<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-18T13:55:24</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840186-18 en 05/244624-16 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2669">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2669</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-18T13:54:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2669 Rechtbank Gelderland , 14-06-2018 / 05/840186-18 en 05/244624-16 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2669:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank Gelderland heeft een 25-jarige man veroordeeld voor een poging tot zware mishandeling. De man heeft aangeefster met een forse klap neergeslagen en vervolgens, toen zij weerloos op de grond lag, tegen het hoofd geschopt. De rechtbank houdt rekening met een verminderde mate van toerekeningsvatbaarheid en acht behandeling van de man nodig. De man is veroordeeld tot een gevangenisstraf voor zes maanden, waarvan drie maanden voorwaardelijk. Als bijzondere voorwaarde is (onder andere) opgelegd een  behandelverplichting. Daarnaast moet de man aangeefster een schadevergoeding betalen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2669:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers	: 05/840186-18 en 05/244624-16 (TUL) </para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 juni 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1992 te [geboorteplaats] (Irak), </para>
      <para>(ten tijde van de terechtzitting) gedetineerd te P.I. Arnhem – HvB Arnhem Zuid,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. M.P.T. Peters, advocaat te Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 31 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. hij op of omstreeks 01 maart 2018, in de gemeente Winterswijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de al dan niet tot vuist gebalde hand in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft </para>
    <para>gestompt en/of geslagen, en/of met dat opzet genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de al dan niet geschoeide voet in het gezicht en/of tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 01 maart 2018, in de gemeente Winterswijk, een persoon, genaamd [slachtoffer] , heeft mishandeld, door genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de al dan niet tot vuist gebalde hand in het gezicht en/of tegen het hoofd te stompen en/of te </para>
      <para>slaan, en/of door genoemde [slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, met de al dan niet </para>
      <para>geschoeide voet in het gezicht en/of tegen het hoofd te schoppen en/of te trappen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_75260e67-e825-4872-9162-d79259bca987" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft voor algehele vrijspraak gepleit. Daartoe is aangevoerd dat – mede gelet op het bij aangeefster vastgestelde letsel – de verklaringen van verdachte meer aannemelijk zijn dan die van aangeefster.  Voorts is het rapport van de forensisch arts, die het letsel van aangeefster heeft beoordeeld, niet deugdelijk opgesteld. De vraagstelling is gebrekkig en geen rekening is gehouden met het door verdachte geschetste scenario.</para>
      <para>Verder heeft de verdediging gesteld dat er sterke aanwijzingen zijn dat de verklaringen van aangeefster onbetrouwbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat geen sprake is van een poging tot zware mishandeling, nu uit het dossier niet valt af te leiden dat er hard zou zijn geschopt. Slaan of stompen in het gezicht levert geen poging zware mishandeling op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer] (hierna: aangeefster) heeft aangifte gedaan en heeft als volgt verklaard. Op 1 maart 2018 troffen zij en verdachte elkaar in Winterswijk. Zij hebben in de auto een ritje gemaakt en toen ze uiteindelijk geparkeerd stonden, hebben zij een gesprek gehad over (het verbreken van) hun relatie. Op enig moment wilde aangeefster naar huis en stapte de auto uit. Verdachte stapte ook uit, liep om de auto heen en ging voor aangeefster staan. Vanuit het niets kreeg aangeefster een harde vuistslag van verdachte op haar gezicht. Door de klap werd aangeefster ‘dizzy’, sloeg ook de bril van aangeefsters gezicht en kwam aangeefster te vallen op de grond. Toen zij daar lag, schopte verdachte haar in haar gezicht.<footnote-ref linkend="_73010a2a-b7cd-49e4-999b-2e2c3ba9be5e" /></para>
