<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:5769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:18:37</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-11-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/881936-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5769">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5769</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-09T15:16:13</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:5769 Rechtbank Gelderland , 09-11-2017 / 05/881936-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5769:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De rechtbank heeft een vrouw uit Breda veroordeeld voor het oplichten van twee verzekeringsmaatschappijen, één poging daartoe en het doen van valse aangiftes bij de politie, wetende dat het feit niet gepleegd is. De vrouw kreeg hiervoor een werkstraf. Tevens moet de vrouw een schadevergoeding betalen aan een verzekeringsmaatschappij.</para>
      <para />
      <para>Daarnaast moet de vrouw het wederrechtelijk verkregen voordeel dat zij genoten heeft door het plegen van deze feiten, terugbetalen aan de Staat.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5769:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	 : 05/881936-15</para>
      <para>Datum uitspraak: 9 november 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1987 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsman: mr. E. Steller, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 26 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 29 juni 2015 t/m 30 juni 2015, te Apeldoorn, althans in Nederland, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk om zich of </para>
      <para>een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij Achmea Centraal Beheer te Apeldoorn te bewegen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 6998,= euro), met vorenomschreven oogmerk,- zakelijk weergegeven -, opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, middels een schadeformulier ("Schademelding Wonen") bij voornoemde </para>
      <para>verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende de schade tengevolge van een op 29 juni 2015 te Ermelo plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 electrische fietsen (ter waarde van 3499 euro per stuk), en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de Regiopolitie Oost-Nederland), welke </para>
      <para>diefstal niet was gepleegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 24 mei 2015 t/m 11 juni 2015 te Assen, </para>
      <para>althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door </para>
      <para>een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij N.V. Univé Schade te Assen heeft bewogen tot de afgifte van 6405,95 euro, althans van enig geldbedrag, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -, opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of in strijd met de waarheid, (telefonisch) bij voornoemde verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende schade tengevolge van een op 24 mei 2015 te Ermelo plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 electrische fietsen, en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de regiopolitie oost-Nederland), terwijl deze diefstal niet was gepleegd, waardoor Univé voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte (uitkering van het geclaimde schadebedrag); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij in of omstreeks de periode van 2 oktober 2014 t/m 28 oktober 2014 te </para>
      <para>Hoogeveen, althans in Nederland, met het oogmerk om zich of een ander wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en/of door listige kunstgrepen en/of door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 1] te Hoogeveen en/of [slachtoffer 2] heeft bewogen tot de afgifte van 4948,95 euro, althans van enig geldbedrag, hierin bestaande dat verdachte met vorenomschreven oogmerk - zakelijk </para>
      <para>weergegeven -, opzettelijk valselijk en/of listiglijk en/of bedrieglijk en/of </para>
      <para>in strijd met de waarheid, (telefonisch) bij voornoemde verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende schade tengevolge van een op 2 oktober 2014 te </para>
      <para>Harderwijk plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 electrische fietsen, en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de regiopolitie oost-Nederland), terwijl deze diefstal niet was gepleegd, waardoor [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte (uitkering van het geclaimde schadebedrag); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 3 oktober 2014 t/m 29 juni 2015 te Ermelo, althans in nederland, (telkens) aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door respectievelijk op 3 oktober 2014 en/of op 25 mei 2015 en/of op 29 juni 2015 via Internet bij de Politie aangifte te doen van diefstal van een aantal fietsen, (telkens) wetende dat dat strafbare feit niet is gepleegd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_60bac35c-1ab8-44b7-8079-1ce172f3cfa8" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding onderzoek</emphasis>
