<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:32:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-25</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/246461-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:305">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:305</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-29T11:31:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:305 Rechtbank Gelderland , 25-01-2019 / 05/246461-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:305:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling tot een werkstraf en een voorwaardelijke rijontzegging voor het veroorzaken van een verkeersongeval met zwaar lichamelijk letsel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:305:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/246461-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 25 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] , wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. S. Arts, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 11 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 september 2017 te Duiven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Van der Goesstraat, gaande in de richting van de kruising van de Van der Goesstraat en de Van Eyckstraat zeer, althans aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend en/of onachtzaam heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte bekend was met die verkeerssituatie en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl het uitzicht over en op die kruising niet werd beperkt en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte rijdende over de Van der Goesstraat in de gelegenheid was of is geweest, om het verkeer over de Van Eyckstraat te zien naderen en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en/of is blijven kijken en/of zich niet of in onvoldoende mate heeft vergewist of over die Van Eyckstraat of over die kruising verkeer naderde en/of</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die kruising is op- en overgereden en/of in strijd met het gestelde in artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, op die kruising geen voorrang heeft verleend aan een over die Van Eyckstraat rijdende, gelet op verdachtes rijrichting, van rechts komende en/of toen dicht genaderd zijnde bestuurster van een fiets en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die voor hem, verdachte van rechts komende, toen dicht genaderd zijnde fiets en/of de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [naam 1] )  zwaar lichamelijk letsel, of zodanig lichamelijk letsel werd toegebracht, dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 8 september 2017 te Duiven als bestuurder van een voertuig (personenauto), daarmee rijdende over de weg, de Van der Goesstraat, gaande in de richting van de kruising van de Van der Goesstraat en de Van Eyckstraat,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die kruising is op- en overgereden en/of in strijd met het gestelde in artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, op die kruising geen voorrang heeft verleend aan een over die Van Eyckstraat rijdende, gelet op verdachtes rijrichting, van rechts komende en/of toen dicht genaderd zijnde bestuurster van een fiets en/of is gebotst tegen, althans in aanrijding is gekomen met die voor hem, verdachte van rechts komende, toen dicht genaderd zijnde fiets en/of de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>door welke gedraging(en) van verdachte gevaar op die weg werd veroorzaakt, althans kon worden veroorzaakt, en/of het verkeer op die weg werd gehinderd, althans kon worden gehinderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_76163e1d-f941-42a8-b8bb-0c5998ff1627" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Op 8 september 2017 reed verdachte, als bestuurder van zijn personenauto, in Duiven over de Van der Goesstraat in de richting van de kruising van de Van der Goesstraat en de Van Eyckstraat. Verdachte woonde destijds aan de Van der Goesstraat en reed vaker over voormelde kruising. Verdachte heeft op het moment dat hij voormelde kruising opreed geen voorrang verleend aan de voor hem van rechts komende fietsster [naam 1] die op de Van Eyckstraat reed.<footnote-ref linkend="_dce62ca9-dcbb-41fe-ab1e-00e7a5eacf4e" /> Daardoor is hij met haar in aanrijding gekomen, waarbij [naam 1] is gevallen. Na deze aanrijding is bij [naam 1] een driedubbele beenbreuk geconstateerd waaraan zij geopereerd is. Door dit letsel kon zij vanaf 1 oktober 2017 tot net voor de kerstdagen niet gaan werken.<footnote-ref linkend="_731e3ba7-167c-4045-835e-d22c6196c287" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde. De officier van justitie is daarbij van mening dat verdachte aanmerkelijk onvoorzichtig, onoplettend en onachtzaam heeft gereden. De officier van justitie stelt verder dat niet kan worden bewezen dat het zicht van verdachte helemaal niet werd belemmerd, nu sprake was van bosjes aan de rechterkant aan het einde van de Van der Goesstraat die het zicht van verdachte wellicht enigszins hebben belemmerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Daartoe is aangevoerd dat slechts sprake is van één verkeersfout en één moment van onoplettendheid. Er is wel sprake van zwaar lichamelijk letsel. Ten aanzien van het subsidiair tenlastegelegde heeft de verdediging ontslag van alle rechtsvervolging bepleit, nu verdachte geen enkel verwijt kan worden gemaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Schuld in de zin van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994 (WVW)</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van schuld in de zin van artikel 6 van de WVW komt het volgens vaste jurisprudentie aan op het geheel van gedragingen van de verdachte, de aard en de concrete ernst van de overtreding en de overige omstandigheden van het geval (vgl. HR 1 juni 2004, ECLI:NL:HR:2004:AO5822). Dat brengt mee dat niet in het algemeen valt aan te geven of één verkeersovertreding voldoende kan zijn voor de bewezenverklaring van schuld in de zin van genoemde bepaling. Voorts kan niet reeds uit de aard van de gevolgen van het verkeersgedrag dat in strijd is met één of meer gedragsregels in het verkeer worden afgeleid dat sprake is van schuld in de zin van artikel 6 WVW. