<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:3109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-02T09:31:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-07-12</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">7422394</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_burgerlijkProcesrecht">Civiel recht; Burgerlijk procesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht_verbintenissenrecht">Civiel recht; Verbintenissenrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3109">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:3109</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-08-02T09:31:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-08-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:3109 Rechtbank Gelderland , 12-07-2019 / 7422394</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3109:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Kanton. Heeft gedaagde als hulpverlener de zorg voor/begeleiding van eiseres uitgevoerd op een wijze die in de gegeven omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener mag worden verwacht?</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:3109:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>vonnis</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Nijmegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaakgegevens	7422394 \ CV EXPL  18-5056 \ 610 \ 682</para>
      <para>uitspraak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis  </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eisende partij]
        </emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">eisende partij </emphasis>
      </para>
      <para>gemachtigde mr. D. Dekker</para>
      <para>procederende krachtens toevoegingsnummer [XXXXXXX] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij] , h.o.d.n. [gedaagde partij]</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats]</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">gedaagde partij </emphasis>
      </para>
      <para>bijgestaan door [bijstandsverlener] </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen worden hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <para>- het tussenvonnis van 18 januari 2019 en de daarin genoemde processtukken</para>
      <para>- de brief van 7 mei 2019 van [eisende partij] met daarbij productie 12</para>
      <para>- de akte vermeerdering van eis ingekomen op 16 mei 2019 van [eisende partij]</para>
      <para>- de comparitie van partijen van 16 mei 2019.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is vonnis bepaald.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De feiten</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] drijft een eenmanszaak genaamd [gedaagde partij] . De activiteiten van de eenmanszaak betreffen ambulante jeugdzorg en ambulante begeleiding van jongeren om hen te ondersteunen in hun zelfstandigheid.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>
        [eisende partij] was woonachtig te [woonplaats] . Nadat zij een kind heeft gekregen, is zij naar Nederland verhuisd. Haar toenmalige partner, de vader van haar kind, kreeg reeds begeleiding van [gedaagde partij] . Omdat ook [eisende partij] behoefte had aan ondersteuning heeft in het kader van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in aanwezigheid van [gedaagde partij] een keukentafelgesprek plaatsgevonden. Aan [eisende partij] is een indicatie gegeven voor vijf uur (en later drie uur) begeleiding per week. In het kader daarvan heeft [gedaagde partij] op 19 oktober 2015 een begeleidingsplan opgesteld. In dit begeleidingsplan zijn op de leefgebieden psychisch functioneren, verslaving, relatie/sociaal netwerk, opleiding/werk/dagbesteding, financiën, huisvesting, lichamelijk en praktisch functioneren doelen gesteld. Aan die doelen zijn acties gekoppeld en is aangewezen wie begeleider of behandelaar is bij de uitvoering. [eisende partij] was de tweede cliënt van [gedaagde partij] . In het begeleidingsplan is onder meer het volgende vermeld:</para>
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="5">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <colspec colname="colD" />
          <colspec colname="colE" />
          <tbody>
            <row>
              <entry>
                <para>LEEFGEBIED</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>DOELEN</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>ACTIES</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>UITVOERING</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>RESULTAAT</para>
