<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:288</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-28T14:22:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-01-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/760141-17, 05/760142-17, 05/760143-17 en 05/760005-18 (gevoegd)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:288">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:288</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-01-28T14:21:08</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-01-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:288 Rechtbank Gelderland , 28-01-2019 / 05/760141-17, 05/760142-17, 05/760143-17 en 05/760005-18 (gevoegd)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:288:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De meervoudige militaire kamer van de rechtbank Gelderland is van oordeel dat met betrekking tot parketnummer 05/760141-17 sprake is van een nietige dagvaarding, nu deze onderhevig is aan innerlijke tegenstrijdigheden. Voorts spreekt de militaire kamer verdachte vrij van het tenlastegelegde inzake parketnummer 05/760005-18, vanwege onvoldoende overtuigend bewijs. Ten aanzien van de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 acht de militaire kamer bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan smaadschrift, in de zin van artikel 261 lid 2 Sr. Een geslaagd beroep op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van artikel 261 lid 3 Sr doet zich in beide zaken niet voor. De militaire kamer veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een geldboete van € 750,00, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:288:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers: 05/760141-17, 05/760142-17, 05/760143-17 en 05/760005-18 (gevoegd)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 28 januari 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres 1] , </para>
      <para>
        [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>officier-raadsman: drs. M.M.H. Heijligers, luitenant ter zee der 1e klasse. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 oktober 2018 en van 14 januari 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760143-17 ten laste gelegd dat:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 19 juli 2017 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf, en/of Den Helder, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten zijn zoon [naam 1] geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde gezag te weten [naam 2] en/of [naam 3] , immers heeft/is verdachte toen en daar die minderjarige meegenomen en aldus voornoemde minderjarige buiten het bereik en invloed van die [naam 2] en/of [naam 3] gebracht en gehouden, immers heeft verdachte</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>tegen een medewerker van de Koninklijke Marechaussee (KMAR) gezegd dat hij van plan was om zijn zoontje [naam 1] van school te halen en/of mee te nemen op vakantie en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen één of meer collega’s gezegd dat hij de gevolgen voor het ophalen van zijn zoon voor lief zou nemen en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich (vervolgens) naar de basisschool van zijn zoontje, [naam 4] , gevestigd aan de [adres 2] begeven en/of (vervolgens) het schoolplein van de voornoemde basisschool opgelopen en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>tegen verbalisant [verbalisant 1] gezegd, nadat hem de toegang tot de basisschool was geweigerd: “Wie bepaalt dat? Ik kom mijn zoon halen. Dat is mijn recht. Ik heb gezag!”,</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760005-18 ten laste gelegd dat:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks de periode van 18 oktober 2017 tot en met 19 oktober 2017 te Oosterwolde, gemeente Ooststellingwerf en/of Appelscha, althans in Nederland, opzettelijk een minderjarige die de leeftijd van 12 jaren nog niet heeft bereikt, te weten zijn zoon [naam 1] , geboren op [geboortedatum] , heeft onttrokken aan het wettig over voornoemde minderjarige gestelde te weten [naam 2] en/of [naam 3] gebracht en gehouden, immers heeft hij, verdachte, zonder toestemming van voornoemde Van [naam 2] en/of [naam 3]</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich naar de basisschool van zijn zoontje, [naam 4] , gevestigd aan de [adres 2] te Oosterwolde begeven en/of (vervolgens) zijn zoontje vanaf het schoolplein mee naar zijn woning aan de [adres 1] te Appelscha genomen en/of zijn zoontje thuis gehouden en/of zijn zoontje meegenomen naar de vader van verdachte en/of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>(vervolgens) zijn zoontje op school ziek gemeld.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 ten laste gelegd dat:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 23 februari  2017 tot en met 2 april 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld, </para>
