<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:5825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-14T15:09:46</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-14</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740050-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5825">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5825</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-14T09:11:18</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-14</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:5825 Rechtbank Gelderland , 14-11-2017 / 05/740050-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5825:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontslag van alle rechtsvervolging door ontoerekeningsvatbaarheid. Verwerping van verweer omtrent opzet. Bewezenverklaring van vernielingen en (poging tot) brandstichting. Toewijzing van civiele vorderingen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5825:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740050-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 14 november 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1986 te [geboorteplaats] , wonende aan de [adres 1] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. A.H. Staring, advocaat te Arnhem.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 17 mei 2017 en 31 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 februari 2016 te Arnhem opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een deur van een woning gelegen aan [adres 2] , althans met een brandbare stof ten gevolge waarvan die voordeur geheel of gedeeltelijk is verbrand, in elk geval brand is ontstaan, en daarvan gemeen gevaar voor die voordeur en/of andere goederen, in elk geval gemeen gevaar voor goederen en/of levensgevaar voor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval levensgevaar voor een ander of anderen en/of gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] , in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 februari 2016 te Arnhem ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een woning gelegen aan [adres 3] , met dat opzet een steen door een ruit van die woning heeft gegooid en/of (vervolgens een zogenaamde) brandende molotov-cocktail door die kapotte ruit heeft gegooid en daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 01 februari 2016 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk de hierna te noemen goederen, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan de hierna genoemde eigenaars/benadeelden, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>- een ruit van een auto (Audi A6, [kenteken 1] ) geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 5] (BVHnr: 2016052985), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Mercedes Benz, [kenteken 2] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 6] (BVHnr: 2016053892), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Volvo, [kenteken 3] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 7] (BVHnr: 2016053950),</para>
    <para>- een ruit van een auto (BMW, [kenteken 4] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 8] (BVHnr: 2016054538), </para>
    <para>- een ruit van een woning, gelegen aan [adres 4] geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 9] (BVHnr: 2016055915), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Volvo V40, [kenteken 5] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 4] (BVHnr: 2016056386) en/of </para>
    <para>- een spiegel van een auto (BMW, [kenteken 6] ), geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 10] (BVHnr: 2016057554);</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_549d33b7-bebe-456d-a872-c1ed7ce75841" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>
        <?linebreak?>Op 1 februari 2016 heeft verdachte in Arnhem:</para>
    </parablock>
    <para> brand gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een deur van een woning aan de [adres 2] , waardoor de voordeur is verbrand, in welke woning op dat moment aanwezig waren: [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3]<footnote-ref linkend="_8ec0a4a0-de45-4cb7-8259-29c07e9f581c" /> (feit 1);</para>
    <para> gepoogd brand te stichten door een steen door de ruit van de woning aan de [adres 3] te gooien en een brandende molotov-cocktail daardoor naar binnen te gooien<footnote-ref linkend="_b2d4f47a-0334-4554-9a34-dbb80e6c3847" /> (feit 2);</para>
    <para> een ruit vernield van een Audi A6 met kenteken [kenteken 1] , toebehorende aan [slachtoffer 5] , een ruit vernield van een Mercedes Benz met kenteken [kenteken 2] , toebehorende aan [slachtoffer 6] , een ruit vernield van een Volvo met kenteken [kenteken 3] , toebehorende aan [slachtoffer 7] , een ruit vernield van een BMW met kenteken [kenteken 4] , toebehorende aan [slachtoffer 8] , een ruit van een woning vernield gelegen aan de [adres 4] toebehorende aan [slachtoffer 9] , een ruit vernield van een Volvo V40 met kenteken [kenteken 5] , toebehorende aan [slachtoffer 4] , en een spiegel vernield van een BMW met kenteken [kenteken 6] , toebehorende aan [slachtoffer 10]<footnote-ref linkend="_da8dafc1-3fb2-48ce-8d96-efc9ecab784e" /> (feit 3). </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat de ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft vrijspraak bepleit. Hiertoe heeft de raadsman naar voren gebracht dat het opzet bij verdachte ontbrak nu hij in een floride psychose handelde. De raadsman heeft hierbij verwezen naar de bevindingen van de psychiater. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Opzet </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank stelt voorop dat de conclusies van de psychiater en de psycholoog dat verdachte ten tijde van het plegen van de ten laste gelegde feiten volledig ontoerekeningsvatbaar moet worden geacht in beginsel niet in de weg staan aan een bewezenverklaring van opzet. Een psychische stoornis die een toerekening in de weg staat sluit namelijk alleen opzettelijk handelen uit wanneer sprake is van een verdachte bij wie het aan elk inzicht in de draagwijdte van zijn gedragingen en de mogelijke gevolgen daarvan ontbreekt. Daarvan is slechts bij hoge uitzondering sprake. Voor het vermoeden van de aanwezigheid van een dergelijke uitzonderingssituatie geeft de over verdachte opgestelde rapportage, het dossier en het verhandelde ter terechtzitting geen aanleiding. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft de door hem gepleegde handelingen tijdens het onderzoek ter terechtzitting gereproduceerd en daarbij verklaard over de redenen die tot deze handelingen hebben geleid.</para>
