<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-01T15:57:11</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-06-01</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840279-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2435">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2435</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-06-01T15:56:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-06-01</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2435 Rechtbank Gelderland , 01-06-2018 / 05/840279-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2435:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Veroordeling wegens het uitgeven van valse bankbiljetten.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2435:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840279-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 1 juni 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1993 te [geboorteplaats] , wonende te [adres] , [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. S. van 't Hullenaar, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 18 mei 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart tot en met 12 maart 2017 te Arnhem, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk één of meer bankbiljetten van 50 euro als echt en onvervalst heeft/hebben uitgegeven, die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt en/of vervalst of waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/of zijn mededaders, toen hij die bankbiljetten ontving(en), bekend was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart 2017 tot en met 12 maart 2017 te Arnhem, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, (telkens) opzettelijk één of meer valse of vervalste bankbiljetten van 50 euro heeft uitgegeven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_f052ecc8-28ab-46b9-8f2e-bb1753b60a2e" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 12 maart 2017 heeft verdachte in een bar in Arnhem betaald met een bankbiljet van 50 euro.<footnote-ref linkend="_ed89bf6a-4d12-4bd5-b7c4-ee2845bf7323" /> Dit bankbiljet was vals.<footnote-ref linkend="_feb0ed5d-4530-4a3f-9fd8-ca6ed47c6633" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Hiertoe is aangevoerd dat uit niets is op te maken onder welke omstandigheden verdachte in het bezit is gekomen van het biljet en dat bovendien uit niets volgt dat verdachte wetenschap had van het feit dat het bankbiljet van 50 euro vals was en dat hij wist dat de medeverdachte ook vals geld bij zich had.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De vraag die de rechtbank dient te beantwoorden, is of verdachte wist dat het bankbiljet vals was toen hij dit biljet ontving, dan wel toen hij het uitgaf, en of sprake is van medeplegen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Medeplegen</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de betrokkenheid aan een strafbaar feit als medeplegen kan worden bewezenverklaard indien is komen vast te staan dat bij het begaan daarvan sprake is geweest van een voldoende nauwe en bewuste samenwerking.</para>
      <para>Uit de bewijsmiddelen leidt de rechtbank met betrekking tot de betrokkenheid van verdachte bij het ten laste gelegde het volgende af.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aangever [aangever] heeft verklaard dat verdachte en medeverdachte [medeverdachte] tegelijk de bar binnen kwamen lopen en zij ieder aan een eigen tafel, maar vlak bij elkaar gingen zitten.<footnote-ref linkend="_57080e54-0005-45a5-9b04-c07b6b7f2e72" /> [medeverdachte] deed een bestelling en betaalde deze met een vals briefje van 50 euro.<footnote-ref linkend="_5add816d-a46e-4e08-974c-9f84b62c8ac9" /></para>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte] had ten tijde van zijn aanhouding nog zes valse bankbiljetten van 50 euro bij zich.<footnote-ref linkend="_ed1a1354-2e77-4854-8e02-17709c2217ab" /> Uit WhatsApp-gesprekken die op de telefoon van [medeverdachte] zijn aangetroffen, volgt dat [medeverdachte] kon beschikken over een bron van valse bankbiljetten.<footnote-ref linkend="_fdb8c7a9-b606-4151-90ec-04433ff9381d" /> Uit jurisprudentie van de Hoge Raad volgt dat hieruit kan worden afgeleid dat [medeverdachte] de valsheid van de biljetten bij ontvangst kende (HR 3 november 1987, NJ 1988, 755). </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Terwijl de mannen in de bar zaten, spraken zij regelmatig met elkaar.<footnote-ref linkend="_6f72854a-a1af-4a0a-bad8-7b87875a8eb8" /> Direct nadat [medeverdachte] zijn bestelling had gedaan en betaald, deed verdachte ook een bestelling. Ook hij rekende af met een vals briefje van 50 euro.<footnote-ref linkend="_99f41689-8c16-412d-8474-3b9be52331b6" /> Zowel het biljet van verdachte, als het biljet van [medeverdachte] is door aangever aan de politie overhandigd. De biljetnummers van beide bankbiljetten kwamen overeen.<footnote-ref linkend="_266bf84e-90e6-4a7b-a644-e097f9791903" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank kan het geen toeval zijn dat twee mannen die gelijktijdig de bar binnenkomen, op hetzelfde moment in dezelfde bar, kort na elkaar een bestelling doen en deze vervolgens afzonderlijk van elkaar betalen ieder met een vals bankbiljet van dezelfde coupure, 50 euro, dat ook nog eens hetzelfde nummer bevat. Temeer nu zij, terwijl ze daar zaten, contact hadden met elkaar. De stelling dat ze niet samen, maar kort na elkaar binnen kwamen dat ze elkaar alleen van gezicht kenden en elkaar slechts even hebben begroet, strookt niet met de verklaring van aangever en acht de rechtbank niet aannemelijk geworden. De rechtbank is daarom van oordeel dat het niet anders kan dan dat verdachte het valse bankbiljet van medeverdachte [medeverdachte] heeft gekregen. De rechtbank gaat er dan ook van uit dat verdachte en medeverdachte [verdachte] bij elkaar hoorden en samen de valse bankbiljetten hebben uitgegeven. Nu vast staat dat [medeverdachte] op de hoogte was van de valsheid van de biljetten, komt de rechtbank op grond van voorgaande omstandigheden tot de conclusie dat ook verdachte moet hebben geweten dat de biljetten die hij en medeverdachte [medeverdachte] uitgaven vals waren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verklaring van verdachte, dat hij het briefje van 50 euro heeft gekregen in een coffeeshop in Nijmegen, is op geen enkele wijze verifieerbaar en acht de rechtbank bovendien volstrekt onaannemelijk</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich samen met [medeverdachte] schuldig heeft gemaakt aan het uitgeven van valse bankbiljetten, als ware deze echt en onvervalst, terwijl hij en/of zijn medeverdachte ten tijde van het ontvangen van deze biljetten wist(en) dat deze vals waren. </para>
