<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:2069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-15T09:55:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/881418-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:2069">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:2069</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-15T09:54:55</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:2069 Rechtbank Gelderland , 14-05-2019 / 05/881418-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:2069:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor het onttrekken van een minderjarige aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over die minderjarige uitoefende. Verdachte heeft samen met zijn vrouw zonder toestemming hun dochter meegenomen, die op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij een pleeggezin verbleef. Oplegging van voorwaardelijke werkstraf van 100 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:2069:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/881418-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum 1] 1964 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. H. Polat, advocaat te Haarlem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 15 januari 2019 en 30 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 28 juni 2017 tot en met 30 juni 2017 te [plaats 1] en/of [plaats 2] en/of [plaats 3] , in elk geval in Nederland en/of [land] , tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk, een minderjarige, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft onttrokken aan het wettig over haar gesteld gezag en/of aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende, te weten de [naam stichting] , terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was, immers heeft verdachte en/of zijn mededader in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en/of toestemming van de [naam stichting] </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>die [naam 1] opgewacht en/of opgepikt en/of opgehaald aan de [naam school] en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>die [naam 1] verder vervoerd en/of haar vervoer verder verzorgd en/of geregeld en/of </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>onderdak/een slaapplaats geregeld voor die [naam 1] </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>en aldus voornoemde minderjarige (telkens) buiten het bereik en/of de invloedssfeer van die [naam stichting] gebracht en/of gehouden. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_71f56513-f66e-4bd9-970e-9d73257e3604" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>De dochter van verdachte, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] en daarmee minderjarig, is op 6 december 2016 door de rechtbank Noord-Holland voor de duur van een jaar onder toezicht gesteld. Ook heeft de rechtbank Noord-Holland op 6 december 2016 een machtiging tot uithuisplaatsing uitgesproken tot 6 maart 2017.<footnote-ref linkend="_52c1a724-29ef-4f59-a8de-a115abf2d296" /> Deze machtiging tot uithuisplaatsing is verlengd op 3 februari 2017, en vervolgens weer verlengd op 18 april 2017 tot aan 6 juli 2017.<footnote-ref linkend="_925334eb-81f7-48ab-8642-824c251f28e2" /> [naam stichting] is met de uitvoering van de ondertoezichtstelling en de uithuisplaatsing van [naam 1] belast.<footnote-ref linkend="_712ebc8d-d46e-4200-895b-2bb5eb08f631" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht verdachte van het tenlastegelegde vrij te spreken. Volgens de verdediging kan het voor verdachte belastende politieverhoor van medeverdachte [medeverdachte] niet als bewijs worden gebruikt. Dit verhoor is immers, volgens [medeverdachte] , niet door haar ondertekend en zij is later van deze verklaring teruggekomen. Daarnaast heeft zij nadien verklaard tijdens dit verhoor aan te hebben gegeven verhoorbijstand te wensen, maar dit desondanks niet te hebben ontvangen. Indien de rechtbank dit verhoor wel als bewijs gebruikt, is er volgens de verdediging ook onvoldoende bewijs. Dan vormt het proces-verbaal van verhoor van de medeverdachte immers het enige bewijsmiddel dat naar de betrokkenheid van verdachte wijst en dat is onvoldoende. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Verklaring medeverdachte [medeverdachte]</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat het verhoor van [medeverdachte] , medeverdachte en partner van verdachte, moet worden uitgesloten van het bewijs omdat niet tegemoet is gekomen aan het recht op verhoorbijstand van [medeverdachte] . Ongeacht het feit of het klopt dat [medeverdachte] tegen haar wens in geen verhoorbijstand heeft ontvangen, overweegt de rechtbank dat het niet verdachte is geweest die door de niet-naleving van dit recht zou zijn getroffen in een belang dat dit recht beoogt te beschermen, maar [medeverdachte] . Daarom zal de rechtbank hoe dan ook geen rechtsgevolg behoeven te verbinden aan het vermeende verzuim en stuit het verweer van de verdediging daarop af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank begrijpt het verweer van de verdediging zo dat ook de betrouwbaarheid van de verklaring bij de politie van [medeverdachte] in twijfel wordt getrokken, nu [medeverdachte] later ter terechtzitting op deze voor verdachte belastende verklaring is teruggekomen. Het proces-verbaal van politieverhoor zou zij zelf niet hebben ondertekend.  </para>
