<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:4384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-11T13:40:04</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-10-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840025-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:4384">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:4384</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-10-11T11:14:39</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-10-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:4384 Rechtbank Gelderland , 11-10-2018 / 05/840025-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:4384:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Man uit Vaassen bestraft tot taakstraf voor poging zware mishandeling</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:4384:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840025-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 11 oktober 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Tegenspraak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1939 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. S.H.O. Schaapherder, advocaat te Apeldoorn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen</para>
      <para>van 3 mei 2018 en 27 september 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. </para>
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 oktober 2017, te Vaassen, gemeente Epe, </para>
      <para>aan een persoon genaamd [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, </para>
      <para>te weten blijvende littekens in het aangezicht heeft toegebracht, </para>
      <para>door toen aldaar met een (wijn)glas in zijn hand (met kracht) in/op/tegen het gezicht </para>
      <para>van die [slachtoffer] te slaan te stompen en/of/althans (met kracht) een (wijn)glas in het gezicht </para>
      <para>van die [slachtoffer] te drukken;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 oktober 2017, te Vaassen, gemeente Epe, </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd </para>
      <para>
        [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet met een glas in/op/tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen/gestompt en/of geduwd, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>meer subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 12 oktober 2017, te Vaassen, gemeente Epe, </para>
      <para>een persoon genaamd [slachtoffer] heeft mishandeld door toen aldaar met een (wijn)glas in zijn hand (met kracht) in/op/tegen het gezicht/hoofd van die [slachtoffer] te slaan/stompen en/of/althans (met kracht) een (wijn)glas bij die [slachtoffer] in het gezicht te drukken, terwijl het feit zwaar lichamelijk letsel, te weten blijvende littekens in het aangezicht ten gevolge heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_3212d3e5-050e-4871-84cc-531317a7cdef" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 oktober 2017 waren verdachte en aangever [slachtoffer] (verder: aangever) in dorpshuis [naam 1] in Vaassen. Aangever heeft het glas, dat verdachte in zijn rechterhand had, in zijn gezicht gekregen.<footnote-ref linkend="_4d3eb10e-0ced-430f-afdb-7d7ebae5564a" /> Aangever heeft hierbij een snijwond op zijn linkerwang en op de overgang van de kin naar zijn hals opgelopen.<footnote-ref linkend="_fa84f7b8-a176-4541-acfd-7aa8fc381858" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan zware mishandeling. Hij heeft betoogd dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad op het zwaar lichamelijk letsel van aangever, te weten een ontsierend litteken in zijn gezicht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat verdachte vrijgesproken dient te worden, omdat hij geen opzet heeft gehad. Hij heeft in een reflex zijn arm naar boven gebracht met het glas in zijn hand. Aangever is vervolgens in het glas gevallen. Subsidiair heeft de verdediging aangevoerd dat verdachte vrijgesproken dient te worden, nu sprake is van noodweer danwel putatief noodweer. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Getuige [getuige 1] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte uithaalde in de richting van aangever. Hij zag dat aangever bloedde in zijn gezicht.<footnote-ref linkend="_3d7cc524-1a90-4cdd-8c16-1a40f8b198d1" /></para>
      <para>Getuige [getuige 2] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte uithaalde met zijn rechterhand.<footnote-ref linkend="_ebd996f1-9e8d-4099-8d33-1cc45fcb7c96" /></para>
      <para>Verdachte heeft diezelfde avond tegen verbalisant [verbalisant 1] gezegd dat hij uit zelfverdediging zijn arm recht naar voren had gestoken.<footnote-ref linkend="_06293edd-d3b7-4e5c-bf5a-7de11eca43cd" /></para>
      <para>Gelet op deze verklaringen acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte een slaande beweging heeft gemaakt met zijn hand, terwijl hij met die hand een glas vasthield. De (later afgelegde) verklaring van verdachte vindt de rechtbank dan ook niet geloofwaardig.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzet?</emphasis>
      </para>
      <para>De vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of verdachte opzettelijk (ernstig) letsel heeft toegebracht bij aangever.</para>
      <para>Dat verdachte, op het moment dat hij met het glas in zijn hand sloeg, aangever bewust, dus met “vol” opzet (ernstig) letsel wilde toebrengen acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen.</para>
      <para>De rechtbank is wel van oordeel dat verdachte voorwaardelijk opzet heeft gehad.</para>
      <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat het met een glas in het gezicht slaan tot (ernstig) letsel kan leiden. Door zo te handelen heeft verdachte bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat dit zou gebeuren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Zwaar lichamelijk letsel?</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat sprake is van een dusdanig ontsierend litteken in het gezicht van verdachte, dat dit als zwaar lichamelijk letsel moet worden gekwalificeerd. </para>
      <para>De rechtbank overweegt het volgende. Het dossier bevat weliswaar een geneeskundige verklaring waarin wordt geschreven dat sprake is van een blijvend litteken op de wang, maar dit betreft een verklaring opgesteld kort (een week) nadat het incident heeft plaatsgevonden. Het dossier bevat geen aanvullende geneeskundige verklaring over de huidige stand van zaken van het litteken, zodat niet is komen vast te staan in hoeverre er sprake is van een blijvend, ontsierend litteken en daarmee van zwaar lichamelijk letsel. De rechtbank acht daarom niet wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van zwaar lichamelijk letsel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">(Putatief) noodweer?</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij (dacht dat) aangever hem wilde slaan en dat hij dit wilde afweren. Daarmee was, aldus verdachte, sprake van (putatief) noodweer. </para>
