<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-22T15:58:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740044-18</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2274">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2274</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-22T15:45:25</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2274 Rechtbank Gelderland , 22-05-2018 / 05/740044-18</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2274:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Vrijspraak imitatiewapen. Speelgoedrichtlijn.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2274:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Team strafrecht</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Parketnummer	: 05/740044-18</para>
    <para>Datum uitspraak	: 22 mei 2018</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Tegenspraak</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>in de zaak van</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>tegen</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold">
        [verdachte]
      </emphasis>
    </para>
    <para>geboren op [geboortedag] 1991 te [geboorteplaats], </para>
    <para>wonende aan de [adres],</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>raadsman: mr. W.K. Cheng, advocaat te Amsterdam.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 08 mei 2018.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bij afzonderlijke beslissing van 8 mei 2018 heeft de rechtbank de voorlopige hechtenis opgeheven.</para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">1.	De inhoud van de tenlastelegging</emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>1.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op/in of omstreeks de periode van december 2016 tot en met 22 januari </para>
    <para>2018 te Doetinchem en/of Aalten, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft </para>
    <para>verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval </para>
    <para>(telkens) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (XTC)pillen, </para>
    <para>bevattende MDMA, en/of een hoeveelheid MDMA en/of 26 flessen GHB en/of 2C-B, </para>
    <para>in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een </para>
    <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende gammahydroxybutyraat (GHB) en/of een </para>
    <para>hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-broom-2 5-dimethoxyfenethylamine, </para>
    <para>zijnde MDMA en/of gammahydroxybutyraat (GHB) en/of 4-broom-2 </para>
    <para>5-dimethoxyfenethylamine (telkens) een middel als bedoeld in de bij de </para>
    <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
    <para>artikel 3a van die wet; Artikel 2 ahf/ond C Opiumwet Artikel 2 ahf/ond D Opiumwet </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>2.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 22 januari 2018 te Doetinchem, één of meerdere wapen(s) </para>
    <para>van categorie I onder 7°, te weten (een) nabootsing(en) van een pistool, </para>
    <para>zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn/hun vorm en afmetingen een </para>
    <para>sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover </para>
    <para>daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde </para>
    <para>betekenis te zijn gebezigd;</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>3.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 22 januari 2018 te Doetinchem één of meerdere wapen(s) </para>
    <para>van categorie I onder 4°, te weten één of meerdere mes(sen) (merk/type: Iain </para>
    <para>Sinclair), althans (een) blank(e) wapen(s), voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover </para>
    <para>daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde </para>
    <para>betekenis te zijn gebezigd; </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>4.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>hij op of omstreeks 22 januari 2018 te Doetinchem een wapen van categorie I </para>
    <para>onder 3 °, te weten een werpster, voorhanden heeft gehad; De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover </para>
    <para>daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde </para>
    <para>betekenis te zijn gebezigd; </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
    <footnote-ref linkend="_eff9ca56-ec70-4067-9971-9cc6551db22e" />
  </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
    </para>
    <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1, 2, 3 en 4 ten laste gelegde feiten, met dien verstande dat ten aanzien van feit 1 uitgegaan dient te worden van de periode ‘december 2017 tot en met 22 januari 2018’ en vrijgesproken dient te worden van de plaats ‘Aalten’. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
    </para>
    <para>De verdediging heeft zich ten aanzien van feit 1 op het standpunt gesteld dat de aangetroffen drugs in de schuur in Aalten niet van verdachte zijn. </para>
    <para>Ten aanzien van feit 2 heeft de verdediging vrijspraak bepleit. De verdediging heeft daartoe aangevoerd dat de aangetroffen nepwapens balletjespistolen betroffen. Deze lagen in losse onderdelen uit elkaar en kunnen daardoor niet worden aangemerkt als een voorwerp dat een sprekende gelijkenis vertoont met een vuurwapen. </para>
    <para>Ten aanzien van de feiten 3 en 4 is door de verdediging geen verweer gevoerd. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat verdachte partieel dient te worden vrijgesproken van pleegplaats ‘Aalten’. Voorts zal de rechtbank ten aanzien van de periode uitgaan van ‘december 2017 tot en met 22 januari 2018’, nu de periode voor het overige niet vast is komen te staan. . </para>
    <para>Voor het overige is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bewijsmiddelen:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 en 21;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>lijst van inbeslaggenomen goederen, p. 22;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2018. </para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op 22 januari 2018 heeft een doorzoeking plaatsgevonden in de woning van verdachte ([adres]). Aldaar zijn twee imitatiewapens aangetroffen.<footnote-ref linkend="_4cd4a1c4-b582-4729-a8e4-1323f2744844" /></para>