      <para>te weten: een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, onder andere inhoudende dat </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.</para>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Aan verdachte is ten aanzien van parketnummer 05/760142-17 ten laste gelegd dat:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017, te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk door middel van verspreiding en/of openlijke tentoonstelling van (een) geschrift(en) de eer en/of goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van een (of meer) bepaald(e) feit(en), met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte (telkens) met voormeld doel (een) geschrift(en), verspreid en/of openlijk tentoongesteld, </para>
      <para>te weten: een (voor ieder toegankelijk en/of openbaar) bericht op Facebook, inhoudende </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>!! WAARSCHUWING!! </para>
      <para>!! DELEN!! </para>
      <para>Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof: </para>
      <para>- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;</para>
      <para>- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda; </para>
      <para>- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden); </para>
      <para>- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken. </para>
      <para>Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of  in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij, </para>
      <para>terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Nietigheid van de dagvaarding, parketnummer 05/760143-17 </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Allereerst overweegt de militaire kamer ten aanzien van de zaak met parketnummer 05/760143-17 dat de opsteller van deze tenlastelegging kennelijk het oog heeft gehad op het misdrijf van artikel 279 van het Wetboek van Strafrecht (hierna: Sr).  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de tenlastelegging staat vermeld dat verdachte zijn zoon “<emphasis role="italic">heeft onttrokken” </emphasis>(kennelijk doelend op het wettig gezag) en dat hij “<emphasis role="italic">die minderjarige heeft meegenomen en (…) buiten het bereik en invloed (...) gebracht en gehouden.” </emphasis>Aldus lijkt de tenlastelegging op een voltooid delict betrekking te hebben. Aan het einde van de tenlastelegging staat vermeld “<emphasis role="italic">terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid”, </emphasis>hetgeen er op duidt dat de tenlastelegging op een strafbare poging betrekking heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer is van oordeel dat de tenlastelegging hierdoor onderhevig is aan innerlijke tegenstrijdigheden. De tenlastelegging voldoet dientengevolge niet aan de daaromtrent in artikel 261, eerste en tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering (hierna: Sv) neergelegde voorschriften. Met betrekking tot parketnummer 05/760143-17 is derhalve sprake van een nietige dagvaarding.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer acht van belang enkele voorafgaande opmerkingen te maken over hetgeen de verdediging ter terechtzitting naar voren heeft gebracht. De verdediging heeft  zorgen geuit omtrent het functioneren van Jeugdzorg, van de Jeugdbescherming en van de kinderrechter en heeft zich beroepen op een aantal wetten en verdragsbepalingen die jegens verdachte onvoldoende zorgvuldig zouden zijn nageleefd. De militaire kamer overweegt dat op basis van de artikelen 348 en 350 Sv de tenlastelegging als grondslag dient voor de rechterlijke beslissingen in strafzaken. Gelet hierop, zal de militaire kamer bij de te nemen beslissingen slechts beoordelen en meewegen datgene wat door of namens verdachte naar voren is gebracht voor zover dat ziet op de inhoud van de tenlastelegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05/760005-18</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte dient te worden vrijgesproken van de ten laste gelegde onttrekking aan het wettig gezag. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft vrijspraak verzocht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Nog daargelaten dat de tenlastelegging niet geheel duidelijk is, is de militaire kamer met de officier van justitie en de verdachte van oordeel dat er onvoldoende overtuigend bewijs is dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder dit parketnummer tenlastegelegde, zodat verdachte hiervan zal worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 </emphasis>
