<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:5650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-15T15:29:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-31</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 17 _ 3251</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5650">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5650</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-11-15T15:25:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-11-15</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:5650 Rechtbank Gelderland , 31-10-2017 / AWB - 17 _ 3251</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5650:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Artikelen 1 en 3 Awir, artikel 5a Awr. Eiseres wordt niet meer als alleenstaande aangemerkt omdat haar Islamitisch huwelijk is ingeschreven in de Brp. Terugvordering toeslagen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5650:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer: AWB 17/3251</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer </bridgehead>
    <bridgehead role="bold">van 18 oktober 2017</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiseres], te [woonplaats], eiseres</bridgehead>
    <para>(gemachtigde: mr. J.J. Roossien),</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [verweerder], verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 februari 2017 (het eerste besluit)  heeft verweerder het voorschot zorgtoeslag over 2016 vastgesteld op € 771 en het voorschot kindgebonden budget over 2016 vastgesteld op € 2.252. Bij brieven van 7 februari 2017 heeft verweerder eiseres laten weten dat zij een bedrag van respectievelijk € 227 en € 3.284 dient terug te betalen.  </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 13 mei 2017 heeft verweerder het bezwaar van eiseres kennelijk ongegrond verklaard.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Eiseres heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 oktober 2017. Eiseres is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door R.E. van Huisstede. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Na afloop van de zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>verklaart het beroep ongegrond</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <para>1. Eiseres is in 2011 vanuit Somalië als vluchteling naar Nederland gekomen. In Somalië had zij een islamitisch huwelijk met [betrokkene]. Toen eiseres in Nederland arriveerde in 2011 heeft zij slechts een korte periode met hem samengewoond. Eiseres woont sinds 20 augustus 2012 alleen met haar kinderen in [woonplaats] en ontvangt een uitkering naar de norm van een alleenstaande ouder. In verband met haar aanvraag om naturalisatie van haar kinderen heeft zij begrepen dat nodig was dat haar islamitisch huwelijk werd erkend en ingeschreven in de Basisregistratie personen (Brp). Dit is gebeurd op 5 december 2016. Vanaf 6 december 2016 stond eisers ingeschreven als gehuwd. Zo spoedig mogelijk daarna heeft zij een echtscheiding aangevraagd. Het verzoekschrift tot echtscheiding is op 12 januari 2017 ingediend.</para>
    <para />
    <para>2. Eiseres heeft over 2016 toeslagen ontvangen berekend naar haar situatie als alleenstaande. Door de inschrijving van het huwelijk op 6 december 2016 heeft verweerder [betrokkene] voor heel 2016 als haar toeslagpartner beschouwd. Dit had tot gevolg dat verweerder de toeslagen van eiseres lager heeft vastgesteld. </para>
    <para />
    <para>3. Eiseres heeft aangevoerd dat [betrokkene] ten onrechte als haar toeslagpartner wordt aangemerkt. Zij heeft immers nauwelijks met hem in Nederland samengewoond en de erkenning van het islamitisch huwelijks was enkel een noodzakelijke formaliteit voor de naturalisatie van haar kinderen.  Bovendien is de echtscheiding is direct daarna aangevraagd.  </para>
    <para />
    <para>4. Voor het bepalen van recht op toeslag moet een echtgenoot als toeslagpartner worden aangemerkt, tenzij er een verzoek tot echtscheiding is ingediend en de echtgenoot niet op hetzelfde woonadres staat ingeschreven in de Brp. Dit staat in de artikelen 1 en 3 van de Algemene wet inkomens afhankelijke regelingen en artikel 5a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen.  </para>
    <para />
    <para>5. De rechtbank oordeelt dat verweerder [betrokkene] terecht heeft aangemerkt als de toeslagpartner van eiseres. Door de inschrijving van het islamitisch huwelijk op 6 december 2016 in het Brp stond immers vast dat eiseres een echtgenoot had. Deze vaststelling geldt voor heel 2016. Het verzoek tot echtscheiding is eerst op 12 januari 2017 ingediend en dit heeft pas gevolgen voor 2017.   </para>
    <para>Hoewel de gevolgen van deze regelgeving in dit specifieke geval voor eiseres heel nadelig zijn (zij moet een bedrag van € 3511 terugbetalen) bieden noch de wet, de wetgeschiedenis of jurisprudentie aanknopingspunten om anders te beslissen. </para>
    <para />
    <para>6. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. S.S. van Nijen, rechter, in tegenwoordigheid van mr. J.M.B. Moll van Charante, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: 18 oktober 2017.</para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>rechter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending van het proces-verbaal daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>