      <para>De rechtbank overweegt hieromtrent allereerst dat de handtekening die onder het proces-verbaal van politieverhoor van [medeverdachte] staat, gelijkenissen vertoont met de handtekening die onder de stukken van het Parket van de Procureur des Konings (pagina 119 en 120 van het dossier) staat en welke stukken ook door [medeverdachte] ondertekend zijn. Daarnaast heeft de verbalisant die [medeverdachte] het verhoor heeft afgenomen, bij de rechter-commissaris verklaard dat hij nog nooit een handtekening heeft vervalst en daar ook geen enkel belang bij heeft. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat het [medeverdachte] zelf is geweest die haar handtekening onder het proces-verbaal van haar verhoor heeft gezet. De rechtbank acht de verklaring die [medeverdachte] bij de politie heeft afgelegd dan ook bruikbaar voor het bewijs. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [medeverdachte] heeft verklaard dat zij [naam 1] op 28 juni 2017 in [plaats 1] met de auto heeft meegenomen naar [land] . Ze heeft dit samen met haar man [verdachte] , verdachte, gedaan.<footnote-ref linkend="_3a7629ad-02b4-497e-974c-4754fa386f96" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige] heeft verklaard dat [naam 1] bij hem en zijn vrouw verbleef vanuit jeugdzorg. Hij bracht [naam 1] op 28 juni 2017 naar de [naam school] aan de [straatnaam 1] in [plaats 1] . Op een gegeven moment huppelde [naam 1] voor hem uit. Hij zag toen dat er een groene auto aan kwam die op het midden van de weg stopte. Een vrouw stapte uit en riep iets. [naam 1] riep toen “Mama” en rende naar de vrouw toe. De vrouw pakte [naam 1] vast en deed haar in de auto. De auto reed toen weg. De vrouw was niet de bestuurder van de auto.<footnote-ref linkend="_c6afd8bc-f645-4fe9-a7a0-345131d55407" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Onder verdachte is een groene auto in beslag genomen, nadat verdachte op 29 juni 2017 werd aangehouden.<footnote-ref linkend="_95eef478-c3e1-4750-8193-535a095ab47d" /> In deze auto werd onder andere een briefje aangetroffen met de tekst: <emphasis role="italic">‘De [naam school] , Op school 8-30 – 12.12, juf [naam 2] , [straatnaam 1] [plaats 1] .’</emphasis> Daarnaast stond in het navigatiesysteem dat in de auto lag als een na laatste adres ‘<emphasis role="italic">[straatnaam 2] [plaats 3] ’</emphasis>.<footnote-ref linkend="_b83fb458-9679-493b-874a-37deb0b5bd47" /></para>
      <para>
        [naam 1] en [medeverdachte] werden op 29 juni 2017 aangetroffen op een camping in [plaats 3] , [land] .<footnote-ref linkend="_51822352-d4fa-4514-a388-81c15b30412c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de inhoud van de hiervoor genoemde wettige bewijsmiddelen heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat verdachte, samen met zijn vrouw [medeverdachte] , zijn dochter [naam 1] met de auto heeft opgehaald en meegenomen naar [land] . In het bijzonder overweegt de rechtbank nog dat zij de overtuiging heeft dat [naam 1] met de auto die een dag later bij verdachte is aangetroffen is opgehaald en vervolgens naar [land] gebracht. Verdachte had geen toestemming van [naam stichting] om [naam 1] mee te nemen, wat volgt uit het feit dat deze organisatie aangifte heeft gedaan.<footnote-ref linkend="_dfa49265-8ae4-437b-8505-aec6aad6a226" /> Hiermee hebben verdachte en zijn medeverdachte [naam 1] dan ook buiten de invloedssfeer van [naam stichting] gebracht en haar aan het opzicht van [naam stichting] onttrokken. De rechtbank acht het tenlastegelegde daarom bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 28 juni 2017 tot en met 29 juni 2017 te [plaats 1] en<emphasis role="strike-through">/of [plaats 2] en/of</emphasis> [plaats 3] , <emphasis role="strike-through">in elk geval in Nederland en/of [land] ,</emphasis> tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen</emphasis>, opzettelijk, een minderjarige, [naam 1] , geboren op [geboortedatum 2] , heeft onttrokken <emphasis role="strike-through">aan het wettig over haar gesteld gezag en/of</emphasis> aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over haar uitoefende, te weten [naam stichting] , terwijl die minderjarige beneden de twaalf jaren oud was, immers heeft verdachte en/of zijn mededader in strijd met de afspraken en/of zonder medeweten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> toestemming van [naam stichting] </para>
