<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:5471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-23T07:41:52</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-10-19</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740264-17</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5471">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:5471</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-10-23T07:41:05</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-10-23</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:5471 Rechtbank Gelderland , 19-10-2017 / 05/740264-17</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5471:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Man op leeftijd dealt cocaïne en was in het bezit van pepperspray en een stroomstootwapen.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:5471:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740264-17</para>
      <para>Datum uitspraak	: 19 oktober 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1941 te [geboorteplaats] , thans gedetineerd te P.I. Arnhem - HvB ArnhemZuid te Arnhem,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. M.G.C. van Riet, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 5 oktober 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een op 5 oktober 2017 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij, op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 juni 2016 tot </para>
      <para>en met 27 juni 2017 te Nijmegen, gemeente Nijmegen, en/of elders in Nederland, (meermalen) opzettelijk heeft bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd </para>
      <para>en/of verstrekt en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
      <para>artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij, op of omstreeks 27 juni 2017 te Nijmegen, gemeente Nijmegen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 225,52 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne en/of ongeveer 26,27 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne (telkens) een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
      <para>3.</para>
      <para>hij, op of omstreeks 27 juni 2017 te Nijmegen, gemeente Nijmegen, een bus pepperspray (merk 'Protect Pfeffer-Spray anti-dog'), zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met (een) verstikkende en/of weerloosmakende en/of traanverwekkende stof(fen) van de categorie II, onder  6°, </para>
      <para>en/of een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een  elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_9e9b15bc-b487-48c4-8a40-13353c03b98b" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de feiten 1 en 2</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de ten laste gelegde feiten. Dat verdachte cocaïne heeft verkocht, bewerkt, verstrekt en afgeleverd blijkt uit de MMA meldingen, de postacties van de politie, de verklaringen van afnemers en de aangetroffen cocaïne bij drie personen die kort daarvoor bij verdachte thuis zijn geweest. In zijn woning zijn verdovende middelen en een grote hoeveelheid contant geld aangetroffen. Ook heeft verdachte bij de politie de feiten bekend. De officier van justitie heeft gesteld dat de verklaringen van verdachte bij de politie bruikbaar zijn voor het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat verdachte door zijn gezondheidstoestand de Nederlandse taal onvoldoende machtig is om te kunnen worden verhoord zonder tolk. De gezondheidstoestand van verdachte is het afgelopen half jaar sterk achteruit gegaan.</para>
      <para>De raadsvrouw heeft verder aangevoerd dat sprake is van eendaadse samenloop wat betreft de feiten 1 en 2, in welk geval slechts een van de bepalingen dient te worden toegepast, bij verschil die waarop de zwaarste hoofdstraf is gesteld. Dit betekent volgens de raadsvrouw in dit geval dat uitgegaan dient te worden van artikel 10 lid 4 van de Opiumwet. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben op 11 januari 2017 van 19.00 uur tot 20.45 uur gepost bij de woning van verdachte te Nijmegen. Zij namen waar dat vier personen de woning betraden en binnen één minuut weer naar buiten gingen, één man is twee minuten binnen geweest en één man is 1 uur en 10 minuten binnen geweest.<footnote-ref linkend="_ce60301e-5f2c-40bd-ba4a-ac6579f5dfa5" /></para>
      <para>Verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] hebben op 24 januari 2017 van 19.20 uur tot 20.15 uur gepost bij de woning van verdachte. Zij namen waar dat vier personen de woning betraden en binnen één minuut weer naar buiten gingen.<footnote-ref linkend="_416715c9-66f2-4d84-a78e-9ce1481b2be7" /></para>
      <para>Verbalisanten [verbalisant 3] , [verbalisant 4] en [verbalisant 5] hebben op 13 april 2017 van 17.53 uur tot 19.22 uur gepost bij de woning van verdachte. Zij namen waar dat elf personen een kort bezoek brachten aan de woning.<footnote-ref linkend="_6f0aeb84-d9fe-46ba-8557-ccc4edeeb786" />Eén van deze personen werd herkend als [naam 1] . [naam 1] is bij de wijkagent bekend als drugsgebruiker. Vier van de voertuigen waarvan de bezoekers gebruik maakten stonden op naam van personen die antecedenten hebben op het gebied van verdovende middelen.<footnote-ref linkend="_a54b7296-e932-45a3-b82d-b9c53ce448cb" /></para>
