<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2018:1287</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2023-08-24T19:33:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2018-03-22</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/840470-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
          <rdf:li>NbSr 2018/155 met annotatie van mr. A.H.T. de Haas, mr. M. Bakhuis</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1287">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2018:1287</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2018-03-22T14:29:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2018-03-22</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2018:1287 Rechtbank Gelderland , 22-03-2018 / 05/840470-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1287:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank spreekt een 36-jarige man uit Harderwijk vrij van bedreiging tijdens 2 telefoongesprekken. De rechtbank vindt dat er onvoldoende bewijs is dat de man tijdens de gesprekken daadwerkelijk bedreigingen heeft geuit.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2018:1287:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/840470-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 22 maart 2018</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1981 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. A.H.T. de Haas, advocaat te Harderwijk.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 8 maart 2018.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een door de rechtbank toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 17 april 2017, in de gemeente Harderwijk een persoon genaamd [slachtoffer] en/of één of meer andere personen, heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling en/of met enig misdrijf waardoor gevaar voor de algemene veiligheid van personen of goederen ontstaat en/of bedreiging met enig terroristisch misdrijf, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [slachtoffer] (per telefoon) één of meermalen dreigend de woorden toegevoegd "Ja ik zit me te praktiseren om uh... Ja, net als die </para>
      <para>terroristen, om een school in te lopen en mensen dood te maken" en/of "als je niet naar mij luistert dan ga ik een aanslag plegen" en/of "je moet luisteren naar me, anders kom ik je nu opzoeken", althans (telkens) woorden van gelijke dreigende aard of strekking.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Verdachte belt op 17 april 2017 rond 22:00 uur de meldkamer van de politie. Ongeveer op hetzelfde moment meldt een personeelslid van Sint Jansdal ziekenhuis in Harderwijk dat zij een bedreigend telefoontje heeft binnengekregen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie vindt wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het ten laste gelegde feit. De officier van justitie heeft ter terechtzitting de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft verzocht zijn cliënt vrij te spreken. [slachtoffer] heeft aangifte gedaan en verdachte heeft een ontkennende verklaring afgelegd. Nu van het gesprek geen geluidsopnamen zijn veiliggesteld, zijn de feiten onvoldoende helder vast te stellen en is ten aanzien van het feit waarvan [slachtoffer] aangifte heeft gedaan niet voldaan aan het bewijsminimum. Verdachte dient om die reden te worden vrijgesproken van het tenlastegelegde. Van het tweede gesprek zijn wel geluidsopnamen gemaakt. Deze opname ondersteunt de verklaring van verdachte dat er geen sprake was van bedreiging. Het was slechts een schreeuw om hulp zodat verdachte ook om die reden dient te worden vrijgesproken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aan verdachte wordt verweten dat hij [slachtoffer] dan wel een of meer andere personen heeft bedreigd. Dit verwijt ziet op twee telefoongesprekken die verdachte heeft gevoerd, één met mevrouw [slachtoffer] van de huisartsenpost en – direct daarna - één met de 112-hulpdienst (één of meer andere personen). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Eerste gesprek: [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
      <para> verklaart in haar aangifte dat verdachte heeft gezegd: “Als je niet naar mij luistert dan ga ik een aanslag plegen" en/of "je moet luisteren naar me, anders kom ik je nu opzoeken". Verdachte zelf ontkent deze woorden te hebben gebruikt. De opname van het tweede telefoongesprek met de 112-hulpdienst vindt de rechtbank onvoldoende steunbewijs. Het enkele feit dat verdachte in het tweede gesprek over dezelfde onderwerpen spreekt als in het gesprek met [slachtoffer] is onvoldoende bevestiging van de in de tenlastelegging genoemde woorden. Voor de bedreiging van [slachtoffer] bevindt zich in het dossier daarom onvoldoende bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Tweede gesprek: één of meer andere personen</emphasis>
      </para>
      <para>Het gesprek met de 112-hulpdienst is opgenomen en de rechtbank heeft de opname beluisterd ter zitting. Tijdens dit gesprek zegt verdachte op rustige toon: <emphasis role="italic">“ja ik zit me te praktiseren om uh … ja, net als die terroristen, om een school in te lopen en mensen dood te maken”. </emphasis></para>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de woorden van verdachte onder de gegeven omstandigheden niet gekwalificeerd kunnen worden als een strafbare bedreiging. Verdachte heeft een gedachte geuit waarvan hij weet dat deze niet normaal is. Hij belt daarom voor hulp. Uit zijn verdere uitlatingen in het gesprek blijkt niet dat hij de gedachte heeft geuit om iemand bang te maken of hulp af te dwingen. Dit blijkt ook niet uit zijn toon nu deze rustig is maar niet dwingend. Daarom kan niet bewezen worden dat verdachte één of meer andere personen heeft bedreigd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart <emphasis role="bold">niet bewezen</emphasis>, dat verdachte het <emphasis role="bold">ten laste gelegde</emphasis> heeft begaan en <emphasis role="bold">spreekt verdachte daarvan vrij</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. M.G.J. Post (voorzitter), mr. C.H.M. Pastoors en mr. M.A. Bijl, rechters, in tegenwoordigheid van mr. P. Hoesstee-ter Haar, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 22 maart 2018.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. Bijl en mr. Pastoors zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>