<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:1316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-27T13:43:10</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/841054-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1316">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1316</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-23T11:35:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:1316 Rechtbank Gelderland , 22-03-2018 / 05/841054-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1316:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank acht bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan poging tot zware mishandeling door een man tegen zijn hoofd te trappen, terwijl hij op dat moment weerloos op de grond lag. Verdachte heeft relevante documentatie. Verminderd toerekeningsvatbaar door PTSS. Voorwaardelijke gevangenisstraf van 4 maanden met diverse bijzondere voorwaarden en werkstraf van 180 uur opgelegd.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1316:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/841054-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1977 te [geboorteplaats], wonende te [adres], [woonplaats].</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. S. Kroesbergen, advocaat te Ede.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 september 2017 te Ede </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen deze [slachtoffer] één of meerdere malen (met kracht) tegen/op het hoofd heeft getrapt (terwijl deze [slachtoffer] op de grond lag), </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 23 september 2017 te Ede </para>
      <para>
        [slachtoffer] heeft mishandeld door deze [slachtoffer] één of meerdere malen (met kracht) op/tegen het hoofd te trappen en/of te schoppen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_aff05b23-489a-4c00-8d8d-1f273917ac59" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de primair ten laste gelegde poging tot zware mishandeling. Verdachte heeft door aangever eenmaal met geschoeide voet tegen zijn hoofd te trappen bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij hierdoor zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft integrale vrijspraak bepleit. Verdachte heeft weliswaar een trappende beweging gemaakt richting het hoofd van aangever, maar dat deze daadwerkelijk geraakt is kan niet worden bewezen. Op de camerabeelden is te zien dat verdachte zijn evenwicht verliest en vervolgens omvalt, hetgeen juist past bij een gemiste trap. Daarbij komt dat niet is gebleken dat aangever verwondingen in zijn gezicht had die passen bij een trap tegen het hoofd. De getuigenverklaringen worden door de verdediging in twijfel getrokken, nu de getuigen onder invloed van alcohol waren en zij niet zozeer uit eigen waarneming zullen hebben verklaard, maar eerder op basis van wat zij achteraf van anderen hebben gehoord. Gelet hierop kan zowel voor het primair als het subsidiair ten laste gelegde feit geen bewezenverklaring volgen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij op 23 september 2017 in Ede is mishandeld, maar hij kan zich daarvan weinig herinneren, omdat hij onder invloed was van alcohol.<footnote-ref linkend="_869353df-e682-4177-8e9d-e7307b6af1e2" /> Getuigen hebben hier het volgende over verklaard. Getuige [getuige 1] zag dat [slachtoffer] op enig moment knock-out op de grond lag en dat een man op hem afliep en hem vol in zijn gezicht trapte.<footnote-ref linkend="_945c4fa8-b13f-4dde-b6a4-261caf76dadc" /> Ook door getuige [getuige 2] is gezien dat [slachtoffer] door een man in zijn gezicht werd getrapt.<footnote-ref linkend="_9f59bbcf-a269-4c52-a200-527ee362876c" /> Getuige [getuige 3] zag dat het slachtoffer op de grond lag en tegen zijn hoofd werd geschopt.<footnote-ref linkend="_33a90d99-1a0b-4b99-ae77-a50b7645f391" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft - aan de hand van de camerabeelden - erkend dat hij richting het hoofd van [slachtoffer] heeft getrapt<footnote-ref linkend="_926b07e7-db9f-425a-9c55-a2a14d9df50f" />, maar volgens hem was de trap niet raak en is het bij een poging gebleven. De rechtbank heeft op basis van de ter zitting getoonde camerabeelden echter het volgende vastgesteld. Op de beelden is te zien dat verdachte afrent op [slachtoffer], die op dat moment op de grond ligt en zijn bovenlichaam opricht, en dat verdachte met zijn rechter been met kracht tegen de linker zijkant van Lenards hoofd trapt en daar ook wordt geraakt. Het hoofd van [slachtoffer] wordt vervolgens door die trap in beweging gebracht.<footnote-ref linkend="_b87a337c-4e83-415d-890e-7d6529b1932a" /> Dit past ook bij wat door de getuigen is waargenomen en de rechtbank ziet daarom geen reden om aan de betrouwbaarheid van deze verklaringen te twijfelen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op grond van het voorgaande acht de rechtbank bewezen dat verdachte [slachtoffer] tegen zijn hoofd heeft getrapt, terwijl hij op dat moment op de grond lag. De rechtbank kwalificeert dit als poging tot zware mishandeling. Het is een feit van algemene bekendheid dat het hoofd een zeer kwetsbaar onderdeel is van het menselijk lichaam en dat één harde trap tegen het hoofd al tot ernstig letsel kan leiden. Verdachte heeft met geschoeide voet met kracht tegen het hoofd van [slachtoffer] getrapt, terwijl deze op dat moment weerloos op de grond lag. De rechtbank is van oordeel dat verdachte met dit handelen op zijn minst bewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat [slachtoffer] als gevolg van de trap zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet hierop acht de rechtbank het primair ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 23 september 2017 te Ede </para>
