwart geschminkt zijn. Bij brief van 18 september 2019 heeft verzoeker naar aanleiding van dat persbericht verweerder onder andere verzocht om handhavend op te treden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft verweerder de gevraagde evenementenvergunning verleend. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Ook heeft hij hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn handhavingsverzoek op 7 november 2019 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. In die zaken heeft de voorzieningenrechter op 7 november 2019 uitspraak gedaan en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.<footnote-ref linkend="_3df2c74d-b7de-4574-a691-48724637f532" /></para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Verzoeker heeft bij brief van 13 november 2019 wederom een verzoek om voorlopige voorziening ingediend hangende het beroep tegen het niet tijdig nemen van een beslissing op zijn handhavingsverzoek. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3</nr>
      <para>Bij besluit van 13 november 2019 heeft verweerder het verzoek om handhavend op te treden afgewezen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Wat betekent het besluit op het verzoek voor het verzoek om een voorlopige voorziening?</emphasis>
        </para>
        <para>4. 	Op grond van artikel 6:20, derde lid, van de Awb heeft het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit mede betrekking op het alsnog genomen besluit, tenzij dit geheel aan het beroep tegemoetkomt. In artikel 8:81, vierde lid, van de Awb is artikel 6:20 van de Awb in de voorlopige voorzieningsprocedure niet van overeenkomstige toepassing verklaard. Dit betekent dat het verzoek om een voorlopige voorziening te treffen geen betrekking heeft op verweerders besluit van 13 november 2019, maar alleen op het gestelde niet tijdig nemen van een besluit op het handhavingsverzoek.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Omdat verweerder op het handhavingsverzoek van verzoeker heeft beslist, heeft verzoeker geen (spoedeisend) belang meer bij het treffen van de voorlopige voorziening dat verweerder dat (alsnog) doet. De reactie van verzoeker ontvangen in de namiddag van 13 november 2019 leidt de voorzieningenrechter, gelet op de hiervoor genoemde wettelijke bepalingen, niet tot een ander oordeel.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
        <para>5. 	Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst omdat het kennelijk ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Steigenga-Gerritsen, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 14 november 2019.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3df2c74d-b7de-4574-a691-48724637f532" label="1">
    <para> Uitspraak van 7 november 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5140 </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>