<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:1978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-03-22T01:14:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840905-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>PS-Updates.nl 2019-0741</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:1978">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:1978</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-05-08T08:25:47</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-05-08</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1978 Rechtbank Gelderland , 07-05-2019 / 05/840905-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:1978:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Steekincident na verkeersruzie. Poging tot zware mishandeling bewezen. Vordering benadeelde partij.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:1978:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840905-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 7 mei 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1961 te [geboorteplaats] , wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. J.J. Roossien, advocaat te Nunspeet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 22 december 2018, te [plaatsnaam] , gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om een persoon genaamd [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp of puntig voorwerp, in de (onder)buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 22 december 2018, te [plaatsnaam] , gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] met een mes, althans een scherp of puntig voorwerp, in de (onder)buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_461868cc-d469-48ab-8d61-997e3dff2c38" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 december 2018 heeft tussen verdachte en het slachtoffer, [slachtoffer] (hierna te noemen: het slachtoffer) een verkeersconflict plaatsgevonden. Ter hoogte van het woonwagencentrum “ [naam 1] ” in [plaatsnaam] , gemeente Apeldoorn, zijn verdachte en het slachtoffer uit hun auto’s gestapt en is er tussen beiden een handgemeen geweest.<footnote-ref linkend="_274bad70-9b26-4450-a7ab-b75b74e46a03" /> Tijdens het conflict heeft verdachte een mes in zijn handen gehad.<footnote-ref linkend="_0ffe727d-03dd-44bf-8754-3c746ae0deeb" /> Het slachtoffer is vervolgens in zijn auto gestapt en naar huis gereden. Bij thuiskomst heeft het slachtoffer geconstateerd dat hij een verwonding aan zijn onderbuik had.<footnote-ref linkend="_da84193c-849c-410d-8fd6-91d2b7e53808" /> De forensisch arts, de heer [naam 2] , heeft de verwonding beoordeeld en vastgesteld dat het om een steekwond gaat.<footnote-ref linkend="_fb01ef48-39a4-49ae-bd4d-68dc7b653cfa" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde (poging tot doodslag). De officier van justitie heeft gesteld dat verdachte het slachtoffer in de onderbuik heeft gestoken en dat verdachte hiermee bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zou komen te overlijden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden vrijgesproken, omdat niet bewezen kan worden dat verdachte het slachtoffer  heeft gestoken. Verdachte heeft het mes richting het slachtoffer gegooid en verdachte weet niet of hij het slachtoffer heeft geraakt. Gelet op het gedrag en de houding van het slachtoffer tijdens het voorval, is niet uit te sluiten dat het slachtoffer bij thuiskomst de verwonding zelf heeft aangebracht. Verder heeft de verdediging betoogd dat geen sprake is van opzet. Verdachte heeft nimmer willens en wetens de kans aanvaard dat zijn gedrag de dood of zwaar lichamelijk letsel tot gevolg zou hebben. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De verklaring van verdachte dat hij het mes op een afstand van ongeveer drie à vier meter richting het slachtoffer heeft gegooid acht de rechtbank onaannemelijk. Hiertoe overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para>Een deel van het incident is door de echtgenote van het slachtoffer vanuit de auto gefilmd. Verbalisant [verbalisant] heeft deze camerabeelden bekeken en geconstateerd dat verdachte iets glimmends (lijkend op een mes) in zijn rechterhand heeft, dat hij richting het slachtoffer loopt, dat hij in de tussenliggende periode het mes niet heeft gegooid, dat verdachte het mes naar voren heeft gehouden in de richting van het slachtoffer en dat de afstand tussen verdachte en het slachtoffer hooguit één a anderhalve meter was.<footnote-ref linkend="_accf5232-118d-4d29-a96a-d30e776c59b6" /> Verder heeft verdachte verklaard dat hij tijdens het incident de enige is geweest die een mes in zijn handen heeft gehad en dat niemand anders het slachtoffer op dat moment gestoken kan hebben.<footnote-ref linkend="_379d2677-2b78-46e2-a1d8-0d5981db674b" /></para>
      <para>Gelet op het voorgaande is de rechtbank dan ook van oordeel dat het niet anders kan dat verdachte het slachtoffer in de (onder)buik heeft gestoken.  Het gaat immers om een steekwond en de rechtbank acht het hoogst onwaarschijnlijk dat dit letsel kan zijn veroorzaakt door het gooien met een mes. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten overvloede overweegt de rechtbank dat zij het door de verdediging geschetste alternatieve scenario dat het slachtoffer de verwonding mogelijk zelf heeft toegebracht volstrekt onaannemelijk acht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag die de rechtbank vervolgens dient te beantwoorden is hoe het handelen van verdachte dient te worden gekwalificeerd. De rechtbank overweegt dat bij het steken in de buik geen vitale lichaamsdelen zijn geraakt. Daarnaast blijkt uit de letselinterpretatie van de forensisch arts niet hoe diep de verwonding was. Nu uit het dossier ook geen informatie naar voren komt over het mes (soort, grootte, et cetera), kan de rechtbank niet vaststellen dat sprake was van een aanmerkelijke kans dat het slachtoffer als gevolg van het handelen van verdachte zou komen te overlijden. De rechtbank acht dan ook niet bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot doodslag. Wel acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling<emphasis role="italic">.