<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-02T14:43:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-07-02</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/760001-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2887">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2887</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-07-02T14:42:59</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-07-02</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2887 Rechtbank Gelderland , 02-07-2018 / 05/760001-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2887:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Een 23-jarige militair is door de militaire kamer veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling. Hij heeft meermalen met een bus deodorant in de richting van een slapende militair gespoten, heeft het uitstromende gas met behulp van een aansteker laten ontbranden waardoor een steekvlam is ontstaan. Het slachtoffer heeft hierdoor eerste-en tweedegraads brandwonden opgelopen. De militaire kamer heeft een werkstraf voor de duur van 100 uren opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2887:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/760001-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 2 juli 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1995 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. H.J.G. Dudink, advocaat te Beverwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 14 december 2017 tot en met 15 december </para>
      <para>2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland, tezamen en </para>
      <para>in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, ter uitvoering van het </para>
      <para>door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (telkens) opzettelijk </para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen, althans eenmaal (met) een </para>
      <para>fles/bus deodorant op het (onder)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en/of </para>
      <para>heeft gespoten waarbij hij en/of zijn mededader het uitstromende gas en/of de </para>
      <para>uitstromende vloeistof met een aansteker heeft laten ontbranden, terwijl die </para>
      <para>
        [slachtoffer] zich slapend (deels) onder een deken en/of laken in een bed bevond, </para>
      <para>waardoor die [slachtoffer] , (eerstegraads en/of tweedegraads) brandwonden aan de/een </para>
      <para>bovenbe(e)(e)n heeft bekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 14 december 2017 tot en met 15 december </para>
      <para>2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, althans in Nederland, te zamen en </para>
      <para>in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, [slachtoffer] (telkens) </para>
      <para>heeft mishandeld door meermalen, althans eenmaal (met) een fles/bus deodorant </para>
      <para>op het (onder)lichaam van die [slachtoffer] te richten en/of te spuiten waarbij hij en/of zijn mededader het uitstromende gas en/of de uitstromende vloeistof met een aansteker te laten ontbranden, terwijl die [slachtoffer] zich slapend (deels) onder een deken en/of laken in een bed bevond, waardoor die [slachtoffer] , (eerstegraads en/of tweedegraads) brandwonden aan de/een bovenbe(e)(e)n heeft bekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_597de933-3859-4ad3-9519-ba56350890ae" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>In de nacht van 15 december 2017 zijn verdachte en [medeverdachte] (medeverdachte) naar de kamer van [slachtoffer] (aangever) gegaan op de [naam 2] in Steenwijk, gemeente Steenwijkerland.<footnote-ref linkend="_46e16dff-98b0-48d3-97cd-7df54f3c11ae" /> Aangever lag te slapen in zijn bed. Op een zeker moment heeft verdachte een bus deodorant en een aansteker gepakt, en heeft hij, terwijl hij naast het bed van aangever stond, drie keer met een bus deodorant gespoten en hierbij een aansteker laten ontbranden, waardoor een steekvlam ontstond.<footnote-ref linkend="_d8c4195c-520b-4ef7-945a-fcd5066c0fc7" /> Aangever heeft hierdoor eerste- en tweedegraads brandwonden aan beide bovenbenen opgelopen.<footnote-ref linkend="_b7f281e7-5404-4dd6-bc29-f604b0c95637" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde. Volgens de officier van justitie heeft verdachte immers de aanmerkelijke kans geaccepteerd dat aangever door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de militaire kamer. Hierbij heeft de raadsman wel opgemerkt dat verdachte geen (voorwaardelijk) opzet had op pijn of letsel, nu verdachte op dat moment niet stil stond bij de risico’s. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>Verbalisant [verbalisant] heeft het filmpje bekeken dat medeverdachte van het voorval heeft gemaakt. Hij beschrijft dat hij ziet dat de vlam de eerste keer snel dooft, dat er de tweede keer een grote vlam ontstaat die na een seconde dooft, en dat de derde keer een grote vlam ontstaat die ongeveer vier seconden aanhoudt. Verder ziet de verbalisant dat verdachte in ieder geval de tweede en de derde keer met de bus deodorant in de richting van het dekbed spuit, en dat de vlam hiermee ook op het dekbed gericht is. Tijdens de derde keer is er beweging te zien onder het dekbed en komt een manspersoon overeind. Hierdoor is ook te zien dat bij die derde keer de vlam ter hoogte van de benen is gericht.<footnote-ref linkend="_04e368ab-46ea-4059-9a78-6eee98e4b9a5" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever heeft verklaard dat hij die avond aardig dronken was en met zijn kleren aan in slaap is gevallen. Op een gegeven moment werd hij wakker omdat hij dacht dat er iets brandde, en voelde vervolgens dat zijn broek in brand stond. Later zag hij dat zijn beide bovenbenen en de binnenkant van zijn bovenbenen verbrand waren.