<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:4450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-04T13:10:17</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">NL19.1345</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#opTegenspraak">Op tegenspraak</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:4450">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:4450</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-10-04T13:09:51</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-10-04</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:4450 Rechtbank Gelderland , 31-07-2019 / NL19.1345</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:4450:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Zekerheidsstelling. Vervolg op ECLI:NL:RBGEL:2019:1983. Eiseres heeft, ondanks tweemaal uitstel te hebben gekregen, niet tijdig zekerheid gesteld. Zij wordt daarom niet ontvankelijk verklaard in haar vordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:4450:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">_________________________________________________________________ _</bridgehead>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Civiel recht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: NL19.1345</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis van 31 juli 2019</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de vennootschap naar buitenlands recht<?linebreak?><emphasis role="bold">HEBEI BARRIER PACKAGING MATERIALS CO. LTD.</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd te Dongguang, Hebei China,<?linebreak?>eiseres, hierna te noemen: Hebei,<?linebreak?>advocaat mr. R. Meijer te Amsterdam,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid<?linebreak?><emphasis role="bold">LH PACKAGING B.V.</emphasis>,<?linebreak?>gevestigd te Groesbeek (Berg en Dal),<?linebreak?>verweerster, hierna te noemen: LH,<?linebreak?>advocaat mr. K.M. Kole te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het incidenteel vonnis van 16 april 2019</para>
      <para>- de akte van Hebei van 13 mei 2019</para>
      <para>- het bericht van LH van 14 mei 2019</para>
      <para>- het bericht van de rechtbank van 16 mei 2019</para>
      <para>- het bericht van Hebei van 11 juni 2019</para>
      <para>- de berichten van partijen van 12 juni 2019</para>
      <para>- de berichten van partijen van 26 juni 2019</para>
      <para>- het bericht van de rechtbank van 5 juli 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Bij vonnis van 16 april 2019 heeft de rechtbank Hebei veroordeeld tot het stellen van zekerheid voor de proceskosten van LH, zoals LH in het incident had gevorderd. De daarvoor aan Hebei gegunde termijn is op haar verzoek twee keer verlengd, laatstelijk tot en met 25 juni 2019. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 26 juni 2019 heeft Hebei opnieuw om uitstel verzocht. Dit verzoek bevat de volgende toelichting:</para>
        <para>Cliënte heeft eerder bericht dat zij bezig was een bankrekening te openen bij de Shanghai branche van Rabobank. De bankgarantie ter waarde van EUR 14.509,00 zou door Rabobank worden afgegeven na storting van dit bedrag op de nieuw geopende rekening bij de Shanghai branche. Na dit bericht is het om voor mij thans onduidelijke redenen niet gelukt wederom contact te leggen met cliënte in China. Om deze reden is het mij op dit moment niet bekend wat de huidige status is van de bankgarantie. </para>
        <para>In het licht van voorgaande verzoek ik daarom ten behoeve van cliënte een nader uitstel om opheldering te krijgen bij cliënte over de bankgarantie. Daarbij komt het mij dienstig voor om een wat langere termijn te hanteren van 4 weken. Dit om te voorkomen dat ik uw rechtbank wederom moet benaderen met een verzoek om uitstel.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>LH heeft zich tegen verder uitstel verzet en de rechtbank verzocht Hebei niet ontvankelijk te verklaren in deze procedure en te veroordelen in de kosten van het incident.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <parablock>
        <para>Op 5 juli 2019 heeft de rechtbank het derde uitstelverzoek van Hebei afgewezen met de volgende motivering:</para>
        <para>Uit de gronden van het uitstelverzoek blijkt dat geen reëel zicht bestaat op het stellen van zekerheid. Bij deze stand van zaken bestaat onvoldoende aanleiding nog langer uitstel te verlenen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>Hebei heeft niet tijdig zekerheid gesteld. Dit leidt op de voet van art. 616 lid 3 aanhef en onder a Rv ertoe dat haar recht op voortprocederen in de hoofdzaak is vervallen. Hebei zal daarom niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>Hebei zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten (in de hoofdzaak en het incident) worden veroordeeld. De kosten aan de zijde van LH worden begroot op:</para>
      <para>- griffierecht	€ 	4.030,00</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	543,00</emphasis> (1,0 punt × tarief € 543,00)</para>
      <para>Totaal	€ 	4.573,00</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart Hebei niet-ontvankelijk in haar vordering,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>veroordeelt Hebei in de proceskosten, aan de zijde van LH tot op heden begroot op € 4.573,00.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.J. Meijer en in het openbaar uitgesproken op 31 juli 2019.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>