                <para>EVALUATIE</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para>Financiën</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>0 Ik ontvang loon of een    </para>
                <para>   uitkering</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>0 Ik heb zicht op mijn openstaande schulden</para>
                <para>0 Ik heb/wil ondersteuning bij mijn financiën</para>
                <para>0 Ik voorkom dat ik nieuwe schulden maak</para>
                <para>0 Ik heb mijn schulden afgelost</para>
                <para>0 Ik heb inzicht in mijn maandelijkse inkomsten en uitgaven</para>
                <para>0 Ik spaar maandelijks een vast bedrag</para>
                <para>0 Ik ben op de hoogte van wettelijke regelingen / tegemoetkomingen</para>
                <para>0 Ik kan mijn post en administratie verwerken</para>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para>Ik vraag samen met mijn begeleider een uitkering aan.</para>
                <para>Ik vraag kinderbijslag en kindgebonden budget aan.</para>
                <para />
                <para>Ik tref regelingen met instanties samen met mijn begeleider over openstaande facturen</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>Ik ga samen met mijn begeleider mijn administratie op orde brengen. Ik zoek alles bij elkaar en koop mappen waarin ik alles kan sorteren</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>
                  [eisende partij]
                </para>
                <para>Begeleider</para>
                <para>Instanties</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>
                  [eisende partij]
                </para>
                <para>Begeleider</para>
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para />
                <para>
                  [eisende partij]
                </para>
                <para>Begeleider</para>
              </entry>
              <entry>
                <para>■ Doel(en) gehaald</para>
                <para />
                <para>0 Doel(en) niet behaald</para>
                <para />
                <para>0 Doel(en) deels of bijna gehaald</para>
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>
        [eisende partij] heeft samen met haar begeleider een uitkering op grond van de Participatiewet, kinderbijslag, alsook kindgebonden budget aangevraagd. Omdat [eisende partij] kampte met depressieklachten en is gediagnostiseerd met PTSS, waarvoor zij werd behandeld, heeft een psycholoog, alsook een medewerker van het consultatiebureau [eisende partij] geadviseerd, om haar dochter naar een kinderdagopvang te brengen. Dat zou ook de ontwikkeling van het kind ten goede komen. [eisende partij] heeft dit met [gedaagde partij] besproken. [eisende partij] heeft vervolgens kinderopvangtoeslag aangevraagd en ook ontvangen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>In september 2017 is de zorgrelatie tussen [gedaagde partij] en [eisende partij] op initiatief van [eisende partij] beëindigd. </para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.5.</nr>
      <para>De Belastingdienst Toeslagen heeft de kinderopvangtoeslag herberekend en vastgesteld dat [eisende partij] geen recht had op kinderopvangtoeslag. Bij beschikking van 21 december 2017 heeft zij over 2017 een bedrag teruggevorderd van € 9.492,00. [eisende partij] heeft hier bezwaar tegen gemaakt, maar dat bezwaar is ongegrond verklaard.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.6.</nr>
      <para>Bij de stukken bevinden zich drie facturen van KION (kinderopvang) gericht aan [eisende partij] voor kinderopvang van haar dochter in de maanden oktober, november en december 2017 ten bedrage van in totaal € 2.555,25.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.7.</nr>
      <para>Bij brief van 15 februari 2018 heeft de gemachtigde van [eisende partij] [gedaagde partij] aansprakelijk gesteld voor de schade die [eisende partij] heeft geleden als gevolg van het foutief informeren van [eisende partij] over het aanvragen van kinderopvangtoeslag.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.8.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft bij brief van 19 februari 2018 aan de gemachtigde van [eisende partij] afwijzend hierop gereageerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.9.</nr>
