<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-24T14:30:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-02-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/860658-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2019:8927" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:8927, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:465">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:465</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-07T11:11:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-02-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:465 Rechtbank Gelderland , 06-02-2019 / 05/860658-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:465:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verkrachting. Gevangenisstraf 30 maanden. Vordering benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:465:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Team strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 05/860658-16</para>
    <para>Datum uitspraak	: 6 februari 2019</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] ( [land] ), </para>
    <para>thans gedetineerd te Detentiecentrum Schiphol HvB te Badhoevedorp</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>raadsman: mr. F.G.W.M. Huijbers, advocaat te Nijmegen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 januari 2019.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	De inhoud van de tenlastelegging</emphasis>
    <footnote-ref linkend="_27e0906b-8bac-4906-8755-6de91d0f826a" />
  </para>
  <parablock>
    <para>Aan verdachte is -kort gezegd- ten laste gelegd dat hij op 11 juli 2016 in Nijmegen [slachtoffer] heeft verkracht door haar tegen de muur te duwen, haar op haar bed te duwen, haar kleding uit te trekken, bovenop haar te gaan liggen, haar krachtig in haar nek vast te pakken, zijn hand op haar mond te drukken  en zijn vingers en penis in haar vagina te duwen. </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
    <footnote-ref linkend="_09b62e53-56c2-489f-8459-b41e0c2c6fc9" />
  </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
    </para>
    <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op 11 juli 2016 in Nijmegen heeft verdachte aangeefster [slachtoffer] in haar kamer in het asielzoekerscentrum verkracht. Verdachte heeft [slachtoffer] op haar bed geduwd, haar kleding uitgetrokken, is hij bovenop haar gaan liggen en heeft hij zijn vinger en zijn penis in haar vagina geduwd.<footnote-ref linkend="_06b7cab8-1eb3-4412-9ac0-75e473c4f92e" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
    </para>
    <para>De officier van justitie heeft gesteld dat het feit wettig en overtuigend bewezen kan worden, daaronder ook begrepen dat verdachte aangeefster tegen de muur heeft geduwd, zijn hand op haar mond heeft gedrukt en haar krachtig in haar nek heeft vastgepakt.  </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
    </para>
    <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is en heeft daarom geen bewijsverweer gevoerd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
    </para>
    <para>Aangeefster heeft verklaard dat verdachte op de deur van haar kamer heeft geklopt, en toen zij de deur open deed is hij dwingend naar binnen gekomen. Verdachte heeft aangeefster tegen de muur heeft geduwd. Vervolgens heeft verdachte aangeefster op haar het bed geduwd en zijn hand op haar mond gedrukt, haar mond daarmee bedekt en bedekt gehouden, haar bij haar nek heeft gepakt en in haar nek heeft geknepen. Aangeefster riep om hulp en toen heeft verdachte haar geslagen. Toen durfde aangeefster niet meer te schreeuwen. Verdachte heeft eerst zijn vinger in de vagina van aangeefster gedaan en hij bewoog met zijn vinger in haar vagina. Toen heeft verdachte met kracht haar beide benen opgetild, en heeft hij seksuele gemeenschap met haar gehad. Aangeefster probeerde hem weg te duwen maar dat lukte niet.<footnote-ref linkend="_5f688880-fbed-496c-a82c-c75a220c2f49" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Getuige [getuige] heeft verklaard dat zij door aangeefster is gebeld en dat aangeefster vertelde dat zij was verkracht. Toen getuige aangeefster daarna in het asielzoekerscentrum zag, nam zij bij aangeefster rode verkleuringen waar in haar nek en rond haar mond.<footnote-ref linkend="_efe60155-662a-42ba-b47b-47b99351f4d1" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Gelet op deze verklaringen zal de rechtbank in haar bewezenverklaring ook uitgaan van het tegen de muur duwen van aangeefster door verdachte, het drukken van zijn hand op haar mond en het krachtig vastpakken van haar nek. </para>
  </parablock>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 juli 2016 te Nijmegen door geweld <emphasis role="strike-through">of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid</emphasis>, te weten door: nader te noemen [slachtoffer] krachtig <emphasis role="strike-through">(</emphasis>in haar kamer gelegen op het AZC<emphasis role="strike-through">)</emphasis> tegen een muur te duwen<emphasis role="strike-through">/drukken</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op een bed te duwen<emphasis role="strike-through">/drukken</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of (daarbij) één of meer</emphasis> kledingstuk<emphasis role="strike-through">(</emphasis>ken<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van die [slachtoffer] uit te trekken en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op het (deels) ontklede lichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen en<emphasis role="strike-through">/of (daarbij)</emphasis> krachtig de nek van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> vastgehouden en<emphasis role="strike-through">/of (vervolgens)</emphasis> een hand op de mond van [slachtoffer] heeft gedrukt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gedrukt gehouden, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> handelingen die bestonden uit <emphasis role="strike-through">of mede bestonden uit</emphasis> het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten: het duwen/drukken van één <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> vinger<emphasis role="strike-through">(s)</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn penis in de vagina van die [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">verkrachting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 42 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft de rechtbank verzocht om aan te sluiten bij de oriëntatiepunten van het LOVS en aan verdachte een gevangenisstraf van 24 maanden op te leggen. Strafverhoogde omstandigheden om boven voormeld oriëntatiepunt uit te gaan zijn niet aanwezig, aldus de raadsman. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 28 november 2018, en</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 9 januari 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich in juli 2016 schuldig gemaakt aan verkrachting van een medebewoonster van het asielzoekerscentrum in Nijmegen. Dit zou een plek moeten zijn waar het slachtoffer zich veilig had moeten voelen. Verdachte heeft daarbij enkel oog gehad voor zijn eigen gevoelens van lust en frustratie en zich niet bekommerd om de schade die hij aanrichtte bij het slachtoffer. In eerste instantie heeft verdachte ontkend en is hij teruggekeerd naar [land] . Pas op de zitting heeft verdachte een bekennende verklaring afgelegd. Met zijn handelen heeft verdachte een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van het slachtoffer. Slachtoffers van dit soort ernstige feiten ondervinden langdurig of zelfs blijvend last van de herinnering daaraan. Dat dit ook in dit geval zo is, blijkt uit de stukken aangaande het slachtoffer. Het behoeft ten slotte geen betoog dat de verkrachting gevoelens van afschuw, verontwaardiging en onveiligheid oproept in de maatschappij.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS gaan bij een verkrachting uit van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden. Gelet op de omschreven omstandigheden waaronder de verkrachting heeft plaatsgevonden en het daarbij door verdachte gebruikte geweld, is de rechtbank van oordeel dat daarmee niet kan worden volstaan. De rechtbank acht alles overwegende een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden passend. Dit is een lagere straf dan door de officier van justitie is geëist. Reden daarvoor ziet de rechtbank in het feit dat verdachte, als ongewenst vreemdeling, niet in aanmerking zal komen voor een voorwaardelijke invrijheidsstelling. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorlopige hechtenis zal op de gevangenisstraf in mindering worden gebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 7.500,- aan immateriële schade en de proceskosten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 7.500,-, zijnde de kostenpost voor immateriële schade, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd. Ten aanzien van de gevorderde proceskosten heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht dat de vordering van de benadeelde partij wordt toegewezen tot een bedrag van € 5.000,- aan immateriële schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen immateriële schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Een bedrag van € 5.000,- acht de rechtbank daarbij billijk, gelet op het vorenstaande en de bedragen die bij soortgelijke zaken worden toegekend. De rechtbank zal de vordering tot dit bedrag toewijzen.  </para>
      <para>Wat betreft het meer of anders gevorderde moet de vordering, als in zoverre ongegrond worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij vordert tevens vergoeding van de proceskosten die zij heeft gemaakt ter verkrijging van schadevergoeding. De rechtbank acht de vordering ten aanzien van de proceskosten toewijsbaar en begroot deze kosten heden op nihil, nu door de benadeelde partij niet is opgegeven wat de hoogte van deze kosten is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde en toegewezen vergoeding voor proceskosten is daar niet bij inbegrepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 11 juli 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 63 en 242 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">30 (dertig) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 5.000,-</emphasis> (vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af de vordering tot schadevergoeding</emphasis> ten bedrage van € 2.500,-;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij, een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 5.000,-</emphasis> (vijfduizend euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 11 juli 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 60 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. M.A. van Leeuwen en mr. S. Boot, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 februari 2019. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>							mr. S. Boot is buiten staat dit vonnis</para>
      <para>							mede te ondertekenen </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">BIJLAGE I</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 juli 2016 te Nijmegen door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een </para>
      <para>andere feitelijkheid, te weten door: nader te noemen [slachtoffer] krachtig (in haar kamer gelegen op het AZC) tegen een muur </para>
      <para>te duwen/drukken en/of (vervolgens) op een bed te duwen/drukken en/of (daarbij) één of meer kledingstuk(ken) van die [slachtoffer] uit te trekken en/of (vervolgens) op het (deels) ontklede lichaam van die [slachtoffer] is gaan liggen en/of (daarbij) krachtig de nek van die [slachtoffer] heeft vastgepakt en/of vastgehouden en/of </para>
      <para>(vervolgens) een hand op de mond van [slachtoffer] heeft gedrukt en/of gedrukt gehouden, [slachtoffer] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer] , te weten: het duwen/drukken van één of meer vinger(s) en/of zijn penis in de vagina van </para>
      <para>die [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_27e0906b-8bac-4906-8755-6de91d0f826a" label="1">
    <para> De gehele tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_09b62e53-56c2-489f-8459-b41e0c2c6fc9" label="2">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, Dienst Regionale Recherche, afdeling thematische opsporing, team zeden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016343067, gesloten op 11 oktober 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_06b7cab8-1eb3-4412-9ac0-75e473c4f92e" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 37-40 en de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting d.d. 23 januari 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_5f688880-fbed-496c-a82c-c75a220c2f49" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 38. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_efe60155-662a-42ba-b47b-47b99351f4d1" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 121-122. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>