<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:4490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-31T14:34:01</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-08-28</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/760054-15</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:4490">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:4490</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-08-31T14:33:45</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-08-31</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:4490 Rechtbank Gelderland , 28-08-2017 / 05/760054-15</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:4490:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>De Meervoudige Militaire Kamer van de rechtbank Gelderland in Arnhem heeft drie militairen vrijgesproken van een poging tot zware mishandeling dan wel mishandeling met voorbedachten rade. De drie werden ervan verdacht opzettelijk chloorhoudend water te hebben gegooid over andere militairen tijdens een inwijdingsritueel op 2 juli 2015 bij het 44 Pantserinfanterie-bataljon op de Johannes Postkazerne te Havelte. De Militaire Kamer heeft niet de overtuiging dat deze drie verdachten degenen zijn geweest die chloor in het water hebben gemengd, dan wel wisten dat er chloor in het water was gedaan.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:4490:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/760054-15</para>
      <para>Datum uitspraak	: 28 augustus 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige militaire kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1990 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende te [adres]</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadslieden: mr. M.P.K. Ruperti, advocaat te Baarn en mr. F.F. Aarts, advocaat te Amsterdam</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting van 20 juni 2016 en 28 augustus 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Primair</para>
      <para>hij op of omstreeks 02 juli 2015 in de gemeente Steenwijkerland, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, aan [slachtoffer 1] (soldaat der eerste klasse) en/of [slachtoffer 2] (sergeant) opzettelijk en met voorbedachten rade zwaar lichamelijk letsel toe te brengen - een of meer emmers water met chloorhoudende schoonmaakmiddelen op/over het hoofd en/of lichaam die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] heeft gegooid, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Subsidiair</para>
      <para>hij op of omstreeks 02 juli 2015 in de gemeente Steenwijkerland,, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, met voorbedachten rade [slachtoffer 1] (soldaat der eerste klasse) en/of [slachtoffer 2] (sergeant) heeft mishandeld door een of meer emmers water met chloorhoudende schoonmaakmiddelen over het hoofd en/of lichaam van die [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 2] te gooien.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>2</nr>Overwegingen ten aanzien van het bewijs</title>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Met de verdediging en de officier van justitie is de militaire kamer van oordeel dat vrijspraak moet volgen van de gehele tenlastelegging en overweegt daartoe als volgt. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer heeft – op grond van de inhoud van de NFI-rapporten en de overige bewijsmiddelen – de overtuiging dat bij het “Phoenix-inwijdingsritueel” op 2 juli 2015 daadwerkelijk chloorhoudende middelen, gemengd in emmers met water, over [slachtoffer 1] (soldaat der eerste klasse) en [slachtoffer 2] (sergeant) heen zijn gegooid. Daardoor zijn verschillende ernstige lichamelijke gevolgen ontstaan in de vorm van irritaties aan ogen en problemen bij de ademhaling tot pijnlijke 1e en 2e graads brandwonden. Het is zeer onwaarschijnlijk dat deze gevolgen zijn ontstaan door de zeep en de schoonmaakmiddelen waarvan verdachte heeft verklaard die te hebben toegevoegd aan het water in de emmers. </para>
      <para>De militaire kamer overweegt dat door het gooien van de chloorhoudende middelen  onaanvaardbaar grote gezondheidsrisico’s zijn genomen voor de betrokken militairen. Bovendien is dit incident schadelijk voor dit specifieke landmachtonderdeel en zijn tradities, alsmede voor het aanzien van de krijgsmacht als geheel. </para>
      <para>Gelet daarop is de militaire kamer van oordeel dat dit een zeer kwalijke zaak betreft. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>De vraag is vervolgens of verdachte voor genoemd incident strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gehouden. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit de bewijsmiddelen volgt dat verschillende militairen – waaronder in elk geval deze verdachte – middelen aan het water in de emmers hebben toegevoegd en vervolgens dat mengsel over andere militairen, waaronder [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] , hebben gegooid. De militaire kamer heeft echter niet de overtuiging dat het verdachte en/of zijn medeverdachten was/waren die chloor daaraan heeft/hebben toegevoegd, dan wel dat zij wist(en) dat het mengsel in de emmers ook chloor bevatte. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De militaire kamer overweegt daartoe als volgt. </para>
      <para>Door verschillende getuigen is waargenomen dat ook anderen dan verdachte en zijn mede- verdachten middelen aan de emmers hebben toegevoegd en daarmee hebben gegooid. Het is onbekend gebleven wie daadwerkelijk het chloor in de emmers heeft gedaan. De geur van het chloor is door getuigen pas geroken nadat de vloeistof uit de emmers was gegooid, zodat niet kan worden vastgesteld dat de watergooiers – onder wie de verdachte – het chloor van tevoren had moeten ruiken. Bovendien was op de kazerne algemeen bekend waar de chloortabletten lagen. Iedereen kon daarbij komen. Tot slot zijn chloortabletten kleine voorwerpen die gemakkelijk mee konden worden genomen en ongemerkt in een emmer konden worden gegooid.<?linebreak?></para>
      <para>Gelet op al hetgeen hiervoor is overwogen is de militaire kamer van oordeel dat het opzet op de ten laste gelegde handelingen niet kan worden bewezen zodat verdachte zal worden vrijgesproken van de gehele tenlastelegging. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>3</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De meervoudige militaire kamer:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Spreekt verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.C. Quak (voorzitter), mr. R.S. Croll, rechters, en kapitein ter zee logistieke dienst mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg, militair lid, in tegenwoordigheid van mr. E.W.A. Nabbe, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting op 28 augustus 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>