      <para>De gemachtigde van [eisende partij] heeft [gedaagde partij] bij brief van 15 maart 2018 gesommeerd om een bedrag van € 12.047,95 aan geleden schade te betalen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.10.</nr>
      <para>
        [gedaagde partij] heeft bij brief van 15 april 2018 aan de gemachtigde van [eisende partij] herhaald dat hij geen aansprakelijkheid aanvaardt voor de vordering van de Belastingdienst op [eisende partij] .</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.11.</nr>
      <parablock>
        <para>Bij beschikking gedateerd 31 december 2018 heeft de Belastingdienst Toeslagen [eisende partij] bericht dat zij in 2016 teveel kinderopvangtoeslag heeft ontvangen, zodat zij</para>
        <para>€ 5.331,00 moet terugbetalen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>De vordering en het verweer</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert – na een wijzing van eis – dat de kantonrechter bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, [gedaagde partij] veroordeelt om binnen veertien dagen na dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen:</para>
      <para>1. een bedrag van € 9.492,00 ter compensatie van het uit hoofde van de beschikking van 21 december 2017 door [eisende partij] aan de Belastingdienst te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 19 februari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>2. een bedrag van € 2.555,25 ter compensatie van de vordering van KION op [eisende partij] met betrekking tot het jaar 2017, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 19 februari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>3. een bedrag van € 5.300,00 ter compensatie van het uit hoofde van de beschikking van 31 december 2018 door [eisende partij] aan de Belastingdienst te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 12 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>4. primair de buitengerechtelijke kosten van € 849,60 uit hoofde van de vordering van de Belastingdienst, respectievelijk € 380,53 uit hoofde van de vordering van KION, dan wel subsidiair de buitengerechtelijke kosten berekend over het totaal van de onder sub 1 en 2 genoemde vorderingen, te weten een bedrag van € 895,74;</para>
      <para>5. met veroordeling van [gedaagde partij] in de kosten van de onderhavige procedure. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>
        [eisende partij] legt – kort gezegd – aan haar vorderingen ten grondslag dat [gedaagde partij] zijn zorgplicht heeft geschonden door haar verkeerd te informeren en haar niet de toegezegde hulp/zorg te verschaffen, waardoor zij een bedrag bijna € 15.000,00 aan de Belastingdienst dient terug te betalen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] heeft allereerst aangevoerd dat hij rauwelijks is gedagvaard en dat [eisende partij] om die reden niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in haar vorderingen. </para>
        <para>Dit verweer treft geen doel. Nog daargelaten de vraag of het rauwelijks dagvaarden tot niet-ontvankelijkheid kan leiden, kan worden vastgesteld dat de gemachtigde van [eisende partij] [gedaagde partij] aansprakelijk heeft gesteld en hem (tweemaal) schriftelijk heeft verzocht om tot betaling van het gevorderde bedrag over te gaan, alvorens tot dagvaarden is overgegaan. </para>
        <para>Al in de eerste brief heeft de gemachtigde van [eisende partij] aangegeven dat indien betaling zou uitblijven [eisende partij] zich zou beraden op nadere stappen. Dat het vervolgens enige maanden na het versturen van de tweede brief heeft geduurd voordat [eisende partij] [gedaagde partij] heeft gedagvaard, maakt nog niet dat sprake is van rauwelijks dagvaarden. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Vooropgesteld wordt dat aansprakelijkheid van een beroepsbeoefenaar jegens zijn cliënt gebaseerd kan zijn zowel op een contractuele basis (toerekenbare tekortkoming; artikel 6:74 BW) als op onrechtmatig handelen/nalaten (artikel 6:162 BW). In de dagvaarding wordt gesteld dat de vordering geen (directe) contractuele grondslag heeft, terwijl ter gelegenheid van de comparitie van partijen door de gemachtigde van [eisende partij] is verklaard dat het behandelplan een overeenkomst behelst. Hoewel [gedaagde partij] betwist dat sprake is van een overeenkomst met [eisende partij] , is de kantonrechter van oordeel dat partijen een overeenkomst van opdracht hebben gesloten. Weliswaar is [gedaagde partij] door de gemeente ingeschakeld en betaald, maar [gedaagde partij] heeft