    </parablock>
    <para>- die [naam 1] opgewacht en/of opgepikt en/of opgehaald aan de [naam school] en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- die [naam 1] verder vervoerd en/of haar vervoer verder verzorgd en/of geregeld en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- onderdak/een slaapplaats geregeld voor die [naam 1] </para>
    <para>en aldus voornoemde minderjarige (telkens) buiten het bereik en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de invloedssfeer van die [naam stichting] gebracht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> gehouden. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van het onttrekken van een minderjarige aan het opzicht van degene die dit desbevoegd over die minderjarige uitoefent.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf voor de duur van 100 uren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gelet op de bepleite vrijspraak geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd 4 maart 2019;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 15 januari 2019. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan onttrekking van zijn toen 5-jarige kind aan het opzicht van [naam stichting] . Zonder toestemming heeft hij samen met zijn vrouw hun dochter meegenomen die op grond van een machtiging tot uithuisplaatsing bij een pleeggezin verbleef. Zij zijn vervolgens met het kind naar een camping in [land] gegaan. De rechtbank rekent het verdachte zwaar aan dat hij door zo te handelen bewust een rechterlijke uitspraak naast zich neer heeft gelegd, terwijl naleving van rechterlijke uitspraken van groot maatschappelijk belang is. Daarnaast gaat het niet aan om zo lichtvaardig om te springen met de emoties van een minderjarig kind dat niet zonder goede redenen uit huis zal zijn geplaatst.  De rechtbank acht het dan ook een ernstig feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anderzijds begrijpt de rechtbank dat de beslissing tot uithuisplaatsing van [naam 1] bij verdachte en zijn vrouw veel emoties heeft losgemaakt en dat verdachte zeker niet de bedoeling zal hebben gehad om schade aan zijn dochter toe te brengen. Daarnaast overweegt de rechtbank dat verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De rechtbank is daarom van oordeel dat kan worden volstaan met een forse waarschuwing in de vorm van een geheel voorwaardelijke werkstraf. De rechtbank acht deze stok achter de deur wel nodig omdat, nu [naam 1] nog steeds uit huis geplaatst is, verdachte ervan moet worden weerhouden wederom een soortgelijk misdrijf te plegen.   </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 47 en 279 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat deze werkstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de <emphasis role="bold">proeftijd </emphasis>die op <emphasis role="bold">twee jaren</emphasis> wordt bepaald, te weten:</para>
    <para />
    <para>dat de veroordeelde zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. P.C. Quak en mr. M.C. Gerritsen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 mei 2019.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_71f56513-f66e-4bd9-970e-9d73257e3604" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 30 augustus 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_52c1a724-29ef-4f59-a8de-a115abf2d296" label="2">
    <para> Beschikking rechtbank Noord-Holland d.d. 6 december 2016. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_925334eb-81f7-48ab-8642-824c251f28e2" label="3">
    <para> Beschikking rechtbank Noord-Holland d.d. 3 februari 2017 en beschikking rechtbank Noord-Holland d.d. 18 april 2017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_712ebc8d-d46e-4200-895b-2bb5eb08f631" label="4">
    <para> Proces-verbaal aangifte [naam stichting] namens [naam 1] p.10. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_3a7629ad-02b4-497e-974c-4754fa386f96" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte] p.127-128. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6afd8bc-f645-4fe9-a7a0-345131d55407" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] p.15-16. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_95eef478-c3e1-4750-8193-535a095ab47d" label="7">
    <para> Relaas proces-verbaal [naam 3] p.6-7, proces-verbaal van bevindingen p.19 en bewijs van ontvangst p.97.  </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b83fb458-9679-493b-874a-37deb0b5bd47" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen p.19. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_51822352-d4fa-4514-a388-81c15b30412c" label="9">
    <para> Relaas proces-verbaal [naam 3] p.8. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_dfa49265-8ae4-437b-8505-aec6aad6a226" label="10">
    <para> Proces-verbaal aangifte [naam stichting] namens [naam 1] p.9-10. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>