<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:3514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-07T12:34:57</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-05</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-07-06</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/096577-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:3514">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:3514</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-07-07T12:34:22</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-07-06</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:3514 Rechtbank Gelderland , 06-07-2017 / 05/096577-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:3514:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>Een 54-jarige vrouw heeft stelselmatig geld verduisterd van haar bejaarde moeder. Met gebruikmaking van de pinpas van haar moeder, heeft zij gegokt in casino’s en online goksites. Het gokken deed zij met het geld van haar moeder, om voor haar gezin te verbergen dat ze gokverslaafd was. Een psycholoog heeft de rechtbank, vanwege de persoonlijkheidsstoornis, geadviseerd om het feit in verminderde mate toe te rekenen aan de vrouw. De rechtbank heeft, conform de eis van de officier van justitie, de vrouw veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk en een werkstraf van 140 uren. Als bijzondere voorwaarde heeft de rechtbank ambulante behandeling voor haar gokverslaving opgelegd. </para>
        <para>Tijdens de terechtzitting heeft de vrouw verklaard het verduisterde geldbedrag terug te willen betalen. Gezien het grote aantal transacties en het feit dat de vordering van de moeder onvoldoende onderbouwd was, heeft de rechtbank besloten de vordering niet-ontvankelijk te verklaren. De moeder kan bij de civiele rechter het bedrag alsnog terugvragen.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:3514:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/096577-16</para>
      <para>Datum uitspraak	: 6 juli 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1962 te [geboorteplaats] , </para>
      <para>wonende aan de [adres] ,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsvrouw: mr. F.E. den Hertog, advocaat te Veenendaal.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 22 juni 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na een op 22 juni 2017 toegewezen vordering wijziging tenlastelegging ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op een of meerdere tijdstippen in of omstreeks de periode van 14 januari 2013 tot en met 16 oktober 2015 te Wageningen en/of Rhenen en/of Utrecht en/of Nijmegen, althans in Nederland, (telkens) opzettelijk een of meerdere geldbedragen (in totaal ongeveer 22.371,00), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer] , in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als beheerder van de rekening(en) van die voornoemde [slachtoffer] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_782805eb-f97d-4622-9c6e-e1f9fcb6b1c5" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de periode 14 januari 2015 tot 16 oktober 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte, voor zover het gaat om de periode van 14 januari 2015 tot 16 oktober 2015, als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] namens [slachtoffer] , p. 4 en 5;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer] p. 10;</para>
    <para>- de verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 22 juni 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van de periode 14 januari 2013 tot en met 13 januari 2015</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat ten aanzien van de periode in, het door de hulp officier van justitie opgemaakte proces-verbaal van ontvangst de klacht, sprake is van een kennelijke verschrijving. De officier van justitie heeft de rechtbank verzocht in het proces-verbaal in te lezen dat de klachtperiode ziet op de gehele tenlastegelegde periode.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De verdediging heeft vrijspraak bepleit voor de periode 14 januari 2013 tot en met 13 januari 2015. De raadsvrouw heeft hiertoe aangevoerd dat de klacht van benadeelde [slachtoffer] slechts ziet op de periode van 14 januari 2015 tot 16 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank</emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [naam 1] heeft verklaard dat de feiten zijn gepleegd in een periode van 14 januari 2013 tot en met 16 oktober 2015.<footnote-ref linkend="_6981746c-dd5b-4680-be9c-409ad88e8c4a" /></para>
      <para>Uit de klacht van benadeelde [slachtoffer] blijkt dat zij op de hoogte is van de aangifte, dat het honderden betalingen betreft en dat zij de klacht doet omdat dat nodig is voor de rechtsgeldigheid van deze aangifte.<footnote-ref linkend="_7ce6dd15-3116-4fcd-b3b3-6529737bbc31" /> Benadeelde [slachtoffer] heeft verklaard dat zij volledig achter de aangifte stond.<footnote-ref linkend="_16e0bb32-959e-4102-849f-ece19bfd34bf" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat de periode in het opgemaakte proces-verbaal van de ontvangst van de klacht, een kennelijke verschrijving betreft en begrijpt dat de klacht ziet op de gehele tenlastegelegde periode, zijnde van 14 januari 2013 tot en met 16 oktober 2015.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte van 14 januari 2013 tot en met 16 oktober 2015 geld heeft verduisterd van [slachtoffer] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>zij op <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meerdere tijdstippen in <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> de periode van 14 januari 2013 tot en met 16 oktober 2015 te Wageningen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Rhenen en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Utrecht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> Nijmegen, <emphasis role="strike-through">althans in Nederland, (</emphasis>telkens<emphasis role="strike-through">)</emphasis> opzettelijk <emphasis role="strike-through">een of</emphasis> meerdere geldbedragen <emphasis role="strike-through">(in totaal ongeveer 22.371,00), in elk geval enig goed</emphasis>, geheel <emphasis role="strike-through">of ten dele </emphasis>toebehorende aan [slachtoffer] <emphasis role="strike-through">, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte</emphasis>, en welk goed verdachte anders dan door misdrijf onder zich had, te weten als beheerder van de rekening<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> van die voornoemde [slachtoffer] , wederrechtelijk zich heeft toegeëigend; </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Verduistering, meermalen gepleegd. </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het feit is strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldplicht en ambulante behandeling. Daarnaast heeft de officier van justitie geëist, dat verdachte zal worden veroordeeld tot het verrichten van 140 uren werkstraf, te vervangen door 70 dagen hechtenis.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw heeft gesteld dat verdachte bereid is de werkstraf uit te voeren.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op:</para>