      <para>Verbalisant [verbalisant 6] heeft op 8 juni 2017 van 17.30 uur tot 20.15 uur gepost bij de woning van verdachte. Hij zag een duidelijke overdracht, waarbij de bewoner, een Turks uitziende oudere man, iets dat lijkt op geld aanneemt van iemand die aan zijn voordeur staat en enkele ogenblikken later een pakketje ter grootte van een sigarettenpakje overhandigt aan die persoon. Ook zag hij dat meerdere personen een kort bezoek brachten aan de woning.<footnote-ref linkend="_253cde1b-c86a-4db3-b247-cdbd8eb9cdb4" /><?linebreak?>Verbalisant [verbalisant 7] heeft op 27 juni 2017 van 18.00 uur tot 20.03 uur gepost bij de woning van verdachte. Hij zag dat acht personen een kort bezoek brachten aan de woning. Eén man verliet de woning met een pakketje van ongeveer 10 centimeter doorsnede. Ook liep verdachte naar de bestuurderszijde van een auto, waarna de auto direct wegreed.<footnote-ref linkend="_57555cd3-7d4a-467a-a8be-c0931890984d" /> Verbalisant [verbalisant 7] heeft aan collega’s, die zich in de omgeving van de woning bevonden, signalementen doorgegeven van de personen die kortstondig in de woning van verdachte zijn geweest, en de door hen gebruikte voertuigen.<footnote-ref linkend="_fdd40613-05db-449a-a7bf-99a48b0fb543" /></para>
      <para>Verbalisant [verbalisant 8] heeft verklaard dat op 27 juni 2017 drie verdachten zijn aangehouden ter zake van het bezit van harddrugs. Deze personen waren door politiemedewerkers gevolgd toen zij uit de woning van verdachte kwamen. Deze personen zijn [naam 2] , [naam 3] en [naam 4] .<footnote-ref linkend="_9e038138-c277-4d17-85c0-1726d0d6bd9f" /> Op de wikkels die bij hen zijn aangetroffen, is op de voorzijde een zeehond met een speelbal boven op zijn neus afgebeeld.<footnote-ref linkend="_50f2a390-e837-4da6-87dc-da676d5f498e" /></para>
      <para>Tijdens de doorzoeking van de woning van verdachte op 27 juni 2017<footnote-ref linkend="_987633ea-d682-4726-9552-f818cd90737d" /> en bij de insluitingsfouillering van verdachte<footnote-ref linkend="_d2294b5e-dc85-4a7a-864f-fc6f2af63120" /> is ongeveer 225,52 gram en 26,27 gram cocaïne<footnote-ref linkend="_ca708312-ad8b-4d32-b0c6-40550f6a0827" /> aangetroffen. </para>
      <para>
        [naam 3] heeft op 27 juni 2017 verklaard dat hij drie keer per week cocaïne koopt bij de dealer waar hij is aangehouden. Hij heeft verklaard dat hij een jaar tot anderhalf jaar bij deze dealer cocaïne koopt.<footnote-ref linkend="_7729a977-01d5-4cda-877f-5e07cd5a1f72" /></para>
      <para>
        [naam 5] , die op 13 april 2017 gezien is op het adres van verdachte, heeft op 11 juli 2017 verklaard dat hij ongeveer anderhalf jaar cocaïne koopt op het woonadres van verdachte.<footnote-ref linkend="_9c8ca5c1-0b20-4626-84a7-462029149157" /></para>
      <para>Verdachte heeft op 28 juni 2017 verklaard dat hij drugs verkocht aan vaste klanten. De personen die kopen geven hem geld en daar koopt hij dan nieuwe voor. Zij doen het zeg maar samen. Hij heeft verklaard dat de laatste tijd steeds meer mensen langskwamen, dit waren vrienden van zijn vaste klanten.<footnote-ref linkend="_63faf533-21ca-49fa-bbde-880ed1c0b896" /> De sealtjes die hij gebruikte zijn van buiten wit met een zeehondje er op. Verdachte heeft verklaard dat hij cocaïne verkocht. Deze cocaïne mengde met hij met inositol, hiervoor gebruikte hij de koffiemolen.<footnote-ref linkend="_f95f0fec-6806-481b-97ff-bf2e7bc94942" /> Verdachte heeft verklaard dat hij de aangetroffen verpakkingsmiddelen, lege sealtjes en weegschaaltjes gebruikte om de verdovende middelen in te verpakken voor de verkoop. Het in zijn woning aangetroffen contante geld is drugsgeld om nieuwe drugs te halen. Ook het geld dat is aangetroffen bij zijn insluiting is drugsgeld. Dat geld is verkregen door de verkoop van verdovende middelen.<footnote-ref linkend="_253a77d4-c651-4d0b-a1e4-e918237efda6" /> Verdachte heeft verklaard dat hij al heel lang met zijn vaste kennissen drugs kocht en het met hen verdeelde. Sinds anderhalf jaar verkocht hij aan meerdere andere mensen verdovende middelen. Verdachte heeft verklaard dat iedereen die in de avond van 27 juni 2017 bij hem is geweest, drugs bij hem heeft gekocht of opgehaald.<footnote-ref linkend="_762925c4-637c-4c3f-8697-1c8aa799bdaf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van de stelling van de raadsvrouw dat verdachte de Nederlandse taal onvoldoende machtig is, overweegt de rechtbank dat verdachte concrete antwoorden heeft gegeven op de vragen van de politie en dat deze antwoorden overeenkomen met wat de politie heeft waargenomen. Zo heeft verdachte verklaard dat hij de door de politie aangetroffen sealtjes en het weegschaaltje gebruikte voor de verkoop van drugs, dat meerdere mensen langskwamen om drugs te kopen en dat de personen die bij hem zijn geweest in de avond van 27 juni 2017 cocaïne bij hem hebben gekocht of opgehaald. Verdachte heeft de sealtjes die hij gebruikte concreet beschreven. Deze beschrijving – wit met een zeehondje – komt overeen met de aangetroffen sealtjes bij de personen die na de postactie zijn aangehouden op 27 juni 2017. Ook heeft verdachte verklaard dat hij wist dat de politie al langer acties uitvoerde. Tijdens deze verhoren heeft verbalisant [verbalisant 9] geconstateerd dat verdachte het Nederlands voldoende beheerste en achtte verdachte zichzelf in staat om in de Nederlandse taal te communiceren. </para>
