<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:5376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-13T11:31:32</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-08</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/334261 / KG ZA 18-88</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#kortGeding">Kort geding</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:5376">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:5376</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-13T11:29:23</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:5376 Rechtbank Gelderland , 08-03-2018 / C/05/334261 / KG ZA 18-88</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:5376:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Geschil tussen bewoners bungalowpark en exploitant bungalowpark. </para>
        <para>Beroep opschortingsrecht door exploitant (namelijk het blokkeren van de toegangspassen van de slagbomen) is naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. </para>
        <para>Exploitant kan opschorting van haar verplichting niet als pressiemiddel inzetten om betaling van de bewoners voor door de exploitant gemaakte kosten en verrichte werkzaamheden/diensten af te dwingen. </para>
        <para>Over de (omvang van de) betalingsverplichtingen is een bodemprocedure aanhangig, waarin ten tijde van dit kort geding vonnis nog geen einduitspraak is gedaan.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:5376:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="5aa4fbc0-86b8-4b4d-8186-26e76921f9f6" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="b1d4d5d7-32f2-42da-ac6a-2d1c014f07dc" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/334261 / KG ZA 18-88</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Vonnis in kort geding van 8 maart 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [eisers 1 t/m 71]</title>
    <para>	<emphasis role="bold"> , </emphasis></para>
    <parablock>
      <para>
        [adres 1],</para>
      <para>eisers,</para>
      <para>advocaat mr. P.A.C. van Buul te Nijmegen,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [gedaagde partij]
        </emphasis>,</para>
      <para>
        [adres 2]
      </para>
      <para>gedaagde,</para>
      <para>advocaat mr. P.J.A. Plattel te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna de eisers en [gedaagde partij] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Het verloop van de procedure blijkt uit:</para>
      <itemizedlist mark="-">
        <listitem>
          <para>de dagvaarding met producties 1 tot en met 33</para>
        </listitem>
        <listitem>
          <para>het emailbericht d.d. 7 maart 2018 van de zijde van [gedaagde partij] met producties 1 tot </para>
        </listitem>
      </itemizedlist>
      <para>	en met 14</para>
      <para>- het emailbericht d.d. 7 maart 2018 van de zijde van de eisers met productie </para>
      <para>	18 </para>
      <para>- de mondelinge behandeling, gehouden op 8 maart 2018</para>
      <para>- de pleitnota van de eisers</para>
      <para>- de pleitnota van [gedaagde partij] met producties.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <para>Ten slotte is op heden vonnis bepaald. </para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De beslissing wordt vanwege de spoedeisendheid van de zaak in dit vonnis voorlopig heel kort gemotiveerd. Later volgt een geheel uitgewerkt vonnis. Voor zover de motivering daarvan op enig punt zou afwijken van de summiere motivering in dit vonnis, geldt de uitgewerkte motivering.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Ter zitting is namens [gedaagde partij] verklaard dat de opschorting van haar verplichting om de key-cards waarmee de slagboom kan worden bediend te activeren uitsluitend gebaseerd is op niet nakoming door eisers van hun betalingsverplichtingen. Voor zover de opschorting van die verplichting tot activatie van de key-cards in beginsel al gerechtvaardigd zou zijn, is de uitoefening van de opschortingsbevoegdheid in de gegeven omstandigheden naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar. Tussen eisers en [gedaagde partij] bestaat een lang slepend geschil over de (omvang van de) betalingsverplichtingen van de bewoners. Daarover zijn al diverse procedures gevoerd waarvan de uitkomst telkens is geweest dat [gedaagde partij] aan de bewoners en aan de rechters niet de gegevens verschaft die nodig zijn om de omvang van de betalingsverplichtingen vast te stellen. Bij gebreke daarvan kan [gedaagde partij] opschorting van haar verplichting niet inzetten als pressiemiddel om betaling af te dwingen (vgl. T&amp;C Burgerlijk wetboek, art. 52 aant. 5 onder b en Parl. Gesch. boek 6 p. 207). Daarbij komt dat tussen de partijen een bodemprocedure aanhangig is over de omvang van de betalingsverplichtingen, waarin nog geen einduitspraak is gedaan. Uit het tussenvonnis van 24 januari 2018 valt omtrent de omvang van de betalingsverplichting nog nauwelijks iets af te leiden. Met de opschorting doorkruist [gedaagde partij] het geschil dat onder de rechter is. [gedaagde partij] zal de uitkomst van die procedure moeten afwachten alvorens zij daarin vastgestelde betalingsverplichtingen zo nodig kan afdwingen. Opschorting zal er redelijkerwijs ook niet toe leiden dat de eisers gaan betalen. Zij kunnen het park betreden en bij hun huis komen, alleen niet met hun auto. De sluiting van de slagboom lijkt aldus meer bedoeld om te hinderen dan een serieus pressiemiddel om betaling af te dwingen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De vordering zal worden toegewezen, met uitzondering van de dwangsom nu mr. Plattel namens [gedaagde partij] ter zitting heeft verklaard dat [gedaagde partij] het vonnis vrijwillig zal naleven. De voorzieningenrechter gaat ervan uit dat zij dat zal doen. Zo nodig kunnen eisers zich opnieuw in kort geding tot de voorzieningenrechter wenden en alsnog oplegging van een dwangsom vorderen. [gedaagde partij] wordt als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de kosten. De proceskosten aan de zijde van de eisers worden tot dit vonnis begroot op:</para>
      <para>- griffierecht		€           291,00</para>
      <para>- dagvaardingskosten		 98,01</para>
      <para>- salaris advocaat	<emphasis role="underline">	              816,00</emphasis></para>
      <para>Totaal			€         1.205,01</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De voorzieningenrechter</para>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] met onmiddellijke ingang de toegangspassen (keys) waarmee eisers de slagbomen kunnen bedienen en die toegang geven om op het park te geraken te activeren en hen de ongestoorde toegang tot/van het park te verschaffen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>veroordeelt [gedaagde partij] in de proceskosten aan de zijde van de eisers tot aan dit vonnis begroot op € 1.205,01;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>wijst het meer of anders gevorderde af. </para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.J.B. Boonekamp en in het openbaar uitgesproken op 8 maart 2018.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>