<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:3452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-30T10:57:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/027733-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3452">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3452</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-07-30T10:56:15</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-30</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:3452 Rechtbank Gelderland , 19-07-2019 / 05/027733-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3452:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 34-jarige man uit ’s-Hertogenbosch voor het veroorzaken van een verkeerongeval in Hoenzadriel. Hij krijgt een werkstraf van 60 uur en een voorwaardelijke rijontzegging van 6 maanden, met een proeftijd van 1 jaar opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3452:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer		: 05/027733-18</para>
      <para>Datum uitspraak		: 19 juli 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats] , wonende aan de [woonplaats] </para>
      <para> ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. I. Klein, advocaat te ’s-Hertogenbosch.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 5 juli 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 april 2017 te Hoenzadriel in de gemeente Maasdriel, als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Kerkdriel en/of gaande in de richting Hedel, daarmee rijdende op de Hoenzadrielsedijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte in de verte een groepje wielrenners had waargenomen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gelet en/of is blijven letten op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (die Hoenzadrielsedijk) en/of het zich daarop bevindende verkeer, te weten die wielrenners</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en/of in een in die weg (de Hoenzadrielsedijk) gelegen, gezien, zijn verdachtes rijrichting naar links verlopen bocht naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of de binnenbocht heeft genomen en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geheel of gedeeltelijk rijdende op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een aantal van die op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) rijdende wielrenners</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen (genaamd [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 6 Wegenverkeerswet 1994)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 11 april 2017 te Hoenzadriel in de gemeente Maasdriel, als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Kerkdriel en/of gaande in de richting Hedel, daarmee heeft gereden op de Hoenzadrielsedijk en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte in de verte een groepje wielrenners had waargenomen, in een in die weg (de Hoenzadrielsedijk) gelegen, gezien, zijn verdachtes rijrichting naar links verlopen bocht naar links heeft gestuurd en/of naar links is gegaan en/of de binnenbocht heeft genomen en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>geheel of gedeeltelijk rijdende op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een aantal van die op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) rijdende wielrenners,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>(art 5 Wegenverkeerswet 1994)</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in deze tenlastelegging gebruikte termijn en uitdrukkingen worden, voor zover daaraan in de Wegenverkeerswet 1994 betekenis is gegeven, geacht in dezelfde betekenis te zijn gebezigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_ca94cd79-cab7-45be-9068-85f8061d2929" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vaststelling van de feiten</emphasis>
      </para>
      <para>De volgende feiten kunnen op grond van de gebruikte bewijsmiddelen als vaststaand worden aangemerkt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 11 april 2017 reed verdachte, als bestuurder van een bedrijfsauto (te weten een: Opel Combo), op de Hoenzadrielsedijk te Hoenzadriel (gemeente Maasdriel), komende uit de richting van Kerkdriel en gaande in de richting van Hedel. Uit tegenovergestelde richting kwam een groepje van vijf fietsende wielrenners aanrijden.<footnote-ref linkend="_cab933c1-454a-4b0a-8233-1ce2cc1eb829" /> [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] fietsten voorop in deze groep.<footnote-ref linkend="_61eb9cfe-41fa-43ed-a895-9543cce5d3a9" /> Verdachte heeft de wielrenners in de verte zien aankomen.<footnote-ref linkend="_baf81f9e-2e3b-4448-8210-6d3fd2df4dbd" /> De wielrenners zagen verdachtes auto naderen en zijn achter elkaar gaan rijden.<footnote-ref linkend="_cf231a33-64c3-4073-9c4e-537ec8865c29" /> Hij is vervolgens kort daarop met de linkerzijde van de auto tegen [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] gebotst.