      <para>Ter terechtzitting is aangeefster als getuige gehoord. Daarbij heeft aangeefster deze verklaringen in de kern herhaald. Tevens heeft zij voorgedaan hoe verdachte op dat moment schopte. Zij deed voor dat, terwijl zij op de grond lag en verdachte met zijn gezicht naar haar toe stond, verdachte van boven naar beneden een schoppende beweging maakte met de hak van zijn voet richting haar hoofd.<footnote-ref linkend="_daa83ed9-00f2-4d80-a7c1-f7a34e2edeab" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de hiervoor weergegeven verklaringen van aangeefster voldoende betrouwbaar zijn om tot bewijs te kunnen dienen. Aangeefster heeft in de kern, ook tegenover de rechtbank, consistent en niet onaannemelijk verklaard. Daarnaast worden de verklaringen van aangeefster ondersteund door andere bewijsmiddelen, die hierna worden weergegeven. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte zelf heeft bevestigd dat hij samen met aangeefster in de auto zat, dat hij die dag alcohol had genuttigd en dat zij een gesprek hadden over (het verbreken van) hun relatie. Verdachte heeft eveneens bevestigd dat aangeefster op enig moment weg wilde en uit de auto is gestapt en dat hij haar reeds op dat moment heeft willen tegenhouden.  Verdachte was volgens eigen zeggen emotioneel, is daarna ook zelf uitgestapt en is naar haar toe gelopen met de intentie om haar tegen te houden.<footnote-ref linkend="_a6d17f58-4d45-468a-ad19-71fb783b9596" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voorts overweegt de rechtbank dat op de rechterschoen van verdachte (in beslag genomen bij zijn insluitingsfouillering) aan de rechter buitenkant (acht kleine) bloedspetters zijn gevonden en op de hak van de rechterschoen is een spetter/veeg spoor (donkerrood van kleur) gevonden.<footnote-ref linkend="_c85e4e56-0f1e-4905-bda5-1624df32270d" /> Op twee plaatsen zijn de bloedspetters bemonsterd en onderzocht door het NFI. Het NFI heeft bevonden dat het DNA in dat bloed afkomstig kan zijn van aangeefster. De kans dat het bloed van een ander afkomstig is, is kleiner dan 1 op 1 miljard.<footnote-ref linkend="_8bd40645-0cce-4163-adbd-2f93faa18c43" /> Gelet op deze bevindingen van het NFI stelt de rechtbank vast dat het bloed op de rechterschoen van verdachte afkomstig is van aangeefster.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het letsel van aangeefster is (vier dagen na het incident) onderzocht door een forensisch arts. Deze arts heeft waargenomen: een scheurwondje op het rechter bovenooglid, een schaafwondje onder het midden van de rechter wenkbrauw, op een schaafwond op de rand van het rechter bovenooglid en een bloeduitstorting op de linker knieschijf. </para>
      <para>Het wondje op het rechter bovenooglid kan zijn ontstaan door een schop tegen het hoofd. Het is mogelijk dat het schaafwondje onder het midden van de rechter wenkbrauw door dezelfde handeling is veroorzaakt. Het kan echter ook door een op zichzelf staande oorzaak (een andere klap) zijn ontstaan. </para>
      <para>Gezien de oriëntatie van de schaafwond op de rand van het rechter bovenooglid zal de kracht die deze schaafwond veroorzaakte niet dezelfde zijn geweest als die het genoemde scheurwondje veroorzaakte.<footnote-ref linkend="_8492788b-50d3-47da-94f8-2a9143c004f1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet geen aanleiding voor twijfel aan de hierboven weergegeven onderdelen uit het rapport van de forensisch arts. Deze onderdelen zijn gegrond op eigen waarnemingen door de forensisch arts en daaruit voortvloeiende conclusies. Niet valt in te zien dat deze conclusies zijn beïnvloed door (het ontbreken van) verklaringen van betrokkenen of de onjuiste lezing daarvan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bloed op de rechterschoen en de verwondingen bij aangeefster, die moeten zijn ontstaan door ten minste twee handelingen, passen niet bij de verklaringen van verdachte. Verdachte heeft immers verklaard dat hij aangeefster slechts heeft willen vastpakken en daarbij per ongeluk haar bril heeft geraakt, waarna zij struikelde en ten val kwam. Het bloed op zijn schoen moet er zijn gekomen toen hij haar nog heeft willen helpen met opstaan.  De bevindingen ondersteunen daarentegen wel de verklaring van aangeefster. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte aangeefster één keer met kracht heeft geslagen, waardoor zij op de grond viel en ‘dizzy’ was. Vervolgens heeft verdachte aangeefster met geschoeide voet in haar gezicht geschopt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een kwetsbaar onderdeel van het lichaam is, gelet op het zich daarin bevindende vitale orgaan de hersenen. Het schoppen met geschoeide voet richting het gezicht/hoofd van aangeefster, terwijl zij weerloos (dizzy) op de grond lag en verdachte (boven haar) stond, brengt, anders dan de raadsman heeft betoogd, een aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel met zich. Door aldus te handelen heeft verdachte zich willens en wetens blootgesteld aan de aanmerkelijke kans op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. </para>
      <para>Derhalve komt de rechtbank tot een bewezenverklaring van het primair tenlastegelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 1 maart 2018, in de gemeente Winterswijk, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon, genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet genoemde [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">meermalen, althans</emphasis> eenmaal, met de al dan niet tot vuist gebalde hand <emphasis role="strike-through">in het gezicht en/of</emphasis> tegen het hoofd heeft </para>
