<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2019:1802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:18:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2019-04-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/901159-12 ontn.vord.</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:1802">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2019:1802</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-04-26T12:33:14</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2019-04-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2019:1802 Rechtbank Gelderland , 18-04-2019 / 05/901159-12 ontn.vord.</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2019:1802:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Hennepverkoop door growshop, criminele organisatie, witwassen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2019:1802:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/901159-12</para>
      <para>Datum zitting	 : 4 april 2019</para>
      <para>Datum uitspraak: 18 april 2019</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegenspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>(hierna te noemen: veroordeelde),</para>
      <para>geboren op	: [geboortedatum] 1972 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>adres		: [adres 1] ,</para>
      <para>plaats		: [adres 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36 e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 1.891.817,-.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para>Ter terechtzitting van 4 april 2019 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>De zaak is op 4 april 2019 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. F.P. Slewe, advocaat te Amsterdam.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. L. Grooters, heeft ter terechtzitting de vordering gewijzigd. De officier van justitie vordert thans ontneming van een bedrag van € 1.490,929,-, vermeerderd met het vervolgprofijt in de vorm van heffingsrente over het door het openbaar ministerie in beslaggenomen geld, zijnde een bedrag van € 100.009,04. Dit brengt het door de officier van justitie gevorderde te ontnemen bedrag op € 1.590,938,04. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">3a.	De ontvankelijkheid van het openbaar ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard voor wat betreft de periode 1 januari 2007 tot en met 2 februari 2010. Hiertoe is – kort gezegd – het volgende aangevoerd.</para>
      <para>Aan verdachte is eerder een strafbeschikking opgelegd voor het aanwezig hebben van een hoeveelheid hennep. Uit het onderzoek in die zaak is ook een verdenking voortgekomen met betrekking tot handel in softdrugs en deelneming aan een criminele organisatie, alle in de bovengenoemde periode. Nu de ontnemingsvordering is gebaseerd op dezelfde feiten, is er strijd met het ne bis in idem beginsel dan wel het vertrouwensbeginsel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt. Verdachte heeft genoemde strafbeschikking gekregen ter zake van medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod (bezit van softdrugs). Verdachte is in de onderhavige zaak onder meer veroordeeld voor handel in softdrugs, witwassen en lidmaatschap van een criminele organisatie. Dat zijn andere feiten. De ontnemingsvordering is bovendien niet gebaseerd op bezit van softdrugs. Verdachte mocht er niet op vertrouwen dat later geen ontnemingsvordering tegen hem zou worden ingesteld. Het openbaar ministerie is dan ook ontvankelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para>Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 18 april 2019 tegen veroordeelde gewezen vonnis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_2a70a53e-9f4c-4f49-8c9a-51d9a07bd983" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de door de politie District Gelderland Midden (afpakteam) van de Eenheid Oost-Nederland opgemaakte berekening.<footnote-ref linkend="_a5091eb7-6016-4a39-b2ee-7f1b9deb8028" /></para>
      <para>De in de – inzichtelijke en duidelijke – berekening gerelateerde feiten zijn door de rechtbank gecontroleerd en juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken. De in het proces-verbaal getrokken conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal.</para>
      <para>De rechtbank neemt de berekeningen uit voornoemd proces-verbaal over en maakt deze tot de hare.</para>
      <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat growshops als backstore veelal handelen in wietplanten en wiet. Dat wordt bevestigd door verklaringen van veroordeelde en medeveroordeelde [medeveroordeelde] . Veroordeelde heeft verklaard dat als hij zou stoppen met de verkoop van hennepstekken, zijn omzet drastisch naar beneden zou gaan en dat het eigenlijk niet mogelijk is om een growshop draaiende te houden zonder daarnaast hennepstekken te verkopen.<footnote-ref linkend="_2a3ed9fe-73f3-48ac-92f8-8a4850165936" /> [medeveroordeelde] heeft verklaard dat elke growshop maar met de handel van één ding te maken heeft, dat is de handel in hennep.<footnote-ref linkend="_fdb47e0d-b43f-4af0-9dc8-b813729c0c73" /></para>