      <para>Ook bij de politie verklaarde hij over redenen en aanleiding. Verdachte verklaarde daarbij bovendien dat hij zich heeft gerealiseerd dat het gevaarlijk was wat hij deed.<footnote-ref linkend="_e90674fd-8281-4a1b-88fd-c545b137aa5b" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De voorstelling van de realiteit van de verdachte was ten tijde van het plegen van de handelingen weliswaar verstoord, zo dacht hij dat hij vermoord zou worden, maar blijkens zijn eigen verklaring zijn deze welbewust door hem verricht. Dit levert naar oordeel van de rechtbank vol opzet op. Het feit dat de realiteitsvoorstelling van de verdachte niet juist was, doet daar niet aan af. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verwerpt dan ook het verweer en acht feit 1, feit 2 en feit 3 wettig en overtuigend bewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde onder feit 1, feit 2 en feit 3 heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 01 februari 2016 te Arnhem opzettelijk brand heeft gesticht door open vuur in aanraking te brengen met een deur van een woning gelegen aan [adres 2] , <emphasis role="strike-through">althans met een brandbare stof</emphasis> ten gevolge waarvan die voordeur <emphasis role="strike-through">geheel of</emphasis> gedeeltelijk is verbrand, <emphasis role="strike-through">in elk geval brand is ontstaan,</emphasis> en daarvan gemeen gevaar voor die voordeur en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> andere goederen, <emphasis role="strike-through">in elk geval gemeen gevaar voor goederen</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> levensgevaar voor [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3] , in elk geval <emphasis role="strike-through">levensgevaar voor een ander of anderen en/of</emphasis> gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor die [slachtoffer 1] , [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3] , <emphasis role="strike-through">in elk geval gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor een ander of anderen </emphasis>te duchten was;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 01 februari 2016 te Arnhem ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om opzettelijk brand te stichten in een woning gelegen aan [adres 3] , met dat opzet een steen door een ruit van die woning heeft gegooid en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>vervolgens een zogenaamde<emphasis role="strike-through">)</emphasis> brandende molotov-cocktail door die kapotte ruit heeft gegooid en daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten was, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 01 februari 2016 te Arnhem opzettelijk en wederrechtelijk de hierna te noemen goederen, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan de hierna genoemde eigenaars/benadeelden, <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte,</emphasis> heeft vernield <emphasis role="strike-through">en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt</emphasis>, te weten: </para>
    </parablock>
    <para>- een ruit van een auto (Audi A6, [kenteken 1] ) <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 5] (BVHnr: 2016052985), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Mercedes Benz, [kenteken 2] ), <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 6] (BVHnr: 2016053892), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Volvo, [kenteken 3] ), <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 7] (BVHnr: 2016053950),</para>
    <para>- een ruit van een auto (BMW, [kenteken 4] ), <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 8] (BVHnr: 2016054538), </para>
    <para>- een ruit van een woning, gelegen aan [adres 4] <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 9] (BVHnr: 2016055915), </para>
    <para>- een ruit van een auto (Volvo V40, [kenteken 5] ), <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 4] (BVHnr: 2016056386) en/of </para>
    <para>- een spiegel van een auto (BMW, [kenteken 6] ), <emphasis role="strike-through">geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan [slachtoffer 10] (BVHnr: 2016057554).</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">en</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan levensgevaar of zwaar lichamelijk letsel voor een ander te duchten is</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">poging tot opzettelijk brand stichten, terwijl daarvan gemeen gevaar voor goederen te duchten is </emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, vernielen, meermalen gepleegd</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging, gelet op de rapportages van de psychiater en de psycholoog waarin wordt geconcludeerd dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde volledig ontoerekeningsvatbaar was. De officier van justitie heeft, gelet op deze rapportages, niet gevorderd dat aan verdachte een maatregel wordt opgelegd. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft zich – ingeval de door hem bepleite vrijspraak zou worden gepasseerd – op het standpunt gesteld dat verdachte moet worden ontslagen van alle rechtsvervolging. De raadsman heeft verzocht in lijn met de rapportages niet over te gaan tot oplegging van een maatregel aan verdachte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De beoordeling van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van de toerekeningsvatbaarheid  </emphasis>