        <footnote-ref linkend="_cdb6cc05-d06c-479f-b8a3-1925548b44ee" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 2] (hierna: aangeefster) is als gezinsvoogd werkzaam bij het [naam 5] . Zij voert namens deze gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling uit van de zoon van verdachte, [naam 1] .<footnote-ref linkend="_fc9224f8-2209-4028-9a39-3fa61c1563a9" /> Verdachte heeft bij verzoekschrift van 9 januari 2017 de kinderrechter verzocht om de gecertificeerde instelling te vervangen door een andere instelling. De kinderrechter heeft bij beschikking van 17 februari 2017 dit verzoek afgewezen. Verdachte heeft vervolgens op 23 februari 2017, ergens in Nederland, een bericht op zijn openbaar toegankelijke profiel op Facebook geplaatst waarin hij onder meer vermeldde:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder. <footnote-ref linkend="_48b74f34-6fc7-47e7-8cf1-8f6ee65b3c82" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan ‘laster’, omdat deze beweringen op Facebook in strijd met de waarheid waren en omdat verdachte dit ook wist. Immers, de beweringen van verdachte waren zodanig ongenuanceerd en ongespecificeerd dat ze niet in overeenstemming konden zijn met de waarheid. Voorts kon de mededeling dat de gezinsvoogd zich niet heeft gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming niet waar zijn, omdat de Raad voor de Kinderbescherming geen opdrachten mag geven aan de gezinsvoogd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft vrijspraak bepleit. Voor zover er al sprake is van smaad of smaadschrift heeft de verdachte aangevoerd dat hij te goeder trouw mocht aannemen dat zijn beweringen wel juist waren. Verdachte beschouwt zich bovendien als een klokkenluider en wilde met het plaatsen van dit bericht andere ouders waarschuwen voor gezinsvoogden zoals aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster heeft verklaard dat verdachte haar eer en goede naam heeft aangetast door het plaatsen van dit bericht op zijn openbare Facebookprofiel. Hierdoor heeft hij haar professioneel handelen openbaar in twijfel getrokken.<footnote-ref linkend="_ae33dba8-fc77-4a3a-91f5-72e3929b9c1f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij volledig achter zijn uitspraken staat en dat hij dit bericht bewust heeft geplaatst om het disfunctioneren van de gezinsvoogd aan de kaak te stellen.<footnote-ref linkend="_60e5c9d2-cc3f-4237-828f-b46827412de4" /> Tevens heeft hij verklaard dat hij had verwacht dat aangeefster zijn bericht niet leuk zou vinden, omdat het bericht negatieve uitingen over haar functioneren bevat.<footnote-ref linkend="_716e79ab-fc79-4cfc-bc0e-11005ffbf7a7" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop is de militaire kamer van oordeel dat verdachte willens en wetens het bericht heeft geplaatst, wetende dat de inhoud van het bericht de eer en goede naam van aangeefster zou aantasten. Immers, met het plaatsen van een bericht op een digitaal medium als Facebook heeft hij dit bericht ter kennis van het publiek gebracht en openlijk tentoongesteld. Hierdoor heeft verdachte gehandeld met het kennelijke doel om aan deze mededelingen ruchtbaarheid te geven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft, anders dan de officier van justitie, op basis van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet de overtuiging dat verdachte wist dat wat hij schreef in strijd was met de waarheid. Verdachte zal dan ook partieel worden vrijgesproken van dit deel van de tenlastelegging, hetgeen betekent dat de militaire kamer van oordeel is dat ‘laster’ niet kan worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft een uitdrukkelijk beroep heeft gedaan op de bijzondere rechtvaardigings-grond van artikel 261 lid 3 Sr, te weten dat hij wel te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen in zijn Facebookbericht waar waren en dat het algemeen belang die berichtgeving eiste. Ofschoon dit beroep de strafbaarheid van het te bewijzen feit raakt, zal de militaire kamer daarop reeds nu ingaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer is van oordeel dat genoemde rechtvaardigingsgrond zich hier niet voordoet. Daartoe stelt de militaire kamer voorop dat de beschuldigingen door verdachte aan het adres van aangeefster Van [naam 2] zeer algemeen geformuleerd zijn. Daarbij is van belang dat aangeefster niet alleen ten aanzien van de zoon van verdachte als gezinsvoogd optrad, maar dat zij ook voor andere minderjarigen als gezinsvoogd heeft gewerkt. Dat aangeefster in het kader van andere ondertoezichtstellingen heeft gefunctioneerd op de wijze zoals deze door verdachte is ervaren, is niet gebleken. Om die reden heeft verdachte ten onrechte aangenomen dat het algemeen belang eiste dat hij dit Facebookbericht plaatste.           </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de ten laste gelegde periode overweegt de militaire kamer nog als volgt. </para>
