<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:4945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-19T16:50:58</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-11-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 18 _ 2099</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_omgevingsrecht">Bestuursrecht; Omgevingsrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:4945">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:4945</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-11-19T16:50:35</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-11-19</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:4945 Rechtbank Gelderland , 16-11-2018 / AWB - 18 _ 2099</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:4945:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Eisers hebben voorafgaande aan de koop van hun woning bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem (verder: ODRA) geïnformeerd of voor het kappen van de beuk die op het erf van de woning staat een vergunning nodig is. Aanvankelijk kregen zij van een medewerker van ODRA meegedeeld dat dit niet het geval was, later dat dit wel het geval was. De gevraagde vergunning is geweigerd.</para>
        <para>Artikel 5 van de Bomenverordening gemeente Renkum 2009 (Bomenverordening) bevat de voorwaarden waaronder een vergunning voor het kappen van een boom kan en moet worden verleend. In dit geval is aan de orde of sprake is van aantoonbaar onevenredige overlast. </para>
        <para>Verweerder staat op het standpunt dat er geen sprake is van aantoonbaar onevenredige overlast. In het bestreden besluit is erkend dat er sprake is van gerechtvaardigd vertrouwen dat een vergunning niet nodig is, maar verweerder acht het algemeen belang van het behoud van de boom zwaarder wegen.</para>
        <para>Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden nagekomen. Er kunnen belangen aanwezig zijn die zwaarder wegen dan het belang van eisers en het honoreren van het bij hen opgewekte vertrouwen.</para>
        <para>Artikel 5 van de Bomenverordening geeft zelf geen ruimte voor een belangenafweging. Verweerder heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de boom geen aantoonbaar onevenredige overlast veroorzaakt. Het criterium ‘aantoonbaar onevenredige overlast’ biedt verweerder beoordelingsruimte. Bij de beoordeling of sprake is van aantoonbaar onevenredige overlast dient verweerder de gewekte gerechtvaardigde verwachtingen te betrekken.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:4945:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 18/2099</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 november 2018</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [naam 1] en [naam 2] te [woonplaats] , eisers</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. M.E. Bosman),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Renkum</emphasis> te Oosterbeek, verweerder.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 16 oktober 2017 heeft verweerder het verzoek van eisers tot verlening van een omgevingsvergunning ten behoeve van het kappen van een boom afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 14 maart 2018 heeft verweerder het bezwaar van eisers ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eisers hebben tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 30 oktober 2018. Eisers zijn verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door M. Beumer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vaststaande feiten</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>1. Eisers hebben voorafgaande aan de koop van de woning aan de [adres 1] te [woonplaats] bij de Omgevingsdienst Regio Arnhem (verder: ODRA) geïnformeerd of voor het kappen van de beuk die op het erf van de woning staat een vergunning nodig is. Dat was niet het geval, aldus een medewerker van ODRA in een e-mail van 11 april 2017. Later heeft deze medewerker eisers in een e-mail van 24 augustus 2018 meegedeeld dat er toch een vergunning nodig was en dat deze naar het zich liet aanzien op grond van de Bomenverordening zal worden geweigerd.</para>
    <para>Eisers hebben vervolgens een vergunning aangevraagd, die bij het besluit van 16 oktober 2017 is geweigerd. Het tegen dit besluit door eisers gemaakte bezwaar is ongegrond verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt verweerder</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>2. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit, in overeenstemming met het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften van de gemeente Renkum van 15 januari 2018, op het standpunt gesteld dat geen sprake is van onevenredige overlast. Weliswaar is het aan verweerder toe te rekenen gerechtvaardigde vertrouwen gewekt dat geen vergunning nodig was, maar dit niet leidt tot het alsnog verlenen van de vergunning omdat het algemeen belang van het behoud van de boom prevaleert boven de belangen van eisers. In de bijlage bij het primaire besluit heeft verweerder overwogen dat er door de standplaats ten noorden van de woning en het aanwezig zijn van open plekken rondom de woning, geen sprake is van onevenredige overlast ten aanzien van lichtbeperking die kap rechtvaardigen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Standpunt eisers</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para>3. Eisers betogen kort samengevat dat zij wel overlast hebben, dat de toezegging bovendien gehonoreerd had moeten worden en dat zij hebben gehandeld naar aanleiding van de toezegging, omdat zij anders de woning niet of voor een lager bedrag zouden hebben gekocht en bovendien kosten hebben gemaakt voor dunning om nog enig zonlicht in de tuin te krijgen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>Op de zitting is door partijen bevestigd dat niet in geschil is dat voor het kappen van deze beuk een omgevingsvergunning nodig is. Verweerder heeft in het bestreden besluit door het overnemen van het advies van de Commissie voor de bezwaarschriften erkend dat sprake is van aan verweerder toe te rekenen gerechtvaardigd vertrouwen dat geen vergunning nodig was voor het kappen van de betreffende beuk. Verweerder heeft hierover in het verweerschrift en op de zitting een ander standpunt ingenomen, maar dit andere standpunt zal de rechtbank gelet op het bestreden besluit buiten beschouwing laten. Eisers hebben onweersproken gesteld dat zij de woning niet of tegen een andere prijs zouden hebben gekocht als het vertrouwen niet zou zijn gewekt. Met dat oog hebben zij voor de koop de vraag naar de vergunningsplicht gesteld. In reactie op die vraag is de ongeclausuleerde mededeling gekomen dat geen vergunningsplicht geldt voor het kappen van de boom. <?linebreak?></para>