      </para>
      <para>Op 29 september 2015 heeft de fraudecoördinator van Achmea Claims Organisatie te Apeldoorn aangifte gedaan van -zakelijk weergegeven- verzekeringsfraude. In de aangifte staat het volgende.</para>
      <para>De fraudecoördinator kreeg op 29 juni 2015 een schadeclaim binnen van diefstal van twee elektrische fietsen van het merk Gazelle. Uit nader onderzoek bleek Achmea dat de indiener van de schadeclaim al eerder twee schadeclaims van diefstal van elektrische fietsen had ingediend: op 3 oktober 2014 bij verzekeraar [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] en op 25 mei 2015 bij verzekeraar Univé. De fraudecoördinator heeft vervolgens nader onderzoek gedaan naar de bij de schadeclaim ingediende factuur. De (voormalig) verkoper van de fietsen heeft aan Achmea aangegeven dat hij nooit fietsen van het merk Gazelle verkocht heeft en dat de factuur niet afkomstig is uit zijn boekhouding. Naar aanleiding hiervan is door Achmea aangifte gedaan. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ook [slachtoffer 1] / [slachtoffer 2] en Univé hebben aangifte gedaan nadat zij van de vermoedens van verzekeringsfraude op de hoogte waren gesteld. De politie van de Eenheid Oost-Nederland heeft daarop een opsporingsonderzoek ingesteld en [verdachte] als verdachte aangemerkt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder feit 1 tenlastegelegde poging tot oplichting, aan de onder feit 2 en feit 3 tenlastegelegde oplichtingen en aan de onder feit 4 tenlastegelegde gedane valse aangiftes. Ter terechtzitting heeft de officier van justitie de bewijsmiddelen opgesomd en toegelicht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft ten aanzien van alle tenlastegelegde feiten geen bewijsverweer gevoerd.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359, derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens Achmea Claims Organisatie, p. 15-16; </para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 79-80;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 oktober 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 2] , namens N.V. Univé Schade, p. 59-60; </para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 79-80;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 oktober 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 3] , namens [slachtoffer 1] , p. 36-38; </para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 79-80;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 oktober 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 94, met bijlagen, p. 101-109;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 79-80;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 26 oktober 2017.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">in of</emphasis> omstreeks de periode van 29 juni 2015 t/m 30 juni 2015, te Apeldoorn, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, ter uitvoering van het voornemen en het misdrijf om met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">of </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door listige kunstgrepen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij Achmea Centraal Beheer te Apeldoorn te bewegen tot de afgifte van <emphasis role="strike-through">een geldbedrag (ongeveer </emphasis>6998,= euro<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, met voren omschreven oogmerk,-zakelijk weergegeven-, opzettelijk valselijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> listiglijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bedrieglijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in strijd met de waarheid, middels een schadeformulier ("Schademelding Wonen") bij voornoemde </para>
      <para>verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende de schade ten gevolge van een op 29 juni 2015 te Ermelo plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 elektrische fietsen (ter waarde van 3499 euro per stuk), en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de Regiopolitie Oost-Nederland), welke diefstal niet was gepleegd, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
      <para>2.</para>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">in of </emphasis>omstreeks de periode van 24 mei 2015 t/m 11 juni 2015 te Assen, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door listige kunstgrepen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door </para>