<footnote-ref linkend="_36a56ec9-2a66-4c0b-92c6-95f95511f156" /> Verdachte reed op dat moment ongeveer 40 à 50 kilometer per uur.<footnote-ref linkend="_46cbc481-ca60-49f8-978a-e9d21bc33596" /> Door het ongeval hebben [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] letsel opgelopen. [slachtoffer 1] heeft ribfracturen, een longfractuur en een hersenschudding opgelopen.<footnote-ref linkend="_926f54e5-8404-46ff-9f04-407e77ea28fb" /> [slachtoffer 2] heeft breuken in de linkerarm en aan de linkerzijde van de borst en bloedingen bij de milt en in het hoofd.<footnote-ref linkend="_e7861c88-83d6-49ff-818d-b7842629e53f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. Zij is van mening dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. Daarmee heeft verdachte aanmerkelijke schuld in de zin van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994 (hierna: WVW).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit van het primair ten last gelegde. Op basis van het dossier kan volgens de verdediging niet met zekerheid worden vastgesteld dat er sprake is geweest van aanmerkelijke onvoorzichtigheid en/of onoplettendheid. De verkeersongevallenanalyse, de verklaring van verdachte en de getuigenverklaringen geven hiervoor onvoldoende aanknopingspunten. Verdachte reed in een auto op een 3 meter brede weg met een onverharde berm (zonder belijning) en met een laagstaande zon richting een flauwe bocht. Hij reed niet hard, was niet afgeleid door radio/telefoon en voelde zich uitgerust. Op basis van de getuigenverklaringen kan de conclusie worden getrokken dat verdachte teveel naar links reed (de binnenbocht nam). Hoeveel hij teveel naar links reed kan echter niet worden vastgesteld. Verdachte heeft mogelijk onvoldoende rechts gehouden. Dat is onvoorzichtig en/of onoplettend te noemen. De aard, de concrete ernst van de overtreding en de omstandigheden waaronder deze zijn begaan geven in dit geval onvoldoende aanleiding om aanmerkelijk onvoorzichtig en/of onoplettend rijdgedrag aan te nemen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop is er volgens de verdediging geen sprake van schuld in de zin van artikel 6 WVW en dient verdachte hiervan te worden vrijgesproken. Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde refereert de verdediging zich aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 WVW</emphasis>
      </para>
      <para>Om tot een veroordeling voor artikel 6 van de WVW te kunnen komen, is vereist dat verdachte schuld heeft aan de aanrijding, hetgeen hier is tenlastegelegd als het zeer, althans aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam gedragen. Gelet op het standaardarrest van de Hoge Raad van 1 juni 2004 (ECLI:NL:HR:2004:AO5822) zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van artikel 6 van de WVW verschillende factoren van belang, zoals de aard en de concrete ernst van de verkeersovertreding en de omstandigheden waaronder die overtreding is begaan. Voorts kan niet reeds uit de ernst van de gevolgen van het verkeersgedrag, dat in strijd is met één of meer wettelijke gedragsregels in het verkeer, worden afgeleid dat sprake is van schuld in vorenbedoelde zin. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verkeersongevallenanalyse volgt dat het ongeval plaatsvond, gezien de rijrichting van de bestuurder van de auto, in een flauwe bocht naar links van de Hoenzadrielsedijk. De rijbaan had ter plekke een breedte van circa 3 meter en was niet verdeeld in rijstroken.<footnote-ref linkend="_ea6761e9-990c-4c40-a27f-db558cac694f" />De toegestane snelheid is 80 km per uur.<footnote-ref linkend="_559929d8-f68e-4944-9b00-2ebcb748ab1e" /> Uit de verkeersongevallenanalyse volgt verder dat het zicht van de bestuurder van de Opel zeer vermoedelijk door de laag staande zon op een ernstige manier werd belemmerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De getuigen [naam 1] en [naam 2] hebben verklaard dat zij, de groep wielrenners, toen zij de auto van verdachte zagen naderen, als fietsers achter elkaar zijn gaan rijden en zoveel mogelijk rechts hebben gehouden, strak langs de berm.<footnote-ref linkend="_92638381-81f4-436d-840f-e9847f92b92f" />[naam 1] heeft verder verklaard dat (de auto van) verdachte niet op zijn eigen, maar op hun weghelft terecht kwam.<footnote-ref linkend="_c2633f63-fecb-4b7a-8b75-0b36e7ad1b17" /> Getuige [naam 3] heeft verklaard dat (de auto van) verdachte aan het einde van de bocht recht voor de groep reed.<footnote-ref linkend="_85df6d55-6d7c-4679-a8df-ebff0a558506" /> De auto van verdachte is vervolgens tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] gebotst.