      <para>De politie heeft waargenomen dat het bericht op 24 maart 2017 nog op de Facebookpagina van verdachte stond.<footnote-ref linkend="_9c75878e-521f-46d6-bc10-1ab55e93c61a" /> Eveneens heeft de politie geconstateerd dat het bericht op 3 april 2017 niet meer op zijn Facebookpagina stond.<footnote-ref linkend="_970e706b-4344-41c1-8682-e2b4a6f76661" /> Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij het bericht voor 3 april 2017 heeft verwijderd.<footnote-ref linkend="_accbf814-092d-43fd-84ef-1e977e5277d1" /> Gelet hierop gaat de militaire kamer er in de bewezenverklaring van uit dat verdachte het bericht in de periode van 23 februari 2017 tot en met 2 april 2017 op zijn Facebookpagina heeft geplaatst. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05/760142-17</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_295dc50d-9b19-4be4-9ad0-d24321cf8a26" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de inhoud van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [naam 2] (hierna: aangeefster) is als gezinsvoogd werkzaam bij het [naam 5] en zij voert namens deze gecertificeerde instelling de ondertoezichtstelling van de zoon van verdachte, [naam 1] , uit.<footnote-ref linkend="_0d63c4f5-d91a-4053-8fb5-551244636c0d" /> Verdachte heeft een klacht ingediend over het functioneren van aangeefster.<footnote-ref linkend="_8161c105-1a08-40a0-815f-3dd8101c448a" />  Het College van Toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd (hierna: het College van Toezicht) heeft bij beslissing van 24 maart 2017 het klaagschrift gedeeltelijk gegrond verklaard.<footnote-ref linkend="_a4fdc20a-de25-4e6a-a749-a90250b1e78f" />Verdachte heeft op 29 maart 2017, in elk geval in Nederland, naar aanleiding van de beslissing van het College van Toezicht het volgende bericht op zijn Facebookpagina geplaatst:</para>
      <para>!! WAARSCHUWING!! </para>
      <para>!! DELEN!! </para>
      <para>Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof: </para>
      <para>- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;</para>
      <para>- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda; </para>
      <para>- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden); </para>
      <para>- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken. </para>
      <para>Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of  in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij. <footnote-ref linkend="_387c4e7b-d834-4c12-bb81-e3471db0bf1e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich door plaatsing van dit bericht schuldig heeft gemaakt aan ‘smaadschrift’. Immers, uit de (latere) beslissing van het College van Beroep van het Kwaliteitsregister Jeugd vloeit voort dat hetgeen verdachte op Facebook heeft gezet in strijd met de waarheid was. Er is geen bewijs dat verdachte dit ook wist ten tijde van plaatsing van het bericht op Facebook. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdachte heeft vrijspraak gevraagd. Daarbij heeft hij verwezen naar de uitspraak van het College van Toezicht d.d. 24 maart 2017, wiens beslissingen door hem, verdachte, slechts zijn overgenomen in het Facebookbericht.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster heeft verklaard dat zij van het Facebookbericht van verdachte op de hoogte raakte toen zij een WhatsApp bericht ontving van een klant, waarvoor zij werkzaam is. Zij voelde zich in haar eer en goede naam aangetast door het door verdachte geplaatste bericht op Facebook<footnote-ref linkend="_bce38bfb-4340-4feb-ae56-0105f681fd12" />. Verdachte heeft verklaard dat hij mensen heeft opgeroepen om zijn bericht te delen zodat het bereik groter wordt. Verdachte heeft tevens verklaard dat zo een soort olievlek wordt gecreëerd, waardoor hij meer mensen bereikt.<footnote-ref linkend="_f60b1d28-9577-4eab-81b3-b9719f3b8661" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer is van oordeel dat verdachte opzettelijk dit bericht, inclusief oproep om het te delen, heeft geplaatst. Daarbij heeft verdachte naar het oordeel van de militaire kamer bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat de eer en goede naam van aangeefster als professional publiekelijk zouden worden aangetast. Dat verdachte daarbij wist dat zijn bericht in strijd met de waarheid was, kan overigens niet uit de bewijsmiddelen worden afgeleid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ook ten aanzien van dit Facebookbericht een uitdrukkelijk beroep gedaan op de bijzondere rechtvaardigingsgrond van artikel 261 lid 3 Sr, te weten dat hij te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen in zijn Facebookbericht waar waren en dat het algemeen belang die berichtgeving eiste. Ofschoon dit beroep de strafbaarheid van het te bewijzen feit raakt, zal de militaire kamer - evenals hierboven - daarop reeds nu ingaan. </para>