      <para>gestompt <emphasis role="strike-through">en/</emphasis>of geslagen, en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> met dat opzet genoemde [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">meermalen, althans</emphasis> eenmaal, met de <emphasis role="strike-through">al dan niet</emphasis> geschoeide voet <emphasis role="strike-through">in het gezicht en/of</emphasis> tegen het hoofd heeft geschopt en/of getrapt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van het voorarrest, te weten drie maanden, en daarnaast een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met een proeftijd van drie jaren en de bijzondere voorwaarden zoals door de reclassering geadviseerd. Deze bijzondere voorwaarden zouden dadelijk uitvoerbaar moeten worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verwezen naar de persoonlijke omstandigheden van verdachte en heeft zich op het standpunt gesteld dat kan worden volstaan met een gevangenisstraf voor een duur gelijk aan het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 17 april 2018;</para>
    <para>- een rapportage van psychologisch onderzoek, opgesteld door [naam 1] , GZ-psycholoog, d.d. 18 mei 2018. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen – en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke gevangenisstraf – dat verdachte aangeefster met een forse klap heeft neergeslagen en vervolgens, toen zij weerloos op de grond lag, tegen het hoofd heeft geschopt. Dat het lichamelijke letsel van aangeefster (relatief) gering is gebleven, heeft niet aan verdachte gelegen. Verdachte heeft daarnaast de gevoelens van veiligheid van aangeefster en haar naasten aangetast. Van het verdriet dat verdachte heeft toegebracht, heeft aangeefster blijk gegeven ter terechtzitting. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De over verdachte rapporterende psycholoog heeft geschreven dat bij verdachte sprake is van een narcistische persoonlijkheidsstoornis. Verdachte zou verminderd toerekeningsvatbaar moeten worden verklaard. Door zijn stoornis is hij minder in staat zich in te leven in een ander. Dit maakt dat er zeker een risico op recidive bestaat. Ter voorkoming van recidive is behandeling van verdachte van belang. Omdat hij niet intrinsiek gemotiveerd is, kan een behandeling alleen plaatsvinden in een justitieel kader.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles overwegende acht de rechtbank de door de officier van justitie gevorderde straf passend en geboden. Verdachte is eerder voor geweldsfeiten veroordeeld. De reclassering acht de kans op recidive hoog. De rechtbank is daarom van oordeel dat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat de veroordeelde wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen of gevaar veroorzaakt voor de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen. Daarom zal de rechtbank bevelen dat de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 489,20.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie acht de vordering van de benadeelde partij redelijk en voldoende onderbouwd. De vordering kan geheel worden toegewezen, inclusief de wettelijke rente. Ook dient de schadevergoedingsmaatregel te worden opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft aangevoerd dat de gevorderde immateriële schade moet worden gematigd. Voor de gestelde zwelling aan het oog en het blauwe oog is geen onderbouwing gegeven en het blijkt niet uit het dossier. De gestelde psychische gevolgen zijn niet te rijmen met het telefonisch zoeken van contact met verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezenverklaarde handelen schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. </para>
      <para>De door de benadeelde partij gestelde schade is in voldoende mate onderbouwd en is, naar het oordeel van de rechtbank, redelijk. Gelet op het toegebrachte letsel en de bij de vordering overgelegde foto’s en de foto op pagina 9 van het dossier, acht de rechtbank aannemelijk dat de benadeelde partij over de gestelde periode (ook) last heeft gehad van een blauw en gezwollen oog. Dat hiervan door de forensisch arts, dan wel in het waarneembericht van de huisartsenpost, geen melding wordt gemaakt, maakt niet dat geen sprake was van verkleuring en zwelling van de door hen genoemde letsels. De vordering is volledig voor toewijzing vatbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf (onder parketnummer 05/244624-16) dient te worden verlengd met één jaar. Indien die proeftijd al een eerder is verlengd, dient de vordering te worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdediging heeft gewezen op de omstandigheid dat de proeftijd reeds eerder is verlengd. Voorts heeft de verdediging zich op het standpunt gesteld dat de tenuitvoerlegging van de voorwaardelijke straf disproportioneel zou zijn. Daarnaast heeft de verdediging gewezen op het advies van de reclassering de vordering tot tenuitvoerlegging af te wijzen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is bij vonnis van 23 februari 2017 door de politierechter (parketnummer 05/244624-16) een voorwaardelijke straf opgelegd van één maand. De proeftijd van twee jaren is ingegaan op 9 maart 2017. Derhalve staat met onderhavige bewezenverklaring vast dat verdachte een strafbaar feit heeft gepleegd in de proeftijd. De vordering tot tenuitvoerlegging ligt dan in beginsel voor toewijzing gereed. </para>