</emphasis> Verdachte heeft het slachtoffer, tijdens het handgemeen in de (onder)buik gestoken. In de (onder)buik bevindingen zich vitale organen. Daarmee heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou worden toegebracht. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 december 2018, te [plaatsnaam] , gemeente Apeldoorn, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, die [slachtoffer] met een mes<emphasis role="strike-through">, althans een scherp of puntig voorwerp,</emphasis> in de (onder)buik heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van drie jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat bij een op te leggen straf en/of maatregel rekening gehouden moet worden met de rol van het slachtoffer bij het incident. Na de verkeersruzie is het slachtoffer het terrein van het kamp opgereden en heeft het slachtoffer verdachte klemgereden. Het slachtoffer heeft de ruzie uitgelokt en is begonnen met slaan. Ook heeft het slachtoffer denigrerende/beledigende opmerkingen gemaakt in de richting van verdachte. Er is sprake van een uit de hand gelopen verkeersruzie die verdachte niet heeft gewild. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verder heeft de verdediging naar voren gebracht dat uit de rapportage van gezondheidspsycholoog [naam 3] en het reclasseringsadvies van 28 maart 2019  volgt de kans op herhaling wordt ingeschat als laag. De verdediging heeft gesteld dat de inval door de politie een verpletterende indruk op verdachte heeft gemaakt. Tot slot wordt aangevoerd dat verdachte enige tijd in het Huis van Bewaring heeft moeten verblijven waar hij niet of nauwelijks heeft kunnen slapen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel justitiële documentatie, gedateerd op 25 maart 2019;</para>
    <para>- het reclasseringsadvies van 28 maart 2019;</para>
    <para>- de Pro Justitia rapportage van dr. [naam 3] , gezondheidszorgpsycholoog van 12 maart 2019.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. </para>
      <para>Op de openbare weg heeft er tussen verdachte en de benadeelde partij een verkeersruzie plaatsgevonden, waarbij zowel verdachte als het slachtoffer hinderlijk (rij)gedrag hebben vertoond. Op enig moment heeft het slachtoffer verdachte gevolgd en met zijn auto klemgereden. Verdachte en het slachtoffer zijn toen uit hun auto gestapt en zijn met elkaar op de vuist gegaan. Verdachte heeft het slachtoffer hierbij met een mes in zijn onderbuik gestoken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hoewel uit het procesdossier volgt dat verdachte en het slachtoffer beiden een aanzienlijke rol hebben gehad in aanloop naar de steekpartij, is de rechtbank van oordeel dat op geen enkele wijze is te rechtvaardigen dat verdachte het slachtoffer heeft gestoken. Dit handelen rekent de rechtbank verdachte dan ook zwaar aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat er sprake is van een zeer ernstig feit en dat voor de afdoening van de onderhavige zaak geen andere straf in aanmerking komt dan een gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij het bepalen van de strafmaat acht geslagen op de oriëntatiepunten van de rechtspraak. De rechtbank is echter van oordeel dat deze oriëntatiepunten niet passen bij de ernst van het steken met een mes in de buik. Daarnaast heeft de rechtbank rekening gehouden met de niet onaanzienlijke rol die het slachtoffer heeft gehad in de aanleiding van het voorval. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de rechtbank tot een andere bewezenverklaring komt dan de officier van justitie, komt zij tot een lagere straf dan is geëist. Alles afwegende acht de rechtbank een gevangenisstraf van twaalf maanden, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren passend en geboden. De tijd die verdachte heeft doorgebracht in voorarrest zal hierop in mindering worden gebracht. Uit de Pro Justitia rapportage volgt dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat en nadere zorg of behandeling niet nodig wordt geacht. Deze conclusie wordt door de Reclassering onderschreven. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding aan deze voorwaardelijke straf bijzondere voorwaarden te verbinden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij, de heer [slachtoffer] , heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het subsidiair feit bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van in totaal € 6.030,85, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf datum schade veroorzakende feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bedrag van € 6.030,85 bestaat uit:</para>
    </parablock>
    <para>- € 5.500,00 aan immateriële schadevergoeding;</para>
    <para>- € 418,50 voor schade aan de Apple Watch</para>
    <para>- € 30,00 voor schade aan een IJshockey-jersey;</para>
    <para>- € 15,00 voor schade aan het T-shirt [naam 4] ;</para>
    <para>- € 56,15 voor speciaal wondverband (dat niet door verzekeraar is vergoed) en</para>
