<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:5489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-27T14:57:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-23</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">AWB - 16 _ 3604 en 16_3610</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#bestuursrecht">Bestuursrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5489">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5489</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-27T14:54:50</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-27</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:5489 Rechtbank Gelderland , 23-10-2017 / AWB - 16 _ 3604 en 16_3610</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5489:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>2:29 APV. Vergunning sluitingstijd horeca.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5489:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bestuursrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummers: AWB 16/3604 en 16/3610</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">uitspraak van de meervoudige kamer van</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaken tussen</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">
      [eiser] en [eiser], beiden te [woonplaats], eisers sub 1 (gemachtigde:</bridgehead>
    <para>mr. T.E.P.A. Lam); en</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [eiser sub 2]
        </emphasis>, <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, <emphasis role="bold">, [eiser sub 2], [eiser sub 2]</emphasis> en <emphasis role="bold">[eiser sub 2]</emphasis>, allen te [woonplaats], eisers sub 2 (gemachtigde: [eiser sub 2]);</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en</para>
    </parablock>
    <para />
    <bridgehead role="bold">de burgemeester van de gemeente Wageningen, verweerder.</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Derde-partij: de vennootschap [derde partij], te [woonplaats](gemachtigde: mr. P.H.N. van Spanje).</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section role="procesverloop">
    <title>Procesverloop</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 27 januari 2016 (hierna: primaire besluit) heeft verweerder voor het jaar 2016 aan derde-partij  vergunning verleend om de binnenruimte van een horecagelegenheid op de donder-, vrij- en zaterdagen tot 1.30 uur geopend te hebben.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij besluit van 10 mei 2016 (hierna: bestreden besluit) heeft verweerder de bezwaren van eisers ongegrond verklaard en het primaire besluit in stand gelaten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 juni 2016 hebben eisers sub 1 beroep tegen het bestreden besluit ingesteld. Dit beroep is bekend onder zaaknummer 16/3604.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 17 juni 2016 hebben eisers sub 2 beroep tegen het bestreden besluit ingesteld. Dit beroep is bekend onder de zaaknummers 16/3610.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 23 augustus 2016 heeft verweerder een verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 mei 2017 is tijdens een comparitie met partijen over de beroepen gesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 22 september 2017 heeft verweerder een nader verweerschrift ingediend.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 5 oktober 2017 zijn de beroepen tegelijkertijd behandeld tijdens een zitting. Daarbij waren aanwezig:</para>
    </parablock>
    <para>- mr. T.E.P.A. Lam, die werd vergezeld door [eiser];</para>
    <para>- [eiser sub 2], die werd vergezeld door [eiser sub 2], </para>
    <para>- mr. V.A. Textor namens verweerder, die werd vergezeld door S. Hendriks;</para>
    <para>- mr. P.H.N. van Spanje, die werd vergezeld door [derde partij] en [derde partij].</para>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>Overwegingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Inleiding</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>1. Op het adres [adres] te [woonplaats] (hierna: perceel) exploiteert derde-partij een horecagelegenheid met de naam [derde partij]. De horecagelegenheid bestaat uit een café- en lunchruimte, een zaal (‘de gelagkamer’) en een terras (‘buitentuin’). Een deel van het terras is overdekt met een veranda.</para>
    <para />
    <para>2. Eisers betogen dat de huidige exploitatie van de horecagelegenheid leidt tot een onevenredige aantasting van hun woongenot, met name vanwege geluidhinder. Daarom willen zij dat verweerder de exploitatie aan banden legt. Tegen deze achtergrond moeten de diverse geschillen tussen partijen worden gesitueerd.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Omvang van de gedingen</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>3. Partijen worden verdeeld gehouden over de vraag of verweerder is gehouden tot vergoeding van de proceskosten die eisers tijdens de bezwaarfase hebben gemaakt.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Wettelijk kader</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>4. Ingevolge artikel 7:15, tweede lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) worden de kosten die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend vergoed op verzoek van de belanghebbende voor zover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Oordeel van de rechtbank</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>5. Inmiddels geldt het primaire besluit niet meer. Desondanks hebben eisers nog voldoende procesbelang bij een inhoudelijke toetsing van het bestreden besluit, aangezien zij tijdens de bezwaarfase hebben verzocht om vergoeding van de gemaakte proceskosten. Om daarover een uitspraak te doen, moet de rechtbank – gelet op de voorwaarden om toepassing te geven aan artikel 7:15, tweede lid, van de Awb – de rechtmatigheid van het primaire besluit beoordelen.</para>
    <para />
    <para>6. Vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het beroep, bekend onder zaaknummer 17/5075, van derde-partij tegen het besluit van verweerder van 18 september 2017. Bij dit besluit heeft verweerder geweigerd om te bepalen dat de horecagelegenheid op de donder-, vrij- en zaterdagen tot 1.30 uur mag zijn geopend.</para>
    <para />
    <para />
    <para>7. De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van 18 september 2017 ongegrond verklaard. Hiermee is echter – anders dan eisers blijkbaar veronderstellen – niet zonder meer gezegd dat verweerder het primaire besluit in deze zaak had moeten herroepen. Daartoe overweegt de rechtbank – onder verwijzing naar de uitspraak met zaaknummer 15/5075 – dat verweerder bij de beantwoording van de vraag of toepassing aan artikel 2.29, derde lid, van de Algemene Plaatselijke Verordening 2014 wordt gegeven, beschikt over beleidsvrijheid. Verweerder heeft daarbij de mogelijkheid om terug te komen van een eerder gemaakte keuze op basis van nieuw gebleken feiten en/of veranderde beleidsmatige inzichten. Verweerder heeft in zijn besluit van 18 september 2017 van die mogelijkheid gebruik gemaakt. De rechtbank mag het gebruik van de beleidsvrijheid slechts terughoudend toetsen. In dat licht ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder in 2016 redelijkerwijs meer gewicht had moeten hechten aan het belang van eisers bij het volledig behoud van hun woongenot dan aan het belang van derde-partij bij een zo rendabel mogelijke exploitatie van de horecagelegenheid. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Conclusie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>8. De rechtbank concludeert dat verweerder rechtens niet was gehouden tot herroeping van het primaire besluit ten gunste van eisers. Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder het verzoek om vergoeding van de tijdens de bezwaarfase gemaakte proceskosten dan ook terecht afgewezen.</para>
    <para />
    <para>9. De rechtbank zal de beroepen ongegrond verklaren. Daarom ziet zij geen reden om verweerder te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die eisers tijdens de beroepsfase hebben gemaakt.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank verklaart de beroepen ongegrond.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Deze uitspraak is gedaan door mr. L.M. Koenraad, voorzitter, mr. J.H. van Breda en</para>
              <para>mr. M.J.M. Verhoeven, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E. Mengerink, griffier. </para>
              <para>De beslissing is in het openbaar uitgesproken op: </para>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>griffier</para>
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
              <para />
              <para />
              <para />
              <para>voorzitter</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Afschrift verzonden aan partijen op:</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>
                <emphasis role="bold">Rechtsmiddel</emphasis>
              </para>
              <para />
              <para>Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na de dag van verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Als hoger beroep is ingesteld, kan bij de voorzieningenrechter van de hogerberoepsrechter worden verzocht om het treffen van een voorlopige voorziening of om het opheffen of wijzigen van een bij deze uitspraak getroffen voorlopige voorziening.</para>
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>