<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-02-06T09:48:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/780000-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:GHARL:2019:1010" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/hogerBeroep" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg" psi:gevolg="http://psi.rechtspraak.nl/gevolg#(Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan">Hoger beroep: ECLI:NL:GHARL:2019:1010, (Gedeeltelijke) vernietiging en zelf afgedaan</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2818">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2818</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-28T10:37:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-28</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2818 Rechtbank Gelderland , 28-06-2018 / 05/780000-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2818:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland, locatie Zutphen, heeft twee mannen veroordeeld tot een deels voorwaardelijke gevangenisstraf voor het plegen van een plofkraak in Didam.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2818:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/780000-18</para>
      <para>Datum uitspraak	: 28 juni 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] <?linebreak?> ,</para>
      <para>thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. L.M. Oldenburg, advocaat te Westzaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van <?linebreak?>12 april 2018 en 14 juni 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 07 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in/op/aan een geldautomaat in een pand (supermarkt aan de Leliestraat 47) een of meerdere </para>
      <para>explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de nabij gelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van boven-/omliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen, te duchten was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 07 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een gebouw of een getimmerte, te weten een pand (aan de Leliestraat 47), opzettelijk heeft vernield of beschadigd door in/op/aan een geldautomaat in dat pand een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te </para>
      <para>doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en/of dat pand en/of de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en/of de nabij gelegen panden, in elk geval gemeen gevaar voor goederen, en/of levensgevaar voor een of meer bewoners van boven-/omliggende woningen en/of (toevallige) voorbijgangers, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen, te duchten was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 07 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit (een kluis van) een geldautomaat (in een supermarkt aan de Leliestraat 47) heeft weggenomen een geldbedrag van ongeveer 83.000 euro, althans een aanzienlijk geldbedrag, in </para>
      <para>elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de ING Bank N.V., in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), waarbij verdachte en/of zijn mededader(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/het weg te nemen goed(eren)/geldbedrag(en) onder zijn/hun bereik heeft/hebben gebracht door </para>
      <para>in/op/aan die geldautomaat een of meerdere explosieven aan te brengen en/of (vervolgens) die geldautomaat te doen/laten exploderen, althans door middel van braak en/of verbreking. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_9ef7e38c-1ed9-4a36-801e-05e21685c947" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend kan worden bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het tenlastegelegde onder de feiten 1, 2 en 3. Ter terechtzitting van 14 juni 2018 heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft geen bewijsverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 1] namens [bedrijf 1] en Becedo Vastgoed BV, p. 72-74;</para>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever 2] namens ING Bank NV, p. 77-78;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 102-103;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 14 juni 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Uitgeoefende druk, medeplegen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft tijdens zijn verhoor bij de politie op 5 maart 2018 verklaard dat hij onder druk zou zijn gezet door medeverdachte om de plofkraak te plegen, in de vorm van geweld en bedreigingen. Deze verklaring van verdachte acht de rechtbank niet aannemelijk geworden, nu die verklaring geen ondersteuning vindt in het dossier. Bovendien heeft verdachte zijn politieverklaring ter terechtzitting niet willen toelichten.</para>
      <para>Verdachte en medeverdachte hebben blijkens de hiervoor opgesomde bewijsmiddelen allebei een voldoende eigen aandeel gehad en een wezenlijke bijdrage geleverd. Zij hebben nauw en bewust samengewerkt bij het plegen van de plofkraak, zodat sprake is van medeplegen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 7 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en</emphasis>, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> opzettelijk een ontploffing teweeg heeft gebracht door in<emphasis role="strike-through">/op/aan</emphasis> een geldautomaat in een pand (supermarkt aan de Leliestraat 47) een <emphasis role="strike-through">of meerdere </emphasis></para>