      <para>De rechtbank acht, met de officier van justitie en de verdediging, niet bewezen dat zij de bankbiljetten zelf hebben nagemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">één of meerdere tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 11 maart tot en met</emphasis> 12 maart 2017 te Arnhem, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> tezamen en in vereniging met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> ander<emphasis role="strike-through">en, althans alleen, (telkens)</emphasis> opzettelijk één of meer bankbiljetten van 50 euro als echt en onvervalst heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> uitgegeven, <emphasis role="strike-through">die verdachte en/of zijn mededaders zelf hebben nagemaakt en/of vervalst of</emphasis> waarvan de valsheid of vervalsing verdachte en/<emphasis role="strike-through">of</emphasis> zijn mededader<emphasis role="strike-through">s</emphasis>, toen hij die bankbiljetten ontving<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis>, bekend was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Medeplegen van opzettelijk als echte en onvervalste bankbiljetten uitgeven van bankbiljetten waarvan de valsheid hem, toen hij ze ontving, bekend was.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde feit zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twaalf dagen met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft geen strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 april 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 23 mei 2017. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft zich samen met een ander schuldig gemaakt aan het uitgeven van valse bankbiljetten van vijftig euro. Economisch is het van groot belang dat erop kan worden vertrouwd dat aan bankbiljetten de daarop vermelde waarde kan worden toegekend. Het in omloop brengen van vals geld brengt niet alleen schade toe aan het vertrouwen in papiergeld en het monetaire verkeer, maar dupeert tevens de onwetende ontvanger van dit valse geld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel uit de justitiële documentatie van verdachte volgt dat verdachte niet eerder is veroordeeld wegens soortgelijke feiten. Wel is verdachte na de pleegdatum van dit feit veroordeeld wegens een ander strafbaar feit. De rechtbank houdt dan ook rekening met het feit dat artikel 63 van het Wetboek van Strafrecht van toepassing is </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de bepaling van de zwaarte van de straf neemt de rechtbank tot uitgangspunt de straffen die in soortgelijke zaken gewoonlijk worden opgelegd. De rechtbank ziet hierin aanleiding aan verdachte, anders dan door de officier van justitie geëist, een werkstraf op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Alles afwegende acht de rechtbank een werkstraf voor de duur van 60 uren, te vervangen door 30 dagen vervangende hechtenis, met aftrek van de tijd die door verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, passend en geboden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 47, 63 en 209 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">60 (zestig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 30 (dertig) dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.G.J. Welbergen (voorzitter), mr. J.B.J. Driessen en </para>
              <para>mr. M.W. Stoet, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.I. Warringa, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 1 juni 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_f052ecc8-28ab-46b9-8f2e-bb1753b60a2e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017115918, gesloten op 14 maart 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed89bf6a-4d12-4bd5-b7c4-ee2845bf7323" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 28-29; proces-verbaal van aangifte, p. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_feb0ed5d-4530-4a3f-9fd8-ca6ed47c6633" label="3">
    <para> Proces-verbaal forensisch technisch onderzoek valse bankbiljetten, gesloten op 18 maart 2017, p. 114.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57080e54-0005-45a5-9b04-c07b6b7f2e72" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_5add816d-a46e-4e08-974c-9f84b62c8ac9" label="5">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ed1a1354-2e77-4854-8e02-17709c2217ab" label="6">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdb8c7a9-b606-4151-90ec-04433ff9381d" label="7">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 77-102.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f72854a-a1af-4a0a-bad8-7b87875a8eb8" label="8">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 45.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_99f41689-8c16-412d-8474-3b9be52331b6" label="9">
    <para> Proces-verbaal van aangifte, p. 43.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_266bf84e-90e6-4a7b-a644-e097f9791903" label="10">
    <para> Proces-verbaal van aanhouding, p. 28.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>