<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:5178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-14T17:48:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB- 19_6461</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5178">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:5178</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-14T14:07:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:5178 Rechtbank Gelderland , 14-11-2019 / AWB- 19_6461</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5178:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Afwijzing door de burgemeester van het verzoek om handhavend op te treden tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas. Het verzoek om voorlopige voorziening in die zaak is zonder zitting afgewezen, omdat betwijfeld wordt of verzoeker wel belanghebbende is en omdat een voorlopige voorziening zich niet leent voor het beantwoorden van principiële rechtsvragen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:5178:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/6461</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van 14 november 2019</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker,</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Apeldoorn, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 november 2019 verweerder het verzoek om handhavend op te treden tijdens de landelijke intocht van Sinterklaas op zaterdag 16 november 2019 afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het door verzoeker hiertegen ingediende beroep is met toepassing van artikel 6:20 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) doorgezonden naar verweerder om te behandelen als bezwaar. Verzoeker heeft op 13 november 2019 in een ander verzoek om een voorlopige voorziening een brief gestuurd, die door de voorzieningenrechter is aangemerkt als een verzoek om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. De voorzieningenrechter doet op grond van artikel 8:83, derde lid, van de Awb uitspraak zonder zitting. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het verzoek om handhaving</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Op 12 september 2019 is bij de gemeente Apeldoorn een aanvraag ingediend voor een evenementenvergunning voor de landelijke intocht van Sinterklaas in Apeldoorn op zaterdag 16 november 2019. Uit een persbericht van 17 september 2019 blijkt dat de NTR met de gemeente heeft afgestemd dat bij de landelijke intocht uitsluitend roetveegpieten zullen worden ingezet die niet volledig zwart geschminkt zijn. Bij brief van 18 september 2019 heeft verzoeker naar aanleiding van dat persbericht verweerder onder andere verzocht om handhavend op te treden. </para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij besluit van 7 oktober 2019 heeft verweerder de gevraagde evenementenvergunning verleend. Verzoeker heeft daartegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen. Ook heeft hij hangende het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn handhavingsverzoek op 7 november 2019 een verzoek om voorlopige voorziening ingediend. In die zaken heeft de voorzieningenrechter op 7 november 2019 uitspraak gedaan en de verzoeken om voorlopige voorziening afgewezen.<footnote-ref linkend="_d61cf2a0-4398-4720-bafa-f71777b91429" /></para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Inhoud van het besluit</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>3. Verweerder heeft het verzoek om handhaving bij het besluit van 13 november 2019 afgewezen, omdat verzoeker niet kan worden aangemerkt als een belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb. Verweerder overweegt daarbij dat verzoeker slechts heeft gesteld dat het gebruiken van roetveegpieten tijdens de intocht zou leiden tot genocide danwel misdrijven tegen de menselijkheid. Deze stelling is niet onderbouwd of anderszins aannemelijk gemaakt. Het enkele feit dat verzoeker onderdeel uitmaakt van een zekere etnische groep maakt nog niet dat daarmee aangetoond wordt dat sprake is van genocide. Bovendien is het verband tussen de kleur van de pieten en de door verzoeker gestelde daling in geboortecijfers evenmin aangetoond. Daarmee is volgens verweerder onvoldoende gebleken van een persoonlijk en rechtstreeks belang van verzoeker.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Standpunt van verzoeker</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>4. Verzoeker betoogt dat hij op grond van artikel 1 van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide en de Basic Principles (2005) recht heeft op rechtsbescherming. De enge interpretatie door verweerder in het besluit van 13 november 2019 van het begrip ‘belanghebbende’ in de artikelen 1:2 en 1:3 van de Awb is hiermee in strijd. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de voorzieningenrechter</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Zoals blijkt uit de uitspraak van 7 november 2019 betwijfelt ook de voorzieningenrechter of verzoeker als belanghebbende kan worden aangemerkt, omdat niet op voorhand duidelijk is dat hij een voldoende objectief, actueel, eigen en persoonlijk belang heeft dat hem in voldoende mate onderscheidt van anderen die menen dat Zwarte Piet een onderdeel moet vormen van de Sinterklaasintocht. De vraag of het begrip ‘belanghebbende’ zo ruim moet worden uitgelegd als verzoeker voorstaat, is wederom een principiële rechtsvraag. Een voorlopige voorziening hangende bezwaar leent zich echter niet voor het beantwoorden van deze principiële rechtsvraag. </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>6. Dit betekent dat de voorzieningenrechter het verzoek afwijst omdat het kennelijk ongegrond is. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.M. Steigenga-Gerritsen, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 14 november 2019.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_d61cf2a0-4398-4720-bafa-f71777b91429" label="1">
    <para> Uitspraak van 7 november 2019, ECLI:NL:RBGEL:2019:5140 </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>