<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2019-03-04T15:07:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-01-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-01-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 6365</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#verzet">Verzet</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht_belastingrecht">Bestuursrecht; Belastingrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:relation rdfs:label="Formele relatie" ecli:resourceIdentifier="ECLI:NL:HR:2018:2271" psi:type="http://psi.rechtspraak.nl/sprongcassatie" psi:aanleg="http://psi.rechtspraak.nl/latereAanleg">Sprongcassatie: ECLI:NL:HR:2018:2271</dcterms:relation>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:229">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:229</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-14T08:40:02</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-16</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:229 Rechtbank Gelderland , 22-01-2018 / AWB - 16 _ 6365</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:229:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Publicatie op verzoek: Verzet ongegrond</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:229:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Belastingrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 16/6365</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van 22 januari 2018</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [X] B.V., te [Z] , opposante,</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>de inspecteur van de Belastingdienst, kantoor Doetinchem, verweerder.</title>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Behandeling van het verzet</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij uitspraak van 24 augustus 2017 heeft de rechtbank het beroep van opposante (met bovengenoemd zaaknummer) met toepassing van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) niet-ontvankelijk verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij brief van 4 oktober 2017, door de rechtbank ontvangen op 5 oktober 2017, heeft opposante tegen deze uitspraak verzet gedaan als bedoeld in artikel 8:55, eerste lid, van de Awb.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft het verzet behandeld ter zitting van 21 december 2017. Namens opposante is ter zitting verschenen [gemachtigde] . Namens verweerder is niemand verschenen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft vervolgens het onderzoek gesloten. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De griffier van de rechtbank heeft bij aangetekend schrijven van 18 mei 2017, ter post bezorgd op dezelfde datum en gericht aan het adres [A-straat 1] te [Z] , opposante erop gewezen dat deze ter zake van het instellen van het beroep een griffierecht van € 333 is verschuldigd.</para>
      <para>In dit schrijven is vermeld dat het griffierecht uiterlijk binnen vier weken na dagtekening diende te zijn betaald, en dat bij niet tijdige betaling het beroep niet-ontvankelijk kan worden verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het verschuldigde recht is niet betaald. Voorafgaand daaraan is een beroep op betalingsonmacht griffierecht afgewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij de in verzet bestreden uitspraak van de enkelvoudige belastingkamer van de rechtbank is het beroep van opposante niet-ontvankelijk verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Beoordeling van het verzet</title>
    <para>1. In deze verzetprocedure dient enkel de vraag te worden beantwoord of de rechtbank zonder zitting de uitspraak heeft kunnen doen dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk was, dat wil zeggen zonder dat daarover in redelijkheid twijfel mogelijk was. Hierbij zal de rechtbank rekening houden met de gronden die in verzet zijn aangevoerd.</para>
    <para />
    <para>2. De gronden waarop opposante het verzet baseert, staan vermeld in het verzetschrift. Ter zitting zijn daaraan geen nadere argumenten of verweren toegevoegd.</para>
    <para />
    <para>3. In hetgeen door opposante is aangevoerd, ziet de rechtbank geen aanleiding om anders te oordelen dan is gedaan in de uitspraak van 24 augustus 2017.</para>
    <para />
    <para>4. Op grond van het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat sprake was van een kennelijk niet-ontvankelijk beroep in de zin van artikel 8:54, eerste lid, van de Awb, zodat de rechtbank terecht tot sluiting van het onderzoek is overgegaan.</para>
    <para />
    <para>5. Het verzet moet dan ook ongegrond worden verklaard. Dit betekent dat de uitspraak waartegen verzet is gedaan in stand blijft.</para>
    <para />
    <para>6. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart het verzet ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. J.J. Westerbaan, rechter, in tegenwoordigheid van mr. H.H. Ruis, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 22 januari 2018</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum beroep in cassatie instellen bij de Hoge Raad der Nederlanden (belastingkamer), Postbus 20303, 2500 EH Den Haag.</para>
              <para />
              <para>Bij het instellen van beroep in cassatie dient het volgende in acht te worden genomen:</para>
              <para>1 - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd;<?linebreak?>2 - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:<?linebreak?>	a. de naam en het adres van de indiener;</para>
              <para>	b. een dagtekening;</para>
              <para>	c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is ingesteld;</para>
              <para>	d. de gronden van het beroep in cassatie.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>