<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:4986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-29T11:30:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-26</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-09-27</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">C/05/273208 / HZ ZA 14-465</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegEnkelvoudig">Eerste aanleg - enkelvoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#civielRecht">Civiel recht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:4986">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:4986</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-09-29T11:28:30</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-09-29</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:4986 Rechtbank Gelderland , 27-09-2017 / C/05/273208 / HZ ZA 14-465</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:4986:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>aanvullend herstelvonnis</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:4986:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="61567e0e-45c8-4107-8b56-f5259bf516bf" depth="2" width="13" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>
      <inlinemediaobject>
        <imageobject>
          <imagedata align="center" scale="100" fileref="eb5045ec-8d84-4126-a990-3402c960215d" depth="2" width="523" format="image/png" />
        </imageobject>
      </inlinemediaobject>vonnis</para>
    <bridgehead role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</bridgehead>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team kanton en handelsrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zaaknummer / rolnummer: C/05/273208 / HZ ZA 14-465</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">Aanvullend vonnis van 27 september 2017</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [naam eiser sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[naam eiser sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,</para>
      <para>eisers in conventie,</para>
      <para>verweerders in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. R.H. van de Beeten te Zevenaar,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr> [naam gedaagde sub 1] ,</title>
    <parablock>
      <para>wonende te [woonplaats] , gemeente [naam gemeente] ,</para>
      <para>2.	<emphasis role="bold">[naam gedaagde sub 2]</emphasis>,</para>
      <para>wonende te Netterden, gemeente [naam gemeente] ,</para>
      <para>gedaagden in conventie,</para>
      <para>eisers in reconventie,</para>
      <para>advocaat mr. I.M.G. Bakker te Utrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Partijen zullen hierna [eisende partij] en [gedaagde partij] genoemd worden.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Het verzoek tot aanvulling </title>
    <paragroup>
      <nr>1.1.</nr>
      <para>Bij brief van 14 september 2017 heeft mr. R.H. van de Beeten namens [eisende partij] de rechtbank verzocht om aanvulling van het op 4 januari 2017 in deze zaak gewezen vonnis, in die zin dat de rechtbank alsnog beslist in conventie op de vordering om de veroordeling uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. Tevens heeft hij bij voorbaat kenbaar gemaakt geen bezwaar te hebben tegen een verzoek van [gedaagde partij] om het vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>1.2.</nr>
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft [gedaagde partij] in de gelegenheid gesteld zich over dit verzoek uit te laten. </para>
        <para>Bij brief van 22 september 2017 heeft mr. J.J. Degenaar namens [gedaagde partij] aan de rechtbank bericht dat [eisende partij] hoger beroep heeft ingesteld van het vonnis van 4 januari 2017, zodat het onwenselijk is dat het vonnis reeds ten uitvoer zou worden gelegd terwijl niet is uit te sluiten dat het vonnis al dan niet (gedeeltelijk) wordt vernietigd. </para>
        <para>Ingeval de rechtbank het vonnis in conventie alsnog uitvoerbaar bij voorraad verklaart, verzoekt [gedaagde partij] de rechtbank om ook het vonnis in reconventie uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>De beoordeling</title>
    <bridgehead role="bold">in conventie en in reconventie</bridgehead>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>2.1.</nr>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat in het vonnis van 4 januari 2017 is verzuimd te beslissen op het door mr. Van de Beeten in zijn voormelde brief aangegeven onderdeel van de vordering in conventie. Hetzelfde geldt voor het door mr. Degenaar in zijn voormelde brief aangegeven onderdeel van de vordering in reconventie. </para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.2.</nr>
      <para>Door geen van partijen zijn in de procedure, die heeft geleid tot het vonnis van 4 januari 2017, bezwaren geuit tegen de door de wederpartij gevorderde uitvoerbaar bij voorraad verklaring. Indien de rechtbank deze nevenvorderingen over en weer niet over het hoofd had gezien, zouden deze zonder meer zijn toegewezen, behoudens voor zover de rechtbank verklaringen voor recht heeft gegeven.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.3.</nr>
      <para>De omstandigheid dat partij [eisende partij] hoger beroep heeft ingesteld tegen het vonnis van 4 januari 2017, maakt niet dat dit verzuim niet kan worden hersteld. Aan partijen komt immers de bevoegdheid toe om zo nodig ingevolge artikel 351 Rv bij incident schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis te vorderen.</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>2.4.</nr>
      <para>De rechtbank zal het op artikel 32 Rv gebaseerde verzoek dan ook toewijzen als volgt.</para>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para>De rechtbank</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">in conventie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <paragroup>
      <nr>3.1.</nr>
      <para>bepaalt dat na nr. 3.10 van het op 4 januari 2017 tussen [eisende partij] en [gedaagde partij] gewezen vonnis dient te worden toegevoegd </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“3.10a	verklaart de beslissingen onder 3.2 tot en met 3.10 uitvoerbaar bij voorraad”,</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.2.</nr>
      <para>bepaalt dat na nr. 3.17 van het op 4 januari 2017 tussen [gedaagde partij] en [eisende partij] gewezen vonnis dient te worden toegevoegd </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>“3.17a	verklaart de beslissingen onder 3.13 tot en met 3.15 en onder 3.17 uitvoerbaar bij voorraad”,</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">in conventie en in reconventie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.3.</nr>
      <para>bepaalt dat deze aanvullingen onder de vermelding van de datum 27 september 2017 wordt vermeld op de minuut van het vonnis van 4 januari 2017,</para>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>3.4.</nr>
      <para>gelast elk van partijen, voor zover zij dit niet reeds hebben gedaan, de ontvangen grosse dan wel het ontvangen afschrift van het vonnis van 4 januari 2017 na ontvangst van deze aanvullende beslissing aan de griffie van de rechtbank te retourneren.</para>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.A.M. Strens-Meulemeester en in het openbaar uitgesproken op 27 september 2017.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>St/Th</para>
      </parablock>
    </paragroup>
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>