<footnote-ref linkend="_d0284035-d8a9-4c22-956a-a5fda3dde9ca" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat aangever laveloos op bed lag. Verdachte en medeverdachte hebben eerst wc-rollen naar aangever gegooid om hem wakker te maken, maar hier werd hij niet wakker van. Verder heeft verdachte nog verklaard dat de vlam de derde keer onder het dekbed van aangever is gekomen. Hier werd aangever ook niet wakker van. Hij en medeverdachte zijn vervolgens weggegaan. Zij hadden geen brand of letsels bij aangever gezien.<footnote-ref linkend="_78425220-a77f-423a-9f00-27f5a2ec8069" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer overweegt dat verdachte drie keer met een bus deodorant heeft gespoten in de richting van aangever, die op dat moment lag te slapen, waarbij verdachte telkens met behulp van een aansteker het uitstromende gas heeft laten ontbranden. De militaire kamer dient te beoordelen of verdachte hiermee opzet heeft gehad op zwaar lichamelijk letsel bij aangever, zoals primair ten laste is gelegd. Hiertoe overweegt de militaire kamer allereerst dat niet is gebleken van ‘boos opzet’ bij verdachte. De militaire kamer is wel van oordeel dat sprake was van opzet in voorwaardelijke zin. Hiertoe overweegt de militaire kamer als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft bij een slapend persoon, die zwaar onder invloed was van alcohol, op korte afstand meermalen een steekvlam doen ontstaan, waarbij de laatste steekvlam vier seconden heeft voortgeduurd. Aangever had zijn kleren nog aan en lag daarnaast onder een dekbed. De militaire kamer acht dit gedrag zeer gevaarzettend. Door de alcohol die aangever die nacht had gedronken sliep hij zeer vast. Dit blijkt ook uit het feit dat hij niet wakker is geworden toen er wc-rollen naar hem werden gegooid, en hij door de laatste steekvlam kennelijk ook nauwelijks wakker is geworden, nu hij pas op een later moment van de pijn in zijn benen wakker werd. Door deze toestand van aangever, was de kans groot dat hij niet snel en adequaat kon reageren op de aanraking met het vuur, omdat hij dit (nog) niet voelde. Extra gevaarzettend was hierbij dat aangever zijn kleren nog aan had en onder een dekbed lag. Niet alleen gaat het hier om brandbaar materiaal, maar ook heeft het vuur hierdoor langzaam kunnen branden en smeulen en duurde het des te langer voordat duidelijk was dat het materiaal in brand stond. De kans dat het vuur daardoor langer inwerkte op de huid en hierdoor forse brandwonden zouden ontstaan die te kwalificeren zijn als zwaar lichamelijk letsel, is daardoor aanmerkelijk. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer is tevens van oordeel dat verdachte deze aanmerkelijke kans bewust heeft aanvaard. Het is een feit van algemene bekendheid dat vuur een snel verwoestende werking heeft. Daarnaast wist verdachte ook dat aangever in een diepe slaap was en hierdoor niet snel wakker zou worden van de steekvlam, waardoor de kans groter was dat het vuur lang bleef smeulen in het dekbed en/of de kleren omdat aangever dit (nog) niet voelde. Mede gelet op deze omstandigheden kan het met uitstromend gas veroorzaken van een grote steekvlam op korte afstand van het lichaam van een in bed slapend persoon naar de uiterlijke verschijningsvorm worden aangemerkt als zo zeer gericht op het veroorzaken van zwaar lichamelijk letsel, dat het niet anders kan zijn dan dat de verdachte de aanmerkelijke kans op het intreden van zwaar lichamelijk letsel heeft aanvaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer acht het primair ten laste gelegde feit dus wettig en overtuigend bewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer acht niet bewezen dat er sprake was van medeplegen in de vorm van in vereniging plegen. Uit de bewijsmiddelen volgt dat verdachte degene is geweest die met de bus deodorant heeft gespoten en de aansteker eronder heeft gehouden. Medeverdachte heeft dit alleen gefilmd. Verder hebben verdachte en medeverdachte van te voren niet afgesproken dat ze dit zouden gaan doen, maar dat ze “slechts” zouden gaan klieren bij aangever. Nu niet blijkt dat medeverdachte een bijdrage van voldoende gewicht heeft geleverd aan het feit, noch dat hij op deze handeling bedacht had moeten zijn in het kader van “klieren”, is de militaire kamer van oordeel dat er geen sprake is geweest van medeplegen in de vorm van in vereniging plegen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair ten laste gelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 14 december 2017 tot en met 15 december </para>
      <para>2017 te Steenwijk, gemeente Steenwijkerland, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, tezamen en </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</emphasis> ter uitvoering van het </para>
      <para>door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] (telkens) opzettelijk </para>
      <para>zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen<emphasis role="strike-through">, althans eenmaal</emphasis> (met) een </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">fles/</emphasis>bus deodorant op het (onder)lichaam van die [slachtoffer] heeft gericht en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
      <para>heeft gespoten waarbij hij <emphasis role="strike-through">en/of zijn mededader</emphasis> het uitstromende gas <emphasis role="strike-through">en/of de </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">uitstromende vloeistof</emphasis> met een aansteker heeft laten ontbranden, terwijl die </para>