      <para>ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen deze [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">één of meerdere malen</emphasis> (met kracht) tegen<emphasis role="strike-through">/op</emphasis> het hoofd heeft getrapt (terwijl deze [slachtoffer] op de grond lag), </para>
      <para>terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van het primair tenlastegelegde feit</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a.	Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met daaraan de bijzondere voorwaarden verbonden zoals door de reclassering is geadviseerd, en voorts tot het verrichten van 180 uren werkstraf, te vervangen door 90 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat bij een eventuele strafoplegging een geheel voorwaardelijke straf met daaraan verbonden de geadviseerde bijzondere voorwaarden passend is, gelet op de persoon van verdachte en de context waarin het feit heeft plaatsgevonden. Verdachte is namelijk ook aangevallen, onder anderen door aangever. Verder ligt er voor de psychische klachten van verdachte een behandelplan waarvoor het van belang is dat de situatie van verdachte stabiel is. Volgens de verdediging dient de behandeling van verdachte voorop te staan.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 26 januari 2018;</para>
    <para>- een voorlichtingsrapportage van Reclassering Nederland, gedateerd 6 maart 2018;</para>
    <para>- een psychologisch rapport van drs. W.J.P. Gaertner, GZ-psycholoog, gedateerd 19 december 2017. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling. Na een avond stappen heeft hij onder invloed van alcohol een man tegen zijn hoofd getrapt, terwijl deze op dat moment weerloos op de grond lag. Dit is een ernstig feit als gevolg waarvan het slachtoffer zwaar gewond had kunnen raken. Er mag van geluk gesproken worden dat het letsel relatief meeviel. Verdachte heeft met zijn handelen inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Daarnaast zorgen dergelijke feiten voor gevoelens van onrust en onveiligheid in de samenleving. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank weegt bij de strafoplegging mee dat verdachte relevante documentatie heeft op het gebied van geweldsmisdrijven. Uit het psychologisch rapport volgt dat verdachte lijdt aan PTSS en dat zijn handelen hierdoor in verminderde mate aan hem kan worden toegerekend. De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte daarom verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Alles afwegend acht de rechtbank de door de officier van justitie geëiste straf passend. Gelet op de persoon van verdachte vindt de rechtbank het van belang dat verdachte zal worden behandeld, ook om herhaling in de toekomst te voorkomen. Om die reden zullen aan het voorwaardelijk strafdeel de bijzondere voorwaarden worden verbonden zoals is geadviseerd door de reclassering, met uitzondering van de mogelijkheid tot kortdurende klinische opname voor maximaal 7 weken, nu de rechtbank uit de voorhanden zijnde informatie onvoldoende is gebleken dat dit noodzakelijk is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7b. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezen verklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.136,48.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij betreffende de immateriële schade gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. Het gevorderde bedrag wegens materiële schade dient volgens de officier van justitie voor rekening te komen van medeverdachte [medeverdachte]. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Hiertoe is aangevoerd dat de vordering van de benadeelde partij geen betrekking heeft op het onderhavige feit, maar op de omstandigheid dat de benadeelde met een barkruk is geslagen. Uit niets blijkt dat de trap van verdachte enig gevolg heeft gehad voor de benadeelde. Dat de trap tot letsel zou hebben geleid kan niet worden vastgesteld. Ook ten aanzien van de overige gestelde materiële schade ontbreekt een onderbouwing. Indien schade zou worden aangenomen, dan dient rekening te worden gehouden met een grote mate van eigen schuld aan de zijde van de benadeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van het gevorderde bedrag van € 136,48 wegens materiële schade overweegt de rechtbank als volgt. Met betrekking tot de gestelde kapotte kleding als gevolg van het feit zijn geen nadere stukken bij de vordering gevoegd, zodat de vordering op dit punt onvoldoende is onderbouwd. De rechtbank overweegt ten aanzien van de gevorderde tandartskosten dat het causaal verband tussen deze gestelde schade en het onderhavige feit, bij gebreke van een nadere onderbouwing op dit punt, niet kan worden vastgesteld. De benadeelde heeft in zijn aangifte ook niets over schade aan zijn tanden vermeld. De benadeelde zal daarom in de vordering, betrekking hebbende op het bedrag aan materiële schade, niet-ontvankelijk worden verklaard. </para>