      <para>Weliswaar kan verdachte worden nagegeven dat hij in zijn Facebookbericht kennelijk slechts tot uitdrukking heeft willen brengen hetgeen, zij het in meer genuanceerde bewoordingen en in deelbeslissingen, door het College van Toezicht is beslist. Maar de militaire kamer is ook hier van oordeel dat er geen gronden van algemeen belang bestonden die deze openbaarmaking vereisten. Dit geldt temeer nu voor aangeefster [naam 2] nog de mogelijkheid van beroep tegen de beslissingen van het College van Toezicht open stond. De militaire kamer is dan ook van oordeel dat het beroep door verdachte op deze rechtvaardigingsgrond niet slaagt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de ten laste gelegde periode overweegt de militaire kamer het navolgende. Verbalisant [verbalisant 2] heeft onderzoek gedaan naar het door verdachte geplaatste bericht en meldt in zijn proces-verbaal dat het bericht op 29 maart 2017 om 10:06 uur is geplaatst op Facebook<footnote-ref linkend="_ed4765fc-381d-43e5-9fb2-52ed5af48858" />. Verdachte heeft op 4 mei 2017 verklaard dat hij er over zou nadenken of hij het bericht van Facebook zou verwijderen en ter terechtzitting heeft hij verklaard het bericht toen te hebben verwijderd.<footnote-ref linkend="_9790765e-2131-4f63-9ff3-a1525f2d14fa" /> Gelet hierop heeft de militaire kamer de overtuiging dat het bericht in ieder geval in de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017 op de Facebookpagina van verdachte heeft gestaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde inzake de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 heeft begaan, te weten: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van parketnummer 05/760141-17, dat </emphasis>
      </para>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 23 februari 2017 tot en met 2 april 2017, <emphasis role="strike-through">te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> opzettelijk door middel van <emphasis role="strike-through">verspreiding en/of</emphasis> openlijke tentoonstelling van <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> de eer en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van <emphasis role="strike-through">een (of meer)</emphasis> bepaald<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis> feit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> met voormeld doel <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">verspreid en/of</emphasis> openlijk tentoongesteld, te weten: </para>
      <para>een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>voor ieder toegankelijk en/of openbaar<emphasis role="strike-through">)</emphasis> bericht op Facebook, onder andere inhoudende de woorden:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan meerdere wetten gehouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet aan de gemaakte afspraken gehouden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft haar macht meerdere malen misbruikt en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft meerdere malen gelogen in de rechtbank en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft zich niet gehouden aan de opdracht van de Raad voor de Kinderbescherming en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis>; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft bewust 4 maanden cruciale documenten achter gehouden en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de gezinsvoogd heeft contact tussen 2 families verboden op enkel verzoek van de moeder; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <bridgehead role="strike-through">terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">ten aanzien van parketnummer 05/760142-17, dat</emphasis>
      </para>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op één of meer tijdstip(pen)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 29 maart 2017 tot en met 4 mei 2017, <emphasis role="strike-through">te Appelscha, gemeente Ooststellingwerf, althans</emphasis> in Nederland, <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> opzettelijk door middel van <emphasis role="strike-through">verspreiding en/of</emphasis> openlijke tentoonstelling van <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> de eer en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> goede naam van gezinsvoogd [naam 2] (werkzaam bij [naam 5] ) heeft aangerand door telastlegging van <emphasis role="strike-through">een (of meer)</emphasis> bepaald<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis> feit<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, met het kennelijke doel om daaraan ruchtbaarheid te geven, immers heeft verdachte <emphasis role="strike-through">(telkens)</emphasis> met voormeld doel <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">)</emphasis> geschrift<emphasis role="strike-through">(en</emphasis>), <emphasis role="strike-through">verspreid en/of</emphasis> openlijk tentoongesteld, te weten een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>voor ieder toegankelijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> openbaar<emphasis role="strike-through">)</emphasis> bericht op Facebook, inhoudende: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>!! WAARSCHUWING!! </para>
      <para>!! DELEN!! </para>
      <para>Op 24 maart 2017 heeft de Tuchtrechter een !! officiële waarschuwing!! gegeven aan [naam 2] , gezinsvoogd bij het [naam 5] te Leeuwarden. De uitspraak betrof: </para>
      <para>- Blijk van weinig inzicht in het belang van metacommunicatie en reflectie bij de gezinsvoogd;</para>
      <para>- Niet verstrekken noodzakelijke stukken zoals van het Plan van Aanpak, Veiligheidsplan en actieagenda; </para>