    <para>Verdachte heeft hierover verklaard dat deze aan hem toebehoren en dat het balletjespistolen betreffen.<footnote-ref linkend="_d9547da1-dec0-48d9-8eb5-92ba75fe2c7f" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De imitatiewapens zijn door verbalisanten onderzocht en als volgt omschreven:</para>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">Imitatiewapen I</emphasis>
      <emphasis role="underline">:</emphasis> het betreft een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk Beretta (model 85bb). Het wapen is van metaal en grijs van kleur. Op de rechterzijkant van het wapen staat <emphasis role="italic">‘Warning: misuse may cause severe injuries. Sales of this product to minors is not permitted’</emphasis>.</para>
    <para>
      <emphasis role="underline italic">Imitatiewapen II</emphasis>: het betreft een nabootsing van een pistool dat voor wat betreft vorm, afmetingen en kleur een sprekende gelijkenis vertoond met een bestaand vuurwapen, namelijk een pistool van het merk FN (model Baby). Het wapen is gemaakt van metaal en grijs van kleur. Het magazijn kon gevuld worden met kunststof balletjes.<footnote-ref linkend="_3da3c563-ed68-4396-8d3f-22d5ff8703e4" /></para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Op 2 juli 2014 is als gevolg van de richtlijn 2008/48/EG (hierna: Speelgoedrichtlijn) de Regeling wapens en munitie gewijzigd. Artikel 3, onder a, luidt nu:</para>
    <para>
      <emphasis role="italic">‘Als voorwerpen van categorie 1 onder 7, die een ernstige bedreiging van personen kunnen vormen of die zodanig op een wapen lijken dat zij voor bedreiging of afdreiging geschikt zijn, worden aangewezen:</emphasis>
    </para>
  </parablock>
  <para>
    <emphasis role="italic">- voorwerpen die voor wat betreft hun vorm en afmetingen een sprekende gelijkenis vertonen met vuurwapens of met voor ontploffing bestemde voorwerpen, met uitzondering van speelgoedvoorwerpen als bedoeld in de Richtlijn 2009/48/EG.’  </emphasis>
  </para>
  <parablock>
    <para>De rechtbank dient daarom te onderzoeken of in onderhavige zaak sprake is van “speelgoedwapens”. Indien het gaat om speelgoedvoorwerpen, ook om speelgoed dat in beginsel voor afdreiging of bedreiging geschikt zóu kunnen zijn, is het voorhanden hebben immers niet strafbaar. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ten aanzien van imitatiewapen I (Beretta) oordeelt de rechtbank als volgt.</para>
    <para>Nu op de zijkant van het imitatiewapen staat dat verkoop van het product aan minderjarigen niet is toegestaan, is de rechtbank van oordeel dat dit imitatiewapen geen speelgoed is in de zin van de Speelgoedrichtlijn en onder categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie valt.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Ten aanzien van imitatiewapen II (FN) oordeelt de rechtbank als volgt. </para>
    <para>Uit het proces-verbaal onderzoek wapen blijkt dat dit imitatiewapen een balletjespistool betreft. In vermeld proces-verbaal wordt niet vermeld of dit balletjespistool als speelgoed kan worden aangemerkt in de zin van de Speelgoedrichtlijn. De rechtbank kan aldus niet vaststellen of het balletjespistool geen speelgoed betreft en onder categorie I, onder 7° van de Wet wapens en munitie valt. De verdachte dient dan ook ten aanzien van dit imitatiewapen partieel te worden vrijgesproken. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>De rechtbank acht aldus bewezen dat verdachte op 22 januari 2018 te Doetinchem één wapen van categorie I, onder 7° voorhanden heeft gehad. </para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
    </para>
    <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bewijsmiddelen:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 en 21;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal onderzoek wapen met proces-verbaalnummer: PL0600-2018034804-45, d.d. 24 januari 2018;</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2018. </para>
  <parablock>
    <para>
      <emphasis role="bold italic">Ten aanzien van feit 4</emphasis>
    </para>
    <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
  </parablock>
  <parablock>
    <para>Bewijsmiddelen:</para>
  </parablock>
  <itemizedlist mark="-">
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 en 21;</para>
    </listitem>
    <listitem>
      <para>het proces-verbaal onderzoek wapen met proces-verbaalnummer: PL0600-2018034804-45, d.d. 24 januari 2018;</para>
    </listitem>
  </itemizedlist>
  <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2018. </para>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij <emphasis role="strike-through">op/</emphasis>in <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>de periode van december 2017 tot en met 22 januari </para>
      <para>2018 te Doetinchem <emphasis role="strike-through">en/of Aalten, in elk geval in Nederland, opzettelijk heeft </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid (XTC)pillen, </para>
      <para>bevattende MDMA, en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>een hoeveelheid MDMA en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 26 flessen GHB en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> 2C-B, </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA en/of een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hoeveelheid van een materiaal bevattende gammahydroxybutyraat (GHB) en/of een </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">hoeveelheid van een materiaal bevattende 4-broom-2 5-dimethoxyfenethylamine, </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">zijnde MDMA en/of gammahydroxybutyraat (GHB) en/of 4-broom-2 </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">5-dimethoxyfenethylamine (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">) </emphasis>een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, <emphasis role="strike-through">dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">artikel 3a van die wet</emphasis>; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>22 januari 2018 te Doetinchem, één <emphasis role="strike-through">of meerdere</emphasis> wapen<emphasis role="strike-through">(s) </emphasis></para>
      <para>van categorie I onder 7°, te weten <emphasis role="strike-through">(</emphasis>een<emphasis role="strike-through">) </emphasis>nabootsing<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> van een pistool, </para>