      <para>een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij N.V. Univé Schade te Assen heeft bewogen tot de afgifte van 6405,95 euro, <emphasis role="strike-through">althans van enig geldbedrag,</emphasis> hierin bestaande dat verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk weergegeven -, opzettelijk valselijk en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>listiglijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bedrieglijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> in strijd met de waarheid, (telefonisch) bij voornoemde verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende schade ten gevolge van een op 24 mei 2015 te Ermelo plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 elektrische fietsen, en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de regiopolitie Oost-Nederland), terwijl deze diefstal niet was gepleegd, waardoor Univé voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte (uitkering van het geclaimde schadebedrag); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>zij <emphasis role="strike-through">in of </emphasis>omstreeks de periode van 2 oktober 2014 t/m 28 oktober 2014 te Hoogeveen, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, met het oogmerk om zich <emphasis role="strike-through">of een ander</emphasis> wederrechtelijk te bevoordelen door het aannemen van een valse hoedanigheid en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> door listige kunstgrepen en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>door een samenweefsel van verdichtsels, verzekeringsmaatschappij [slachtoffer 1] te Hoogeveen <emphasis role="strike-through">en/of [slachtoffer 2]</emphasis> heeft bewogen tot de afgifte van 4948,50 euro, <emphasis role="strike-through">althans van enig geldbedrag</emphasis>, hierin bestaande dat verdachte met voren omschreven oogmerk - zakelijk </para>
      <para>weergegeven -, opzettelijk valselijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> listiglijk en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> bedrieglijk en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis>in strijd met de waarheid, (telefonisch) bij voornoemde verzekeringsmaatschappij een schadeclaim heeft ingediend, betreffende schade ten gevolge van een op 2 oktober 2014 te Harderwijk plaatsgevonden hebbende diefstal van 2 elektrische fietsen, en zich aldus heeft voorgedaan als benadeelde van een diefstal, (waarvan Internet Aangifte was gedaan bij de regiopolitie Oost-Nederland), terwijl deze diefstal niet was gepleegd, waardoor [slachtoffer 1] <emphasis role="strike-through">en/of [slachtoffer 2]</emphasis> voornoemd werd bewogen tot bovenomschreven afgifte (uitkering van het geclaimde schadebedrag); </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>4.</para>
      <para>zij op <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 3 oktober 2014 t/m 29 juni 2015 te Ermelo, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland</emphasis>, (telkens) aangifte heeft gedaan dat een strafbaar feit is gepleegd, door respectievelijk op 3 oktober 2014 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> op 25 mei 2015 en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> op 29 juni 2015 via Internet bij de Politie aangifte te doen van diefstal van een aantal fietsen, <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> wetende dat dat strafbare feit niet is gepleegd; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot oplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de feiten 2 en 3 telkens:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Oplichting </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 4:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Aangifte doen dat een strafbaar feit gepleegd is, wetende dat het niet gepleegd is, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van de feiten</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van de onder feiten 1, 2, 3 en 4 tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot het verrichten van 150 uren taakstraf, te vervangen door 75 dagen hechtenis, indien de taakstraf niet wordt verricht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft de rechtbank verzocht de op te leggen straf te matigen en het aantal uren te verrichten taakstraf te bepalen op ongeveer 80 uren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 18 september 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder het navolgende in aanmerking genomen. </para>
      <para>Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan één poging tot oplichting, twee voltooide oplichtingen en het doen van meerdere valse aangiftes van diefstal. Zij heeft bij voornoemde verzekeringsmaatschappijen schadeclaims ingediend waarbij zij heeft aangegeven dat er elektrische fietsen van aanzienlijke waarde waren gestolen en dat zij daarom recht had op een uitkering van de aankoopbedragen van de fietsen. Verdachte heeft deze diefstallen echter verzonnen; de fietsen hebben zelfs niet bestaan. </para>
      <para>Verdachte heeft om haar schadeclaims te laten slagen niet alleen valse aangiftes gedaan van de diefstallen, zij heeft ook valse facturen en willekeurige setjes fietssleutels als bewijs met de schadeclaims meegezonden. Voor feit 2 en 3 geldt dat verdachte de fietsverzekeringen heeft afgesloten met het vooropgezette doel de verzekeringsmaatschappijen op een later moment op te lichten. Verdachte is dus elke keer te werk gegaan volgens een bepaalde van te voren bedachte werkwijze. Dit rekent de rechtbank verdachte in het bijzonder aan. Zij is alleen maar gestopt, omdat Achmea de verzekeringsfraude aan het licht heeft gebracht.</para>
      <para>Verdachte heeft zich alleen maar laten leiden door eigen geldelijk gewin en heeft hierdoor het vertrouwen dat tussen een verzekeraar en een verzekeringnemer dient te bestaan, geschaad. </para>
