<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:3964</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-03T19:25:16</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-09-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">19-4867</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3964">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3964</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-09-03T15:30:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-09-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:3964 Rechtbank Gelderland , 03-09-2019 / 19-4867</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3964:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Sluiting woning; 13b Opiumwet; ordemaatregel</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3964:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/4867</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker], te [woonplaats], verzoeker</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. L.S. ter Haar),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Nunspeet, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 26 augustus 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoeker gelast zijn woning aan de [locatie] in [woonplaats] (de woning) met ingang van 30 augustus 2019 voor de duur van drie maanden te sluiten en gesloten te houden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoeker heeft tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Verzoeker heeft de voorzieningenrechter bovendien verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 3 september 2019. Verzoeker is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. L. Janszen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Op 12 augustus 2019 heeft verweerder een bestuurlijke rapportage ontvangen van de politie, eenheid Oost-Nederland, District Noord Oost Gelderland. In deze bestuurlijke rapportage concludeert de politie op basis van uitgevoerd onderzoek dat vanuit de woning van verzoeker gehandeld wordt in verdovende middelen. Op 17 juli 2019 is in het kader van het onderzoek de woning doorzocht. Hierbij werden geen verdovende middelen aangetroffen. Wel werden in de schuur bij de woning een weegschaaltje en diverse gripzakjes aangetroffen. In de keuken werd een lepel met weegmechanisme aangetroffen, met daarin witte poederresten. De rapportage maakt melding van een drietal getuigen/afnemers die verklaren dat zij van verzoeker drugs hebben gekocht. Twee getuigen verklaren dat zij die drugs in de woning hebben gekocht.</para>
    <para />
    <para>2. Verweerder heeft hierin aanleiding gezien om verzoeker op grond van artikel 13b van de Opiumwet te gelasten de woning te sluiten en gesloten te houden voor de duur van drie maanden.</para>
    <para />
    <para>3. Ter zitting is uitgebreid gesproken over het door de politie uitgevoerde onderzoek. Uit de bestuurlijke rapportage blijkt dat in het kader van het onderzoek een aantal mensen is gehoord. Een persoon heeft verklaard van verzoeker drugs te hebben gekocht, maar niet waar deze koop plaatsvond. Twee personen hebben verklaard dat zij van verzoeker drugs hebben gekocht in zijn woning aan de [locatie]. Verzoeker heeft met name deze laatste twee verklaringen betwist. Hij stelt dat dit verklaringen zouden betreffen van zijn bovenburen. Tegen deze bovenburen heeft hij bij de politie klachten ingediend over door hen veroorzaakte (geluids)overlast. Verweerder heeft benadrukt dat hij meer informatie heeft over deze getuigenverklaringen, doch dat hij daar in verband met privacy en veiligheidsoverwegingen ter zitting geen verdere mededelingen over kan doen. </para>
    <para />
    <para>4. De voorzieningenrechter stelt vast dat de twee verklaringen van essentieel belang zijn voor het standpunt van verweerder dat vanuit de woning van verzoeker is gehandeld in (hard)drugs. Verzoeker heeft deze verklaringen gemotiveerd betwist. Zonder nadere informatie, waar verweerder kennelijk – zo heeft hij immers ter zitting gesteld – over beschikt, kan de voorzieningenrechter niet beoordelen of het bestreden besluit in bezwaar stand zal houden. </para>
    <para />
    <para>5. Gelet op de vergaande gevolgen die een woningsluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor verzoeker heeft ziet de voorzieningenrechter aanleiding om een ordemaatregel te treffen en het besluit van 26 augustus 2019 te schorsen. De voorzieningenrechter benadrukt dat partijen zullen worden uitgenodigd voor een vervolgzitting op 26 september a.s. Daarbij zal worden beoordeeld of er aanleiding is de schorsing op te heffen. Ten behoeve van deze zitting kan verweerder, zo nodig met toepassing van het bepaalde in artikel 8:29, van de Algemene wet bestuursrecht, nadere stukken aan het dossier toevoegen, opdat de informatie in de bestuurlijke rapportage en het besluit van 26 augustus 2019 kan worden beoordeeld. </para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter: </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>schorst het besluit van 26 augustus 2019;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>houdt iedere verdere beslissing aan.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.H.Y. Snoeren-Bos, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>