<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:1854</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-23T13:39:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-04-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/204819-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1854">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1854</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-04-23T13:17:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-04-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:1854 Rechtbank Gelderland , 23-04-2018 / 05/204819-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1854:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De militaire kamer in de rechtbank Gelderland heeft een 41-jarige militair veroordeeld tot een werkstraf van 38 uren wegens de mishandeling van zijn 11-jarige stiefzoon. De jongen had in zijn slaapkamer papiertjes in brand gestoken en als reactie daarop had de militair hem stevig vastgepakt bij de armen en in het gezicht. Ook had hij de jongen tegen het achterhoofd geslagen. De jongen liep hierdoor blauwe plekken en een bult op zijn achterhoofd op. De militaire kamer acht van belang dat de militair zijn baan niet zal verliezen en heeft daarom een zodanige werkstraf opgelegd, dat zijn “verklaring van geen bezwaar” niet in gevaar behoeft te komen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1854:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/204819-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 23 april 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1977 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. J.H. Rump, advocaat te Zwolle.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 9 april 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op één of meer tijdstip(pen) op of omstreeks 12 maart 2017 te Kampen, althans in Nederland, [slachtoffer] , zijn, verdachtes stiefzoon, meermalen, althans éénmaal heeft mishandeld door (telkens)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> in zijn, verdachtes woning boven op die [slachtoffer] te gaan zitten en/of (vervolgens) (met kracht) die [slachtoffer] bij de keel en/of hals te grijpen en/of vast te pakken en/of in de keel en/of hals te knijpen en/of te drukken en/of de keel en/of hals dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden en/of de arm(en) van die [slachtoffer] vast te pakken en/of (met kracht) de wang, althans het gezicht van die [slachtoffer] vast te pakken en/of in de wang, althans in het gezicht te knijpen en/of die [slachtoffer] tegen de billen te schoppen en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt) en/of die [slachtoffer] aan de arm de woning uit te trekken en/of te sleuren en/of</para>
      <para> (al rijdend) in zijn, verdachtes auto die [slachtoffer] in/tegen het gezicht/hoofd en/of been en/of (boven)arm en/of schouder, althans tegen het lichaam te slaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_19efb00b-ddfa-40fc-ae1b-56f33c5e00d7" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft op 12 maart 2017 in zijn woning in [plaats] zijn stiefzoon [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ) stevig bij de bovenarmen gepakt. Ook heeft hij [slachtoffer] stevig in het gezicht vastgepakt.<footnote-ref linkend="_2e979ebd-8b71-4be5-ba48-8398214acf3f" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bewezen kan worden verklaard dat verdachte zijn stiefzoon bij de bovenarmen heeft vastgepakt, bij de kin en het gezicht heeft vastgepakt en dat hij zijn stiefzoon een tik tegen het achterhoofd heeft gegeven. De verdediging is van mening dat voor alle overige ten laste gelegde handelingen het overtuigend bewijs ontbreekt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft verklaard dat hij met verdachte naar het politiebureau moest. In de auto werd hij door verdachte geslagen op zijn bovenbeen en tegen zijn hoofd. Verdachte sloeg hem met de vlakke hand op zijn achterhoofd. Hierdoor had hij heel erg last van zijn hoofd en kon hij niet meer fatsoenlijk op zijn hoofd liggen.<footnote-ref linkend="_552cb27e-c823-4625-b98b-453664b293b4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op 12 maart 2017 een brandlucht rook in zijn huis en dat hij dacht dat het huis in brand stond. Volgens hem kwam er rook onder de slaapkamerdeur van [slachtoffer] vandaan. Hij was in paniek en angstig voor hetgeen met de brand had kunnen gebeuren en wilde [slachtoffer] over het gebeurde aanspreken. Nadat hij [slachtoffer] bij zijn armen en gezicht had vastgepakt en weer had losgelaten, zijn zij naar beneden gegaan. [slachtoffer] is toen een paar treden van de trap gevallen. Verdachte heeft verklaard dat hij daarna met het puntje van zijn schoen een heel klein tikje onder zijn kont heeft gegeven, zodat [slachtoffer] op zou staan. In de auto maakte [slachtoffer] een opmerking tegen hem en gaf hij een ‘veeg’ tegen het hoofd van [slachtoffer] , met welke bewoording verdachte heeft gedoeld op een tik tegen het hoofd.<footnote-ref linkend="_79342466-4fd1-43f7-b42c-d5f347f32315" /> Met betrekking tot de bult die op het achterhoofd van [slachtoffer] is geconstateerd, heeft verdachte verklaard dat die niet door zijn toedoen is ontstaan, maar dat [slachtoffer] een aangeboren afwijking aan zijn schedel heeft, waardoor hij een bultje op zijn hoofd heeft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In het dossier bevindt zich een letselrapportage.<footnote-ref linkend="_2505a081-f87f-418a-b7ac-4c9fbd6e1d05" /> Hieruit volgt onder meer dat midden op het achterhoofd van [slachtoffer] een zwelling voelbaar was van 3 bij 4 cm. Op zijn kin, linkerslaap, linkerarm en rechterarm waren bloeduitstortingen te zien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Anders dan de verdediging is de militaire kamer van oordeel dat de zwelling van 3 bij 4 cm, die de forensisch arts op het achterhoofd van [slachtoffer] heeft geconstateerd, is ontstaan doordat verdachte [slachtoffer] tegen het hoofd heeft geslagen zodat er niet slechts sprake is geweest van een tik of veeg tegen het hoofd. Dat de bult te wijten zou zijn aan een aangeboren afwijking, zoals verdachte heeft verklaard, is niet nader onderbouwd en niet aannemelijk geworden. </para>