      <para>
        [slachtoffer] zich slapend (deels) onder een deken <emphasis role="strike-through">en/of laken</emphasis> in een bed bevond, </para>
      <para>waardoor die [slachtoffer] , <emphasis role="strike-through">(</emphasis>eerstegraads en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> tweedegraads<emphasis role="strike-through">)</emphasis> brandwonden aan de<emphasis role="strike-through">/een </emphasis></para>
      <para>bovenbe<emphasis role="strike-through">(e)</emphasis>n<emphasis role="strike-through">(</emphasis>e<emphasis role="strike-through">)</emphasis>n heeft bekomen, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 100 uren werkstraf, te vervangen door 50 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht een straf op te leggen die onder de normen valt van het VGB-intrekkingsbeleid van Defensie. Voorts heeft de verdediging verzocht mee te laten wegen dat de commandant van verdachte in een brief naar de militaire kamer heeft geschreven dat verdachte goed functioneert bij Defensie. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 26 april 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 4 juni 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte is met een andere militair naar de kamer van het slapende slachtoffer, ook een mede-militair, gegaan om naar eigen zeggen een geintje uit te halen en het slachtoffer wakker te maken. Uiteindelijk heeft verdachte meermalen met een bus deodorant in de richting van het slachtoffer gespoten, en heeft hij het uitstromende gas met behulp van een aansteker laten ontbranden waardoor een steekvlam is ontstaan die het slachtoffer heeft geraakt. Hierdoor heeft het slachtoffer eerste- en tweedegraads brandwonden opgelopen, en veel pijn ondervonden. Dat het letsel niet erger is, is een kwestie van geluk geweest en niet aan verdachte te danken. Bijzonder kwalijk acht de militaire kamer het dat verdachte het feit heeft gepleegd op het moment dat het slachtoffer sliep in zijn eigen legeringskamer, een plek waar hij zich juist veilig zou moeten voelen. Ook is verdachte na zijn handelen gewoon weggegaan, zonder goed te controleren of er brandplekken in het dekbed van het slachtoffer waren ontstaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft bij de politie en op zitting verklaard dat hij alleen maar een geintje uit wilde halen en het niet zijn intentie was om dit letsel aan het slachtoffer toe te brengen. Hoewel de militaire kamer gelooft dat verdachte niet direct de bedoeling had dit letsel te veroorzaken, acht de militaire kamer het zeer kwalijk dat verdachte bij zijn handelen geen rekening heeft gehouden met de gevolgen die het voor het slachtoffer zou kunnen hebben. Verdachte heeft zijn excuses aan het slachtoffer aangeboden, maar lijkt zijn gedrag ten overstaande van de militaire kamer en de reclassering te bagatelliseren. Hij heeft weinig begrip voor het feit dat het slachtoffer aangifte heeft gedaan. De militaire kamer heeft daardoor de indruk dat verdachte de ernst van zijn handelen niet inziet. De militaire kamer zal een taakstraf opleggen voor de duur van 100 uren. Dit past enerzijds bij de ernst van het feit, en anderzijds bij de situatie dat verdachte nog niet eerder met politie en justitie in aanraking is gekomen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het primair ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">100 (honderd) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 (vijftig) dagen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.B.J. Driessen (voorzitter), en mr. V.P. van Deventer, rechters, alsmede Kolonel mr. C.E.W. van de Sande, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. L. Ruizendaal-van der Veen, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 2 juli 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Mr. J.B.J. Driessen en mr. V.P. van Deventer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_597de933-3859-4ad3-9519-ba56350890ae" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door wachtmeester 1e klasse der Koninklijke Marechaussee, van de Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-004309, gesloten op 22 december 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_46e16dff-98b0-48d3-97cd-7df54f3c11ae" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [naam 1] , p.5, verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 juni 2018 en proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p.34. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d8c4195c-520b-4ef7-945a-fcd5066c0fc7" label="3">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 juni 2018, proces-verbaal van verhoor [medeverdachte] , p.34-35 en proces-verbaal d.d. 4 februari 2018. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b7f281e7-5404-4dd6-bc29-f604b0c95637" label="4">
    <para> Aanvraagformulier medische informatie [slachtoffer] , p.41. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_04e368ab-46ea-4059-9a78-6eee98e4b9a5" label="5">
    <para> Proces-verbaal d.d. 4 februari 2018. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d0284035-d8a9-4c22-956a-a5fda3dde9ca" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aangifte [slachtoffer] , p.10. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_78425220-a77f-423a-9f00-27f5a2ec8069" label="7">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 18 juni 2018. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>