<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:2281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:13:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:replaces rdfs:label="Vervangt">ECLI:NL:RBGEL:2019:2346</dcterms:replaces>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">U19-2229</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#voorlopigeVoorziening">Voorlopige voorziening</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_bestuursprocesrecht">Bestuursrecht; Bestuursprocesrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:2281">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:2281</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-23T14:15:09</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:2281 Rechtbank Gelderland , 23-05-2019 / U19-2229</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:2281:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>13b Opiumwet; burgemeester heeft woning in verband met overtreding van de Opiumwet kunnen sluiten; beleid van de burgemeester is niet onredelijk.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:2281:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 19/2229</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de voorzieningenrechter van</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verzoeker] en [verzoeker], te [woonplaats], verzoekers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. V.P.J. Tuma),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Putten, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 24 april 2019 (het primaire besluit) heeft verweerder verzoekers gelast de (recreatie)woning aan de [adres] te [woonplaats] met ingang van één maand na de verzending van het besluit te sluiten en gesloten te houden voor de duur van drie maanden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verzoekers hebben tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verzoekers hebben de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 mei 2019 heeft verweerder de termijn waarop het besluit in werking treedt verlengd tot 27 mei 2019. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 16 mei 2019. Verzoekers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. G.J. Vooren, juridisch controller, en J. van den Heuvel, juridisch medewerker. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet.</para>
    <para />
    <para>2. In een Bestuurlijke Rapportage van de politie van 21 maart 2019 is beschreven dat uit politieonderzoek is gebleken dat zich in de woning aan de [adres] een handelshoeveelheid verdovende middelen heeft bevonden, en dat er vanuit en/of rondom deze woning is gehandeld in verdovende middelen. De daadwerkelijke handel vond volgens de rapportage plaats door verzoekster en twee van haar kinderen. Bij een doorzoeking van de woning door de politie zijn onder meer brokjes hasj aangetroffen met een totaalgewicht van 44,06 gram. </para>
    <para />
    <para>3. Op grond van artikel 13b, eerste lid, aanhef en onder a, van de Opiumwet is verweerder bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang indien in een woning of lokaal of op een daarbij behorend erf een middel als bedoeld in lijst I of II dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid, wordt verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de uitvoering van deze bevoegdheid maakt verweerder gebruik van de door hem vastgestelde “Beleidsregels Damocles”. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In artikel 4, tweede lid, van de beleidsregels is bepaald dat, indien in woningen, dan wel in, op of bij behorende erven drugshandel in softdrugs plaats vindt, een last onder dwangsom volgt om de overtreding te beëindigen en/of herhaling te voorkomen. </para>
      <para>In het derde lid is bepaald dat, in afwijking van het tweede lid, bij constatering van drugshandel een sluiting van de woning en het bijbehorende erf van drie maanden plaats vindt wanneer:</para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="loweralpha">
      <listitem>
        <para>een hoeveelheid van meer dan 3 gram gedroogde paddo’s, 30 gram overige softdrugs, of 25 hennepplanten of meer is aangetroffen, of</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het aannemelijk is, of gebleken is, dat een opgelegde last onder dwangsom niet het gewenste effect heeft.</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <para>4. Aangezien in de woning meer dan 30 gram softdrugs zijn aangetroffen, heeft verweerder besloten tot sluiting van de woning voor de duur van drie maanden.</para>
    <para />
    <para>5. In het bezwaarschrift bestrijden verzoekers dat in of rond hun woning sprake is geweest van drugshandel en dat ook geen sprake was een handelshoeveelheid. </para>
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter overweegt dat onder ‘drugshandel’ in het beleid tevens wordt verstaan het ten behoeve van de verkoop aanwezig zijn van harddrugs of softdrugs. Bovendien is in artikel 3 van de beleidsregels bepaald dat bij de aanwezigheid van een hoeveelheid drugs, die groter is dan de hoeveelheid voor eigen gebruik, verweerder het in beginsel aannemelijk acht dat die drugs bestemd zijn voor drugshandel. In de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 14 maart 2018, ECLI:NL:RVS:2018:738, is geoordeeld dat een dergelijk uitgangspunt van verweerder kan worden aanvaard. </para>
