<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-20T14:26:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-02-16</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/841040-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:857">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:857</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-02-20T14:26:21</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-02-20</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:857 Rechtbank Gelderland , 16-02-2017 / 05/841040-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:857:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Drie mannen uit Amsterdam worden door de rechtbank veroordeeld tot gevangenisstraffen van vijf tot zes maanden. De mannen hebben in de nacht van 21 op 22 oktober 2016 ingebroken bij een telecomzaak in Ermelo. Zij zijn na het meenemen van o.a. een aantal IPads, notebooks en telefoons in de auto gevlucht. Dankzij een alarmmelding vanuit de telecomzaak en een getuige kon de politie de mannen zeer kort na de inbraak aanhouden. Een vierde verdachte is door de rechtbank vrijgesproken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:857:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/841040-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 16 februari 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>,</para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1994 in [geboorteplaats] ,<?linebreak?>wonende in [adres] , </para>
      <para>thans gedetineerd in het Justitieel Complex Zaanstad in Westzaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. V.H. Hammerstein, advocaat in Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van <?linebreak?>2 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 22 oktober 2016 te Ermelo tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening in/uit een (bedrijfs)pand (winkel) heeft weggenomen een Ipad en/of een (aantal) tablets en/of smartphones en/of smartwatches en/of hoesjes en/of een pc, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, waarbij verdachte en/of zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en/of die/dat weg te nemen Ipad en/of tablets en/of smartphones en/of smartwatches en/of hoesjes en/of pc onder zijn/haar/hun bereik hebben gebracht door middel van braak en/of verbreking; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2016 tot en met 22 oktober 2016 in de gemeente Lelystad, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening vanaf een auto heeft weggenomen een (of meer) kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken] ), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 2] en/of " [slachtoffer 3] ", in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 2 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij in of omstreeks de periode van 21 oktober 2016 tot en met 22 oktober 2016, in de gemeente Lelystad en/of in de gemeente Ermelo, althans in Nederland tezamen en in vereniging met een of meer anderen, en/althans alleen, een goed, te weten een (of meer) kentekenpla(a)t(en) ( [kenteken] ) heeft verworven, voorhanden gehad en/of overgedragen, terwijl hij en zijn mededader(s) ten tijde van de verwerving of het voorhanden krijgen van dit goed wist(en), althans redelijkerwijs had moeten vermoeden, dat het een door misdrijf verkregen goed betrof;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_c87514b6-d230-414b-b4a8-36f7e6d36b70" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het onder 1 tenlastegelegde feit. Zij heeft in dat kader gewezen op de aangifte, de getuigenverklaring van [getuige] , de aanhouding door de politie, de camerabeelden en de bekennende verklaring die verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor wat betreft het onder 2 primair tenlastegelegde feit heeft de officier van justitie opgemerkt dat er weinig tijd zat tussen de diefstal van de kentekenplaten en de bedrijfsinbraak. Het kan volgens de officier van justitie daardoor haast niet anders zijn dan dat verdachte betrokken is geweest bij de diefstal, maar het is niet uit te sluiten dat iemand anders dan verdachte bij de diefstal betrokken is geweest. De officier van justitie is dan ook van oordeel dat er vrijspraak moet volgen voor het onder 2 primair tenlastegelegde feit. Het onder 2 subsidiair tenlastegelegde feit kan volgens de officier van justitie wel wettig en overtuigend worden bewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw refereert zich ten aanzien van feit 1 aan het oordeel van de rechtbank. Dat geldt niet voor het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit. Verdachte ontkent het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit, terwijl enkel de aangifte van [slachtoffer 2] en de aanwezigheid van de gestolen kentekenplaten op de auto van een ander onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om tot een bewezenverklaring van het tenlastegelegde feit te komen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
      <para>       - 	het proces-verbaal van aangifte, p.19-21;</para>
      <para>       - 	de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 2 februari 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is, met de officier van justitie en de raadsvrouw, van oordeel dat niet is komen vast te staan dat verdachte bij de diefstal van de kentekenplaten betrokken is geweest. Om die reden spreekt de rechtbank verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Van het subsidiair ten laste gelegde feit spreekt de rechtbank verdachte eveneens vrij. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij tot aan Ermelo in de auto heeft geslapen en niet wist dat de kentekenplaten waren gestolen. In het dossier bevinden zich geen bewijsmiddelen waaruit is af te leiden dat verdachte wel degelijk wetenschap had van de diefstal. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verdachte ook niet hoeven vermoeden dat de kentekenplaten waren gestolen. Zoals aangevoerd door de raadsvrouw kan van verdachte namelijk niet worden verwacht dat hij voor het instappen van de auto controleert of aan de voor- en achterkant van de auto daadwerkelijk de zich bij de auto behorende kentekenplaten zijn bevestigd.