<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:3132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-13T12:29:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-12</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880813-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3132">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3132</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-13T12:27:43</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-13</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:3132 Rechtbank Gelderland , 12-07-2018 / 05/880813-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3132:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak van bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3132:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/880813-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 12 juli 2018 </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1985 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. F.F. Aarts, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 28 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 09 maart 2017 tot en met 10 maart 2017 te Arnhem, althans in Nederland, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht en/of met zware mishandeling, door een vuurwapen op die [slachtoffer] te richten. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. Het dossier bevat twee verklaringen. Daaruit kan geconcludeerd worden dat een bedreiging heeft plaatsgevonden met een vuurwapen. Hoewel aangever niet specifiek heeft verklaard dat hij zich bedreigd voelde, kan uit de omstandigheden worden opgemaakt dat bij aangever redelijke vrees is ontstaan dat met dit wapen een misdrijf zou worden gepleegd met zwaar lichamelijk letsel of de dood tot gevolg. Die omstandigheden bestaan eruit dat een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op aangever werd gericht, hetgeen in het algemeen die vrees doet ontstaan, en dat aangever en zijn vrienden zijn weggerend toen zij de kans daartoe hadden. <?linebreak?>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van een werkstraf voor de duur van 150 uren, te vervangen door 75 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit. De verdediging heeft aangevoerd dat de verklaringen van Van [slachtoffer] en [getuige] niet als voldoende betrouwbaar kunnen worden aangemerkt. Ze hebben voldoende gelegenheid gehad om hun verklaringen op elkaar af te stemmen. De verklaringen vinden geen steun in objectieve, feitelijke gegevens. Bovendien komt de verklaring van [getuige] op belangrijke delen niet overeen met de verklaring van aangever Van [slachtoffer] . Als er al sprake is van voldoende wettig bewijs, dan laat het bewijs ruimte voor redelijke twijfel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Om tot een bewezenverklaring van bedreiging met zwaar lichamelijk letsel of enig misdrijf tegen het leven gericht te kunnen komen dient, volgens vaste jurisprudentie van de Hoge Raad, onder meer te worden bewezen dat ‘de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde redelijke vrees kon ontstaan dat het misdrijf waarmee gedreigd werd ook gepleegd zou worden.’ </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij samen met twee andere jongens was weggelopen vanaf de Hoenderloo groep. In een woning aan de Kerkstraat te Arnhem hebben ze samen met twee mannen geblowd en alcohol gedronken. Eén van de mannen verliet de woning. De andere man pakte een geweer achter het bed vandaan. De man hield het geweer vast en richtte het op het raam in de kamer. Vervolgens draaide man zich om naar aangever en richtte het geweer kort op hem, voor de man het geweer weer terug legde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [getuige] heeft bij de politie verklaard dat hij met twee jongens en twee andere mannen in een woning aan de Kerkstraat in Arnhem heeft geblowd en alcohol heeft gedronken. Eén man verliet de woning. De andere man liet een soort jachtwapen zien. Dit wapen lag achter het eindschot van het bed. De man zwaaide het vuurwapen heen en weer en richtte uiteindelijk met de loop op Van [slachtoffer] . De man vertelde dat hij altijd op vogels schoot. </para>
      <para>Daargelaten de vraag of het daadwerkelijk is gegaan zoals Van [slachtoffer] en [getuige] hebben verklaard, is de rechtbank van oordeel dat de gedragingen zoals door hen omschreven niet kunnen worden aangemerkt als een strafrechtelijke bedreiging met zware mishandeling of enig misdrijf tegen het leven gericht. Als verdachte het wapen al ter hand heeft genomen en kort op Van [slachtoffer] heeft gericht, waren de omstandigheden en aard van die handeling niet zodanig dat bij Van [slachtoffer] de redelijke vrees kon ontstaan dat verdachte daadwerkelijk enig misdrijf tegen het leven gericht of zware mishandeling zou begaan. De rechtbank zal verdachte dan ook vrijspreken van het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>- verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M. Klep (voorzitter), mr. I.D. Jacobs en mr. F.M.A. 't Hart, rechters, in tegenwoordigheid van mr. S. Blankenspoor, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 12 juli 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>