<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2909</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T14:07:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-03</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/720106-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2909">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2909</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T14:00:41</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2909 Rechtbank Gelderland , 03-07-2018 / 05/720106-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2909:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank acht bewezen dat een man van 65 uit Winterswijk zijn vrouw op 9 maart 2018 op het achterhoofd heeft geslagen met een houten stok. De rechtbank legt een gevangenisstraf van twaalf maanden op. Ook bepaalt de rechtbank dat de man een schadevergoeding van € 1500,- moet betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2909:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/720106-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 3 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1952 in [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende [adres] ,</para>
      <para>thans gedetineerd in HvB Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. J.M. Rammelt, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 19 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 09 maart 2018 te Winterswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [slachtoffer] , zijnde verdachtes echtgenote, opzettelijk van het leven te beroven, met een (houten) stok/balk, in elk geval een hard voorwerp, krachtig op het </para>
      <para>(achter)hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 09 maart 2018 te Winterswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] , zijnde verdachtes echtgenote, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een (houten) stok/balk, in elk geval een hard voorwerp, krachtig op het (achter)hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_2d0142bf-f22e-4f71-8dcd-983d08ba265b" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is getrouwd met aangeefster [slachtoffer] . Zij wonen in Winterswijk.<footnote-ref linkend="_dc31b48c-6b73-42f1-b6e1-3573a7695081" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 9 maart 2018 is aangeefster onderzocht door een forensisch arts. Deze heeft geconstateerd dat aangeefster een grote wond aan het achterhoofd heeft van ongeveer 8 cm lang. Er zijn 7 hechtingen aangebracht.<footnote-ref linkend="_162aa2d4-279f-44fb-980c-77a6d1991b8e" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het subsidiair ten laste gelegde feit. Voor het primaire feit dient vrijspraak te volgen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. De stellingen van aangeefster dat haar man de verwondingen heeft veroorzaakt, worden op geen enkele manier ondersteund. Met betrekking tot het letsel heeft de raadsman naar voren gebracht dat dit niet potentieel dodelijk was. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>In de aangifte van [slachtoffer] is beschreven dat zij en verdachte op 9 maart 2018 in hun woning waren toen verdachte uit het niets achter aangeefster stond en haar op haar achterhoofd sloeg met iets hards. Aangeefster voelde een verschrikkelijke klap en viel voorover op de grond. Toen ze zich omdraaide, zag ze verdachte staan met een deel van een houten stok in zijn hand.<footnote-ref linkend="_6d439ebc-d3ac-45ab-89b0-9429c2d52fcd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de letselrapportage is geconcludeerd dat het geconstateerde letsel kan passen bij de door aangeefster beschreven toedracht.<footnote-ref linkend="_f3601f1a-527b-42c8-ae3a-1e97f660437b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft ontkend aangeefster te hebben geslagen. Hij denkt dat aangeefster zelf is gevallen of door de hond onderuit is gehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank vormen de aangifte en de letselrapportage voldoende wettig bewijs dat verdachte zijn vrouw met een houten stok op het achterhoofd heeft geslagen. De rechtbank heeft ook de overtuiging dat verdachte dit gedaan heeft. Daarbij is een aantal omstandigheden van belang.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangeefster heeft tijdens het gesprek met 112 gezegd: “Ik ben zo bang. Hij had mijn hoofd (onverstaanbaar)”.<footnote-ref linkend="_827585f1-6b69-40d7-b2e8-14dc55cbb9c7" /> Aangeefster heeft in de ambulance meteen verklaard dat ze met een houten voorwerp op haar achterhoofd was geslagen.<footnote-ref linkend="_13b50d96-849c-4587-9fe7-2be30569b5e5" /> Naar het oordeel van de rechtbank ondersteunen deze uitlatingen, die zeer kort na het incident zijn gedaan, de aangifte. Uit deze verklaringen volgt in het geheel niet dat aangeefster zou zijn gevallen of door de hond onderuit zou zijn gehaald. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt verder dat aangeefster weliswaar op onderdelen wat wisselend heeft verklaard, bijvoorbeeld over de stok, maar dat zij heel consistent is in haar verklaring dat verdachte degene is geweest die haar op het achterhoofd heeft geslagen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank vindt ook het volgende van belang. Aangeefster heeft verklaard over eerdere incidenten, te weten een val van de trap op 16 januari 2018 en een situatie waarbij verdachte haar teveel medicijnen zou hebben gegeven.