      <para>explosief aan te brengen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> die geldautomaat te doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> dat pand en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de nabij gelegen panden<emphasis role="strike-through">, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een of meer bewoners van boven-/omliggende woningen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (toevallige) voorbijgangers<emphasis role="strike-through">, in elk geval levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen,</emphasis> te duchten was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 7 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen,</emphasis> een gebouw <emphasis role="strike-through">of een getimmerte</emphasis>, te weten een pand (aan de Leliestraat 47)<emphasis role="strike-through">,</emphasis> opzettelijk heeft <emphasis role="strike-through">vernield of</emphasis> beschadigd door in<emphasis role="strike-through">/op/aan</emphasis> een geldautomaat in dat pand een <emphasis role="strike-through">of meerdere</emphasis> explosief aan te brengen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> die geldautomaat te </para>
      <para>doen/laten exploderen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor die geldautomaat en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> dat pand en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de in dat pand aanwezige inventaris/goederen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> de nabij gelegen panden<emphasis role="strike-through">, in elk geval gemeen gevaar voor goederen,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> levensgevaar voor een of meer bewoners van boven-/omliggende woningen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (toevallige) voorbijgangers<emphasis role="strike-through">, in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen,</emphasis> te duchten was; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 7 januari 2018 te Didam, gemeente Montferland, tezamen en in vereniging met een ander <emphasis role="strike-through">of anderen, althans alleen,</emphasis> met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening <emphasis role="strike-through">in/</emphasis>uit (een kluis van) een geldautomaat (in een supermarkt aan de Leliestraat 47) heeft weggenomen een geldbedrag van <emphasis role="strike-through">ongeveer</emphasis> 83.000 euro<emphasis role="strike-through">, althans een aanzienlijk geldbedrag, in </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">elk geval enig goed</emphasis>, geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele</emphasis> toebehorende aan de ING Bank N.V., <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),</emphasis> waarbij verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">(s) zich de toegang tot de plaats des misdrijfs heeft/hebben verschaft en/of de/</emphasis>het weg te nemen <emphasis role="strike-through">goed(eren)/</emphasis>geldbedrag<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> onder <emphasis role="strike-through">zijn/</emphasis>hun bereik <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben gebracht door </para>
      <para>in<emphasis role="strike-through">/op/aan</emphasis> die geldautomaat een <emphasis role="strike-through">of meerdere</emphasis> explosief aan te brengen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> die geldautomaat te doen/laten exploderen<emphasis role="strike-through">, althans door middel van braak en/of verbreking</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de bewezenverklaring kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1 en 2:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De eendaadse samenloop van:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van opzettelijk een ontploffing teweeg brengen, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">medeplegen van een gebouw opzettelijk beschadigen, terwijl daardoor gemeen gevaar voor goederen en levensgevaar voor een ander te duchten is.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak, begaan door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte nog jong is en met de vaststelling van de psycholoog dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis in de vorm van een posttraumatische stressstoornis en dat vermoedelijk sprake is van laagbegaafdheid. Volgens de verdediging is een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden een passende afdoening, gelet op de afdoening in vergelijkbare zaken. Er dient daarnaast een deel van de straf voorwaardelijk te worden opgelegd met de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd, om verdachte perspectief te bieden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister van 14 mei 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 9 maart 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland van 1 juni 2018;</para>