<footnote-ref linkend="_3669c88a-7a46-46dc-90a9-78105a451fe2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij voor zijn idee zo veel mogelijk rechts heeft gehouden. De rechtbank heeft echter geen reden om te twijfelen aan de verklaringen van de getuigen dat zij meest rechts – vanuit verdachte gezien links – hebben gehouden. Gelet hierop en mede gelet op het feit dat verdachte tegen [slachtoffer 2] en [slachtoffer 1] is gebotst, is de rechtbank van oordeel dat verdachte onvoldoende rechts heeft gehouden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij de ondergaande zon tegemoet reed en in de verte een groepje fietsers zag aankomen.<footnote-ref linkend="_49d00524-e287-4487-8621-16cf40d2f2dc" /> Hij heeft de fietsers vlak voorafgaande aan het ongeval niet (meer) gezien tot hij opeens een klap voelde.<footnote-ref linkend="_85f6e666-db16-40b7-aede-8f76bf41ffb8" /> Het zicht van verdachte werd volgens de Verkeersongevallenanalyse zeer vermoedelijk door de laag staande zon op een ernstige manier belemmerd, mogelijk zou hij zijn verblind door de laagstaande zon.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de verklaring van verdachte leidt de rechtbank af dat verdachte gedurende langere tijd tegen de laagstaande zon in reed en dat hij niet plotseling werd verblind door de zon. De rechtbank is van oordeel dat van een gemiddeld bestuurder mag worden verwacht dat hij of zij voorzorgsmaatregelen treft op het moment dat hij of zij wordt verblind door de zon. Nu verdachte de fietsers eerder in de verte had zien aankomen, mag van hem worden verwacht dat hij – terwijl hij wist dat zijn zicht werd belemmerd door de laagstaande zon – zijn (rij)gedrag hier op aanpast door een zonnebril op te doen en/of de zonneklep van de auto naar beneden te doen, dan wel door het voertuig tot stilstand te brengen. Nu hij dit niet heeft gedaan, heeft verdachte de wielrenners vlak voorafgaande aan het ongeval niet gezien. Verdachte had echter extra alert moeten zijn, juist omdat hij het groepje wielrenners in zijn richting had zien aankomen en wist dat ze elkaar zouden moeten passeren op de zeer smalle dijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Letsel</emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft ten gevolge van de botsing volgens de rechtbank zwaar lichamelijk letsel opgelopen (te weten: breuken in de linkerarm en aan de linkerzijde van de borst en bloedingen bij de milt en in het hoofd). De rechtbank is van oordeel dat het door [slachtoffer 1] opgelopen letsel eveneens te kwalificeren is als zwaar lichamelijk letsel (te weten: ribfracturen, een longfractuur en een hersenschudding). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig</emphasis>
      </para>
      <para>Gelet op het feit dat verdachte te veel links heeft gereden, heeft hij in strijd gehandeld met de verplichting om zoveel mogelijk rechts te houden, zoals vermeld in artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990. Nu verdachte daarnaast de wielrenners kort voor de aanrijding wèl in zijn richting heeft zien rijden, maar hen vlak voorafgaande aan het ongeval naar zijn zeggen niet heeft gezien, acht de rechtbank voorts bewezen dat verdachte niet is blijven opletten op het verkeer dat zich voor hem op de weg bevond. Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat dat verdachte daarmee aanmerkelijk onoplettend en onvoorzichtig heeft gereden. Het ongeval is dan ook aan verdachtes schuld te wijten. Hij is in aanmerkelijke mate tekort geschoten in de zorgvuldigheid die van hem als bestuurder mocht worden verwacht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 11 april 2017 te Hoenzadriel in de gemeente Maasdriel, als </para>
      <para>verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (bedrijfsauto), komende uit de richting Kerkdriel en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gaande in de richting Hedel, daarmee rijdende op de Hoenzadrielsedijk </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">zeer, althans</emphasis> aanmerkelijk<emphasis role="strike-through">,</emphasis> onvoorzichtig<emphasis role="strike-through">,</emphasis> en onoplettend <emphasis role="strike-through">en/of onachtzaam</emphasis> heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte in de verte een groepje wielrenners had waargenomen, </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet <emphasis role="strike-through">of in onvoldoende mate heeft gelet en/of</emphasis> is blijven letten op het direct voor hem, verdachte gelegen weggedeelte van die weg (die Hoenzadrielsedijk) en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> het zich daarop bevindende verkeer, te weten die wielrenners en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in een in die weg (de Hoenzadrielsedijk) gelegen, gezien, zijn verdachtes rijrichting naar links verlopen bocht naar <emphasis role="strike-through">links heeft gestuurd en/of </emphasis>naar links is gegaan <emphasis role="strike-through">en/of de binnenbocht heeft genomen</emphasis> en/<emphasis role="strike-through">of </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in strijd met artikel 3 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990 niet aan zijn, verdachtes verplichting heeft voldaan, zoveel mogelijk rechts te houden en/<emphasis role="strike-through">of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">geheel of</emphasis> gedeeltelijk rijdende op de voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) is gebotst tegen, in elk geval in aanrijding is gekomen met een aantal van die op dat voor het tegemoetkomend verkeer bestemde weggedeelte van die weg (de Hoenzadrielsedijk) rijdende wielrenners </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor anderen (genaamd [slachtoffer 1] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 2] ) zwaar lichamelijk letsel<emphasis role="strike-through">, of zodanig lichamelijk letsel </emphasis>werd toegebracht<emphasis role="strike-through">, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Primair</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van artikel 6 van de Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een taakstraf van 120 uur, indien niet of niet naar behoren verricht te vervangen door 60 dagen hechtenis en tot oplegging van een ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Bij de bepaling van de straf heeft de officier van justitie gelet op het blanco strafblad van verdachte, de omstandigheid dat het feit meer dan twee jaar geleden is gepleegd, de ernst van het feit en de richtlijnen van het openbaar ministerie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging is van mening dat, indien de rechtbank tot een veroordeling komt, zij rekening moet houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Het verkeersongeval heeft een grote impact op hem gehad. Hij maakte zich grote zorgen. Tevens dient rekening gehouden te worden met het tijdsverloop. De verdediging verzoekt aan verdachte een geheel voorwaardelijke straf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 29 mei 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft als bestuurder van een bedrijfsauto een verkeersongeval veroorzaakt als gevolg waarvan de slachtoffers zwaar lichamelijk letsel hebben opgelopen. Volgens de landelijke oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS wordt voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel tot gevolg en waarbij sprake is van aanmerkelijke schuld, een taakstraf  van 120 uur en een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen van zes maanden als uitgangspunt genomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft kennis genomen van de justitiële documentatie van verdachte waaruit blijkt dat verdachte niet eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld en dat hij in de vijf jaren voorafgaande aan bewezenverklaarde feit niet met politie en justitie in aanraking is geweest. De rechtbank heeft in het voordeel van verdachte rekening gehouden met de omstandigheid dat is gebleken dat het verkeersongeval een grote impact op verdachte heeft gehad en dat hij ter zitting oprecht spijt heeft betuigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt voorts rekening met de gevolgen die een onvoorwaardelijke rijontzegging voor verdachte zou hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot de aanvang van de redelijke termijn en het procesverloop in deze zaak ambtshalve het volgende. Verdachte is op 11 april 2017 gehoord als verdachte, waarmee de redelijke termijn waarmee een gerechtelijke procedure tot een einde behoort te komen is aangevangen. De strafzaak is pas op 5 juli 2019 inhoudelijk behandeld op de zitting en op 19 juli 2019 is vonnis gewezen. Dit is twee jaar en 3 maanden later. Daarmee is de redelijke termijn met 3 maanden overschreden. De rechtbank is van oordeel dat deze overschrijding geen matiging van de hierna te vermelden op te leggen straf tot gevolg moet hebben, nu zij een kortere werkstraf dan 100 uren zal opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een werkstraf van 60 uur, te vervangen door 30 dagen hechtenis, indien verdachte de taakstraf niet (naar behoren) verricht, een passende reactie vormt. De rechtbank legt een lagere straf op dan de officier heeft geëist. Dit zit met name in het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en niet is gebleken dat hij zich in het verkeer asociaal gedraagt. Als bijkomende straf zal de rechtbank een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van zes maanden opleggen, met een proeftijd van een jaar als stok achter de deur om extra oplettend te zijn in het verkeer. Nu verdachte de afgelopen twee jaren geen (nieuwe) verkeersovertredingen heeft gepleegd, vindt de rechtbank een proeftijd van een jaar voldoende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en artikel 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    <para />
