<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2025-08-04T09:44:44</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/338835 KG RK 18-575</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#wraking">Wraking</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>V-N Vandaag 2018/1456</rdf:li>
          <rdf:li>V-N 2018/48.13.15</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/1614</rdf:li>
          <rdf:li>NLF 2018/1614</rdf:li>
          <rdf:li>FutD 2018-1797</rdf:li>
          <rdf:li>Viditax (FutD) 2018062717</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2734">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2734</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-26T16:24:49</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2734 Rechtbank Gelderland , 19-06-2018 / C/05/338835 KG RK 18-575</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2734:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Verzoeker kennelijk niet ontvankelijk omdat het verzoek een tweede wrakingsverzoek in dezelfde zaak betreft. Ook in het verzoek tot wraking van de eerdere wrakingsrechters is verzoeker kennelijk niet ontvankelijk, omdat in die eerdere wrakingszaak al een eindoordeel is gegeven.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2734:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">beslissing	 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wrakingskamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: C/05/338835 KG RK 18-575</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Beslissing van 19 juni 2018</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>van de meervoudige wrakingskamer van de rechtbank op het verzoek van</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verzoeker] ,</emphasis>
      </para>
      <para>wonende te [woonplaats] ,</para>
      <para>hierna te noemen: verzoeker, strekkende tot de wraking van</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. A.P. Vaatstra,</emphasis>
      </para>
      <para>rechter in deze rechtbank,</para>
      <para>hierna ook te noemen: de rechter</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. L.J.P. Lambooij,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. J.A.M. Strens-Meulemeester,</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">mr. Y.M.J.I. Baauw,</emphasis>
      </para>
      <para>rechters in deze rechtbank, </para>
      <para>hierna ook te noemen: de rechters</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De procedure</title>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het schriftelijk wrakingsverzoek van 15 januari 2018 en het aanvullend schrijven van verzoeker van 2 februari 2018 in de zaak met nummer AR AWB 17/4156 WOZ tussen verzoeker en Tribuut Belastingcentrum;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de afwijzende beslissing van de wrakingskamer van deze rechtbank van 27 februari 2018 onder nummer C/05/332102/KZ RK 18/61;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het (tweede) schriftelijke wrakingsverzoek van 15 juni 2018 in de zaak met nummer AR AWB 17/4156 WOZ tussen verzoeker en Tribuut Belastingcentrum.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>Het wrakingsverzoek</title>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>Het verzoek strekt in de eerste plaats (opnieuw) tot wraking van mr. A.P. Vaatstra als (bestuurs)rechter in de zaak met nummer AR AWB 17/4156 WOZ tussen verzoeker en Tribuut Belastingcentrum als verweerder. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Verzoeker stelt in zijn schriftelijke verzoek dat de rechter gekenmerkt wordt door luiheid, onbekwaamheid en corruptie en dat de rechter al zeer duidelijk heeft laten blijken tegen verzoeker gekant te zijn. Zowel in de zaak tegen Tribuut Belastingcentrum als in de wrakingszaak heeft de rechter, volgens verzoeker, een voor verzoeker onbekende Bartels in de processen geïntroduceerd. Verzoeker heeft naar eigen zeggen recht op een zorgvuldig werkende rechter, die duidelijk maakt wie wie is.  </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>Het verzoek strekt voorts tot wraking van de rechters van de wrakingskamer die bij beslissing van 27 februari 2018 het eerdere verzoek tot wraking van mr. A.P. Vaatstra  hebben afgewezen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>Verzoeker stelt dat de rechters op basis van vriendjespolitiek een beslissing hebben genomen in de zaak met nummer C/05/332102/KZ RK 18/61, terwijl verzoeker was uitgenodigd voor de zaak met nummer C/05/332102/KG RK 18/61. Volgens verzoeker hebben de rechters de feiten genegeerd.</para>