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zichtbelemmeringen kruising Van der Goesstraat met Van Eyckstraat</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt, met de officier van justitie vast, dat op de foto’s in het dossier te zien is dat aan de rechterzijde van de Van der Goesstraat – de richting van waaruit [naam 1] de kruising naderde – enige beplanting is waar te nemen. In de Verkeersongevallenanalyse (VOA) wordt echter vastgesteld dat het uitzicht dat beide bestuurders op elkaar gehad zouden kunnen hebben op geen enkele wijze werd belemmerd.<footnote-ref linkend="_b733b7d3-4f03-4265-b997-c70e5eda3f11" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Deze vaststelling uit de VOA wordt ondersteund door het volgende. [naam 1] heeft verklaard dat zij er van uit ging dat verdachte haar wel zag omdat hij vrij zicht had op het kruispunt en op de plek waar zij fietste.<footnote-ref linkend="_363d5777-5fd1-41d7-8267-14d28587e402" /> Bovendien heeft verdachte ter terechtzitting zelf verklaard dat het vanaf een meter of 10 voor de kruising van de Van der Goesstraat met de Van Eyckstraat – de ongevalslocatie – mogelijk is om naar rechts te kijken en ander verkeer aan te zien komen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert op grond van het voorgaande dan ook dat geen sprake was van enige zichtbelemmeringen over en op voormelde kruising voor beide bestuurders en dat verdachte [naam 1] al vanaf 10 meter voor de kruising had kunnen zien aankomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Gedragingen verdachte</emphasis>
      </para>
      <para>Ter terechtzitting heeft verdachte verder verklaard dat hij op het moment van het ongeval bezig was met de instellingen van zijn radio. Hierbij keek hij ook naar zijn radio. Dit betrof een handeling van een paar seconden. Verdachte heeft kort even naar rechts gekeken, maar hij heeft [naam 1] helemaal niet gezien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aanmerkelijk onvoorzichtig en onoplettend</emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit de bewijsmiddelen dat verdachte in onvoldoende mate heeft gelet en is blijven letten op de weg en eventuele andere verkeersdeelnemers. Daartoe overweegt de rechtbank als volgt. Verdachte had [naam 1] – zoals reeds vastgesteld – vanaf in ieder geval 10 meter voor de ongevalslocatie moeten kunnen waarnemen. Dit geldt te meer, nu geen sprake was van enige zichtbelemmering op de kruising van de Van der Goesstraat en de Van Eyckstraat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zoals vastgesteld woonde verdachte destijds aan de Van der Goesstraat en reed hij vaker over de kruising met de Van Eyckstraat. De rechtbank concludeert op grond daarvan dat verdachte bekend was met de verkeerssituatie aldaar en dat hij moest weten dat hij een kruising naderde. Verdachte had met deze wetenschap nog oplettender moeten zijn. Desondanks heeft verdachte slechts kort even naar rechts gekeken en was hij een paar seconden afgeleid door de instellingen van zijn radio. Verdachte heeft [naam 1] ten gevolge daarvan dus totaal niet gezien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank concludeert dan ook dat verdachte in ieder geval 10 meter lang niet of onvoldoende op de weg voor hem heeft gelet. Dit betreft een langere periode, waardoor naar het oordeel van de rechtbank sprake is geweest van meer dan een moment van onoplettendheid. Verdachte heeft onvoldoende geanticipeerd op de ter plaatse aanwezige verkeerssituatie en omstandigheden. De rechtbank is verder van oordeel dat het hiervoor omschreven letsel van mevrouw [naam 1] het gevolg is van het onderhavige ongeval en dat dit letsel is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 8 september 2017 te Duiven als verkeersdeelnemer, namelijk als bestuurder van een motorrijtuig (personenauto), daarmede rijdende over de weg, de Van der Goesstraat, gaande in de richting van de kruising van de Van der Goesstraat en de Van Eyckstraat <emphasis role="strike-through">zeer, althans</emphasis> aanmerkelijk, onvoorzichtig, onoplettend <emphasis role="strike-through">en/of onachtzaam</emphasis> heeft gereden, hierin bestaande dat verdachte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte bekend was met die verkeerssituatie en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl het uitzicht over en op die kruising niet werd beperkt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>terwijl hij, verdachte rijdende over de Van der Goesstraat in de gelegenheid was of is geweest, om het verkeer over de Van Eyckstraat te zien naderen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>niet of in onvoldoende