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>Het vertrouwensbeginsel strekt niet zo ver dat gerechtvaardigde verwachtingen altijd moeten worden nagekomen. Er kunnen belangen aanwezig zijn die zwaarder wegen dan het belang van eisers en het honoreren van het bij hen opgewekte vertrouwen. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.3.</nr>
      <para>Artikel 5 van de Bomenverordening gemeente Renkum 2009 (Bomenverordening) bevat de voorwaarden waaronder een vergunning voor het kappen van een boom kan en moet worden verleend.<footnote-ref linkend="_a17c968f-e05a-45c6-8a27-ea364cbdb34a" /> Deze bepaling geeft zelf geen ruimte voor een belangenafweging. Verweerder heeft aan de weigering ten grondslag gelegd dat de boom geen aantoonbaar onevenredige overlast veroorzaakt. Het criterium ‘aantoonbaar onevenredige overlast’ biedt verweerder beoordelingsruimte. Bij de beoordeling of sprake is van aantoonbaar onevenredige overlast dient verweerder de gewekte gerechtvaardigde verwachtingen te betrekken.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.5.</nr>
      <para>Op de zitting is namens verweerder bevestigd dat verweerder geen beleidsregels heeft vastgesteld ten aanzien van artikel 5 van de Bomenverordening. Met de vermelding van de term ‘kapbeleid’ in het verweerschrift heeft verweerder beoogd te verwijzen naar de Bomenverordening. Of sprake is van onevenredige overlast beoordeelt verweerder van geval tot geval. In het in het bestreden besluit overgenomen advies van de Commissie voor de bezwaarschriften is vermeld dat sprake is van een zwaarder wegend belang, te weten het algemeen belang van het behoud van de boom, </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.6.</nr>
      <para>Met de enkele stelling dat sprake is van een zwaarder wegend belang, is geen sprake van een deugdelijke beoordeling van de evenredigheid van de overlast. Verweerder kan die beoordeling vormgeven door bij de invulling van het begrip onevenredige overlast mee te wegen dat eisers de woning hebben aangeschaft en betrokken nadat het gerechtvaardigde vertrouwen was gewekt dat de boom gekapt mocht worden. Dit gegeven kan eerder dan in het algemeen tot de conclusie leiden dat sprake is onevenredigheid van de overlast. Eisers ervaren overlast in de vorm van het ontnemen van uitzicht en het ontnemen van licht, waardoor er ook bijna geen vegetatie in de achtertuin aanwezig is, en het blokkeren van regenval. Eisers hebben ook nog aangegeven dat van de beuken aan de [adres 2] er vele als gevolg van woning- en scholenbouw zijn gekapt. Tegenover deze aspecten kan verweerder het algemeen belang van het behoud van de boom stellen. Mocht verweerder dat belang doorslaggevend achten, dan zal hij dat uitdrukkelijk moeten motiveren.  </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Conclusies</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para>5. Het beroep is gegrond en de rechtbank vernietigt het bestreden besluit wegens strijd met de artikelen 3:4 en 7:12 van de Algemene wet bestuursrecht. Verweerder zal een nieuw besluit moeten nemen met inachtneming van deze uitspraak. De rechtbank stelt hiervoor een termijn van tien weken.</para>
      <para />
      <para>6. Omdat de rechtbank het beroep gegrond verklaart, bepaalt de rechtbank dat verweerder aan eisers het door hen betaalde griffierecht vergoedt. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door eisers gemaakte proceskosten. Deze kosten stelt de rechtbank op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht voor de door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand vast op € 1004,-  (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting).</para>
      <para />
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank: </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- verklaart het beroep gegrond; </para>
    <para>- vernietigt het bestreden besluit; </para>
    <para>- draagt verweerder op binnen tien weken na de dag van verzending van deze uitspraak een nieuw besluit te nemen op het bezwaar met inachtneming van deze uitspraak;</para>
    <para>- draagt verweerder op het betaalde griffierecht van € 170,- aan eisers te vergoeden; </para>
    <para>- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eisers tot een bedrag van € 1004,-. </para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. W.P.C.G. Derksen, rechter, in tegenwoordigheid van R. van Diest, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 16 november 2018</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_a17c968f-e05a-45c6-8a27-ea364cbdb34a" label="1">
    <para> Artikel 5 van de Bomenverordening gemeente Renkum 2009, zoals gewijzigd in 2016, luidt:</para>
    <para>1. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning weigeren dan wel (onder voorschriften) verlenen.</para>
    <para>2. Een omgevingsvergunning kan slechts en moet worden verleend indien:</para>
    <para>a. de houtopstand aantoonbaar onevenredige overlast veroorzaakt;</para>
    <para>b. de houtopstand aantoonbaar onevenredige schade veroorzaakt;</para>
    <para>c. het dunning betreft, of;</para>
    <para>d. de vergunning noodzakelijk is voor de realisering van een bouw- of civieltechnisch werk. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>