<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:3207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-18T23:41:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-18</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/720182-18 en 01/860388-16 (tul)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3207">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3207</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-18T23:40:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:3207 Rechtbank Gelderland , 18-07-2018 / 05/720182-18 en 01/860388-16 (tul)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3207:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank veroordeelt een 23-jarige man uit Arnhem voor bedreiging en diefstal met geweld tot een gevangenisstraf van 6 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van 3 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3207:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/720182-18 en 01/860388-16 (tul)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 18 juli 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1995 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] te [woonplaats] ,  </para>
      <para>thans gedetineerd in de P.I. Achterhoek - Ooyerhoekseweg te Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. C.G.J.E. Lut, advocaat te Breda.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 4 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Met betrekking tot feit 1, na wijziging van de tenlastelegging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 1 mei 2018 te Arnhem, althans in Nederland, (medewerkers van) ABN AMRO heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en/of goederen ontstaat en/of enig misdrijf tegen het leven gericht en/of zware mishandeling en/of brandstichting, door (een medewerker van) ABN AMRO (telefonisch) dreigend de woorden toe te voegen: “Want ik ga nu naar de beste de eerste ABN AMRO en ik blaas jullie allemaal rolluiken ik heb toch niets meer te verliezen mevrouw. Ik wil dat het allemaal zo snel mogelijk geregeld wordt. Of er gaan burgerslachtoffers vallen en dat zijn jouw eigen collega’s”, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 13 april 2018 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </para>
    </parablock>
    <para>- een fles whisky en/of </para>
    <para>- een fles wijn, </para>
    <parablock>
      <para>in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte en/of zijn mededader(s) toebehoorde, te weten aan Wijnhandel Barrique, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij de vlucht </para>
      <para>mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: </para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] met kracht te duwen. </para>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_1d093d20-b4c0-4e66-a4d2-6c00d05b12bc" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever] , p. 16-17;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 21;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 juli 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 33-34;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 37-38;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 4 juli 2018.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 1 mei 2018 te Arnhem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, (</emphasis>medewerkers van<emphasis role="strike-through">)</emphasis> ABN AMRO heeft bedreigd met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> goederen ontstaat en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> enig misdrijf tegen het leven gericht <emphasis role="strike-through">en/of zware mishandeling</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> brandstichting, door <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een medewerker van<emphasis role="strike-through">)</emphasis> ABN AMRO <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telefonisch<emphasis role="strike-through">)</emphasis> dreigend de woorden toe te voegen: “Want ik ga nu naar de beste de eerste ABN AMRO en ik blaas jullie allemaal rolluiken ik heb toch niets meer te verliezen mevrouw. Ik wil dat het allemaal zo snel mogelijk geregeld wordt. Of er gaan burgerslachtoffers vallen en dat zijn jouw eigen collega’s”<emphasis role="strike-through">, althans woorden van gelijke dreigende aard of strekking</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 13 april 2018 te Arnhem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, </emphasis></para>
    </parablock>
    <para>- een fles whisky en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- een fles wijn, </para>
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis> die <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele aan een ander dan aan verdachte </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader(s)</emphasis> toebehoorden<emphasis role="strike-through">, te weten</emphasis> aan Wijnhandel Barrique, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl deze diefstal werd <emphasis role="strike-through">voorafgegaan, vergezeld en/of</emphasis> gevolgd van geweld <emphasis role="strike-through">en/of bedreiging met geweld</emphasis> tegen [slachtoffer] , gepleegd met het oogmerk om <emphasis role="strike-through">die diefstal voor te bereiden of gemakkelijk te maken, of om,</emphasis> bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf <emphasis role="strike-through">of andere deelnemers aan het misdrijf hetzij</emphasis> de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, door: </para>
    </parablock>
    <para>- die [slachtoffer] met kracht te duwen.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht.</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal, gevolgd van geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om, bij betrapping op heterdaad, aan zichzelf, hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a.	Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het hem onder 1 en 2 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes maanden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht om verdachte een gevangenisstraf op te leggen, gelijk aan de duur van het voorarrest, en daarnaast verzocht een forse voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, onder de bijzondere voorwaarde dat verdachte zich laat behandelen door ANN-zorg.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 14 juni 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 28 juni 2018;</para>