vervolgens in overleg met [eisende partij] een behandelplan opgesteld, waarin op diverse deel-/leefgebieden de doelen die werden nagestreefd en de te ondernemen acties (inclusief begeleiding) waren beschreven. Dit behandelplan moest ook worden ondertekend, wat overigens niet is gebeurd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Wat hier verder ook van zij, het verschil tussen genoemde, op zichzelf toepasselijke rechtsgronden, leidt in dit geval niet tot verschillende rechtsgevolgen welke niet tegelijkertijd zouden kunnen intreden. Bovendien is het verschil tussen genoemde rechtsgronden niet relevant voor de maatstaf waaraan het handelen van [gedaagde partij] moet worden getoetst. Immers, de maatstaf waaraan het handelen van een beroepsbeoefenaar - zowel binnen contractuele verhoudingen als daarbuiten - moet worden getoetst betreft de zorgvuldigheid die van een redelijk bekwaam en redelijk handelend vakgenoot mag worden verwacht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.4.</nr>
      <para>Gelet op het voorgaande is in de onderhavige zaak dan ook de vraag aan de orde of [gedaagde partij] de zorg voor/begeleiding van [eisende partij] heeft uitgevoerd op een wijze die in de gegeven omstandigheden van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener mag worden verwacht, gemeten naar maatstaven die golden ten tijde van het verweten handelen/nalaten. Gesteld noch gebleken is dat [gedaagde partij] zich ten opzichte van [eisende partij] heeft verbonden tot het bereiken van een bepaald resultaat. In het behandelplan is bij de kolom resultaat/evaluatie steeds de mogelijkheid van het aankruisen van drie opties weergegeven, kort gezegd doelen behaald, niet behaald of deels/bijna behaald. De kantonrechter gaat er dan ook vanuit dat de verbintenis die [gedaagde partij] jegens [eisende partij] is aangegaan als inspanningsverbintenis moet worden gekwalificeerd. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Tussen partijen is niet in geschil dat op [gedaagde partij] een zorgplicht rust ten aanzien van personen/jongeren die aan zijn zorg/begeleiding zijn toevertrouwd. Bij de door [gedaagde partij] geboden zorg/begeleiding is het uitgangspunt dat [eisende partij] zelf verantwoordelijkheid neemt of leert nemen om later zelf in de maatschappij te kunnen functioneren. Dit brengt mee dat [eisende partij] in beginsel zelf verantwoordelijk is voor haar eigen handelen/nalaten. Anderzijds mag van [gedaagde partij] worden verwacht dat hij [eisende partij] wijst op de (nadelige) gevolgen van haar handelen/nalaten en haar aldus in staat stelt om haar handelen/nalaten te heroverwegen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>
        [eisende partij] verwijt [gedaagde partij] dat hij haar er niet op heeft gewezen dat zij, omdat zij niet werkte, geen recht had op kinderopvangtoeslag. Vastgesteld kan worden dat in het behandelplan onder het kopje financiën niet is opgenomen dat [eisende partij] met [gedaagde partij] kinderopvangtoeslag zou aanvragen. Wel zou [eisende partij] samen met [gedaagde partij] een uitkering, kinderbijslag en kindgebonden budget aanvragen. Tevens is vermeld dat zij samen de administratie van [eisende partij] op orde zouden brengen en er mappen zouden worden gekocht om de administratie te sorteren. Ten tijde van het opstellen van het behandelplan was kinderopvang van het dochtertje van [eisende partij] nog niet aan de orde. Later, toen door andere hulpverleners werd geadviseerd dat het voor zowel het dochtertje van [eisende partij] als [eisende partij] zelf beter zou zijn om haar kind naar kinderopvang te brengen, is met [gedaagde partij] besproken dat hiervoor kinderopvangtoeslag kon worden aangevraagd. [gedaagde partij] heeft aangevoerd dat [eisende partij] had aangegeven dat een ander haar daarmee zou helpen. [gedaagde partij] was, zo staat onbetwist vast, op de hoogte van de aanvraag en niet weersproken is dat een medewerker van [gedaagde partij] , [medewerker A] , [eisende partij] enige tijd later heeft geholpen met het aanvragen van kinderopvangtoeslag voor extra uren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.7.</nr>