      <para>zijnde een voorwerp dat voor wat betreft zijn<emphasis role="strike-through">/hun</emphasis> vorm en afmetingen een </para>
      <para>sprekende gelijkenis vertoonde met een vuurwapen, voorhanden heeft gehad; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 januari 2018 te Doetinchem <emphasis role="strike-through">één of </emphasis>meerdere wapen<emphasis role="strike-through">(</emphasis>s<emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
      <para>van categorie I onder 4°, te weten <emphasis role="strike-through">één of </emphasis>meerdere mes<emphasis role="strike-through">(</emphasis>sen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> (merk/type: Iain </para>
      <para>Sinclair), <emphasis role="strike-through">althans (een) blank(e) wapen(s), </emphasis>voorhanden heeft gehad;  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 januari 2018 te Doetinchem een wapen van categorie I </para>
      <para>onder 3 °, te weten een werpster, voorhanden heeft gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de feiten 2 en 4, telkens:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van feit 3:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie, meermalen gepleegd</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van vijf maanden, waarvan een deel voorwaardelijk, met een proeftijd van twee jaren en aftrek van het voorarrest. Het onvoorwaardelijke deel dient gelijk te zijn aan de tijd die verdachte in verzekering en voorlopige hechtenis heeft doorgebracht. Aan het voorwaardelijke deel dienen bijzondere voorwaarden te worden gekoppeld, zoals deze door de reclassering zijn geadviseerd.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht een gevangenisstraf op te leggen die gelijk is aan het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 26 maart 2018 en een voorlichtingsrapportage van reclassering Iriszorg, gedateerd 11 april 2018. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.</para>
      <para>Verdachte heeft een hoeveelheid harddrugs voorhanden gehad. Het is algemeen bekend dat harddrugs schade toebrengen aan de gezondheid van de gebruikers van deze middelen. </para>
      <para>Daarnaast heeft verdachte twee messen, één imitatiewapen en één werpster voorhanden gehad. </para>
      <para>Het voorhanden hebben van dergelijke wapens bevordert het gebruik ervan en daarom dient daartegen uit oogpunt van generale preventie te worden opgetreden. Met ‘nepwapens’ kan de veiligheid van personen in gevaar worden gebracht, aangezien deze in de praktijk blijken te worden ingezet om criminele activiteiten te plegen en deze niet of nauwelijks van echte wapens te onderscheiden zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt er ten nadele van verdachte rekening mee dat hij eerder voor soortgelijke feiten is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op de relatief beperkte ernst van de feiten acht de rechtbank een gevangenisstraf voor de duur van drie maanden met aftrek van het voorarrest passend en geboden. Hoewel de rechtbank een behandeling van verdachte ter voorkoming van recidive van belang acht, ziet de rechtbank in het kader van deze strafzaak daartoe geen mogelijkheden gelet op de duur van het voorarrest. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05/208527-16</emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het Openbaar Ministerie niet ontvankelijk in zijn vordering verklaard dient te worden, omdat de onderhavige feiten zijn gepleegd voordat de proeftijd van de zaak met parketnummer 05/208527-16 is gaan lopen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van parketnummer 05/987756-14</emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank is ten aanzien van de vordering van de officier van justitie van 10 april 2018 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige economische strafkamer van de rechtbank Gelderland van 14 juni 2016 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van oordeel, dat – gelet op de persoon van de veroordeelde – er mee kan worden volstaan dat de bij die eerdere veroordeling vastgestelde proeftijd met twee jaren wordt verlengd. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>2 en 10 van de Opiumwet;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>13 en 55 van de Wet wapens en munitie;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>57 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    <para />
    <para> verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">3 (drie) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">De beslissingen op de vorderingen na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart <emphasis role="underline">ten aanzien van parketnummer 05/208527-16 </emphasis><emphasis role="bold">het openbaar ministerie niet ontvankelijk in zijn vordering</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">verlengt </emphasis><emphasis role="underline">ten aanzien van parketnummer 05/987756-14 </emphasis><emphasis role="bold">de proeftijd</emphasis> als vermeld in het vonnis van de meervoudige economische kamer van de rechtbank Gelderland van 14 juni 2016 <emphasis role="bold">met een termijn van 2 (twee jaren)</emphasis>.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.C. van der Mei (voorzitter), mr. S.C.A.M. Janssen en </para>
              <para>mr. H.F.R. Heemstra, rechters, in tegenwoordigheid van D. Waizy en mr. M.G.E. ter Hart, griffiers, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 mei 2018. </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_eff9ca56-ec70-4067-9971-9cc6551db22e" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018091383, gesloten op 1 maart 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4cd4a1c4-b582-4729-a8e4-1323f2744844" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 20 en 21. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_d9547da1-dec0-48d9-8eb5-92ba75fe2c7f" label="3">
    <para> De verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 8 mei 2018.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_3da3c563-ed68-4396-8d3f-22d5ff8703e4" label="4">
    <para> Het proces-verbaal onderzoek wapen met proces-verbaalnummer: PL0600-2018034804-45, d.d. 24 januari 2018.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>