<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2908</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T13:46:33</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/760083-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2908">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2908</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-03T13:45:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-03</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2908 Rechtbank Gelderland , 02-07-2018 / 05/760083-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2908:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 21-jarige militair is veroordeeld voor militaire joyriding zoals dat is strafbaar gesteld bij artikel 166 van het Wetboek van Militair Strafrecht. De meervoudige militaire kamer heeft de militair hiervoor veroordeeld tot een werkstraf van 30 uur waarvan 20 uur voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2908:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/760083-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 2 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1997 te [geboorteplaats] </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Officier raadsman: LTZ 2 (LD) D. Teusink</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, als militair, op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 05 augustus 2016 tot en met 12 januari 2017, te of nabij Den Helder en/of Diemen en/of Roermond en/of Houten en/of Amsterdam, in elk geval te of nabij één of meer (andere) plaatsen in Nederland, in elk geval in Nederland, (telkens) opzettelijk wederrechtelijk één of meer motorrijtuig(en), ((personen)auto's met verscheidene kentekens en/of registratietekens), bij de krijgsmacht in gebruik, als bestuurster heeft gebruikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_7094d6ed-b1d1-4a2c-85ac-8dc08e95fb6a" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam] , p. 7-8;</para>
    <para>- een schriftelijk bescheid in de vorm van een overzicht van aanvragen in het digitaal systeem DigiOn, p.10-19; </para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting op 18 juni 2018.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij, als militair, op <emphasis role="strike-through">één of</emphasis> meer tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 05 augustus 2016 tot en met 12 januari 2017, te of nabij Den Helder en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Diemen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Roermond en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Houten en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Amsterdam, <emphasis role="strike-through">in elk geval te of nabij één of meer (andere) plaatsen in Nederland, in elk geval in Nederland, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk wederrechtelijk <emphasis role="strike-through">één of</emphasis> meer motorrijtuig<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>(personen)auto's met verscheidene kentekens en/of registratietekens<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, bij de krijgsmacht in gebruik, als bestuurster heeft gebruikt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Opzettelijk wederrechtelijk enig motorrijtuig dat bij de krijgsmacht in gebruik is gebruiken, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 20 uren werkstraf, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht een geldboete op te leggen, nu deze straf conform de richtlijn van het Openbaar Ministerie voor een first offender dient te worden opgelegd. Bovendien heeft verdachte lange tijd in onzekerheid in afwachting van het strafproces gezeten en moet zij mogelijk nog voor een adviescommissie inzake rechtspositionele maatregelen verschijnen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 17 mei 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft 27 keer gebruik gemaakt van een voertuig van de krijgsmacht voor doeleinden waarvoor dit niet was toegestaan. Zij heeft onder meer een dienstvoertuig gebruikt voor woon-werkverkeer, om boodschappen te doen en om uitstapjes te maken. Hiermee heeft verdachte haar werkgever op kosten gejaagd en hier zelf financieel van geprofiteerd. Dit gedrag getuigt van een gebrek aan respect voor het eigendom van de krijgsmacht en de regels die daarvoor gelden. Verdachte is geraffineerd te werk gegaan door telkens een plaats van bestemming in te voeren waarvoor zij wel gerechtigd was een dienstvoertuig te gebruiken, maar vervolgens naar een andere bestemming te rijden. In het bijzonder neemt de militaire kamer het verdachte kwalijk dat zij nadat zij door haar chef is geconfronteerd met haar handelen, schaamteloos met haar gedrag is doorgegaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anderzijds houdt de militaire kamer er rekening mee dat verdachte ter terechtzitting volledige openheid van zaken heeft gegeven. Ook heeft zij spijt betuigd, en is dit op de militaire kamer oprecht over gekomen. Voorts neemt de militaire kamer bij de bepaling van de straf mee dat verdachte graag haar baan bij Defensie wil behouden en zij nog niet eerder met politie of justitie in aanraking is gekomen. De militaire kamer is evenwel van oordeel dat een geheel voorwaardelijke taakstraf zoals door de officier van justitie geëist, geen recht doet aan de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder verdachte het feit heeft gepleegd. De militaire kamer acht een taakstraf voor de duur van 30 uren, waarvan 20 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren, passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 22c, 22d en 57 van het Wetboek van Strafrecht en artikel 166 van het Wetboek van Militair Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">30 (dertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 15 (vijftien) dagen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de werkstraf groot 20 (twintig) uren, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> dat de veroordeelde zich niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit. </para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. V.P. van Deventer (voorzitter), en mr. J.B.J. Driessen, rechters, alsmede Kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Mr. V.P. van Deventer en mr. J.B.J. Driessen zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7094d6ed-b1d1-4a2c-85ac-8dc08e95fb6a" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door wachtmeester 1e klasse [verbalisant] van de Koninklijke Marechaussee, district West, Brigade Noord-Holland opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27WN/17-001306, gesloten op 17 mei 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>