      <para>- Overschrijding verstrekking termijn dossier (normaal 4 weken, nu 4 maanden); </para>
      <para>- Niet voldoen aan informatievoorziening vanwege het niet verstrekken van antwoorden en informatie na vragen en herhaaldelijke verzoeken. </para>
      <para>Ik verzoek dit te delen om zo bekendheid te geven aan het handelen van deze gezinsvoogd om zo mensen te bereiken die of al met haar te maken te hebben of  in de toekomst met haar te maken krijgen. Indien er ouders zijn die ook deze ervaringen hebben met deze gezinsvoogd of een andere en dit verhaal herkennen dan kan men deze uitspraak opvragen bij het [naam 6] of via een PB bij mij. </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">terwijl hij, verdachte, wist, dat dit/deze tenlastegelegde feit(en) in strijd met de waarheid was/waren</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid en kwalificatie van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het in beide gevallen bewezen verklaarde smaadschrift is in het licht van artikel 261, derde lid, Sr slechts dan niet strafbaar wanneer de betrokkene heeft gehandeld ter noodzakelijke verdediging of te goeder trouw heeft kunnen aannemen dat de beweringen waar waren en dat het algemeen belang de bekendmaking eiste. Verdachte heeft zich beroepen op laatstgenoemde rechtvaardigingsgrond. Zoals bij de bewijsoverwegingen overwogen, is de militaire kamer ten aanzien van beide feiten van oordeel dat deze rechtvaardigingsgrond zich niet voordoet. </para>
      <para>De feiten zijn dan ook strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760141-17 op: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Smaadschrift. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert ten aanzien van parketnummer 05/760142-17 op: </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Smaadschrift.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van parketnummers 05/760141-17, 05/760142-17 en 05/760143-17 zal worden veroordeeld tot een geldboete van € 950,00, te vervangen door 19 dagen hechtenis. De officier van justitie heeft hierbij uitdrukkelijk rekening gehouden met de Beleidsregel veiligheidsonderzoeken.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft ingeval van strafoplegging verzocht om rekening te houden met de ernstige gevolgen die de feiten reeds voor hem hebben gehad. Verdachte is namelijk beland in een vicieuze cirkel. Verdachte is gearresteerd op het schoolplein van zijn zoon, er is een artikel over hem in het regionaal nieuwsblad verschenen en hij heeft inmiddels geen omgang meer met zijn zoon, ondanks dat hij zijn zoon nimmer iets heeft aangedaan. Ook heeft verdachte schulden vanwege advocaatkosten in de door hem gevoerde civiele procedures. Tot slot heeft de verdediging verzocht rekening te houden met de gevolgen van een mogelijke intrekking van de Verklaring van Geen Bezwaar voor de werkzaamheden van verdachte bij de Koninklijke Marine. In geval van een ontslag zou het voor verdachte nog moeilijker kunnen worden om zijn zoon te zien. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer</emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 26 november 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich in een kort tijdsbestek tweemaal schuldig gemaakt aan smaadschrift door gedurende enkele dagen een onnodig belastende tekst over de gezinsvoogd op internet te plaatsen. De militaire kamer heeft geconstateerd dat er al langere tijd problemen bestaan in het contact tussen verdachte en de gezinsvoogd, maar verdachte heeft het verkeerde middel gekozen om aandacht te krijgen voor zijn kant van het verhaal. Deze handelwijze van verdachte is onnodig kwetsend geweest en kon tot gevolg hebben dat de gezinsvoogd haar werkzaamheden niet meer goed zou kunnen vervullen. De militaire kamer houdt daarbij voorts rekening met de keuze van verdachte voor het medium van Facebook en de inherente risico’s op verdere verspreiding die dit medium met zich brengt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer weegt in het voordeel van verdachte mee dat hij niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen en dat verdachte – zoals ter zitting ook is gebleken – veel verdriet heeft ondervonden doordat hij vanwege de conflicten met de jeugdzorginstanties het contact met zijn zoon is kwijtgeraakt. Door het voeren van meerdere procedures met betrekking tot de omgang met zijn zoon heeft verdachte bovendien schulden gekregen en het lijkt erop dat hij ten einde raad was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenoverwogene acht de militaire kamer een geldboete passend en geboden. Gelet op het feit dat de militaire kamer minder bewezen acht dan de officier van justitie zal de militaire kamer tot een lagere boete komen dan gevorderd. Bovendien ziet de militaire kamer in de persoonlijke omstandigheden van verdachte en de gevolgen die de feiten reeds voor hem hebben gehad aanleiding om deze geldboete geheel voorwaardelijk op te leggen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 