      <para>De rechtbank overweegt met betrekking tot het gevorderde bedrag van € 1.000,00 wegens immateriële schade het volgende. Aan de benadeelde is door het bewezen verklaarde strafbare feit rechtstreeks nadeel toegebracht dat niet in vermogensschade bestaat. Hij heeft (mede) als gevolg van het handelen van verdachte pijn ondervonden. Dit is aan verdachte toe te rekenen, die met zijn handelen de lichamelijke integriteit van de benadeelde heeft aangetast. Aan de wettelijke vereisten, waaronder die vermeld in artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek, is voldaan. Alles afwegend acht de rechtbank, gelet op het uitgeoefende geweld op de benadeelde, die door medeverdachte [medeverdachte] ook met een barkruk op zijn hoofd is geslagen, een totaalbedrag van € 750,00 billijk. Naar het oordeel van de rechtbank is verdachte voor deze schade voor de helft aansprakelijk, zodat de rechtbank een bedrag van € 375,00 toewijsbaar acht, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 23 september 2017. Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in zijn vordering en kan hij zijn vordering voor het overige slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter meerdere zekerheid voor daadwerkelijke betaling aan de benadeelde partij, zal de rechtbank tevens de schadevergoedingsmaatregel opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het ten laste gelegde feit, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">bepaalt</emphasis> dat deze gevangenisstraf <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op 2 (twee) jaren wordt bepaald;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">stelt als algemene voorwaarden</emphasis> dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich voor het einde van de proeftijd niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zijn medewerking zal verlenen aan het door Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">stelt als bijzondere voorwaarden</emphasis> dat de veroordeelde:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>zich volgens de al lopende afspraken dient te melden bij Reclassering Nederland, Nieuwe Oeverstraat 65 te Arnhem, waarna hij zich gedurende de proeftijd dient te blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van het Sinaï Centrum, gespecialiseerd in de behandeling van volwassenen en ouderen met psychotrauma, op de tijden en plaatsen als door of namens die instelling aan te geven, teneinde zich te laten behandelen voor zijn PTSS-problematiek,<?linebreak?>ook dient hij zich te laten begeleiden door ‘de Basis’ en mee te werken aan een eventuele vervolgbehandeling door de forensische polikliniek van de Waag in Amersfoort,<?linebreak?>tevens dient hij zijn medewerking te verlenen aan de begeleiding van de RIBW (ambulante zorg), <?linebreak?>waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven; <?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>indien de reclassering dit nodig acht (namelijk als blijkt dat het alcoholgebruik van veroordeelde problematischer is dan hij doet voorkomen) zal veroordeelde worden aangemeld bij de polikliniek van IrisZorg te Arnhem voor een behandeling en dient hij daaraan zijn medewerking te verlenen, ook waar het gaat om een ad-random urinecontrole, waarbij hij zich dient te houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens de instelling/behandelaar zullen worden gegeven;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">geeft opdracht</emphasis> aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">180 (honderdtachtig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 90 (negentig) dagen;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">beveelt</emphasis> dat voor de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van de werkstraf in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht, bij de uitvoering van die straf uren in mindering worden gebracht volgens de maatstaf dat per dag in verzekering doorgebracht 2 uren in mindering worden gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Wijst de vordering van de benadeelde partij gedeeltelijk toe</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte ten aanzien van het primair tenlastegelegde tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 375,00</emphasis> (driehonderdvijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in zijn vordering;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Maatregel tot schadevergoeding </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer], een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 375,00 </emphasis>(driehonderdvijfenzeventig euro), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 23 september 2017 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 7 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.P. Bos (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. K.A.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.E. Bongers, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 maart 2018.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para>mr. M.E. Bongers is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen. </para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_aff05b23-489a-4c00-8d8d-1f273917ac59" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost- Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2017444423, gesloten op 25 september 2017, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het door de rechtbank genummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_869353df-e682-4177-8e9d-e7307b6af1e2" label="2">
    <para> Proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer], p. 8. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_945c4fa8-b13f-4dde-b6a4-261caf76dadc" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 1], p. 25. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_9f59bbcf-a269-4c52-a200-527ee362876c" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 2], p. 28. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_33a90d99-1a0b-4b99-ae77-a50b7645f391" label="5">
    <para> Proces-verbaal van verhoor getuige [getuige 3], p. 30. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_926b07e7-db9f-425a-9c55-a2a14d9df50f" label="6">
    <para> Verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 08 maart 2018. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b87a337c-4e83-415d-890e-7d6529b1932a" label="7">
    <para> Eigen waarneming van de rechtbank ter terechtzitting van 08 maart 2018. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>