        <?linebreak?>Ter beoordeling van de toerekeningsvatbaarheid van de verdachte heeft de rechtbank een psychiatrisch rapport ontvangen van drs. M.H. Diawara, psychiater, gedateerd 21 februari 2017, en  rapporten van drs. Diawara voornoemd, gedateerd 15 augustus 2017, en C. Sipma, psycholoog, gedateerd 2 augustus 2017. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voornoemd rapport van de psychiater van 21 februari 2017 houdt als conclusie onder meer in dat bij verdachte sprake is van een ziekelijke stoornis van de geestvermogens in de vorm van schizofrenie en amfetamine- en cannabisafhankelijkheid. Deze stoornis beïnvloedde de gedragskeuzes en gedragingen van verdachte ten tijde van het tenlastegelegde. De psychiater adviseert verdachte het tenlastegelegde, indien bewezen, niet toe te rekenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voornoemd rapport van de psycholoog van 2 augustus 2017 houdt als conclusie onder meer in dat bij verdachte sprake is van zwakbegaafdheid, schizofrenie en een stoornis in middelengebruik betreffende cannabis en amfetamine. De psycholoog rapporteert dat verdachte ten tijde van het tenlastegelegde floride psychotisch was en dat dit zijn gedragskeuzes en gedragingen beïnvloedde. De psycholoog concludeert dat het tenlastegelegde in zijn geheel niet aan verdachte kan worden toegerekend. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de deskundigen op goede gronden tot hun adviezen en conclusies zijn gekomen en maakt het oordeel van de deskundigen tot het hare. De rechtbank concludeert dat verdachte ten tijde van het bewezenverklaarde ontoerekeningsvatbaar was en het hem derhalve niet kan worden toegerekend. De rechtbank zal verdachte ontslaan van alle rechtsvervolging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van het juridisch kader voor behandeling </emphasis>
      </para>
      <para>Voornoemde rapportages van de psychiater van 21 februari 2017 en 15 augustus 2017 houden als conclusie in dat langdurige gestructureerde klinische behandeling van verdachte geïndiceerd is en dat dit in het huidige kader – dat van de rechterlijke machtiging in het kader van de Wet Bopz – kan plaatsvinden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Voornoemd rapport van de psycholoog van 2 augustus 2017 houdt als conclusie in dat verdachte in het huidige civiele behandelkader geen gevaar vormt voor de maatschappij en een strafrechtelijk behandelkader daarmee niet zinvol zal zijn. De psycholoog adviseert de rechtbank om af te zien van het opleggen van een strafrechtelijk behandelkader. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat een klinisch behandelkader voor verdachte van belang is gelet op zijn psychische problematiek. De rechtbank is gelet op de aangehaalde rapportages en overeenkomstig de visie van de officier van justitie en de raadsman van oordeel dat het huidige civielrechtelijke kader daarvoor passend is. De rechtbank zal daarom afzien van het opleggen van een strafrechtelijke maatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">7. 	De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>De volgende benadeelde partijen hebben zich gevoegd in het strafproces ter verkrijging van een schadevergoeding:</para>
    </parablock>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 6] , voor een bedrag van € 1.224,56 aan materiële schade;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 7] , voor een bedrag van € 356,71 aan materiële schade en een bedrag van </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>€ 150,- aan immateriële schade; </para>
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>
          [benadeelde] , voor een bedrag van € 300,- aan materiële schade;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          [slachtoffer 4] , voor een bedrag van € 1.817,21 aan materiële schade.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 6] heeft de officier van justitie verzocht deze geheel toe te wijzen, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 22 dagen hechtenis. <?linebreak?></para>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 7] heeft de officier van justitie verzocht deze vordering toe te wijzen tot het bedrag van € 356,71 (de materiële schade), waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 7 dagen hechtenis. Voor het overige (de immateriële schade) heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft voorts gesteld dat de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] geen relatie houdt tot het bewezenverklaarde, zodat de benadeelde partij niet-ontvankelijk dient te worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 4] heeft de officier van justitie verzocht deze toe te wijzen tot het bedrag van € 873,37, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 17 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen niet-ontvankelijk dienen te worden verklaard, dan wel dienen te worden afgewezen, omdat een toewijzing zich niet verhoudt met ontslag van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid. </para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt allereerst dat een ontslag van alle rechtsvervolging wegens ontoerekeningsvatbaarheid van de verdachte niet in de weg hoeft te staan aan een toewijzing van civiele vorderingen. De civiele aansprakelijkheid ten aanzien van de schade die het gevolg is van het delict dient ruimer te worden geïnterpreteerd dan de strafrechtelijke aansprakelijkheid ten aanzien van het delict zelf.  <?linebreak?></para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 6] tot het gevorderde bedrag van € 1.224,56 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 februari 2016.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 7] tot een bedrag van € 356,71 schade heeft geleden (de materiële schade), waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering dient tot dit bedrag te worden toegewezen. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 1 februari 2016. <?linebreak?>Wat betreft de immateriële schade moet de vordering als zijnde ongegrond worden afgewezen. Deze schade valt niet onder het bereik van artikel 6:106 van het Burgerlijk Wetboek.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank dient de vordering van de benadeelde partij [benadeelde] te worden afgewezen, nu de gevorderde schade geen verband houdt met het bewezenverklaarde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en wat verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij [slachtoffer 4] , voor een bedrag van € 1.817,21 aan schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. Beide schadeposten zijn onderbouwd met een factuur en stroken met het bewezenverklaarde. De vordering is voor toewijzing vatbaar. De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf</para>
