<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:2092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-07T13:53:36</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-05-07</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840028-18 en 08/265854-16 (TUL)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2092">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:2092</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-05-07T10:10:26</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-05-07</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:2092 Rechtbank Gelderland , 07-05-2018 / 05/840028-18 en 08/265854-16 (TUL)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2092:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft een 41-jarige man uit Doetinchem veroordeeld tot 7 maanden gevangenisstraf voor het plegen van meerdere diefstallen en (opzet)heling.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:2092:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840028-18 en 08/265854-16 (TUL)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 7 mei 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1976 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB Arnhem Zuid te Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. C.Z.A.M. Skanderova, advocaat te Eindhoven.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 23 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is <emphasis role="italic">na wijziging van de tenlastelegging </emphasis>ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 3 december 2017 </para>
      <para>te Doetinchem een portemonnee (inhoudende o.a. een bankpas en/of een rijbewijs en/of een ID </para>
      <para>kaart), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander </para>
      <para>toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 4 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">hij in of omstreeks de periode van 1 december 2017 tot en met 4 december 2017 te Doetinchem een goed, te weten een pinpas van [slachtoffer 1] , heeft verworven, voorhanden gehad, en/of overgedragen, terwijl hij ten tijde van de verwerving of het voorhanden hebben van dit goed wist, althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 4 december 2017 tot en met 5 december 2017 </para>
      <para>te Doetinchem een telefoon en/of een bankpas en/of een portemonnee, in elk geval enig goed, </para>
      <para>dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 2] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 25 december 2017 te Doetinchem een portemonnee (inhoudende o.a. een bankpas en/of een rijbewijs en/of een OV kaart), in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 december 2017 tot en met 4 december 2017 en/of op of omstreeks 25 december 2017 te Doetinchem een hoeveelheid geld, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , heeft weggenomen (telkens) met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (door onbevoegd gebruik maken van de pin-/betaalpas van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] ) </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 november 2017 te Doetinchem een auto (merk [merk] ) <emphasis role="italic">en/of autosleutels</emphasis>, in elk geval enig goed, dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 4] en/of [slachtoffer 5] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte die weg te nemen auto onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel (door onbevoegd gebruik maken van een bij die auto horende autosleutel); </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_528185b1-7025-485d-a559-375979e5b9f1" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 1 primair ten laste gelegde, nu het feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit nu niet kan worden vastgesteld dat verdachte degene is geweest die de portemonnee met inhoud heeft gestolen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte degene is geweest die de portemonnee (inhoudende onder andere een bankpas, een rijbewijs en een ID-kaart) van aangeefster heeft weggenomen.</para>
      <para>Verdachte zal daarom van het onder 1 primair tenlastegelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Subsidiair:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 21;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 april 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 2 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft bepleit voor vrijspraak van het onder 2 ten laste gelegde.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangeefster [slachtoffer 2] heeft verklaard dat haar telefoon, bankpas en portemonnee in de periode van 4 tot 5 december 2017 zijn weggenomen. Omstreeks 15 december 2017 is van [slachtoffer 2] vernomen dat zij er achter is gekomen dat er met haar bankpas op 4 december 2017 contactloos is betaald bij de [naam winkel] in Doetinchem. Op camerabeelden die zijn gemaakt bij de [naam winkel] in Doetinchem is te zien dat een man met een pinpas iets afrekent op het tijdstip dat met de bankpas van [slachtoffer 2] in de [naam winkel] contactloos is betaald. In de processen-verbaal van bevindingen verklaren verschillende verbalisanten dat zij verdachte ambtshalve herkennen op de camerabeelden van de [naam winkel] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In tegenstelling tot de ambtshalve