<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:3840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-06T09:46:31</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-09-04</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740446-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3840">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3840</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-09-06T09:45:38</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-09-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:3840 Rechtbank Gelderland , 04-09-2018 / 05/740446-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3840:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling voor opzetheling van gelden. Werkstraf 40 uren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3840:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740446-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 4 september 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1993 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>verblijvende aan de [adres] [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 21 augustus 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 8 juli 2016 tot </para>
      <para>en met 8 augustus 2016 te Vaassen, gemeente Epe, althans in Nederland, </para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
      <para>(telkens) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen </para>
      <para>(telkens) (een) geldbedrag(en): in totaal groot 2059,37 euro, </para>
      <para>in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [naam 1] en/of </para>
      <para>
        [naam 2] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of </para>
      <para>zijn mededader(s), </para>
      <para>waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) die/dat weg te nemen geldbedrag(en) </para>
      <para>onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door middel van een valse sleutel, </para>
      <para>te weten door onbevoegd, met gebruikmaking van de pinpas en inloggegevens van </para>
      <para>die [naam 1] en/of [naam 2] , geldbedragen over te boeken naar een of meer </para>
      <para>andere rekeningnummer(s); </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in de periode van 8 juli tot en met 8 augustus 2016 te Vaassen,</para>
      <para>gemeente Ede, althans in Nederland, een of meer geldbedragen heeft verworven en/of</para>
      <para>voor handen heeft gehad en/of heeft overgedragen, terwijl hij ten tijde van de</para>
      <para>verwerving en/of het voor handen krijgen van deze goederen/dit geld wist, althans</para>
      <para>redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het door misdrijf verkregen goederen/geld</para>
      <para>betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_9e0f88bb-515a-44de-951a-3c2927566366" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de primair ten laste gelegde diefstal in vereniging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat medeverdachte [naam 1] de gestolen gelden vanaf zijn eigen rekening naar de bankrekening van verdachte over heeft geboekt. Gelet op deze verklaring acht de rechtbank niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal in vereniging, zodat zij verdachte hiervan zal vrijspreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de subsidiair ten laste gelegde opzetheling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 21 augustus 2018;</para>
      <para> het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , p. 520;</para>
      <para> het proces-verbaal van verhoor aangever [naam 1] , p. 527.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meer tijdstippen in de periode van 8 juli tot en met 8 augustus 2016 te Vaassen,</para>
      <para>gemeente Ede, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, een of meer</emphasis> geldbedragen heeft verworven en/of</para>
      <para>voor handen heeft gehad <emphasis role="strike-through">en/of heeft overgedragen</emphasis>, terwijl hij ten tijde van de</para>
      <para>verwerving en/of het voor handen krijgen van <emphasis role="strike-through">deze goederen/</emphasis>dit geld wist, <emphasis role="strike-through">althans</emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">redelijkerwijs had moeten vermoeden</emphasis> dat het door misdrijf verkregen <emphasis role="strike-through">goederen/</emphasis>geld</para>
      <para>betrof.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">‘opzetheling, meermalen gepleegd’</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder subsidiair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 40 uren werkstraf, te vervangen door 20 dagen hechtenis met aftrek van 2 uren ter zake van de tijd in inverzekeringstelling en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 9 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling. Verdachte heeft laakbaar en puur uit eigen gewin gehandeld en niet geschroomd om aan derden schade toe te brengen. Verdachte heeft er geen blijk van gegeven enig inzicht te hebben in het laakbare van zijn handelen. Het kan hem, zoals hij het zelf op zitting heeft verwoord, “geen reet schelen”. </para>
      <para>De rechtbank acht, alles afwegende, de werkstraf zoals geëist door de officier van justitie passend en geboden. Zij zal dan ook een werkstraf opleggen voor de duur van 40 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 57 en 416 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het onder primair ten laste gelegde feit; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">40 (veertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 20 (twintig) dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.H.M. Pastoors (voorzitter), mr. S.A. van Hoof en </para>
              <para>mr. Y. van Wezel, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 4 september 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. C.H.M. Pastoors en mr. Y. van Wezel zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9e0f88bb-515a-44de-951a-3c2927566366" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016596556, gesloten op 7 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>