      <para>De kantonrechter is van oordeel dat van [gedaagde partij] als begeleider van jongeren en jong volwassenen ter ondersteuning van hun zelfstandigheid verwacht mocht worden dat hij op de hoogte was/is van de geldende regelgeving omtrent het aanvragen van kinderopvangtoeslag. Het aanvragen van kinderopvangtoeslag kan gelijk gesteld worden met bijvoorbeeld het aanvragen van een uitkering of kindgebonden budget etc. Dergelijke financiële aanvragen vormen een belangrijk aspect van de begeleiding, nu het op orde hebben van de financiën het begin is voor hulpbehoevenden van het “op eigen benen kunnen staan”. Dat [gedaagde partij] (mogelijk) niet wist aan welke voorwaarden dient te worden voldaan om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag komt voor zijn risico. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.8.</nr>
      <para>Hoewel het aanvragen van kinderopvangtoeslag niet in de het behandelplan was opgenomen, en [eisende partij] de aanvraag kennelijk met behulp van een derde heeft ingediend, had [gedaagde partij] [eisende partij] erop moeten wijzen dat kinderopvangtoeslag alleen wordt verstrekt aan werkenden dan wel bij deelname aan een re-integratietraject, anders dan de re-integratie waar [eisende partij] aan werkte om te kunnen functioneren in de maatschappij. [gedaagde partij] wist dat [eisende partij] een uitkering op grond van de Participatiewet genoot, deze hadden ze immers samen aangevraagd. Dat een derde [eisende partij] hielp met het aanvragen van kinderopvangtoeslag ontslaat [gedaagde partij] niet van haar zorgplicht om [eisende partij] te wijzen op de voorwaarden waaraan voldaan dient te worden om in aanmerking te komen voor die toeslag. Het gaat hier immers om het aanvragen van een (maandelijkse) financiële vergoeding bij een overheidsinstantie (met alle gevolgen van dien), hetgeen [eisende partij] zelf nog niet eerder had gedaan en niet om het doen van boodschappen, het rubriceren van administratie of iets dergelijks, waarvan verwacht mag worden dat [eisende partij] dat met een onbekende derde op enig moment zelfstandig zou kunnen doen. Daarnaast had [gedaagde partij] [eisende partij] er op kunnen wijzen dat zij mogelijk wel een bijdrage van de gemeente op grond van de zogenaamde regeling sociaal medische indicatie (SMI-regeling) had kunnen krijgen. Voor zover het juist is dat het aantal uren voor toegekende zorg en begeleiding door [gedaagde partij] in die tijd werd verminderd van drie naar vijf uur per week, hetgeen door [eisende partij] is betwist, geldt dat [gedaagde partij] zonder extra (grote) inspanningen [eisende partij] op de hoogte had kunnen stellen van de voorwaarden om in aanmerking te komen voor kinderopvangtoeslag. Daar komt bij dat een medewerker van [gedaagde partij] , die [eisende partij] op een later moment heeft geholpen met het aanvragen van extra uren kinderopvangtoeslag, [eisende partij] ook toen niet heeft gewezen op het feit dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.9.</nr>
      <para>Het voorgaande in onderling verband en samenhang bezien maakt dat [gedaagde partij] niet heeft gehandeld zoals van een redelijk bekwaam en redelijk handelend hulpverlener/begeleider mag worden verwacht. Aangenomen kan worden dat [eisende partij] de kinderopvangtoeslag niet had aangevraagd indien [gedaagde partij] haar erop had gewezen dat zij daarvoor niet in aanmerking kwam. Doordat [gedaagde partij] [eisende partij] niet heeft geïnformeerd, is [eisende partij] thans gehouden om de ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag over 2016 en 2017 terug te betalen aan de Belastingdienst Toeslagen. [gedaagde partij] dient dan ook de schade die [eisende partij] ten gevolge van zijn handelen/nalaten heeft geleden te vergoeden. [gedaagde partij] heeft de hoogte van de gevorderde bedragen niet betwist en zal dan ook veroordeeld worden om een bedrag van € 9.492,00 over 2017 en een bedrag van € 5.331,00 over 2016 (zijnde ten onrechte ontvangen kinderopvangtoeslag) aan [eisende partij] te betalen. Het gevorderde bedrag van € 2.555,25 (facturen van KION) zal worden afgewezen. Dat [eisende partij] het door haar aan Kinderopvangtoeslag ontvangen bedrag kennelijk niet heeft aangewend voor betaling van kinderopvang kan [gedaagde partij] niet worden tegengeworpen. De gevorderde rente over de toe te wijzen bedragen is eveneens toewijsbaar.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.10.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert ter zake buitengerechtelijke incassokosten een bedrag dat is gebaseerd op het bepaalde in het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De onderhavige vorderingen hebben echter geen betrekking op één van de situaties waarin het Besluit van toepassing is. De kantonrechter zal de vraag of buitengerechtelijke incassokosten verschuldigd zijn daarom toetsen aan de norm van artikel 6:96 lid 2 sub c BW. De gevorderde buitengerechtelijke kosten zijn uitgesplitst per vordering (van de Belastingdienst en van KION). De hoogte van het gevorderde bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten (dat ziet op de vordering van de Belastingdienst) is in overeenstemming met de tarieven die zijn weergegeven in het (genoemde) Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten. Hoewel niet direct van toepassing, geldt dat deze tarieven geacht worden redelijk te zijn. Op basis van deze tarieven wordt het gevorderde bedrag van € 849,60 toegewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.11.</nr>
