<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:4747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-05T09:16:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-24</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-10-29</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05.167621.19</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:4747">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:4747</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-11-05T08:57:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-11-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:4747 Rechtbank Gelderland , 29-10-2019 / 05.167621.19</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:4747:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Vrijspraak man uit Nijmegen van poging tot het teweegbrengen van een ontploffing</para>
        <para>De rechtbank spreekt een 44-jarige man uit Nijmegen vrij van een poging tot het teweeg brengen van een ontploffing. Volgens de rechtbank kan niet worden vastgesteld of er sprake was van een aanmerkelijke kans dat er een ontploffing zou kunnen plaatsvinden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:4747:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: 05.167621.19</para>
      <para>Datum uitspraak	: 29 oktober 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. M.W.H.M. Janssen, advocaat te Wijchen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 15 oktober 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 juli 2019 te Nijmegen,</para>
      <para>ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om,</para>
      <para>opzettelijk</para>
      <para>een ontploffing te veroorzaken in een woning gelegen aan de </para>
      <para>
        [adres] , terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en/of </para>
      <para>levensgevaar een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk </para>
      <para>letsel voor een ander of anderen, te duchten was, met dat opzet:</para>
    </parablock>
    <para>- zich naar de meterkast buiten zijn, verdachtes, woning heeft bewogen </para>
    <parablock>
      <para>en/of (vervolgens) de gaskraan open heeft gezet/gedraaid en/of </para>
      <para>(vervolgens)</para>
    </parablock>
    <para>- zich heeft bewogen naar voornoemde woning en/of de voordeur van </para>
    <parablock>
      <para>voornoemde woning met een of meerdere (hang)sloten en/of kettingen </para>
      <para>en/of een balk en/of een kast en/of een fiets heeft</para>
      <para>afgesloten/gebarricadeerd en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( daarbij) alle ramen en/of deuren van voornoemde woning heeft </para>
    <para>afgesloten en/of afgesloten heeft gehouden, en/of</para>
    <para>- één of meerdere ventilatieschacht(en) van voornoemde woning heeft </para>
    <para>losgeschroefd en/of heeft afgeplakt en/of</para>
    <para>- de cv-installatie van voornoemde woning heeft vernield en/of de afvoer </para>
    <parablock>
      <para>van de cv-installatie dichtgedrukt</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat wettig en overtuigend kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde, te weten een poging tot het teweegbrengen van een ontploffing.</para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 300 dagen met aftrek van de tijd die verdachte in voorlopige hechtenis heeft gezeten, waarvan 236 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit, wegens het ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs voor (voorwaardelijk) opzet op het teweegbrengen van een ontploffing en daarnaast omdat de gedragingen van verdachte niet zijn aan te merken als een begin van uitvoering daarvan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting heeft de rechtbank vastgesteld dat verdachte in een meterkast aan de buitenzijde van zijn woning een bevestigingsmoer/wartel van een gasleiding heeft losgedraaid, waardoor er een gaslucht is vrijgekomen. Voorts zou kunnen worden bewezen dat verdachte ook de andere ten laste gelegde gedragingen heeft uitgevoerd, te weten het afsluiten van alle ramen en deuren (inclusief de voordeur), het afplakken van ventilatieschachten en het vernielen en dichtdrukken van de afvoer van de cv-ketel. Echter, het is de rechtbank niet voldoende duidelijk geworden dat deze gedragingen een aanmerkelijke kans op het teweegbrengen van een ontploffing in het leven hebben geroepen, noch dat verdachtes opzet daarop was gericht. Verdachte heeft namelijk direct en consistent verklaard aan of nabij de gaskraan in de meterkast - die zich buiten zijn woning bevindt - een handeling te hebben verricht ten gevolge waarvan gedurende korte tijd gas is ontsnapt, met als gevolg dat het reeds vrijgekomen gas naar buiten over de galerij is uitgestroomd. Deze uitstroom van het gas kan volgens de rechtbank niet bijdragen aan het ontstaan van een ontploffing in zijn woning zoals is ten laste gelegd. Bovendien heeft verdachte voor de - beperkte - gasuitstroom naar het oordeel van de rechtbank een redengevende verklaring afgelegd en zijn uit het dossier onvoldoende omstandigheden naar voren gekomen die de rechtbank aan deze verklaring doet twijfelen. Daarbij acht de rechtbank ook nog van belang dat er geen gasconcentratie in zijn woning is gemeten, de aanwezigheid van een mogelijke ontstekingsbron in zijn woning niet is gebleken en evenmin vast is komen te staan dat de gaskraan zodanig lange tijd heeft open gestaan dat er een risico van onmiddellijk ontploffingsgevaar zou zijn opgetreden. De verklaring van getuige [getuige] dat er zeker een ontploffing zou hebben plaatsgevonden indien verdachte de cv-installatie zou hebben aangezet, acht de rechtbank, mede gelet op de verklaring van dezelfde getuige dat in de woning geen gas is gemeten, onvoldoende om een bewezenverklaring op te baseren. Ten overvloede merkt de rechtbank nog op dat uit de verklaring van de dienstdoende brandweercommandant d.d. 22 juli 2019 volgt dat verdachte door het dichtplakken van de ventilatieschachten eigenlijk alleen zichzelf in gevaar zou hebben gebracht, omdat hij daardoor mogelijk koolstofmonoxidevergiftiging had kunnen oplopen.</para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat onder deze omstandigheden niet valt vast te stellen of sprake is geweest van een aanmerkelijke kans dat een ontploffing zou plaatsvinden, waardoor niet kan worden bewezen verklaard dat verdachte de aanmerkelijke kans daarop heeft aanvaard.</para>
      <para>De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen dat verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt verdachte daarvan vrij.</para>
    <para />
    <para> heft op het – geschorste – bevel tot voorlopige hechtenis.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.S. Croll (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. G. Pesselse, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.H.M. van Keulen en mr. F.L. van Weelden, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 29 oktober 2019.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">mr. F.L. van Weelden is buiten staat </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">dit vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">							mr. G. Pesselse is buiten staat dit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">							Vonnis mede te ondertekenen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>