      <para>De militaire kamer heeft niet de overtuiging bekomen dat verdachte [slachtoffer] op zijn bovenbeen heeft geslagen. Naar het oordeel van de militaire kamer kan niet uitgesloten worden dat de blauwe plek op het bovenbeen van [slachtoffer] door een andere oorzaak is ontstaan, zoals door de val van de trap. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de militaire kamer is op grond van de inhoud van de hiervoor aangehaalde wettige bewijsmiddelen overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">één of</emphasis> meer tijdstip<emphasis role="strike-through">(</emphasis>pen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 12 maart 2017 te Kampen, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland,</emphasis> [slachtoffer] , zijn, verdachtes stiefzoon, meermalen<emphasis role="strike-through">, althans éénmaal</emphasis> heeft mishandeld door (telkens)</para>
    </parablock>
    <parablock>
      <para> in zijn, verdachtes woning <emphasis role="strike-through">boven op die [slachtoffer] te gaan zitten en/of (vervolgens) (met kracht) die [slachtoffer] bij de keel en/of hals te grijpen en/of vast te pakken en/of in de keel en/of hals te knijpen en/of te drukken en/of de keel en/of hals dichtgeknepen en/of dichtgedrukt te houden en/of</emphasis> de arm<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van die [slachtoffer] vast te pakken en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> (met kracht) <emphasis role="strike-through">de wang, althans</emphasis> het gezicht van die [slachtoffer] vast te pakken en<emphasis role="strike-through">/of in de wang, althans</emphasis> in het gezicht te knijpen <emphasis role="strike-through">en/of die [slachtoffer] tegen de billen te schoppen en/of te trappen (terwijl die [slachtoffer] op de grond ligt) en/of die [slachtoffer] aan de arm de woning uit te trekken en/of te sleuren</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
      <para> (al rijdend) in zijn, verdachtes auto die [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">in/</emphasis>tegen het <emphasis role="strike-through">gezicht/</emphasis>hoofd <emphasis role="strike-through">en/of been en/of (boven)arm en/of schouder, althans tegen het lichaam</emphasis> te slaan; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte zal daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">mishandeling, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">6.	De strafbaarheid van de verdachte</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van de straf</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 38 uren werkstraf, te vervangen door 19 dagen hechtenis. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft verzocht om oplegging van een taakstraf, al dan niet in combinatie met een voorwaardelijke straf.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de militaire kamer </emphasis>
      </para>
      <para>De militaire kamer heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op een uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 8 maart 2018. De militaire kamer heeft zich tijdens de beraadslaging over deze zaak voldoende voorgelicht geacht en heeft geen behoefte aan een nadere rapportage omtrent de persoon van verdachte zoals ter terechtzitting door de officier van justitie was voorgesteld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft, nadat hij geconstateerd had dat zijn stiefzoon papiertjes in brand had gestoken op zijn slaapkamer, zijn stiefzoon stevig bij de armen en het gezicht gepakt. Ook heeft hij de jongen tegen zijn hoofd geslagen na een (brutale) opmerking. De jongen heeft hier blauwe plekken en een bult op zijn hoofd aan overgehouden, waardoor hij pijn heeft geleden. Verdachte heeft bovendien zelf verklaard dat hij angst in de ogen van [slachtoffer] heeft gezien, waaruit de militaire kamer concludeert dat verdachte [slachtoffer] echt bang heeft gemaakt. De militaire kamer neemt het verdachte kwalijk dat hij zo heftig bij een 11-jarige jongen heeft gereageerd, ook al was er sprake van een potentieel gevaarlijke situatie. Kinderen horen zich juist veilig te voelen bij hun ouders of bij degenen die zij als hun ouders beschouwen. Door te heftig te reageren zoals verdachte heeft gedaan, is het gevoel van veiligheid en geborgenheid van het kind aangetast. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het uittreksel justitiële documentatie blijkt niet dat verdachte recentelijk voor een soortgelijk misdrijf is veroordeeld. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft oog voor de omstandigheden die hebben gespeeld voorafgaand en na de gepleegde mishandeling en de verhouding tussen verdachte en zijn ex-partner, zoals uit het dossier en uit het verhandelde ter terechtzitting is gebleken. De militaire kamer acht van belang dat verdachte niet zijn baan zal verliezen wegens het bewezenverklaarde en zal daartoe een zodanige taakstraf opleggen dat de ‘verklaring van geen bezwaar’ van verdachte niet in gevaar behoeft te komen. Gelet op het voorgaande acht de militaire kamer de door de officier van justitie geëiste straf passend en geboden. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d en 300 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">38 (achtendertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 19 (negentien) dagen;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uur in mindering wordt gebracht.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. G.W.B. Heijmans, rechter, en kolonel mr. H.C.M. Snellen, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. A. Bril, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 23 april 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
  <footnote id="_19efb00b-ddfa-40fc-ae1b-56f33c5e00d7" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door een verbalisant van de politie Koninklijke Marechaussee, district Noord-Oost, brigade Drenthe-IJsselstreek, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL27ND/17-001417, gesloten op 24 april 2017 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2e979ebd-8b71-4be5-ba48-8398214acf3f" label="2">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting d.d. 9 april 2018; proces-verbaal van verhoor, p. 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_552cb27e-c823-4625-b98b-453664b293b4" label="3">
    <para> Proces-verbaal, p. 68-69.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_79342466-4fd1-43f7-b42c-d5f347f32315" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor, p. 35-38 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_2505a081-f87f-418a-b7ac-4c9fbd6e1d05" label="5">
    <para> Een schriftelijk bescheid zijnde een letselrapportage, p. 78-79.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>