      <para>
        [eisende partij] vordert tot slot het vonnis uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. [gedaagde partij] voert verweer hiertegen en verzoekt een eventuele veroordeling niet uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Daarbij wijst [gedaagde partij] er op dat er een restitutierisico bestaat. Volgens vaste jurisprudentie kan aangenomen worden, dat degene, die een veroordeling tot betaling van een geldsom vordert, het vereiste belang bij uitvoerbaarverklaring bij voorraad heeft (HR 27 februari 1998, NJ 1998/512), terwijl een daartegenover gesteld restitutierisico geconcretiseerd moet worden (HR 17 juni 1994, NJ 1994/591). Dat de executie mogelijk tot ingrijpende gevolgen leidt, die moeilijk ongedaan gemaakt kunnen worden, staat op zichzelf niet in de weg aan uitvoerbaarverklaring bij voorraad, maar is slechts een omstandigheid die meegewogen moet worden (HR 28 mei 1993, NJ 1993/468). [gedaagde partij] heeft niet onderbouwd dat en waarom uitvoerbaar bij voorraadverklaring voor haar zal leiden tot financieel nadelige gevolgen. Het belang van [gedaagde partij] weegt dan ook niet zwaarder dan het belang van [eisende partij] , zodat de gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring toegewezen zal worden. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.12.</nr>
      <parablock>
        <para>
          [gedaagde partij] wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten dragen.</para>
        <para>Wegens het ontbreken van een wettelijke grondslag is een kostenveroordeling met de verplichting tot betaling van de exploot- en/of advertentiekosten aan de griffier niet mogelijk.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>5</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De kantonrechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>5.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan [eisende partij] te betalen:</para>
      <para>1. een bedrag van € 9.492,00 ter compensatie van het uit hoofde van de beschikking van 21 december 2017 door [eisende partij] aan de Belastingdienst te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 19 februari 2018 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>2. een bedrag van € 5.330,00 ter compensatie van het uit hoofde van de beschikking van 31 december 2018 door [eisende partij] aan de Belastingdienst te betalen bedrag, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover van 12 februari 2019 tot aan de dag van algehele voldoening;</para>
      <para>3. de buitengerechtelijke kosten van € 849,60 uit hoofde van de vordering van de Belastingdienst;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten, tot deze uitspraak aan de kant van [eisende partij] begroot op € 799,00 in totaal, welk bedrag bestaat uit € 79,00 aan griffierecht en € 720,00 (2 x € 360,00) aan salaris voor de gemachtigde;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.3.</nr>
      <para>verklaart deze veroordelingen uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>5.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af.</para>
      <para />
      <para />
      <informaltable>
        <tgroup cols="3">
          <colspec colname="colA" />
          <colspec colname="colB" />
          <colspec colname="colC" />
          <tbody>
            <row>
              <entry namest="colA" nameend="colC">
                <para>Dit vonnis is gewezen door de kantonrechter mr. F.M.Th. Quaadvliet en in het openbaar uitgesproken op</para>
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
            <row>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
              <entry>
                <para />
              </entry>
            </row>
          </tbody>
        </tgroup>
      </informaltable>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>