23, 24c, 57 en 261 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De meervoudige militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart de dagvaarding inzake parketnummer 05/760143-17 nietig; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte inzake parketnummer 05/760005-18 vrij van het ten laste gelegde feit; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart inzake de parketnummers 05/760141-17 en 05/760142-17 bewezen dat verdachte de ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 4, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 5;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">geldboete</emphasis> van <emphasis role="bold">€ 750,00 (zevenhonderdvijftig euro)</emphasis>, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door <emphasis role="bold">15 (vijftien)</emphasis> dagen<emphasis role="bold"> hechtenis</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> bepaalt, dat deze geldboete <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden <emphasis role="bold">voorwaarde</emphasis> voor het einde van de proeftijd die op <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis> wordt bepaald, te weten dat de veroordeelde zich niet schuldig zal maken aan een strafbaar feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.W.B. Heijmans (voorzitter) en mr. P.C. Quak, rechters, </para>
              <para>en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, </para>
              <para>in tegenwoordigheid van mr. S. de Rooij, griffier, en uitgesproken ter openbare </para>
              <para>terechtzitting van deze rechtbank op 28 januari 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_cdb6cc05-d06c-479f-b8a3-1925548b44ee" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 3] , wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drenthe-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-001131, gesloten op 30 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fc9224f8-2209-4028-9a39-3fa61c1563a9" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_48b74f34-6fc7-47e7-8cf1-8f6ee65b3c82" label="3">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3-4, alsmede proces-verbaal van ontvangst klacht, p. 6 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ae33dba8-fc77-4a3a-91f5-72e3929b9c1f" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] p. 3-4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_60e5c9d2-cc3f-4237-828f-b46827412de4" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte p. 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_716e79ab-fc79-4cfc-bc0e-11005ffbf7a7" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 12. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c75878e-521f-46d6-bc10-1ab55e93c61a" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 20. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_970e706b-4344-41c1-8682-e2b4a6f76661" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 23.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_accbf814-092d-43fd-84ef-1e977e5277d1" label="9">
    <para> Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_295dc50d-9b19-4be4-9ad0-d24321cf8a26" label="10">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 4] , adjudant onderofficier bij de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drente-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-001599, gesloten op 8 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0d63c4f5-d91a-4053-8fb5-551244636c0d" label="11">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 3. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_8161c105-1a08-40a0-815f-3dd8101c448a" label="12">
    <para> Een schriftelijk bescheid, inhoudende “tuchtrechtelijke klacht zaaknummer 16.0881 (aanvulling cruciale gegevens)” d.d. 8 januari 2017, door verdachte ter terechtzitting van 15 oktober 2018 overgelegd en door de militaire kamer aan het dossier toegevoegd.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a4fdc20a-de25-4e6a-a749-a90250b1e78f" label="13">
    <para> Nagekomen stuk: schriftelijk bescheid, zijnde de beslissing van het College van Toezicht van het Kwaliteitsregister Jeugd (zaaknummer: 16.088T) d.d.24 maart 2017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_387c4e7b-d834-4c12-bb81-e3471db0bf1e" label="14">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_bce38bfb-4340-4feb-ae56-0105f681fd12" label="15">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 2] , p. 4. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_f60b1d28-9577-4eab-81b3-b9719f3b8661" label="16">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed4765fc-381d-43e5-9fb2-52ed5af48858" label="17">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9790765e-2131-4f63-9ff3-a1525f2d14fa" label="18">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 13, alsmede de verklaring van verdachte ter terechtzitting van 14 januari 2019. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>