      <para>Dat de gezondheid van verdachte het afgelopen half jaar erg achteruit is gegaan, acht de rechtbank aannemelijk. Dit neemt echter niet weg dat verdachte ten tijde van de verhoren door de politie in staat was om in het Nederlands een betrouwbare verklaring af te leggen. Voor de rechtbank weegt mee dat verdachte ter terechtzitting nu en dan zonder tussenkomst van de tolk adequaat antwoord gaf in het Nederlands op de door de voorzitter in het Nederlands gestelde vragen. </para>
      <para>De rechtbank is, gezien het voorgaande, van oordeel dat de bij de politie afgelegde verklaringen van verdachte bruikbaar zijn voor het bewijs.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat [naam 3] heeft verklaard dat hij een jaar tot anderhalf jaar drugs heeft gekocht bij verdachte. [naam 5] heeft verklaard dat hij al anderhalf jaar drugs koopt bij verdachte en verdachte zelf heeft ook verklaard dat hij sinds anderhalf jaar aan meerdere mensen drugs verkoopt. De politie heeft op meerdere data in de ten laste gelegde periode waargenomen dat verschillende mensen kortstondige bezoeken brengen aan verdachte. Tevens zijn de sealtjes die bij verdachte zijn aangetroffen, en waarover verdachte heeft verklaard, aangetroffen bij personen die zijn woning hebben bezocht. Ook heeft verdachte verklaard dat hij cocaïne heeft vermengd met inositol. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op meer tijdstippen in de periode van 1 juni 2016 tot en met 27 juni 2017 te Nijmegen, meermalen opzettelijk cocaïne heeft bewerkt, verkocht, afgeleverd en verstrekt, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
      <para>artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tevens acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 27 juni 2017 te Nijmegen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 225,52 gram van een materiaal bevattende cocaïne en ongeveer 26,27 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne telkens een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan </para>
      <para>wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 3</emphasis>
      </para>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 73;</para>
    <para>- het proces-verbaal van bevindingen, p. 91;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 5 oktober 2017.</para>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het onder 1, 2 en 3 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij, op <emphasis role="strike-through">één of</emphasis> meer tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 1 juni 2016 tot </para>
      <para>en met 27 juni 2017 te Nijmegen, <emphasis role="strike-through">gemeente Nijmegen, en/of elders in Nederland, (</emphasis>meermalen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk heeft <emphasis role="strike-through">bereid en/of</emphasis> bewerkt en<emphasis role="strike-through">/of verwerkt en/of</emphasis> verkocht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> afgeleverd </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> verstrekt<emphasis role="strike-through"> en/of vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad</emphasis>, een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de </para>
      <para>Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van </para>
      <para>artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>27 juni 2017 te Nijmegen<emphasis role="strike-through">, gemeente Nijmegen</emphasis>, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 225,52 gram<emphasis role="strike-through">, in elk geval een hoeveelheid</emphasis> van een materiaal bevattende cocaïne en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> ongeveer 26,27 gram<emphasis role="strike-through">, in elk geval een hoeveelheid</emphasis> van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne <emphasis role="strike-through">(</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>3.</para>
      <para>hij, op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>27 juni 2017 te Nijmegen<emphasis role="strike-through">, gemeente Nijmegen</emphasis>, een bus pepperspray <emphasis role="strike-through">(</emphasis>merk 'Protect Pfeffer-Spray anti-dog'<emphasis role="strike-through">)</emphasis>, zijnde een voorwerp bestemd voor het treffen van personen met <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> verstikkende en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> weerloosmakende en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> traanverwekkende stof<emphasis role="strike-through">(</emphasis>fen<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van de categorie II, onder  6°, </para>