      <para>De reclassering heeft echter geadviseerd de voorwaardelijke straf op dit moment niet ten uitvoer te leggen. </para>
      <para>Uit het uittreksel uit het algemeen documentatieregister kan afgeleid worden dat de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straf (onder parketnummer 05/244624-16) bij vonnis van de politierechter van 11 september 2017 reeds is verlengd met één jaar. Gelet op het bepaalde in artikel 14f van het Wetboek van Strafrecht kan deze proeftijd dan niet nogmaals worden verlengd. </para>
      <para>De vordering van de officier van justitie zal dan ook worden afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot <emphasis role="bold">een gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">3 (drie) maanden niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;<?linebreak?></para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para> de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich uiterlijk op binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht<?linebreak?>Veroordeelde zal zich in eerste instantie melden bij de heer [naam 2] aan de Houtwal 16D te Zutphen of op telefoonnummer: 088-8041404;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich gedurende de proeftijd ambulant onder behandeling zal stellen bij Kairos en/of Iriszorg of een soortgelijke instelling of instellingen nader door de reclassering te bepalen, voor zover en zolang de reclassering, dan wel genoemde instelling, zulks nodig acht;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich gedurende de proeftijd zal onthouden van het gebruik van verdovende middelen en alcohol en zich verplicht ten behoeve van de naleving van dit verbod mee te werken aan bloedonderzoek of urineonderzoek, voor zover en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>	geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarde(n) en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	beveelt dat de op grond van artikel 14c gestelde voorwaarden en het op grond van artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, uit te oefenen toezicht, dadelijk uitvoerbaar zijn;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van het bewezenverklaarde feit tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 489,20</emphasis> (vierhonderdnegenentachtig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 489,20</emphasis> (vierhonderdnegenentachtig euro en twintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 maart 2018 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 9 (negen) dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	<emphasis role="bold">wijst af</emphasis> de vordering tot tenuitvoerlegging van de onder parketnummer 05/244624-16 opgelegde voorwaardelijke straf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. S.A. van Hoof (voorzitter), mr. E.H.T. Rademaker en <?linebreak?>mr. Y.H.M. Marijs, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C. Aalders, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 juni 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Mr. Marijs is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_75260e67-e825-4872-9162-d79259bca987" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018092370, gesloten op 4 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_73010a2a-b7cd-49e4-999b-2e2c3ba9be5e" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer] , p. 4.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_daa83ed9-00f2-4d80-a7c1-f7a34e2edeab" label="3">
    <para> Verklaringen van getuige [slachtoffer] , afgelegd ter terechtzitting d.d. 31 mei 2018 en waarneming van de rechtbank ter terechtzitting d.d. 31 mei 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a6d17f58-4d45-468a-ad19-71fb783b9596" label="4">
    <para> Verklaringen van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 31 mei 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c85e4e56-0f1e-4905-bda5-1624df32270d" label="5">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 18.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8bd40645-0cce-4163-adbd-2f93faa18c43" label="6">
    <para> Een NFI-rapport, d.d. 25 mei 2018, zaaknummer 2018.05.01.197, pagina’s 1 en 2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8492788b-50d3-47da-94f8-2a9143c004f1" label="7">
    <para> Een letselrapportage, opgesteld door [naam 3] , forensische arts KNMG, d.d. 19 mei 2018, pagina 2 van 2.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>