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 22 oktober 2016 te Ermelo tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen<emphasis role="strike-through">, althans alleen,</emphasis> met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening <emphasis role="strike-through">in/</emphasis>uit een (bedrijfs)pand (winkel) heeft weggenomen een Ipad en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>aantal<emphasis role="strike-through">)</emphasis> tablets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> smartphones en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een smartwatch<emphasis role="strike-through">es</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> hoesjes en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een pc<emphasis role="strike-through">, in elk geval enig goed,</emphasis> geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders</emphasis>, waarbij verdachte en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> zijn mededaders zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> die<emphasis role="strike-through">/dat</emphasis> weg te nemen Ipad en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> tablets en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> smartphones en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> smartwatch<emphasis role="strike-through">es</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> hoesjes en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> pc onder <emphasis role="strike-through">zijn/haar/</emphasis>hun bereik hebben gebracht door middel van braak <emphasis role="strike-through">en/of verbreking</emphasis>.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Diefstal door twee of meer verenigde personen, waarbij de schuldige het weg te nemen goed onder zijn bereik heeft gebracht door middel van braak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte zal worden veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden, met aftrek overeenkomstig artikel 27 van het Wetboek van Strafrecht. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat de strafeis van de officier van justitie buiten proportie is doordat zij geen rekening heeft gehouden met de LOVS richtlijnen. In deze richtlijnen staat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van 10 weken genoemd voor een bedrijfsinbraak door een recidivist. De raadsvrouw benadrukt dat verdachte is aan te merken als een recidivist. Van een frequente recidivist kan niet worden gesproken. Zij vindt, met inachtneming van de richtlijnen, een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van wellicht iets meer dan 10 weken, maar in ieder geval minder dan 4 maanden passend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Bij de bepaling van de op te leggen straf heeft de rechtbank gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bewezen geacht dat verdachte met anderen heeft ingebroken in de telecomwinkel van de heer [naam] . Daarbij hebben verdachte en zijn medeverdachten met een breekijzer en door middel van hard trappen de toegangsdeur van de winkel geforceerd en het glas van de vitrinekast kapot geslagen. Het betreft een inbraak in de nachtelijke uren waarbij grote schade is toegebracht aan de toegangsdeur en het interieur van de winkel. Dit is een ernstig feit waarvoor, in geval van recidive, in beginsel geen andere straf dan een onvoorwaardelijke gevangenisstraf is aangewezen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De reclassering heeft op 30 januari 2017 een rapport over verdachte opgesteld. Uit dit rapport blijkt dat verdachte niet ontvankelijk is voor enige hulp. De reclassering acht een ISD maatregel noodzakelijk, maar nu er niet wordt voldaan aan de voorwaarden om een ISD maatregel op te leggen is het advies van de reclassering om verdachte te veroordelen tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank sluit zich aan bij dit advies en legt verdachte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf op. Bij het bepalen van de duur daarvan heeft de rechtbank acht geslagen op de Oriëntatiepunten voor straftoemeting van het LOVS alsmede gelet op het feit dat verdachte de inbraak heeft gepleegd met anderen en dat hij ten aanzien van vermogensdelicten vaker met politie en justitie in aanraking is geweest. Deze aspecten, alsmede de algehele vrijspraak voor feit 2, vormen aanleiding om lager te straffen dan hetgeen de officier van justitie heeft geëist.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering en de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij [slachtoffer 1] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 750,00 (driemaal het eigen risico van € 250,00).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] tot betaling van het bedrag van € 750,00 toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht hoofdelijk wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 15 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat zij zich ten aanzien van de vordering refereert aan het oordeel van de rechtbank. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag van € 750,00 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. Verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van de benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 24c, 27, 36f, 47, 310 en 311 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het onder 2 primair en subsidiair tenlastegelegde feit;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte de overige tenlastegelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf </emphasis>voor de duur van <emphasis role="bold">6 (zes) maanden</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 1 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 1]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 750,00 (zevenhonderd en vijftig euro)</emphasis> en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders het betreffende schadebedrag is betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € 750,00 (zevenhonderd en vijftig euro)</emphasis>, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal 15 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. D.S.M. Bak, voorzitter, mr. E.M. Vermeulen en mr. M.G.J. Post, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A.R. Mulder, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 16 februari 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Mr. M.G.J. Post is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_c87514b6-d230-414b-b4a8-36f7e6d36b70" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, registratienummer PL0600-2016520856, gesloten op 23 oktober 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>