<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:5253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:16:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-12-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/862465-13 ontneming</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:5253">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:5253</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-12-10T10:53:48</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-12-10</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:5253 Rechtbank Gelderland , 07-12-2018 / 05/862465-13 ontneming</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:5253:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Echtpaar veroordeeld voor gewoontewitwassen en schuldwitwassen. Ontnemingsvordering.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:5253:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/862465-13</para>
      <para>Datum zitting	 : 23 november 2018</para>
      <para>Datum uitspraak: 7 december 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">tegenspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[veroordeelde] </emphasis>(hierna te noemen: veroordeelde),</para>
      <para>geboren op	: [geboortedag] 1975 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>adres		: [adres] ,</para>
      <para>plaats		: [woonplaats] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 340.000,-</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para>Ter terechtzitting van 23 november 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt en gewijzigd in die zin dat het geschatte voordeel thans € 312.222,- bedraagt.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para>De zaak is op 23 november 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. Y. Quint, advocaat te Eindhoven.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. A.C.J. Nettenbreijers, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de (gewijzigde) vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde en zijn raadsman hebben het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para>Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 7 december 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten uit schuldwitwassen, door ten volle mee te profiteren van de door haar echtgenoot, medeverdachte [medeveroordeelde] , door gewoontewitwassen verkregen gelden, terwijl zij had moeten vermoeden dat deze gelden van één of meerdere misdrijven afkomstig waren. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_7b9899ac-6929-4dca-9601-0105ded905f0" /></para>
      <para>Bij de beoordeling van de omvang van het wederrechtelijk verkregen voordeel neemt de rechtbank als uitgangspunt de door de Dienst Regionale Recherche van de politie Eenheid Oost-Nederland van de politie Gelderland Midden opgemaakte kasopstelling met berekening.<footnote-ref linkend="_6016a2ef-9dd1-4e6b-a7fe-a9d434e9cce3" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijkt op de navolgende punten af van de kasopstelling.</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is het aannemelijk dat medeveroordeelde [medeveroordeelde] leningen heeft afgesloten bij zes personen voor een totaalbedrag van € 130.000,-;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Uit gegevens van de Belastingdienst<footnote-ref linkend="_2dc77ddc-aec1-42fc-8a50-1367e3b1c6c0" /> blijkt dat [medeveroordeelde] in de jaren 2006 tot en met 2009 wel inkomsten heeft gehad uit loon en WW-uitkering. Het is aannemelijk dat veroordeelde daaruit geld kan hebben gespaard. Gelet op de berekening van het [naam 1]<footnote-ref linkend="_21675bf0-0def-4263-928d-e62debdf93f2" /> met betrekking tot de minimaal noodzakelijke uitgaven die door een huishouden als dat van veroordeelde moeten worden gedaan om te kunnen leven begroot de rechtbank dit spaargeld op een bedrag van € 27.600,-. De rechtbank zal daarom uitgaan van een beginsaldo ter hoogte van dat bedrag.  </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>Zowel de officier van justitie als de verdediging concluderen dat [medeveroordeelde] voor de B &amp; O apparatuur geen € 34.810,-  heeft betaald maar € 4000,-. De rechtbank is het met die conclusies eens. Dit betekent dat een bedrag van € 30.810,- wordt afgetrokken van de contante uitgaven.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>In het rapport van [naam 2] van de Belastingdienst is geconcludeerd dat veroordeelde en haar medeveroordeelde maximaal € 47.228,26 privébestedingen hebben kunnen doen met gelden vanuit de onderneming [naam 3] van veroordeelde. Met de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat dit bedrag dient te worden afgetrokken van het verschil tussen legale inkomsten en contante uitgaven. De rechtbank zal het bedrag afronden naar € 47.228,-.</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>Ten aanzien van de hotelkosten van [medeveroordeelde] in Spanje zal de rechtbank uitgaan van het rapport van de Spaanse autoriteiten waarin de hotelovernachtingen van [medeveroordeelde] staan gedocumenteerd, en van de laagste prijzen die volgens internet voor deze hotels van toepassing zijn.<footnote-ref linkend="_133cbd7c-8547-4f80-bf48-76f13a972f38" /></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de verdediging is - kort samengevat - het volgende aangevoerd. </para>
    </parablock>
    <orderedlist numeration="arabic">
      <listitem>
        <para>Niet is vast te stellen dat [medeveroordeelde] contante betalingen heeft verricht voor het chalet op camping [naam 4] ;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>uit het dossier blijkt niet dat  € 3.500,- contant aan de leasemaatschappij is betaald;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [medeveroordeelde] heeft geen contante betalingen gedaan aan [getuige 1] omdat die hem de Blackberry gratis heeft gegeven;</para>
