<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:3016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T14:44:00</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">720360-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3016">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:3016</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-09T14:42:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:3016 Rechtbank Gelderland , 06-07-2018 / 720360-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3016:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Ontnemingsvordering toegewezen , conform vordering officier van justitie/rapport wederrechtelijk verkregen voordeel.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:3016:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Promis II</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/720360-17</para>
      <para>Datum zitting	 : 22 juni 2018</para>
      <para>Datum uitspraak: 06 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Verstek</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Uitspraak van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie van het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>naam		: <emphasis role="bold">[naam 1] </emphasis>(hierna te noemen: veroordeelde),</para>
      <para>geboren op	: [geboortedag] 1985 te [geboorteplaats] ,</para>
      <para>adres		: [adres 1] ,</para>
      <para>plaats		: [plaats 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman	: mr. B.J. Schadd, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie vordert dat de rechtbank, conform artikel 36e, vijfde lid, van het Wetboek van Strafrecht, het bedrag vaststelt waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat en de veroordeelde de verplichting oplegt tot betaling aan de Staat van het geschatte voordeel, welk voordeel voorlopig wordt geschat op € 10.583,40.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De procedure</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter terechtzitting van 22 juni 2018 heeft de officier van justitie de ontnemingsvordering aanhangig gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Het onderzoek ter terechtzitting</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is op 22 juni 2018 ter terechtzitting onderzocht. Daarbij is veroordeelde niet verschenen. Veroordeelde is bijgestaan door mr. B.J. Schadd, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie, mr. M. Zwartjes, heeft ter terechtzitting gepersisteerd bij de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman van veroordeelde heeft het woord ter verdediging gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>4</nr>De beoordeling van de vordering</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de ontnemingsvordering dient te worden toegewezen. Het wederrechtelijk verkregen voordeel van veroordeelde was ten minste de besparing van zes maanden huur ter hoogte van € 1.550,- verhoogd met de (besparing van) kosten voor voeding van € 7,13 per dag gedurende zes maanden. Het totaal genoten voordeel komt daarmee uit op € 10.583,40. De vordering is onderbouwd met het rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging is van mening dat de vordering dient te worden afgewezen. Daartoe is aangevoerd dat niet is komen vast te staan dat veroordeelde het bedrag van € 7,13 per dag aan voeding niet kon opbrengen. Ook heeft hij geen voordeel genoten van de woning, want als hij daar niet had gewoond, dan had hij gratis bij zijn ouders gewoond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Bij de beoordeling van de onderhavige vordering heeft de rechtbank kennisgenomen van het op 6 juli 2018 tegen veroordeelde gewezen vonnis. Veroordeelde is daarbij veroordeeld wegens het medeplegen van het opzettelijk bewerken en verwerken van een grote hoeveelheid hennep en hasjiesj.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat aannemelijk is dat veroordeelde wederrechtelijk voordeel heeft genoten. De beslissing dat veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel heeft genoten is gegrond op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat.<footnote-ref linkend="_02a78324-bdef-46da-adfa-65302db57e9b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank volgt de berekening van de officier van justitie (op basis van het rapport wederrechtelijk verkregen voordeel<footnote-ref linkend="_51781cfc-5a8f-413b-80d8-1cafbb8755f7" />) en zal, gelet op het vorenstaande, vaststellen dat het wederrechtelijk verkregen voordeel moet worden geschat op € 10.583,40.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat niet is komen vast te staan dat veroordeelde het bedrag van € 7,13 per dag voor voeding niet kon opbrengen, overweegt de rechtbank het volgende. Veroordeelde heeft verklaard dat hij geen inkomen had. Verder verklaarde hij dat hij niet zo heel veel verdiende met het draaien van de joints, maar dat de huur voor hem werd betaald.<footnote-ref linkend="_ba976316-aa7e-4e93-87fe-287b2074ceda" /> Omdat veroordeelde geen legaal inkomen ontving, zal hij zijn voeding hebben betaald van deze verdienste van ‘de jongens uit [plaats 2] ’. Het bedrag van € 7,13 per dag is een forfaitair bedrag voor de (minimale) kosten van voeding per persoon per dag, dat is vastgesteld door het Nibud. De rechtbank neemt dit bedrag over. Omdat veroordeelde geen legaal inkomen had, en hij zal hebben gegeten, zal hij de kosten daarvoor betaald hebben vanuit zijn illegale inkomsten. Aldus is de uitgave aan voeding te kwalificeren als wederrechtelijk verkregen voordeel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het verweer van de verdediging dat veroordeelde geen voordeel van de woning heeft genoten overweegt de rechtbank het volgende. Veroordeelde heeft verklaard dat hij eerst twee jaar in de woning verbleef en toen nog niets met jointjes deed. Hij betaalde de huur met spaargeld en ook zijn ouders sprongen in het begin bij. Later hebben de jongens uit [plaats 2] de huur betaald.<footnote-ref linkend="_5475e343-f257-4b26-b216-de6eda8f5b4b" /> Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat veroordeelde voordeel heeft genoten doordat voor hem de huur werd betaald vanaf het moment dat hij jointjes draaide. De woonlasten bleven hem dus bespaard. Het standpunt van de verdediging dat veroordeelde gratis bij zijn ouders had kunnen wonen als hij niet in de woning had gezeten, is niet relevant. Immers, veroordeelde woonde in de woning aan [adres 2] te [plaats 3] en niet bij zijn ouders.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank bepaalt het te ontnemen bedrag aldus op € 10.583,40.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>6</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Stelt vast het bedrag waarop het door veroordeelde wederrechtelijk verkregen voordeel wordt geschat op een bedrag van <emphasis role="bold">€ 10.583,40 (zegge: tienduizendvijfhonderd en drieëntachtig euro en veertig eurocent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Legt de veroordeelde de verplichting op tot betaling aan de staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 10.583,40 (zegge: tienduizendvijfhonderd en drieëntachtig euro en veertig eurocent)</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gegeven door mr. J.J.H. van Laethem (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. A. Cimen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. J.M.P. van der Meulen, griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. A. Cimen is buiten staat deze uitspraak mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_02a78324-bdef-46da-adfa-65302db57e9b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [naam 2] van de politie Eenheid Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL06002017519497, gesloten op 9 januari 2018, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_51781cfc-5a8f-413b-80d8-1cafbb8755f7" label="2">
    <para> Rapport berekening wederrechtelijk verkregen voordeel hennepkwekerij d.d. 2 februari 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba976316-aa7e-4e93-87fe-287b2074ceda" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 87.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5475e343-f257-4b26-b216-de6eda8f5b4b" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor i.h.k.v. de vordering tot inbewaringstelling d.d. 23 november 2017.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>