      <para>Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het dan ook aannemelijk dat verdachte zich vanaf de start van de growshop bezig heeft gehouden met het verkopen van hennepstekken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot de volgende berekening van het wederrechtelijk verkregen voordeel (de totale fiscale winst van [naam] zoals blijkt uit de aangiften inkomstenbelasting, AH019 en AH346-01):</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2001		€        6.716,-</para>
      <para>2002		€      26.828,-</para>
      <para>2003		€      51.578,-</para>
      <para>2004		€      48.438,-</para>
      <para>2005		€    105.032,-</para>
      <para>2006		€    133.551,-</para>
      <para>2007		€    215.577,-</para>
      <para>2008		€    248.187,-</para>
      <para>2009		€    125.147,-</para>
      <para>2010		€    114.226,-</para>
      <para>2011		€    380.030,-</para>
      <para>2012		€    407.762,-</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Totaal		€ 1.863.072,-</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte zowel inkomsten uit legale activiteiten als inkomsten uit illegale activiteiten heeft gegenereerd uit [naam] . Deze illegale activiteiten zien op de verkoop van kweekmaterialen ten behoeve van de beroeps- en bedrijfsmatige hennepteelt, de verkoop van hennepstekken en de in- en verkoop van geoogste hennep. De omzet van [naam] , en daarmee de winst uit onderneming van verdachte, bestond voor een substantieel deel uit inkomsten die door middel van deze illegale activiteiten zijn verkregen. De rechtbank heeft geoordeeld dat sprake is van vermenging van crimineel vermogen met legaal vermogen waardoor het gehele bedrag van € 1.863.072,- mede afkomstig is uit misdrijf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het rapport houdt ook rekening met ‘vervolgprofijt’, het door de Staat uit te keren bedrag voor de (wettelijke) rente over (conservatoir) in beslag genomen geldbedragen en/of opbrengsten uit de vervreemding van in beslag genomen voorwerpen en/of betaalde zekerheidsstellingen voor in beslag genomen voorwerpen. Ten aanzien van de berekening van dit bedrag heeft de officier van justitie een overzicht van de renteberekening aan het dossier toegevoegd.<footnote-ref linkend="_3c32e7f5-79cd-4dda-9652-8ec3566be60a" /> De rechtbank heeft deze berekening op juistheid gecontroleerd en neemt deze over. Het vervolgprofijt bedraagt € 100.009,04.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft verkregen tot een bedrag van € 1.863.072,- + € 100.009,04 = € 1.963.081,04</para>
      <para>en zal hem veroordelen tot betaling van dit bedrag aan de Staat.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is -kort samengevat- aangevoerd dat slechts privé-onttrekkingen van veroordeelde kunnen worden gezien als wederrechtelijk verkregen voordeel. De rechtbank volgt die redenering niet. Verdachtes onderneming is immers een eenmanszaak waarvan de opbrengst direct naar verdachte vloeit. Of verdachte dat vervolgens in zijn bedrijf investeert is niet van belang, verdachte heeft immers het voordeel genoten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.963.081,04 (zegge: één miljoennegenhonderddrieënzestigduizendeenentachtig euro en vier cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.963.081,04 (zegge: één miljoennegenhonderddrieënzestigduizendeenentachtig euro en vier cent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. H.P.M. Kester (voorzitter), mr. Y. van Wezel en mr. L.M. Vogel, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 april 2019.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. Kester is buiten staat</para>
      <para>							mede te ondertekenen</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2a70a53e-9f4c-4f49-8c9a-51d9a07bd983" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 07DFR12005 FREDO, gesloten op 22 juli 2014 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a5091eb7-6016-4a39-b2ee-7f1b9deb8028" label="2">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk voordeel per delict ex art 36e 2e lid Sr, p. 4742-4748.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2a3ed9fe-73f3-48ac-92f8-8a4850165936" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 165 t/m 169.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdb47e0d-b43f-4af0-9dc8-b813729c0c73" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van verdachte [medeveroordeelde] , p. 5794.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c32e7f5-79cd-4dda-9652-8ec3566be60a" label="5">
    <para> Overzicht renteberekening, deel 1 tot en met 4.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>