      <para>In het beleid van verweerder is bepaald dat als een hoeveelheid voor eigen gebruik wordt gezien 5 gram hasj of minder. De aangetroffen hoeveelheid was 44,06 gram. Verzoekers hebben niet aannemelijk gemaakt dat de drugs niet bestemd was voor verkoop. Verweerder heeft dus terecht aangenomen dat de drugs bestemd waren voor verkoop. Verweerder was dus bevoegd om tot sluiting over te gaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>6. Verzoekers betogen dat de sluiting van de woning een te zware maatregel is en dat bij een eerste overtreding eerst een waarschuwing gegeven moet worden. Alleen in ernstige gevallen mag direct tot een woningsluiting worden overgegaan, maar daarvan is volgens verzoekers geen sprake.</para>
    <parablock>
      <para>Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling (o.a. uitspraak van 24 mei 2017, ECLI:NL:RVS:2017:1362) is in de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13, eerste lid, van de Opiumwet in algemene zin vermeld dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van een woning dient te worden overgegaan en dat dan moet worden volstaan met een waarschuwing of soortgelijke maatregel, maar moet dit worden beschouwd als een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. In de uitspraak van 6 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:719, heeft de Afdeling geoordeeld dat het aantreffen in een woning van een handelshoeveelheid drugs in redelijkheid als een ernstig geval kan worden gekwalificeerd. </para>
      <para>Uit het beleid van verweerder volgt dat bij het aantreffen van een handelshoeveelheid drugs in een woning in beginsel wordt besloten tot sluiting. Nu het beleid van verweerder echter voldoende ruimte biedt om bij aanwezigheid van een of meer factoren alsnog te volstaan met een waarschuwing of in het geheel geen herstelsanctie op te leggen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat verweerder dit beleid in redelijkheid kan voeren. De voorzieningenrechter verwijst in dit verband naar de uitspraak van de Afdeling van 27 maart 2019, ECLI:NL:RVS:2019:930.  </para>
      <para>De uitspraken waarnaar verzoekers in hun bezwaarschrift verwijzen zien op de situatie waarin verweerder is afgeweken van zijn beleid. Verweerder heeft in dit geval echter geheel conform artikel 4, derde lid, van de beleidsregels besloten tot sluiting van de woning voor de duur van drie maanden. De uitspraken waarnaar verzoekers verwijzen zijn dus niet van overeenkomstige toepassing op deze zaak. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>7. Verzoekers hebben aangevoerd dat, gelet op het tekstuele verschil tussen de leden 2 en 3 van artikel 4, lid 3 slechts van toepassing is indien daadwerkelijk drugshandel heeft plaatsgevonden, en dat het aannemen van drugshandel op grond van artikel 3 onvoldoende is voor toepassing van lid 3. </para>
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter volgt dit niet. Ter zitting heeft verweerder terecht gewezen op de samenhang tussen artikel 1 onder f, artikel 3, lid 1 en artikel 4, leden 2 en 3. Gelet hierop wordt met “constatering van drugshandel” in artikel 4 lid 3 niet meer bedoeld dan dat is voldaan aan de omschrijving in artikel 3, lid 1.</para>
      <para>De voorzieningenrechter merkt nog op dat het verschil tussen de leden 2 en 3 van artikel 4 is gelegen in de hoeveelheid aangetroffen drugs. Bij een hoeveelheid hasj van meer dan 5 gram en minder dan 30 gram kan lid 2 worden toegepast, bij meer dan 30 gram lid 3. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. Verzoekers betogen voorts dat zij door de woningsluiting onevenredig zwaar worden getroffen. Verzoeker is ZZP’er en door het besluit komt de bedrijfsvoering van zijn onderneming stil te liggen. Verder voeren verzoekers aan dat zij niet over de financiële middelen beschikken om gedurende drie maanden de vaste lasten van twee woningen te bekostigen. </para>
    <para>Verzoekers hebben hun betoog niet met stukken onderbouwd en dus niet aannemelijk gemaakt. Daarom is de voorzieningenrechter van oordeel dat de aangevoerde omstandigheden niet maken dat het handelen overeenkomstig het beleid van verweerder gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met dat beleid te dienen doelen.  </para>
    <para />
    <para>9. Gelet op het voorgaande, ziet de voorzieningenrechter geen aanknopingspunten voor het oordeel dat het besluit niet in stand zal kunnen blijven. Er bestaat daarom geen aanleiding om een voorlopige voorziening te treffen. </para>
    <para />
    <para>8. Voor een proceskostenveroordeling bestaat dan ook geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorzieningenrechter:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>wijst het verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. D.J. Post, voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van mr. C.A. Murray, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzieningenrechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>