<footnote-ref linkend="_23c6f8a3-dc48-4fce-85a9-d563c09baffd" /> Over de val van de trap heeft verdachte verklaard dat hij achter aangeefster op de trap liep en dat hij per ongeluk haar benen onderuit had getrapt, omdat zijn slippers nat waren en hij uitgleed.<footnote-ref linkend="_3ca043f0-2b44-4dc6-94fb-a2d04a9b6ce9" /> Over de verkeerde dosering van de medicatie heeft hij verklaard dat hij zijn vrouw inderdaad tien keer de juiste hoeveelheid van het middel heeft gegeven, omdat hij de metingen op de druppelaar verkeerd had gelezen.<footnote-ref linkend="_2ad7182f-cf64-4233-9703-afd7567aad05" /> Verdachte heeft hiermee de toedracht van deze twee eerdere ietwat vreemde incidenten, zoals die door aangeefster zijn geschetst, in de kern bevestigd. Dit sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat ook de verklaring van aangeefster over de klap op haar achterhoofd op waarheid berust.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit zelfde geldt voor de financiële problemen, die aangeefster benoemt en waarvan verdachte tijdens het verhoor bij de politie de wetenschap ontkent (p. 40). Na onderzoek blijken deze problemen er zeker te zijn. De verklaring van verdachte dat hij geen wetenschap had van deze problemen acht de rechtbank ongeloofwaardig, gelet op de grote hoeveelheid ongeopende post in de werkkamer van verdachte en het feit dat hij aangeeft dat hij degene was die de financiën beheerde. Het heeft er alle schijn van dat – hoewel niet van belang voor een bewezenverklaring – deze problemen en de kans op ontdekking hiervan door aangeefster, het motief vormden voor het gepleegde misdrijf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht dan ook wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zijn echtgenote met een houten stok op het achterhoofd heeft geslagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Vervolgens dient de rechtbank te beoordelen hoe dit juridisch moet worden geduid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan het primair ten laste gelegde feit niet worden bewezen omdat er te weinig informatie voorhanden is om te kunnen concluderen dat verdachte opzet op de dood van zijn echtgenote heeft gehad. Weliswaar had aangeefster die overtuiging op dat moment, hetgeen invoelbaar is, maar dat is niet voldoende om tot wettig en overtuigend bewijs te komen. Dit geldt ook voor opzet in voorwaardelijke zin omdat specifieke informatie om te kunnen beoordelen of een klap met het gebruikte voorwerp tegen het achterhoofd een aanmerkelijke kans op de dood oplevert, ontbreekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat wel kan worden bewezen dat verdachte opzet heeft gehad op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan aangeefster. Zij is door hem van achteren op haar achterhoofd geslagen met een houten voorwerp. Zij kon zich niet verweren en is door de klap op de grond gevallen. Ook gelet op het ontstane letsel moet aangeefster met kracht zijn geslagen. Uit deze feitelijke gedraging, met een houten voorwerp en met kracht slaan tegen het achterhoofd, volgt naar het oordeel van de rechtbank de opzet van verdachte. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde feit is bewezen. Hierbij is van belang dat het letsel van aangeefster niet is aan te merken als zwaar lichamelijk letsel in de zin van artikel 82 van het Wetboek van Strafrecht, zodat sprake is van een poging tot het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 9 maart 2018 te Winterswijk ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] , zijnde verdachtes echtgenote, opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen met een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>houten<emphasis role="strike-through">)</emphasis> stok/balk<emphasis role="strike-through">, in elk geval een hard voorwerp,</emphasis> krachtig op het <emphasis role="strike-through">(</emphasis>achter<emphasis role="strike-through">)</emphasis>hoofd van die [slachtoffer] heeft geslagen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">subsidiair: poging tot zware mishandeling, begaan tegen zijn echtgenote.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf </title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zeven maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft naar voren gebracht dat deze eis aangeefster, bij een bewezenverklaring van het subsidiaire feit, niet serieus neemt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zijn echtgenote met een houten stok op het achterhoofd geslagen. Zij was volkomen verrast door de klap en heeft flink letsel opgelopen. Deze gebeurtenis is zeer beangstigend voor haar geweest.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt vast dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Psycholoog R.A. Sterk heeft verdachte in het rapport van 13 juni 2018 beschreven als een rationele en sociaal teruggetrokken man, die beschikt over intellectuele capaciteiten op hoog begaafd niveau. Er is geen sprake van een ziekelijke stoornis of een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens. Het bewezenverklaarde kan verdachte volledig worden toegerekend. </para>