      <para>1 februari 2016.</para>
      <para>
        <?linebreak?>De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht gelet op de geconstateerde stoornis bij verdachte ten tijde van de delicten. Bovendien is gerapporteerd en door de rechtbank overgenomen dat het huidige civielrechtelijke behandelkader passend, maar ook geboden is. Een vervangende hechtenis bij gebreke van betaling en verhaal door verdachte in het kader van de schadevergoedingsmaatregel zou zijn behandeling onwenselijk doorkruisen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">7. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 08/153450-14</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de vordering na voorwaardelijke veroordeling vordert de officier van justitie dat deze wordt afgewezen. <?linebreak?></para>
      <para>De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering na voorwaardelijke veroordeling moet worden afgewezen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal de vordering na voorwaardelijke veroordeling afwijzen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 39, 45, 57, 157 en 350 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor <emphasis role="underline">niet strafbaar</emphasis>;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	<emphasis role="underline">ontslaat verdachte van alle rechtsvervolging</emphasis>. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	<emphasis role="bold">De beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 6]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.224,56</emphasis> (duizend tweehonderdvierentwintig euro en zesenvijftig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 7]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 356,71</emphasis> (driehonderdzesenvijftig euro en éénenzeventig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>het meer of anders gevorderde door benadeelde partij [slachtoffer 7] ;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af </emphasis>de vordering tot schadevergoeding ten bedrage van € 300,-, ingediend door de benadeelde partij <emphasis role="bold">[benadeelde]</emphasis>;</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 3 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer 4]</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 1.817,21</emphasis>  (duizend achthonderdzeventien euro en éénentwintig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 1 februari 2016 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	<emphasis role="bold">De beslissing op de vordering na voorwaardelijke veroordeling met parketnummer 08/153450-14</emphasis></para>
    </parablock>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">wijst af de vordering</emphasis> van de officier van justitie van 13 april 2017, strekkende <emphasis role="bold">tot tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van de politierechter te Zwolle van 29 januari 2015 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf.</para>
    <para />
    <para />
    <para>Dit vonnis is gewezen door mr. L.C.P. Goossens (voorzitter), mr. K.A.M. van Hoof en mr. E.G.J. Broekhuizen, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Diebels, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 14 november 2017.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_549d33b7-bebe-456d-a872-c1ed7ce75841" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisanten van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016059498, gesloten op 14 maart 2016, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_8ec0a4a0-de45-4cb7-8259-29c07e9f581c" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] , p. 26-27 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] namens [slachtoffer 3] , p. 37-38 met fotobijlagen, en de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 mei 2017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_b2d4f47a-0334-4554-9a34-dbb80e6c3847" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 1] , p. 13-14 met fotobijlage, het proces-verbaal van verhoor getuige [getuige] , p. 16-17, en de verklaring van verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 mei 2017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_da8dafc1-3fb2-48ce-8d96-efc9ecab784e" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte door [aangever 2] , mede namens [slachtoffer 5] , p. 42-43 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 6] , p. 48 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 7] , p. 57-58 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [aangever 3] namens [slachtoffer 8] , p. 65-66 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [benadeelde] , p. 70-72 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [aangever 4] namens [slachtoffer 4] , p. 76-77 met fotobijlagen, het proces-verbaal van aangifte door [aangever 5] namens [slachtoffer 10] , p. 87-88 met fotobijlagen, en de verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 mei 2017. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_e90674fd-8281-4a1b-88fd-c545b137aa5b" label="5">
    <para> De verklaring van de verdachte zoals afgelegd ter terechtzitting van 17 mei 2017. </para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>