    <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">60 (zestig) uur, </emphasis>met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van<emphasis role="bold">30 (dertig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> ontzegt verdachte ten aanzien van het<emphasis role="bold"> bewezen verklaarde</emphasis> de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen</emphasis> te besturen voor de duur van <emphasis role="bold">6 maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat de bijkomende straf van ontzegging van de rijbevoegdheid,<emphasis role="bold"> niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt; </para>
    <para />
    <para> stelt daarbij de <emphasis role="bold">proeftijd</emphasis> vast op <emphasis role="bold">1 (een) jaar.</emphasis></para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. R.C.C. van Leest en mr. F.E. Venema, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 juli 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. J.M.P. van der Meulen is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ca94cd79-cab7-45be-9068-85f8061d2929" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 4] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer </para>
    <para>PL0600-2017165509, gesloten op 9 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cab933c1-454a-4b0a-8233-1ce2cc1eb829" label="2">
    <para> Proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse d.d. 9 juni 2017, p. 12 en 35.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_61eb9cfe-41fa-43ed-a895-9543cce5d3a9" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 25 juli 2017, p. 48 en proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] d.d. 18 april 2017, p. 53. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_baf81f9e-2e3b-4448-8210-6d3fd2df4dbd" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 april 2017, p. 71.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf231a33-64c3-4073-9c4e-537ec8865c29" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] d.d. 25 juli 2017, p. 48, proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] d.d. 28 april 2017, p. 51 en proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] d.d. 13 april 2017, p. 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_36a56ec9-2a66-4c0b-92c6-95f95511f156" label="6">
    <para> Proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse d.d. 9 juni 2017, p. 35, proces-verbaal van verhoor getuige <?linebreak?>[naam 1] d.d. 25 juli 2017, p. 48-49 en proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] d.d. 18 april 2017, p. 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46cbc481-ca60-49f8-978a-e9d21bc33596" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 april 2017, p. 71, proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 20 september 2017, p. 73 en proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] d.d. 13 april 2017, p. 54.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_926f54e5-8404-46ff-9f04-407e77ea28fb" label="8">
    <para> Geneeskundige verklaring [slachtoffer 1] , d.d. 16 december 2017, p. 76 en proces-verbaal aanrijding misdrijf, d.d. 9 januari 2018, p. 5. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e7861c88-83d6-49ff-818d-b7842629e53f" label="9">
    <para> Geneeskundige verklaring [slachtoffer 2] , d.d. 27 november 2017, p. 77 en proces-verbaal aanrijding misdrijf, d.d. 9 januari 2018, p. 5. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ea6761e9-990c-4c40-a27f-db558cac694f" label="10">
    <para>Verkeersongevallenanalyse d.d. 9 juni 2017, p. 14.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_559929d8-f68e-4944-9b00-2ebcb748ab1e" label="11">
    <para>Verkeersongevallenanalyse d.d. 9 juni 2017, p. 15.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_92638381-81f4-436d-840f-e9847f92b92f" label="12">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 48 en 49; Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 2] , p. 51.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c2633f63-fecb-4b7a-8b75-0b36e7ad1b17" label="13">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 48 en 49.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_85df6d55-6d7c-4679-a8df-ebff0a558506" label="14">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3669c88a-7a46-46dc-90a9-78105a451fe2" label="15">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [naam 1] , p. 48 en 49; proces-verbaal van verhoor getuige [naam 3] , p. 53.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_49d00524-e287-4487-8621-16cf40d2f2dc" label="16">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 april 2017, p. 73. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_85f6e666-db16-40b7-aede-8f76bf41ffb8" label="17">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 12 april 2017, p. 71.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>