<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-20T17:55:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-02-15</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840856-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:639">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:639</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-02-13T11:57:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-02-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:639 Rechtbank Gelderland , 15-02-2018 / 05/840856-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:639:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak voor poging tot doodslag. Werkstraf en voorwaardelijke jeugddetentie voor poging tot zware mishandeling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:639:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840856-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 15 februari 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] </para>
      <para>wonende aan de [adres] , [woonplaats]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. M.G.M. Frerix, advocaat te Ede.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 1 februari 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 28 augustus 2016 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] opzettelijk van het leven te beroven, opzettelijk die [slachtoffer] één of meerdere malen (met kracht)in/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens)(terwijl deze [slachtoffer] op de grond lag) meerdere malen (met kracht) tegen het hoofd en/of het gezicht heeft getrapt en/of geschopt,</para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 28 augustus 2016 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen opzettelijk die [slachtoffer] één of meerdere malen (met kracht)in/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens)(terwijl deze [slachtoffer] op de grond lag) meerdere malen (met kracht) tegen het hoofd en/of het gezicht heeft getrapt en/of geschopt, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_5c95dd2e-ec15-44cf-b19c-f545afade17e" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 28 augustus 2016 omstreeks 4:30 uur heeft er een incident plaatsgevonden op de taxistandplaats aan de Telefoonweg in Ede. Er ontstond een woordenwisseling tussen twee groepen met personen. Daarbij is [slachtoffer] twee keer in zijn gezicht geschopt.<footnote-ref linkend="_315cc04e-a330-4692-96a3-2ff2864cdfb5" /> In het ziekenhuis is geconstateerd dat [slachtoffer] een lichte hersenschudding had en zwellingen in zijn gezicht.<footnote-ref linkend="_c971a5e8-f7ed-46a2-afc1-98c904406cbf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair tenlastegelegde. Voor het primair tenlastegelegde heeft zij vrijspraak gevorderd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak voor het primair tenlastegelegde bepleit. Zij meent daarnaast dat er ook voor het subsidiair tenlastegelegde onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is, nu verdachte niet heeft geslagen. Het lijkt er dan wel op dat verdachte heeft geschopt, maar de conclusie dat met kracht zou zijn geschopt, gaat volgens de raadsvrouw te ver.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat een jongen een vuistslag kreeg en op de grond viel. Een jongen met een zwart T-shirt gaf de jongen die op de grond lag in ieder geval twee schoppen.<footnote-ref linkend="_a1d88ccd-7b43-4e91-8124-db9e672ef3fb" /> Volgens getuige [getuige 2] is de jongen op de grond hard tegen zijn hoofd en/of gezicht geschopt. De persoon die schopte had een zwart T-shirt aan.<footnote-ref linkend="_1844dfb1-1e56-4695-889d-e8bf2d71e63c" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op camerabeelden van 28 augustus 2016, om 4:28 uur, is te zien dat er een persoon op de grond ligt. Een in het donker gekleed persoon maakt twee schoppende bewegingen naar de persoon die op de grond ligt.<footnote-ref linkend="_662398f5-497d-4954-8d32-804037510e21" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft, toen de politie ter plaatsen kwam, verdachte aangewezen als de persoon die de op de grond liggende jongen meerdere malen tegen het hoofd heeft geschopt. Verdachte heeft op dat moment verklaard dat hij ruzie had gehad en dat er een gevecht was ontstaan.<footnote-ref linkend="_457f34ba-49dd-44fc-ad38-b9d04b5a13b2" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank leidt uit voormelde bewijsmiddelen af dat verdachte [slachtoffer] twee keer met kracht heeft geschopt. Dat hij zich moest verdedigen, zoals verdachte bij zijn aanhouding aan de politie heeft verklaard, is niet aannemelijk geworden. Verdachte werd niet aangevallen en had weg kunnen lopen van het geweld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen kan niet worden afgeleid dat verdachte [slachtoffer] heeft geslagen dan wel gestompt. Verdachte zal in zoverre worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank dient vervolgens te beoordelen hoe het met kracht schoppen dient te worden gekwalificeerd. </para>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden bewezen dat verdachtes opzet was gericht op de dood van [slachtoffer] . Verdachte zal daarom worden vrijgesproken van het primair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wèl acht de rechtbank bewezen dat verdachtes opzet was gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Het is een feit van algemene bekendheid dat veel (blijvende) schade in het gezicht kan worden toegebracht, evenals (blijvende) schade aan het hoofd dan wel de hersenen, als met kracht een schop met een geschoeide voet in het gezicht en/of tegen het hoofd wordt gegeven. Dat geldt zeker als het slachtoffer op de grond ligt en de dader staat. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen komt naar voren dat [slachtoffer] geen zwaar lichamelijk letsel heeft opgelopen bij het incident. Dit leid ertoe dat de rechtbank de subsidiair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling bewezen acht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 28 augustus 2016 te Ede ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen opzettelijk die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">één of meerdere malen (met kracht) in/tegen het gezicht heeft gestompt en/of geslagen en/of (vervolgens) (</emphasis>terwijl deze [slachtoffer] op de grond lag<emphasis role="strike-through">)</emphasis> meerdere malen <emphasis role="strike-through">(</emphasis>met kracht<emphasis role="strike-through">)</emphasis> tegen het hoofd en/of het gezicht heeft <emphasis role="strike-through">getrapt en/of</emphasis> geschopt, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Subsidiair: Poging tot zware mishandeling. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat het jeugdstrafrecht zal worden toegepast en dat verdachte voor het subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een werkstraf van 200 uren en daarnaast een jeugddetentie voor de duur van één maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft, voor zover de rechtbank mocht komen tot een bewezenverklaring, verzocht het advies van de reclassering te volgen. Wat betreft de gevorderde werkstraf heeft de raadsvrouw verzocht rekening te houden met de persoonlijke omstandigheden van verdachte. Zij heeft in dit verband naar voren gebracht dat verdachte een opleiding volgt en stage loopt en daarnaast werkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan poging tot zware mishandeling. Hij is met vrienden wezen stappen in Ede. Toen zij naar huis gingen, is er bij de taxistandplaats een woordenwisseling ontstaan tussen de groep waar verdachte deel van uitmaakte en een andere groep. Toen een jongen van de andere groep was geslagen en op de grond viel, heeft verdachte hem twee keer in het gezicht en/of tegen het hoofd geschopt. Verdachte heeft zich daarmee schuldig gemaakt aan uitgaansgeweld. Bijzonder kwalijk is dat verdachte die avond zoveel alcohol had gebruikt, dat hij zich van het incident zo goed als niets kan herinneren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft rekening gehouden met de justitiële documentatie van verdachte. Daaruit blijkt dat verdachte niet eerder met politie en justitie in aanraking is geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft verder rekening gehouden met informatie die over verdachte is uitgebracht door de reclassering, te weten:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een voortgangsverslag toezicht van 18 augustus 2017;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>een reclasseringsadvies (beknopt) van 22 januari 2018.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>Uit de informatie van de reclassering komt naar voren dat verdachte een leven leidt dat past bij zijn leeftijd. Hij functioneert goed en er zijn geen aanwijzingen voor een agressieregulatie-problematiek. Het toezicht in het kader van de schorsing van zijn voorlopige hechtenis heeft bijgedragen aan zijn bewustwording ten aanzien van zijn alcoholgebruik en assertiviteit. Het recidiverisico wordt ingeschat als laag. Beschermende factoren zijn zijn relatie met zijn ouders, zus en oma en het volgen van een horecaopleiding. De reclassering heeft toepassing van het jeugdstrafrecht geadviseerd. Verdachte maakt nog deel uit van het gezin van herkomst en leunt in belangrijke mate op zijn ouders. Hij is ontvankelijk voor emotionele en praktische ondersteuning van volwassenen. De reclassering ziet geen noodzaak om het reclasseringstoezicht voort te zetten.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet gelet op de nog jonge leeftijd van verdachte ten tijde van het incident en gelet op het advies van de reclassering aanleiding het jeugdstrafrecht toe te passen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de ernst van het feit en al het voorgaande in aanmerking nemend zal de rechtbank verdachte een werkstraf opleggen van 150 uren. Het aantal uren werkstraf is minder dan door de officier van justitie is gevorderd. De rechtbank heeft rekening gehouden met het feit dat verdachte een blanco strafblad heeft en dat het recidiverisico als laag wordt ingeschat. Daarnaast heeft de rechtbank bij de op te leggen werkstraf betrokken dat verdachte oprecht spijt heeft betuigd. Wel zal de rechtbank overeenkomstig de vordering van de officier van justitie een jeugddetentie opleggen van één maand voorwaardelijk om te voorkomen dat verdachte opnieuw strafbare feiten pleegt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">8. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding voor het ten laste gelegde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.900,-, te verhogen met de wettelijke rente vanwege geleden immateriële schade.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat een bedrag van € 1.500,- toewijsbaar is. De benadeelde partij dient voor het overige niet-ontvankelijk te worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft om matiging van de vordering verzocht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen immateriële schade heeft geleden. De rechtbank acht een bedrag van € 1.000,- redelijk. De rechtbank heeft dit gebaseerd op categorie 1 van de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven. Voormeld bedrag dient vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2016 te worden toegewezen. Verdachte is daarvoor naar burgerlijk recht aansprakelijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in de vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 77c, 77g, 77i, 77m, 77n, 77x, 77y, 77z en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">jeugddetentie</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat deze jeugddetentie <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>	legt als algemene voorwaarde op dat de veroordeelde zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para> veroordeelt verdachte tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">150 (honderdvijftig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende jeugddetentie zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijfenzeventig) dagen;<?linebreak?></para>
    <parablock>
      <para>	beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht 2 uren in mindering worden gebracht;<?linebreak?></para>
      <para>	veroordeelt verdachte ten aanzien van het subsidiaire feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.000,- (duizend euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.000,- (duizend euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 28 augustus 2016 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 20 dagen jeugddetentie zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> <emphasis role="bold">heft op</emphasis> het - geschorste - bevel tot <emphasis role="bold">voorlopige hechtenis</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. J.M. Klep en <?linebreak?>mr. G.J.M. van Wijk, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.C.M. Althoff, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 15 februari 2018.</para>
              <para />
              <para>Mr. Van Wijk is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_5c95dd2e-ec15-44cf-b19c-f545afade17e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016423692, gesloten op 1 september 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_315cc04e-a330-4692-96a3-2ff2864cdfb5" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3] , p. 7.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c971a5e8-f7ed-46a2-afc1-98c904406cbf" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 25.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a1d88ccd-7b43-4e91-8124-db9e672ef3fb" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_1844dfb1-1e56-4695-889d-e8bf2d71e63c" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 16-17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_662398f5-497d-4954-8d32-804037510e21" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 28.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_457f34ba-49dd-44fc-ad38-b9d04b5a13b2" label="7">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 29-30.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>