herkenning door verbalisanten, ziet de rechtbank op de screenshots van de camerabeelden een persoon waarvan de gelaatstrekken onvoldoende zichtbaar zijn. De rechtbank kan op basis van de screenshots niet vaststellen dat het verdachte is die op de screenshots te zien is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu de processen-verbaal van bevindingen die betrekking hebben op de herkenning van verdachte niet kunnen dienen als bewijs en bij gebrek aan ondersteuning in het overige bewijsmateriaal, is naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende wettig bewijs voorhanden om het ten laste gelegde wettig en overtuigend bewezen te achten. Verdachte zal daarom van het onder 2 ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 3 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <?linebreak?>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft gepleit voor vrijspraak van het onder 3 tenlastegelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 4</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 4 ten laste gelegde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft de rechtbank verzocht haar cliënt vrij te spreken ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde. Haar cliënt ontkent het feit, met uitzondering van het pinnen met de pinpas van [slachtoffer 1] op 3 december 2017, en verdachte herkent zichzelf niet op de beelden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte ontkent de feiten 3 en 4 te hebben begaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling van de feiten 3 en 4 door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 3]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Door [slachtoffer 3] is aangifte gedaan van diefstal van zijn portemonnee, met daarin zijn bankpas, op 25 december 2017, tussen 14:45 uur en 16:15 uur. <footnote-ref linkend="_ba2757fa-e095-4844-825b-46fb8871dc58" /> Aangever zag dat er op diezelfde dag tussen 15:37 en 15:46 uur driemaal contactloos was gepind bij de [naam tankstation] in Doetinchem. Op camerabeelden van de [naam tankstation] is te zien dat een man op de relevante tijdstippen contactloos betaalt met een pinpas. Verbalisant [verbalisant 1] heeft verklaard dat zij verdachte onmiddellijk herkende van de camerabeelden. <footnote-ref linkend="_14eec327-196b-4283-b754-761db9e9cb89" /> Verbalisant [verbalisant 1] heeft screenshots van de betaling bij het [naam tankstation] tankstation op 25 december 2017 toegevoegd. <footnote-ref linkend="_f0484724-d329-42d5-8332-fe8fa5d72946" /> Verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 3] verklaren dat zij op de camerabeelden een man zien die sprekend lijkt op de man die al meerdere malen voor hen heeft gezeten.<footnote-ref linkend="_deedb345-a417-4acd-8c55-e3059f9a0846" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt als volgt.</para>
      <para>Hoewel verdachte ter terechtzitting heeft verklaard dat hij niet degene is die op de bewakingsbeelden van [naam tankstation] tankstation is te zien, heeft de rechtbank geen reden om te twijfelen aan de herkenning door de verbalisanten van verdachte op de camerabeelden. Op screenshots van de betreffende beelden zijn de gelaatstrekken van verdachte voldoende herkenbaar. De betreffende verbalisanten kennen de verdachte van verhoren die zij meerdere malen hebben gehad met verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het tijdsverloop tussen de diefstal en het pinnen met de gestolen pas is de rechtbank van oordeel dat verdachte zich tevens schuldig heeft gemaakt aan het onder feit 3 tenlastegelegde. Immers binnen zeer korte tijd  na de diefstal van de bankpas is  met de gestolen bankpas gepind door verdachte. Hiermede is tevens wettig en overtuigend  bewezen dat verdachte ook degene is die de portemonnee met inhoud van [slachtoffer 3] heeft weggenomen. </para>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank op grond van wettig bewijs de overtuiging bekomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 3 en 4 tenlastegelegde voor zover deze feiten zien op [slachtoffer 3] . </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 1]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 1] , p. 22;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 23 april 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande heeft de rechtbank op grond van wettig bewijs de overtuiging bekomen dat verdachte zich heeft schuldig gemaakt aan het onder 4 tenlastegelegde voor zover dit feit ziet op [slachtoffer 1] . </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">
          [slachtoffer 2]