    <para>- een psychologisch rapport van H. Scharft, GZ-psycholoog, van 16 mei 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur leiden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich samen met medeverdachte schuldig gemaakt aan een zogeheten plofkraak. Het doelwit van de plofkraak, een geldautomaat van de ING bank, bevond zich in een winkelpand van  Albert Heijn. Verdachte en medeverdachte hebben eerst de toegangsdeur van het pand vernield en hebben vervolgens een explosief in de geldautomaat laten ontploffen. Vervolgens zijn zij er met de buit vandoor gegaan en hebben daarbij nog een explosief in het pand achtergelaten. Dit alles vond midden in de nacht plaats.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de ontploffing is grote schade ontstaan aan de automaat zelf en aan het pand waarin deze stond. Daarnaast had er levensgevaarlijk letsel kunnen worden toegebracht aan de personen die boven het pand wonen, aan toevallige voorbijgangers en aan hulpverleners die na de ontploffing ter plaatse kwamen, te meer nu nog een explosief in het pand was achtergelaten. Een plofkraak is daarom een gewelddadige en gevaarlijke vorm van vermogenscriminaliteit en veroorzaakt sterke gevoelens van onveiligheid in de maatschappij. Verdachte en medeverdachte hebben zich echter enkel om hun eigen gewin bekommerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is, blijkens zijn documentatie en ondanks zijn jonge leeftijd, reeds vaker veroordeeld voor vermogensdelicten en ook al tot (deels) onvoorwaardelijke gevangenisstraffen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het psychologisch rapport volgt dat verdachte lijdt aan een ziekelijke stoornis in de vorm van een posttraumatische stressstoornis met paniekaanvallen. Daarnaast is vermoedelijk sprake van een gebrekkige ontwikkeling in de vorm van laagbegaafdheid. Een verband tussen de stoornis en het tenlastegelegde was echter onvoldoende te onderzoeken door de onvoldoende medewerking van verdachte aan het onderzoek. Dit is het gevolg van de opstelling van verdachte en komt daarom voor zijn rekening en risico. De rechtbank begrijpt op basis van het rapport dat sprake is van persoonsproblematiek, maar die enkele vaststelling is onvoldoende om te kunnen concluderen dat verdachte onder invloed van die problematiek het tenlastegelegde heeft begaan. Verdachte wordt dan ook niet als verminderd toerekeningsvatbaar beschouwd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alle omstandigheden bezien, is de rechtbank van oordeel dat de straf zoals gevorderd door de officier van justitie passend en geboden is. Een lagere straf zou geen recht doen aan de ernst van de feiten en aan de schade die en het gevaar dat verdachte heeft veroorzaakt. De rechtbank zal dus een gevangenisstraf opleggen voor de duur van vier jaren, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van drie jaren, met een aantal van de bijzondere voorwaarden zoals geadviseerd door de reclassering, te weten een meldplicht, een ambulante behandelverplichting, en na te melden andere voorwaarden het gedrag betreffende. Het voorarrest zal in mindering worden gebracht op de gevangenisstraf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a.	Beslag</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft ter terechtzitting een beslaglijst overgelegd en daarbij aangegeven dat de daarop vermelde goederen verbeurdverklaard dienen te worden. In het geval er toch nog andere goederen zouden zijn waarop beslag rust, heeft de officier van justitie ter terechtzitting aangegeven dat geen strafvorderlijk belang zich verzet tegen teruggave van die goederen aan de belanghebbende en dat hij in dat geval zal toezien op teruggave aan de rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De na te melden in beslag genomen en nog niet teruggegeven voorwerpen zoals vermeld op de overgelegde beslaglijst, volgens opgave van verdachte aan verdachte toebehorend, zijn vatbaar voor verbeurdverklaring, nu het voorwerpen zijn met behulp waarvan het bewezenverklaarde is begaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu zich geen strafvorderlijk belang daartegen verzet, zal de teruggave worden gelast van de eventueel nog in beslag genomen en niet teruggegeven overige voorwerpen aan de rechthebbende.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7b. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij ING Bank NV heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van de onder 1 en 3 bewezenverklaarde feiten. Gevorderd wordt een bedrag van € 18.332,83.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij ING Bank NV tot betaling van het bedrag van € 18.332,83 toe te wijzen, met de wettelijke rente vanaf 7 januari 2018, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht (Sr) wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 126 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vraagtekens geplaatst bij de post “onderzoekskosten”, nu de politie al onderzoek heeft gedaan. Voor het overige heeft de verdediging zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder feit 1 en 3 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 18.332,83 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht hoofdelijk aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. Er is door middel van een plofkraak forse schade toegebracht aan het eigendom van de benadeelde partij, op grond waarvan de benadeelde partij recht had op en belang had bij het doen van eigen onderzoek. De vordering is gespecificeerd en onderbouwd en het gevorderde bedrag komt de rechtbank niet onredelijk voor. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf de datum van ondertekening van de vordering, 23 mei 2018. De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader is of wordt voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mede gelet op verdachtes zeer beperkte draagkracht en op de langdurige vrijheidsstraf die hem voor deze zaak zal worden opgelegd, ziet de rechtbank aanleiding om af te zien van het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel. De schulden zullen daarom alleen maar oplopen, waardoor op voorhand al is te voorzien dat het opleggen van de schadevergoedingsmaatregel waarschijnlijk slechts zal leiden tot het in de toekomst tenuitvoerleggen van hechtenis. Daarbij komt dat de voorschotregeling ex artikel 36f lid 7 Sr niet van toepassing is als de benadeelde partij een rechtspersoon is, zoals in het onderhavige geval. Dit maakt dat de benadeelde partij het schadebedrag niet van de staat uitgekeerd zal krijgen als verdachte niet binnen acht maanden aan zijn betalingsverplichting heeft voldaan. De benadeelde partij heeft om die reden onvoldoende baat bij oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7c. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 15/810269-16</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 108 dagen gevangenisstraf die door de rechtbank Noord-Holland op 15 juni 2017 voorwaardelijk is opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling geen standpunt ingenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juni 2017 (parketnummer 15/810269-16) voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 47, 55, 57, 157, 170 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) jaren</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis>, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>- zich uiterlijk binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland op het telefoonnummer 088-8041301 om een afspraak te maken voor een eerste gesprek op de locatie aan de Bezuidenhoutseweg 179 te Den Haag en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht. Veroordeelde moet zich daarbij houden aan de aanwijzingen die de Reclassering Nederland hem geeft, voor zover deze niet reeds zijn opgenomen in een andere bijzondere voorwaarde;</para>
      <para>- wordt verplicht om diagnostiek te laten verrichten en zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen bij forensische polikliniek De Waag of soortgelijke ambulante (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven, indien en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      <para>- zijn medewerking dient te verlenen aan en een actieve inspanning dient te verrichten voor (een traject gericht op) het verkrijgen en het behouden van een stabiele en toekomstgerichte dagbesteding;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">verklaart verbeurd</emphasis> de in beslag genomen, nog niet teruggegeven voorwerpen, te weten:<?linebreak?>- rode scooter;<?linebreak?>- beitel;<?linebreak?>- zwart/gele schroevendraaier;<?linebreak?>- zwarte moker;<?linebreak?>- beitel;<?linebreak?>- rood/zwarte moker;<?linebreak?>- gele betonschaar;<?linebreak?>- geel breekijzer;</para>
    <para />
    <para> gelast de <emphasis role="bold">teruggave</emphasis> van nog niet teruggegeven voorwerpen aan de rechthebbende, voor zover daar nog beslag op rust;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij ING Bank NV</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 en 3 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij ING Bank NV</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 18.332,83 (achttienduizenddriehonderdtweeëndertig euro en drieëntachtig eurocent)</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 mei 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat indien en voor zover door de mededader het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 15/810269-16</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">gelast de tenuitvoerlegging</emphasis> van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de rechtbank Noord-Holland van 15 juni 2017, te weten van: <emphasis role="bold">108 (honderdacht) dagen gevangenisstraf</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en <?linebreak?>mr. G.W.B. Heijmans, rechters, in tegenwoordigheid van mr. L.R. van Damme, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 28 juni 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para>Mr. Van der Mei en mr. Heijmans zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9ef7e38c-1ed9-4a36-801e-05e21685c947" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie <?linebreak?>Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018010612, gesloten op 15 mei 2018, het door [verbalisant] opgemaakte aanvullend eind proces-verbaal, gesloten op 30 mei 2018, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>