      <para>De reclassering heeft geen advies kunnen uitbrengen, vanwege de ontkenning van het feit door verdachte, het ontbreken van een justitiële voorgeschiedenis en het ontbreken van psychopathologie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de ernst van het feit een onvoorwaardelijke gevangenisstraf rechtvaardigt. De LOVS-oriëntatiepunten vermelden voor het opzettelijk toebrengen van middelzwaar lichamelijk letsel met behulp van een wapen (niet zijnde een vuurwapen) een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van zeven maanden. Weliswaar is in dit geval sprake van een poging tot zware mishandeling, maar strafverzwarend is dat sprake is van huiselijk geweld en dat verdachte door zijn echtgenote, voor haar totaal onverwacht, op het achterhoofd te slaan met een houten voorwerp, haar veel pijn heeft gedaan maar bovenal haar hele leven op zijn kop heeft gezet en haar gevoel van veiligheid ernstig heeft aangetast.    </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>De beoordeling van de vordering van de benadeelde partij</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        [slachtoffer] heeft, bijgestaan door mr. Nurdogan-Ferwerda, advocaat in Amsterdam, een verzoek om schadevergoeding ingediend. Zij vordert een bedrag van € 2.500,- aan immateriële schade. Als gevolg van het feit heeft [slachtoffer] fysieke en psychische schade. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering kan worden toegewezen tot een bedrag van € 1.000,- omdat vrijspraak moet volgen voor het primair ten laste gelegd feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de vordering moet worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het feit schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank vindt toekenning van een bedrag van € 1.500,- billijk. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. </para>
      <para>Voor het overige zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 45, 302 en 304 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het primair tenlastegelegde feit; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het subsidiair tenlastegelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij </emphasis></para>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [slachtoffer]
      </emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.500,- (vijftienhonderd euro), </emphasis>vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan verdachte de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij <emphasis role="bold">[slachtoffer]</emphasis> een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 1.500,- (vijftienhonderd euro)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 9 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom <emphasis role="bold">25 (vijfentwintig) dagen hechtenis</emphasis> zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. C.J.M. van Apeldoorn (voorzitter), mr. M.A. Bijl en </para>
              <para>mr. C.H.M. Pastoors, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 3 juli 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. Bijl en mr. Pastoors zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_2d0142bf-f22e-4f71-8dcd-983d08ba265b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] , hoofdagent/rechercheur van de politie Oost Nederland, districtsrecherche Noord- en Oost-Nederland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer BVH 2018104077 (onderzoek BERNARD), gesloten op 26 april 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_dc31b48c-6b73-42f1-b6e1-3573a7695081" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 84.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_162aa2d4-279f-44fb-980c-77a6d1991b8e" label="3">
    <para> Letselrapportage [naam] , p. 113-116.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6d439ebc-d3ac-45ab-89b0-9429c2d52fcd" label="4">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 84-88.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f3601f1a-527b-42c8-ae3a-1e97f660437b" label="5">
    <para> Letselrapportage [naam] , p. 113-116.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_827585f1-6b69-40d7-b2e8-14dc55cbb9c7" label="6">
    <para> Proces-verbaal uitluisteren gesprek, p. 180. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_13b50d96-849c-4587-9fe7-2be30569b5e5" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 66-67.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_23c6f8a3-dc48-4fce-85a9-d563c09baffd" label="8">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 157-159.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3ca043f0-2b44-4dc6-94fb-a2d04a9b6ce9" label="9">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 54.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2ad7182f-cf64-4233-9703-afd7567aad05" label="10">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte, p. 58.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>