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>3</nr>De beoordeling</title>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">T.a.v. mr. A.P. Vaatstra</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>De wrakingskamer overweegt dat een verzoek tot wraking in beginsel ter zitting wordt behandeld. Artikel 9 sub e van het Wrakingsprotocol van de rechtbank Gelderland bepaalt dat de wrakingskamer het verzoek tot wraking aanstonds zonder behandeling ter zitting kan afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid indien het een volgend verzoek ten aanzien van eenzelfde rechter betreft, tenzij feiten of omstandigheden worden voorgedragen die pas na het eerdere verzoek aan verzoeker bekend zijn geworden. De wrakingskamer kan een verzoek tot wraking ingevolge artikel 9 sub i van het Wrakingsprotocol ook aanstonds zonder behandeling ter zitting afdoen wegens kennelijke niet-ontvankelijkheid, indien sprake is van kennelijk misbruik van recht.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <parablock>
        <para>Voor zover de omstandigheid dat de rechter de naam van verzoeker onjuist heeft gespeld al als nieuwe omstandigheid moet worden aangemerkt die pas na het eerdere wrakingsverzoek aan verzoeker, bekend is geworden, is de wrakingskamer van oordeel dat de onjuiste spelling van de naam van verzoeker een kennelijke verschrijving is, waarvan evident is dat hieruit niet kan worden opgemaakt dat sprake is van vooringenomenheid.</para>
        <para>Nu verzoeker desondanks op deze grond een (tweede) wrakingsverzoek heeft ingediend jegens mr. A.P. Vaatstra, is sprake van misbruik van recht door verzoeker. De wrakingskamer verklaart verzoeker niet-ontvankelijk in (dit gedeelte van) zijn verzoek. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>Gelet op het hiervoor gegeven oordeel dat sprake is van misbruik van recht, zal de wrakingskamer bepalen dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in deze zaak, ook wanneer hij zich beroept op nieuwe feiten of omstandigheden, niet in behandeling wordt genomen.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="italic">T.a.v. mrs. L.J.P. Lambooij, J.A.M. Strens-Meulemeester en Y.M.J.I. Baauw,</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>Het wrakingsverzoek tegen mrs. L.J.P. Lambooij, J.A.M. Strens-Meulemeester en Y.M.J.I. Baauw is gedaan nadat deze rechters einduitspraak hebben gedaan in de eerdere wrakingszaak. Om die reden kan verzoeker niet in het wrakingsverzoek worden ontvangen. Voor een behandeling van het verzoek ter terechtzitting bestaat ook hier geen reden. Het in de wet opgenomen recht op een mondelinge behandeling is door de wetgever bedoeld voor het debat over de gegrondheid van het verzoek, maar aan dat debat wordt gezien het vorenstaande niet toegekomen. Ook in dit (gedeelte van het) wrakingsverzoek verklaart de wrakingskamer verzoeker niet-ontvankelijk. Een mogelijke verschrijving in het zaaknummer waarin de rechters uitspraak hebben gedaan maakt dit niet anders. </para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>4</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De wrakingskamer </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>4.1.</nr>
      <para>verklaart verzoeker (kennelijk) niet ontvankelijk in zijn verzoek tegen mr. A.P. Vaatstra en bepaalt dat een volgend wrakingsverzoek van verzoeker in de zaak met nummer AR AWB 17/4156 WOZ niet in behandeling zal worden genomen;</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>4.2.</nr>
      <para>verklaart verzoeker (kennelijk) niet ontvankelijk in zijn verzoek tegen mrs. L.J.P. Lambooij, J.A.M. Strens-Meulemeester en Y.M.J.I. Baauw.</para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Deze beslissing is gegeven door de mrs. F.M.Th. Quaadvliet, J.R. Veerman en J.M. Graat in tegenwoordigheid van de griffier mr. C. van Schelven.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste rechter uitgesproken ter openbare terechtzitting van 19 juni 2018 in aanwezigheid van de griffier en door hen ondertekend. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>de griffier	de voorzitter</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Tegen deze beslissing staat geen rechtsmiddel open.</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>