      <para>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een wapen van categorie II onder 5°, te weten een voorwerp waarmee door een  elektrische stroomstoot personen weerloos kunnen worden gemaakt of pijn kan worden toegebracht, voorhanden heeft gehad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat sprake is van eendaadse samenloop ten aanzien van het tenlastegelegde onder 1 en 2. De rechtbank overweegt dat de op 27 juni 2017 in de woning van verdachte aangetroffen cocaïne kennelijk (nog) niet was verkocht, afgeleverd of verstrekt door verdachte. Ook is niet vastgesteld dat verdachte deze cocaïne heeft bewerkt. De aangetroffen cocaïne had verdachte slechts voorhanden en betrof een ander goed (andere cocaïne) dan de onder 1 tenlastegelegde cocaïne. De rechtbank is van oordeel dat daarom geen sprake is van eendaadse samenloop. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2, onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">opzettelijk handelen in strijd met een in art. 2, onder C van de Opiumwet gegeven verbod.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de feit 3:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">handelen in strijd met art. 26 lid 1 van de Wet wapens en munitie, strafbaar gesteld bij art. 55 lid 1 van de Wet wapens en munitie.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van alle ten laste gelegde feiten zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden, waarvan</para>
    </parablock>
    <para>5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren, met als bijzondere voorwaarden een meldplicht, ambulante behandeling en het meewerken aan diagnostiek, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    <para>Ook heeft de officier van justitie gevorderd dat het onder verdachte inbeslaggenomen contante geld verbeurd wordt verklaard.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft verzocht het onvoorwaardelijke deel van de gevangenisstraf zo kort mogelijk te houden, gezien de gezondheid van verdachte. Verdachte heeft niet uit puur winstbejag cocaïne verkocht. Hij heeft slechts in zijn eigen gebruik willen voorzien, maar dit is uit de hand gelopen. De wapens die verdachte voorhanden had, lagen niet gebruiksklaar. Tevens is het recidiverisico lager dan door de reclassering wordt voorgesteld, aangezien hij na detentie zal verblijven bij zijn familie en zijn medische situatie is verslechterd sinds zijn arrestatie. De raadsvrouw heeft verzocht een fors deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen met de door de reclassering geadviseerde voorwaarden.</para>
      <para>Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat het in zijn woning aangetroffen geld gespaard vakantiegeld betrof. De raadsvrouw heeft betoogd dat het geld deels, namelijk tot een bedrag van € 1.500,- teruggegeven dient te worden aan verdachte en voor het overige verbeurd kan worden verklaard. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard. Ook heeft de rechtbank gelet op de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan., Daarbij is gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 28 augustus 2017;</para>
    <para>- de adviezen van Reclassering Nederland, gedateerd 17 juli 2017 en 2 oktober 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte was verslaafd aan cocaïne en heeft door de handel in drugs willen voorzien in zijn gebruik. Vanuit deze situatie heeft hij gedurende een lange periode cocaïne verkocht en een grote hoeveelheid cocaïne aanwezig gehad. Uit de postacties van de politie blijkt dat verdachte aan veel verschillende mensen cocaïne heeft verkocht en verstrekt. Het was een komen en gaan van mensen. Verdachte heeft in drugs gedeald vanuit zijn woning en dit heeft volgens de wijkagent voor veel overlast gezorgd in de buurt. Ook heeft verdachte bijgedragen aan de verslaving van (mede)verslaafden en zo de gezondheid van die anderen in gevaar gebracht. Ten slotte heeft verdachte een stroomstootwapen en pepperspray voorhanden gehad. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank houdt in het voordeel van verdachte rekening met zijn medische situatie en zijn gevorderde leeftijd. Gebleken is dat verdachte (inmiddels) een hulpbehoevende man is. Zijn gezondheidstoestand is momenteel slecht en ook geestelijk gaat verdachte achteruit. </para>
      <para>Aan de andere kant bagatelliseert verdachte de feiten en zijn middelengebruik. De reclassering acht nader onderzoek naar delictgerelateerde persoonlijkheidsproblematiek aangewezen, waarna verdachte eventueel behandeling nodig heeft. Hij is zijn woning kwijtgeraakt en wil niet meer zelfstandig wonen. Verdachte wil graag hulp bij het vinden van passende huisvesting. De rechtbank is gezien het voorgaande van oordeel dat een voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden op zijn plaats is. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De eis van de officier van justitie is gezien de ernst van de feiten begrijpelijk. De rechtbank is echter van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van verdachte zwaar wegen. Daarom zal de rechtbank een gevangenisstraf opleggen voor de duur van 12 maanden, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarden een meldplicht en een ambulante behandeling. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ten aanzien van het beslag en de vordering tot verbeurdverklaring overweegt de rechtbank dat verdachte afstand van het inbeslaggenomen geldbedrag heeft gedaan en dat hij hierop niet is teruggekomen. Door de verklaring van verdachte dat het geldbedrag hem toebehoorde en dat hij hiervan afstand deed, mag de officier handelen als ware het geld verbeurd verklaard. Het beslag is hiermee geëindigd, zo bepaalt artikel 134 lid 2 sub b, juncto artikel 116 lid 2 sub c van het Wetboek van Strafvordering. De rechtbank heeft geen grond meer voor het nemen van een beslissing.