mate heeft gekeken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> is blijven kijken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zich niet of in onvoldoende mate heeft vergewist of over die Van Eyckstraat of over die kruising verkeer naderde en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>die kruising is op- en overgereden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in strijd met het gestelde in artikel 15 lid 1 van het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, op die kruising geen voorrang heeft verleend aan een over die Van Eyckstraat rijdende, gelet op verdachtes rijrichting, van rechts komende en/of toen dicht genaderd zijnde bestuurster van een fiets en<emphasis role="strike-through">/of is gebotst tegen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans </emphasis>in aanrijding is gekomen met die voor hem, verdachte van rechts komende, toen dicht genaderd zijnde fiets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de bestuurster van die fiets, ten gevolge waarvan die bestuurster van die fiets ten val is gekomen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en aldus zich zodanig heeft gedragen dat een aan zijn schuld te wijten verkeersongeval heeft plaatsgevonden, waardoor een ander (genaamd [naam 1] )  zwaar lichamelijk letsel, <emphasis role="strike-through">of zodanig lichamelijk letsel</emphasis> werd toegebracht, <emphasis role="strike-through">dat daaruit tijdelijke ziekte of verhindering in de uitoefening van de normale bezigheden is ontstaan,</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>welk feit is veroorzaakt of mede is veroorzaakt doordat hij, verdachte geen voorrang heeft verleend.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Overtreding van artikel 6 Wegenverkeerswet 1994, terwijl het een ongeval betreft waardoor een ander lichamelijk letsel wordt toegebracht en terwijl het feit mede is veroorzaakt doordat de schuldige geen voorrang heeft verleend</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte – gelet op de ernst van het feit en daartegenover zijn verantwoordelijke en schuldbewuste houding – ter zake van het primair tenlastegelegde, zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 80 uren, te vervangen door 40 dagen hechtenis, met oplegging van een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich primair op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde. Subsidiair stelt de verdediging dat de eis van de officier van justitie redelijk is voor een veroordeling voor het primair tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van wat bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
      <para>-	het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 27 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een aanmerkelijke verkeersfout gemaakt waardoor een ander zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen. Het slachtoffer heeft een driedubbele beenbreuk opgelopen, waarvoor zij geopereerd is en waardoor zij vanaf 1 oktober 2017 tot net voor de kerstdagen niet kon werken. Door zijn handelen heeft verdachte zijn plichten als verkeersdeelnemer ernstig verzaakt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In beginsel wordt in vergelijkbare zaken een onvoorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd. Gelet op het tijdsverloop en het feit dat verdachte zijn rijbewijs nodig heeft voor zijn werk, ziet de rechtbank aanleiding om geen onvoorwaardelijke, maar een geheel voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaren op te leggen. Wel zal de rechtbank ter compensatie een iets hogere werkstraf opleggen dan geëist door de officier van justitie, te weten een werkstraf voor de duur van 100 uren, te vervangen door 50 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>ontzegt verdachte ten aanzien van het <emphasis role="bold">bewezen verklaarde</emphasis> de <emphasis role="bold">bevoegdheid motorrijtuigen</emphasis> te besturen voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt, dat deze bijkomende straf, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een <emphasis role="bold">proeftijd van 3</emphasis> jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. B.F.M. Klappe (voorzitter), mr. W. Bruins en mr. J.M. Hamaker, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 25 januari 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. B.F.M. Klappe is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_76163e1d-f941-42a8-b8bb-0c5998ff1627" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Eenheid Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600 2017418385, gesloten op 18 september 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dce62ca9-dcbb-41fe-ab1e-00e7a5eacf4e" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 13 en de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 11 januari 2019.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_731e3ba7-167c-4045-835e-d22c6196c287" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, [naam 1] , p. 9 en geneeskundige verklaring van 24 september 2017, p. 12.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_b733b7d3-4f03-4265-b997-c70e5eda3f11" label="4">
    <para> Het proces-verbaal Verkeersongevallenanalyse, p. 22 van 24. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_363d5777-5fd1-41d7-8267-14d28587e402" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor benadeelde, [naam 1] , p. 9.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>