    <para>- een consultverslag van A. Boksem, psychiater, gedateerd 24 juni 2018;</para>
    <para>- een multidisciplinair rapport van A.J. de Groot, klinisch psycholoog, en van A.E. Grochowska, psychiater, gedateerd 21 november 2016. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een bedreiging en aan diefstal met geweld. Voornoemde feiten hebben een forste impact gehad op de slachtoffers. De rechtbank acht dit ernstige feiten en rekent dit verdachte zeer aan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt verder mee dat verdachte relevante documentatie heeft. Verdachte liep zelfs ten tijde van het plegen van onderhavige strafbare feiten in een proeftijd in verband met een eerdere veroordeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot verdachte is op 21 november 2016 een multidisciplinair rapport opgesteld. De deskundigen komen tot de conclusie dat bij verdachte sprake is van een persoonlijkheidsstoornis NAO met borderline en antisociaal-narcistische kenmerken. Tevens is er sprake van afhankelijkheid van cannabis (in remissie onder toezicht).    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het trajectconsult van 24 juni 2018 volgt dat verdachte heeft geweigerd om in gesprek te gaan met de deskundige Boksem. De deskundige kan derhalve geen uitspraak doen over de diagnostiek. Op basis van het consult is geen advies te geven, buiten het feit dat de verwachting is dat verdachte ook bij een uitgebreide gedragskundige rapportage waarschijnlijk zijn medewerking zal weigeren. Tot slot vraagt de deskundige zich af of een nieuwe rapportage toegevoegde waarde heeft, gelet op de reeds voorliggende rapportages. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de reclassering op 28 juni 2018 een advies uitgebracht, waarin het volgende is vermeld. Binnen alle leefgebieden zijn problemen gesignaleerd. Het lukt verdachte niet om zijn leven zelfstandig op orde te krijgen. Tot maart 2018 liep een reclasseringstoezicht, dat afgebroken is omdat verdachte zich aan de begeleiding onttrok. In de maanden die hij uit beeld is geweest, heeft hij de onderhavige feiten gepleegd. Een groot probleem in de begeleiding van verdachte is dat hij zich opportuun en zeer sociaal wenselijk uit, maar datgene wat hij zegt niet doet. De reclassering heeft geen vertrouwen dat verdachte wat hij zegt, wil of kan waarmaken. Het recidiverisico wordt ingeschat als hoog. Ingeschat wordt dat er een hoog risico op het onttrekken aan voorwaarden is en daarnaast risico op letselschade. De reclassering kan echter, wegens het ontbreken van recente diagnostiek, geen advies geven over de benodigde interventies.    </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overziende zal de rechtbank aan verdachte een gevangenisstraf opleggen voor de duur van zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van drie jaren, met enkel oplegging van de algemene voorwaarden. Hoewel verdachte ter terechtzitting heeft aangegeven dat hij inmiddels vrijwillig hulp heeft gezocht en gevonden bij ANN-zorg, zal de rechtbank een behandelverplichting bij ANN-zorg, zoals verzocht door de verdediging, niet opleggen als bijzondere voorwaarde, nu verdachte tot op heden geweigerd heeft om zich (verplicht) te laten behandelen. De rechtbank is van oordeel dat verdachte in het verleden meer dan genoeg kansen heeft gehad voor een dergelijke behandeling, maar dat hij deze kansen tot op heden niet heeft gegrepen. Indien verdachte zijn behandeling bij ANN-zorg wil voortzetten, dan kan hij hiertoe na afloop van zijn detentie vrijwillig overgaan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7b. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling in de zaak met parketnummer 01/860388-16 heeft de officier van justitie de tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden gevorderd die door de Rechtbank Oost-Brabant op 15 juni 2017 voorwaardelijk is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht om de vordering toe te wijzen, met dien verstande dat tot verlenging van de proeftijd wordt overgegaan en dat de bijzondere voorwaarden aldus worden geformuleerd dat veroordeelde wordt verplicht zich te houden aan de aanwijzingen van de reclassering, ook als dat inhoudt dat hij zich houdt aan de aanwijzingen van Ann-zorg. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>De bewezenverklaarde feiten zijn door verdachte begaan tijdens de proeftijd waarin hij liep. De rechtbank is van oordeel dat, nu veroordeelde de in het vonnis in de zaak met parketnummer 01/860388-16 opgelegde algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, in beginsel tenuitvoerlegging dient te worden gelast van de niet ten uitvoer gelegde straf. Echter, in deze zaak acht de rechtbank dit niet opportuun nu de Rechtbank Oost-Brabant op 10 juli 2018 de vordering tot tenuitvoerlegging van bovengenoemde voorwaardelijke opgelegde straf in verband met overtreding van de bijzondere voorwaarden heeft toegewezen. De rechtbank zal daarom de vordering tot tenuitvoerlegging van de voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van 9 maanden afwijzen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 57, 285 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> dat een gedeelte van deze gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="bold">worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, indien de veroordeelde zich voor </para>
      <para>het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald, schuldig maakt aan een nieuw </para>
      <para>strafbaar feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">beveelt</emphasis> dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf straf in mindering zal worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> wijst af de vordering tot tenuitvoerlegging van de gevangenisstraf, voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de Rechtbank Oost-Brabant op 15 juni 2017, onder parketnummer 01/860388-16.</para>
    </parablock>
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.A. Jansen-van Leeuwen (voorzitter), mr. J.J.H. van Laethem en mr. J.H. Steverink, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.M.J.A. Peters, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 18 juli 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_1d093d20-b4c0-4e66-a4d2-6c00d05b12bc" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018199474, gesloten op 9 mei 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>