      <para>Gelet op de getuigenverklaringen van [getuige 1] en [getuige 2] is de rechtbank van oordeel dat niet aannemelijk is geworden dat aangever verdachte wilde slaan en/of dat sprake was van een situatie waarin verdachte dit heeft kunnen begrijpen.</para>
      <para>De rechtbank zal dit verweer daarom verwerpen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan een poging tot zware mishandeling.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte <emphasis role="bold underline">primair</emphasis> is tenlastegelegd en zal verdachte daarvan vrijspreken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het <emphasis role="bold underline">subsidiair</emphasis> tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 oktober 2017, te Vaassen, gemeente Epe, </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd </para>
      <para>
        [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met dat opzet met een glas in<emphasis role="strike-through">/op/tegen</emphasis> het gezicht<emphasis role="strike-through">/hoofd</emphasis> van die [slachtoffer] heeft geslagen<emphasis role="strike-through">/gestompt en/of geduwd</emphasis>, </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">“poging zware mishandeling”</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van een taakstraf voor de duur van 180 uren subsidiair 90 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat gelet op de persoonlijke omstandigheden van verdachte een geheel voorwaardelijke straf passend is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 15 augustus 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 31 augustus 2018;</para>
    <para>- een psychologisch rapport van dr. [naam 2] , klinisch en klinisch neuropsycholoog, gedateerd 5 augustus 2018. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging zware mishandeling door met een glas in het gezicht van aangever te slaan. Aangever heeft als gevolg hiervan een litteken in zijn gezicht opgelopen.  Hier past in beginsel een forse taakstraf bij. De rechtbank zal echter een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist, omdat verdachte wordt vrijgesproken van de zware mishandeling. De rechtbank ziet verder geen aanleiding om een voorwaardelijke straf op te leggen. Gelet op de leeftijd van verdachte en het feit dat hij geen strafblad heeft, acht de rechtbank de kans klein dat verdachte nogmaals een (soortgelijk) feit zal plegen.</para>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank een taakstraf van 100 uren passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het primair bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.387,22.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de vordering geheel toegewezen kan worden, vermeerderd met de wettelijke rente en met toepassing van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft gesteld dat de vordering ten aanzien van de kleding van aangever moet worden afgewezen. Het staat niet vast dat de kleding onherstelbaar is beschadigd. Voorts dient de vordering voor immateriële schade gematigd te worden, nu de uitspraak die ter onderbouwing en vergelijking is toegevoegd niet vergelijkbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het subsidiair bewezen verklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de materiele schade</emphasis>
      </para>
      <para>De posten ten aanzien van de reiskosten en het verlies eigen risico zijn niet betwist en zijn daarmee voor toewijzing vatbaar. </para>
      <para>Ten aanzien van de kleding is de rechtbank van oordeel dat aannemelijk is geworden dat de benadeelde partij door hevig bloedverlies schade heeft opgelopen. </para>
      <para>De hoogte van het gevorderde bedrag is daarnaast redelijk, nu deze met stukken is onderbouwd. Dit deel van de vordering à € 387,22 is voor toewijzing vatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de immateriële schade</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank schat de hoogte van de immateriële schadevergoeding op € 1.500,-. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering, nu de behandeling van dat deel van de vordering naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding oplevert. De benadeelde partij kan derhalve dat deel van zijn vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 12 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>gedurende </para>
    <para>
      <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van <emphasis role="bold">50 (vijftig) dagen</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	<emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] .</emphasis></para>
      <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van het subsidiair bewezenverklaarde feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van            <emphasis role="bold">€ 1.887,22</emphasis> (achttienhonderd en zevenentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vordering;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.887,22</emphasis> (achttienhonderd en zevenentachtig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 oktober 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom <emphasis role="bold">28 dagen hechtenis</emphasis> zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. E.H.T. Rademaker (voorzitter), </para>
              <para>mr. Y.M.J.I. Baauw en R.M. Schoo, rechters, </para>
              <para>in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, </para>
              <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op <emphasis role="bold">11 oktober 2018</emphasis>.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_3212d3e5-050e-4871-84cc-531317a7cdef" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017473570, gesloten op 15 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4d3eb10e-0ced-430f-afdb-7d7ebae5564a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 8-9 en verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 3 mei 2018</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fa84f7b8-a176-4541-acfd-7aa8fc381858" label="3">
    <para> Geneeskundige verklaring d.d. 19-10-2017, p. 20</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3d7cc524-1a90-4cdd-8c16-1a40f8b198d1" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 1] , p. 11 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_ebd996f1-9e8d-4099-8d33-1cc45fcb7c96" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2] , p. 13 </para>
  </footnote>
  <footnote id="_06293edd-d3b7-4e5c-bf5a-7de11eca43cd" label="6">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant 1] , p. 7. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>