        </emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte ontkent dat hij geld heeft weggenomen door middel van de betaalpas van [slachtoffer 2] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu op basis van de camerabeelden van de [naam winkel] niet kan worden vastgesteld dat het verdachte is die de betreffende betalingen met de betaalpas van [slachtoffer 2] heeft verricht en er geen overig bewijs is dat de tenlastelegging ondersteunt, zal de rechtbank verdachte vrijspreken van dit deel van de tenlastelegging.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 5</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft vrijspraak gevorderd van het onder 5 ten laste gelegde, nu niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte de autosleutels en de auto heeft weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft vrijspraak bepleit ten aanzien van het onder 5 tenlastegelegde. Uit de bewijsmiddelen kan niet de conclusie worden getrokken dat verdachte degene is geweest die de autosleutels dan wel de auto heeft weggenomen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Met de officier van justitie en de raadsvrouw is de rechtbank van oordeel dat er onvoldoende aanknopingspunten zijn die de conclusie kunnen rechtvaardigen dat verdachte degene is geweest die de autosleutels en de auto heeft weggenomen. Verdachte zal daarom van het onder 5 ten laste gelegde worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1 subsidiair, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1 subsidiair</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 december 2017 tot en met 4 december 2017 te Doetinchem een goed, te weten een pinpas van [slachtoffer 1] , heeft <emphasis role="strike-through">verworven,</emphasis> voorhanden gehad, <emphasis role="strike-through">en/of overgedragen,</emphasis> terwijl hij ten tijde van <emphasis role="strike-through">de verwerving of</emphasis> het voorhanden hebben van dit goed wist, <emphasis role="strike-through">althans redelijkerwijs had moeten vermoeden,</emphasis> dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 25 december 2017 te Doetinchem een portemonnee (inhoudende o.a. een bankpas en/of een rijbewijs en/of een OV kaart), <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis> dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 3] , heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; <emphasis role="strike-through">(bvhnummer 2017592105) </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">een of </emphasis>meer tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 december 2017 tot en met 4 december 2017 en/<emphasis role="strike-through">of</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 25 december 2017 te Doetinchem een hoeveelheid geld, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed,</emphasis> dat geheel of ten dele aan een ander toebehoorde, te weten aan [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">en/of [slachtoffer 2]</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3] , heeft weggenomen <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte dat weg te nemen geld onder zijn bereik heeft gebracht door middel van een valse sleutel<emphasis role="strike-through"> (</emphasis>door onbevoegd gebruik maken van de pin-/betaalpas van die [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">en/of [slachtoffer 2]</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3] <emphasis role="strike-through">) </emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1 subsidiair:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzetheling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 4 telkens:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal, terwijl de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van valse sleutels.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>
      <?linebreak?>7.	Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het onder feit 1 subsidiair, feit 2, feit 3 en feit 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
      <para>Bij het bepalen van zijn eis heeft de officier van justitie onder meer rekening gehouden met het feit dat verdachte al eerder is veroordeeld ter zake van soortgelijke delicten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat verdachte ten aanzien van feit 2, 3, 4 en 5 dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feit 1 primair en subsidiair heeft zij geen strafmaatverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 5 maart 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van reclassering GGZ ERW Novadic-Kentron Eindhoven, gedateerd 27 februari 2018;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt in het bijzonder het navolgende:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan opzetheling, een diefstal en een gekwalificeerde diefstal. Verdachte heeft laakbaar en puur uit eigen gewin gehandeld. Hij heeft niet geschroomd om aan derden schade toe te brengen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij het bepalen van de straf houdt de rechtbank onder meer rekening met het feit dat verdachte al eerder (meermalen) is veroordeeld voor vermogensdelicten. De toen opgelegde straffen alsmede de daarin begrepen waarschuwingen hebben verdachte er kennelijk niet van weerhouden opnieuw dit soort feiten te begaan. </para>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het rapport van Reclassering GGZ ERW Novadic-Kentron van 27 februari 2018. Daarin staat onder meer dat verdachte kampt met verslavingsproblematiek en psychische problematiek en dat het drugsgebruik van verdachte in relatie staat met het delictgedrag. Voorts wordt er beschreven dat er een hoge kans op recidive is. Daarnaast ontbreekt het bij verdachte aan huisvesting en een daginvulling. Verdachte is echter van mening dat hij geen hulp nodig heeft om zijn problemen op te lossen en hij is ook niet gevoelig voor het opleggen van bijzondere voorwaarden zoals het verleden laat zien. Ter terechtzitting heeft verdachte aangegeven dat hij wel openstaat voor hulpverlening maar dan op zijn voorwaarden. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank geen meerwaarde in het opleggen van een voorwaardelijk straf en zal verdachte daarom tot een geheel onvoorwaardelijke vrijheidsstraf veroordelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De oriëntatiepunten voor straftoemeting en LOVS-afspraken indiceren voor een diefstal zoals bewezenverklaard onder feit 3, waarbij tevens sprake is van recidive, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 2 maanden. De rechtbank ziet in dit geval geen aanleiding om van deze oriëntatiepunten af te wijken. De rechtbank acht voorts de diefstallen zoals bewezenverklaard onder feit 4 van vergelijkbare aard en ernst als de diefstal onder feit 3. Ten aanzien van het bewezenverklaarde feit 1 subsidiair (opzetheling), houdt de rechtbank rekening met hetgeen in soortgelijke gevallen wordt opgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het voorgaande, alles in samenhang bezien en in het bijzonder gelet op de ernst van de feiten, acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 7 maanden passend en geboden.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder feit 1 en feit 4 ten laste gelegde. Gevorderd wordt een bedrag van € 114,85.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de benadeelde partij [slachtoffer 1] niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering, nu de benadeelde partij als gevolg van het onder 1 subsidiair bewezenverklaarde geen rechtstreekse schade heeft geleden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij geen verweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de benadeelde partij gedeeltelijk niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering, nu die gevorderde schade niet als rechtstreeks gevolg is aan te merken van de hiervoor bewezenverklaarde opzetheling (feit 1 subsidiair) door verdachte. De rechtbank acht wel bewezen dat verdachte geld heeft weggenomen (feit 4) tot een bedrag van € 26,81 met de bankpas van [slachtoffer 1] die verdachte voorhanden heeft gehad. De vordering zal tot dit bedrag worden toegewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7b. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie de tenuitvoerlegging van 2 weken gevangenisstraf die door de politierechter Overijssel te Almelo op 12 april 2017 voorwaardelijk is opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Nu is bewezen dat verdachte zich binnen de proeftijd opnieuw heeft schuldig gemaakt aan een strafbaar feit, dient de bij vonnis van de politierechter te Overijssel, locatie Almelo van 12 april 2017 onder parketnummer 08/265854-16 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf ten uitvoer gelegd te worden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 36f, 57, 310, 311, 416 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van de onder feit 1 primair, feit 2 en feit 5 tenlastegelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">7 (zeven) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] .</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>   veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 4 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de </para>
      <para>
        <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ </emphasis>26,81, vermeerderd met de </para>
      <para>     wettelijke rente vanaf 3 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met </para>
      <para>     betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij </para>
      <para>     gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1] voor het overige niet-ontvankelijk </emphasis>in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € </emphasis>26,81, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 3 december 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 1 dag hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">gelast de tenuitvoerlegging</emphasis> van de straf, voor zover voorwaardelijk opgelegd bij vonnis van de politierechter Overijssel, locatie Almelo van 12 april 2017, te weten van: </para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>weken gevangenisstraf.</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.R. van Heemstra, voorzitter, mr. C. Kleinrensink en mr. J.A.P. Bakker, rechters, in tegenwoordigheid van E.I. van Aalst, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 7 mei 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>mr. Kleinrensink is buiten staat dit</para>
              <para>vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_528185b1-7025-485d-a559-375979e5b9f1" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant 2] van de politie Oost Nederland, district , opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2018013666, gesloten op 9 januari 2018 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ba2757fa-e095-4844-825b-46fb8871dc58" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 3] , p. 109</para>
  </footnote>
  <footnote id="_14eec327-196b-4283-b754-761db9e9cb89" label="3">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 119</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f0484724-d329-42d5-8332-fe8fa5d72946" label="4">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 120</para>
  </footnote>
  <footnote id="_deedb345-a417-4acd-8c55-e3059f9a0846" label="5">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 124</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>