      <para>Ook hebben de verzekeringsmaatschappijen forse schade geleden. Dit gedrag leidt bovendien tot hogere premies voor fietsverzekeringen en op deze manier wordt de samenleving door het gedrag van verdachte de dupe.</para>
      <para>Door het doen van valse aangifte heeft zij niet alleen de verzekeringsmaatschappijen misleid maar ook de politie, die moet kunnen vertrouwen op de juistheid van aangiftes.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voornoemde strafbare feiten rechtvaardigen doorgaans oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, maar in de omstandigheden van het geval ziet de rechtbank aanleiding om daarvan af te wijken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten voordele van verdachte houdt de rechtbank namelijk rekening met het volgende.</para>
      <para>Verdachte heeft een nagenoeg blanco strafblad. Daarnaast constateert de rechtbank dat de strafbare feiten al langer geleden zijn gepleegd en pas een jaar na binnenkomst van het proces-verbaal van de politie bij het Openbaar Ministerie op de terechtzitting zijn behandeld. </para>
      <para>Verder heeft verdachte op de zitting openheid van zaken gegeven en heeft zij -zoals zij heeft toegelicht- schoon schip gemaakt en haar leven een andere wending gegeven. Ze is verhuisd, heeft een baan en is nu in staat en bereid om de aangebrachte schade te vergoeden af te lossen. </para>
      <para>Gelet hierop volstaat de rechtbank met het opleggen van een onvoorwaardelijke taakstraf van 150 uren. De rechtbank zal niet overgaan tot het opleggen van een lager aantal uren taakstraf, omdat zij daarvoor de strafbare feiten te ernstig vindt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij N.V. Univé Schade heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 6.409,95.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij N.V. Univé Schade toe te wijzen tot het bedrag van € 6.405,95, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft aangegeven zich te kunnen vinden in het standpunt van de officier van justitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het (onder feit 2) bewezen verklaarde handelen tot een bedrag van € 6.405,95 schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De rechtbank overweegt dat uit de aangifte namens N.V. Univé Schade en de bankafschriften van verdachte blijkt dat dit bedrag is berekend en uitgekeerd en dat is € 4,- lager dan het bedrag dat is gevorderd. Voor de toewijzing van die € 4,- extra ziet de rechtbank geen grondslag. De rechtbank gaat gelet hierop uit van dit lagere bedrag en de vordering dient dan ook tot dit bedrag te worden toegewezen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat betreft het meer of anders gevorderde zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 12 juni 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 22c, 22d, 36f, 45, 57, 63, 188 en 326 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">taakstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">150 (honderd en vijftig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 75 (vijf en zeventig) dagen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte ten aanzien van feit 2 tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding</emphasis> aan de <emphasis role="bold">benadeelde partij N.V. Univé Schade</emphasis>, van een bedrag van <emphasis role="bold">€ 6.405,95 </emphasis>(zesduizend vierhonderd en vijf euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening en met betaling van de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil;</para>
    <para />
    <para> verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij N.V. Univé Schade voor het overige niet-ontvankelijk</emphasis> in haar vordering;</para>
    <para />
    <para> legt aan veroordeelde de <emphasis role="bold">verplichting</emphasis> op <emphasis role="bold">om aan de Staat</emphasis>, ten behoeve van de benadeelde partij N.V. Univé Schade, een bedrag <emphasis role="bold">te betalen van € </emphasis>6.405,95 (zesduizend vierhonderd en vijf euro en vijfennegentig eurocent), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 12 juni 2015 tot aan de dag der algehele voldoening, met bepaling dat bij gebreke van betaling en verhaal van de hoofdsom 67 dagen hechtenis zal kunnen worden toegepast zonder dat de betalingsverplichting vervalt;</para>
    <para />
    <para> bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. A. Zuil (voorzitter),  </para>
              <para>mr. M.G.J. Post en mr. M.P. Bos, rechters, </para>
              <para>in tegenwoordigheid van L.J.M. Visser, griffier, </para>
              <para>en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op <emphasis role="bold">9 november 2017</emphasis>.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>mr. M.P. Bos is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_60bac35c-1ab8-44b7-8079-1ce172f3cfa8" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door J. van den Tol van de politie eenheid Oost Nederland, district Noord- en Oost-Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2015322031, gesloten op 6 januari 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>