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 57, 91 van het Wetboek van Strafrecht, artikelen 2, 10 en 13 van de Opiumwet, artikelen 2, 26, 55 en 56 van de Wet wapens en munitie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">12 (twaalf) maanden</emphasis>;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">8 (acht maanden)</emphasis>, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op drie jaren wordt bepaald;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 	zich uiterlijk binnen drie dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij Reclassering Nederland op telefoonnummer 088-8041405, om een afspraak te maken op de locatie aan de Stieltjesstraat 1 te Nijmegen, en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij de reclassering, zo frequent en zolang de reclassering dat noodzakelijk acht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	zijn medewerking zal verlenen aan nadere diagnostiek en zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van Iriszorg, Kairos of soortgelijke ambulante (forensische) zorg, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die hem in het kader van die behandeling door of namens zorginstelling/behandelaar zullen worden gegeven; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht);</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;</para>
    <para />
    <para> <emphasis role="bold">heft op</emphasis> het bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van het tijdstip waarop de duur daarvan gelijk wordt aan die van de onvoorwaardelijk opgelegde straf.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. K.A.M. van Hoof (voorzitter), mr. J.M. Klep en <?linebreak?>mr. Y. Cenik, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 19 oktober 2017. Mr. J.M. Klep en mr. Y. Cenik zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_9e9b15bc-b487-48c4-8a40-13353c03b98b" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant 10] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Zuid, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-2016594866, gesloten op 28 juli 2017, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ce60301e-5f2c-40bd-ba4a-ac6579f5dfa5" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 11.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_416715c9-66f2-4d84-a78e-9ce1481b2be7" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 13.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6f0aeb84-d9fe-46ba-8557-ccc4edeeb786" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 15 -16.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a54b7296-e932-45a3-b82d-b9c53ce448cb" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 16-17.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_253cde1b-c86a-4db3-b247-cdbd8eb9cdb4" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 25-26.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_57555cd3-7d4a-467a-a8be-c0931890984d" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 59-60.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_fdd40613-05db-449a-a7bf-99a48b0fb543" label="8">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 59.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9e038138-c277-4d17-85c0-1726d0d6bd9f" label="9">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 63.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_50f2a390-e837-4da6-87dc-da676d5f498e" label="10">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 64.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_987633ea-d682-4726-9552-f818cd90737d" label="11">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 62.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_d2294b5e-dc85-4a7a-864f-fc6f2af63120" label="12">
    <para> Het proces-verbaal van aanhouding, p. 97.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_ca708312-ad8b-4d32-b0c6-40550f6a0827" label="13">
    <para> Het proces-verbaal onderzoek verdovende middelen, p. 78-81; het NFI rapport van 12 september 2017, zaaknummer 2017.09.04.150.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7729a977-01d5-4cda-877f-5e07cd5a1f72" label="14">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor verdachte [naam 3] , p. 110.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_9c8ca5c1-0b20-4626-84a7-462029149157" label="15">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte [naam 5] , p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_63faf533-21ca-49fa-bbde-880ed1c0b896" label="16">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 119.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_f95f0fec-6806-481b-97ff-bf2e7bc94942" label="17">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 120. </para>
  </footnote>
  <footnote id="_253a77d4-c651-4d0b-a1e4-e918237efda6" label="18">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 125.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_762925c4-637c-4c3f-8697-1c8aa799bdaf" label="19">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 126.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>