      </listitem>
    </orderedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieromtrent overweegt de rechtbank als volgt.</para>
    </parablock>
    <para>1. Getuige [getuige 2] , die op camping [naam 4] de handhaving en verkoop van chalets regelde, heeft verklaard dat veroordeelde en [medeveroordeelde] een chalet hadden op de camping. Staanplaats, gas, water en licht werden contant door [medeveroordeelde] betaald.<footnote-ref linkend="_a9ae5262-1170-4e1d-a8b7-baafd971e421" /> Beheerder [getuige 3] heeft weliswaar verklaard dat het chalet op naam van [naam 5] stond, de rekeningen moesten niet naar [naam 5] worden gestuurd maar “in een blanco enveloppe naar de [adres] ”.<footnote-ref linkend="_0ec5672f-2559-479f-885c-02693882a3c4" /> De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat veroordeelde steeds voor het chalet heeft betaald;</para>
    <para>2. in het proces-verbaal bevindingen uitlevering van bescheiden gegevens is vermeld dat veroordeelde aan de Balie van [naam 6] in juni 2013 een bedrag van € 3.500,- contant heeft betaald. Het bedrag is in het kasboek bijgeschreven.<footnote-ref linkend="_3c7f796d-fab2-464f-a871-7870591c6ab7" /> De rechtbank heeft geen reden om aan dat proces-verbaal te twijfelen;</para>
    <para>3. de rechtbank acht het volstrekt onaannemelijk dat [getuige 1] een Blackberry met een telefoonnummer van zijn bedrijf ter waarde van € 10.600,- gratis aan veroordeelde heeft verstrekt. De rechtbank ziet dan ook geen reden dit bedrag niet mee te nemen in de kasopstelling;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De in de – inzichtelijke en duidelijke – berekening van de politie Eenheid Oost-Nederland van de politie Gelderland Midden gerelateerde feiten zijn door de rechtbank gecontroleerd en (op hierboven genoemde punten na) juist bevonden aan de hand van de onderliggende stukken. De in het proces-verbaal getrokken conclusies zijn getoetst aan datzelfde materiaal.</para>
      <para>De rechtbank neemt de berekeningen uit voornoemd proces-verbaal over en maakt deze tot de hare, met aftrek van de hiervoor genoemde posten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit leidt tot de volgende berekening: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Berekend wederrechtelijk verkregen voordeel uit kasopstelling:		€ 409.310,   </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>leningen								€ 130.000     –</para>
      <para>beginsaldo								€   27.600     –</para>
      <para>B &amp; O									€   30.810     –</para>
      <para>Onttrekking uit omzet [naam 3]					€   47.228     –</para>
      <para>Hotelkosten Spanje							€   19.050     –</para>
      <para>
        [naam 7] veiligheidsdeur							€     2.380     –</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>  									-----------------	         </para>
      <para>Wederrechtelijk verkregen voordeel					€ 152.242,-	</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 152.242,-.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 152.242,-</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">(zegge: honderdentweeënvijftigduizendtweehonderdentweeënveertig euro)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 152.242,-</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">(zegge: honderdentweeënvijftigduizendtweehonderdentweeënveertig euro)</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>veroordeelde is voor dit bedrag hoofdelijk aansprakelijk met dien verstande dat indien en voor zover de mededader van veroordeelde betaalt, veroordeelde in zoverre van deze verplichting zal zijn bevrijd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie voor het overige af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.M. Hamaker (voorzitter), mr. H.C. Leemreize en </para>
      <para>mr. W.W. Monteiro, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.T.P.M. van Aarssen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 december 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7b9899ac-6929-4dca-9601-0105ded905f0" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, Recherche Gelderland -Zuid, opgemaakte proces-verbaal, onderzoek 08DFR13001 ( [naam 8] ), gesloten op 5 februari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6016a2ef-9dd1-4e6b-a7fe-a9d434e9cce3" label="2">
    <para> Proces-verbaal berekening wederrechtelijk voordeel kasopstelling, proces-verbaal financieel dossier (map 10.1), p. 15-43. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_2dc77ddc-aec1-42fc-8a50-1367e3b1c6c0" label="3">
    <para> Uitdraai Belastingdienst ordner 11.2 p. 509</para>
  </footnote>
  <footnote id="_21675bf0-0def-4263-928d-e62debdf93f2" label="4">
    <para> Proces-verbaal [naam 1] , ordner 12.3, p. 750-755</para>
  </footnote>
  <footnote id="_133cbd7c-8547-4f80-bf48-76f13a972f38" label="5">
    <para> Rapport, p. 1269c en 1269d; proces-verbaal berekening wederrechtelijk voordeel p. 28.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a9ae5262-1170-4e1d-a8b7-baafd971e421" label="6">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [getuige 2] , p. 1746-1747.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_0ec5672f-2559-479f-885c-02693882a3c4" label="7">
    <para> Proces-verbaal van verhoor [getuige 3] , p. 1717.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3c7f796d-fab2-464f-a871-7870591c6ab7" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, ordner 12.3 p. 680.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>