    <para>- € 11,20 aan reiskosten (voor het doen van aangifte op het politiebureau). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast verzoekt de benadeelde partij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot een bedrag van € 2.000,00 aan immateriële schade en een bedrag van € 101,15 aan materiele schade, te vermeerderen met de wettelijke rente en onder oplegging van de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht tot € 2.101,15, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 31 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor de overige gevorderde immateriële schade heeft de officier van justitie verzocht de benadeelde partij niet ontvankelijk te verklaren. Met betrekking tot de gevorderde schade voor de Apple Watch heeft de officier van justitie verzocht de schade af te wijzen, nu niet gebleken is dat het horloge onherstelbaar beschadigd is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging stelt zich primair op het standpunt dat de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen. Subsidiair sluit de verdediging zich aan bij hetgeen de officier van justitie over de gevorderde materiële schade naar voren heeft gebracht. Voor wat betreft de immateriële schade betoogt de verdediging dat het gevorderde bedrag veel te hoog is, gelet op de rol van het slachtoffer bij het incident.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank wijst de gevorderde kosten voor de Apple Watch af, nu onvoldoende onderbouwd is dat het horloge onherstelbaar is beschadigd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De overige gevorderde materiële schade van € 101,15 voor de jersey, het t-shirt en het wondverband zal wel worden toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de aan de benadeelde partij toe te kennen immateriële schadevergoeding stelt de rechtbank voorop dat het steekincident een enorme impact op de benadeelde partij zal hebben gehad, zowel lichamelijk als geestelijk. Een en ander kan echter niet los gezien worden van het feit dat het steekincident heeft plaatsgevonden naar aanleiding van een verkeersruzie, waarin de benadeelde partij een aanzienlijke bijdrage heeft gehad. De benadeelde partij heeft welbewust de confrontatie met verdachte opgezocht, terwijl hij op dat moment samen zijn vrouw en minderjarige zoon in de auto zat.  Hoewel buiten twijfel staat dat de ruzie nimmer tot het steekincident had mogen leiden, is de rechtbank van oordeel dat de impact van het incident, deels voor rekening en risico van de benadeelde partij dient te blijven. De rechtbank ziet dan ook aanleiding de immateriële schadevergoeding naar billijkheid vast te stellen op € 2.000,00.  De rechtbank zal  de overige gevorderde immateriële schade afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tot slot worden de gevorderde reiskosten van € 11,20 als onweersproken toegewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De totale vordering zal dan ook worden toegewezen tot een bedrag van € 2.112,20, te vermeerderen met de wettelijke rente over dit bedrag vanaf 22 december 2018 tot aan de dag van volledige betaling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij(en).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De proceskosten worden op nihil begroot. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">twaalf (12) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">6 (zes) maanden, niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten op grond dat veroordeelde zich vóór het einde van een proeftijd van 3 jaren aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij, de heer [slachtoffer] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezen verklaarde feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij, de heer [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 2.112,20 (tweeduizendhonderdentwaalf euro en twintig eurocent), </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af de vordering tot materiele schadevergoeding</emphasis> ten bedrage van € 418,50, ingediend door de <emphasis role="bold">benadeelde partij, de heer [slachtoffer]</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af de (overige) vordering tot immateriële schadevergoeding</emphasis> ten bedrage van <?linebreak?>€ 3.500,00, ingediend door de <emphasis role="bold">benadeelde partij, de heer [slachtoffer]</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij, de heer [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 2.112,20</emphasis> (<emphasis role="bold">tweeduizendhonderdentwaalf euro en twintig eurocent), </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 december 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 31 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. G.J.H. Boerhof (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens, mr. S.H. Keijzer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.B.J.P. Leuverink en mr. A.I. Warringa, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2019. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_461868cc-d469-48ab-8d61-997e3dff2c38" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer [nummer] , gesloten op 16 januari 2019 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_274bad70-9b26-4450-a7ab-b75b74e46a03" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 69-72; de verklaring van verdachte ter terechtzitting. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ffe727d-03dd-44bf-8754-3c746ae0deeb" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 42.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_da84193c-849c-410d-8fd6-91d2b7e53808" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte, p. 71 en 72. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_fb01ef48-39a4-49ae-bd4d-68dc7b653cfa" label="5">
    <para> Verklaring van de heer [naam 2] , forensisch arts KNMG, GGD Noord- en Oost Gelderland, p. 108-109.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_accf5232-118d-4d29-a96a-d30e776c59b6" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 90.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_379d2677-2b78-46e2-a1d8-0d5981db674b" label="7">
    <para> De verklaring van verdachte ter terechtzitting van 23 april 2019. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>