    </parablock>
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 10 mei 2017;</para>
    <para>- de voorlichtingsrapportages van Reclassering Nederland, gedateerd 25 oktober 2016 en 12 juni 2017;</para>
    <para>- een Pro Justitia rapport van mr. drs. [naam 2] , psycholoog, gedateerd 7 juni 2017. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft van haar moeder geld verduisterd om haar gokverslaving voor haar gezin verborgen te houden. De rechtbank rekent het verdachte aan dat zij zich gedurende een lange periode substantiële geldbedragen van de rekening van haar behoeftige en bejaarde moeder heeft toegeëigend. Daarmee heeft zij op grove manier misbruik gemaakt van het vertrouwen dat haar moeder in haar heeft gesteld. Voorts heeft zij daarmee het vertrouwen in haar van haar directe familie beschaamd. Zij is niet uit eigen beweging gestopt, maar is hiermee doorgegaan totdat haar handelen is ontdekt door haar familie. Ook is verdachte eerder veroordeeld voor verduistering. Gezien het voorgaande ziet de rechtbank reden om, naast een werkstraf, een voorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De psycholoog heeft geconcludeerd dat sprake is van een gokstoornis en een gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens, in de vorm van een persoonlijkheid met ontwijkende trekken. Van deze problematiek was ook sprake ten tijde van het tenlastegelegde en dit heeft toen invloed gehad op de gedragskeuzen en gedragingen van verdachte. Daarnaast stelt de psycholoog vast dat verdachte niet goed in staat is om zelfstandig verandering te kunnen brengen in de geconstateerde problematiek. De psycholoog adviseert de rechtbank om het tenlastegelegde in verminderde mate aan verdachte toe te rekenen. De psycholoog en de reclassering hebben geadviseerd om als bijzondere voorwaarde ambulante behandeling op te nemen. </para>
      <para>De rechtbank kan zich verenigen met de conclusie van de psycholoog en neemt deze over. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank zal, conform de eis van de officier van justitie, een werkstraf voor de duur van 140 uren en een gevangenisstraf voor de duur van 1 maand, geheel voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren, met als bijzondere voorwaarde een meldplicht en ambulante behandeling opleggen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">7a. 	De beoordeling van de civiele vordering(en), alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde [slachtoffer] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 22.371,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij toe te wijzen tot het bedrag van € 13.280,-, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag, bij gebreke van betaling en verhaal te vervangen door 102 dagen hechtenis. Voor het overige heeft de officier van justitie verzocht dat de benadeelde partij niet-ontvankelijk zal worden verklaard in de vordering.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para>De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 9.061,90 toewijsbaar is. Hiertoe heeft zij aangevoerd dat verdachte zich in de gehele tenlastegelegde periode in totaal een bedrag van € 12.460,- heeft toegeëigend. Verdachte zou hiervan inmiddels een bedrag van € 3.398,10 hebben teruggestort op de bankrekening van benadeelde. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De door de officier van justitie en verdediging genoemde bedragen komen niet met elkaar overeen. In het dossier zijn onvoldoende aanknopingspunten voor de rechtbank om de schade te kunnen specificeren, een eenduidig proces-verbaal op dit punt ontbreekt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. De onderbouwing van de vordering is uiterst summier en het dossier geeft geen duidelijkheid over het precieze verschuldigde bedrag. De behandeling van de vordering zal daarom naar het oordeel van de rechtbank een onevenredige belasting van het strafgeding opleveren. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 22c, 22d, 57 en 321 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte het tenlastegelegde, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">werkstraf </emphasis>gedurende <emphasis role="bold">140 (honderdveertig) uren</emphasis>, met bevel dat indien deze straf niet naar behoren wordt verricht vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 70 (zeventig) dagen;</para>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">1 (één) maand</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> bepaalt, dat deze gevangenisstraf, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarden voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>-  zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      <para>-  ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal  verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>-  zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>- 	zich uiterlijk op binnen vijf dagen na het onherroepelijk worden van dit vonnis zal melden bij de Reclassering Nederland, op het adres Vivaldiplantsoen 200 te Utrecht, en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>-	zich gedurende de proeftijd onder behandeling zal stellen van een ambulante forensische zorginstelling, zulks ter beoordeling van de reclassering, waarbij de veroordeelde zich zal houden aan de aanwijzingen die haar in het kader van die behandeling door of namens die instelling/behandelaar zullen worden gegeven;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para> Geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden (artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht).</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">De beslissing op de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer]</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para>  verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij [slachtoffer] niet-ontvankelijk </emphasis>in haar vordering.</para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. R.S. Croll (voorzitter), mr. G. Noordraven en mr. H.C. Leemreize, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 6 juli 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_782805eb-f97d-4622-9c6e-e1f9fcb6b1c5" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL0600-201550721, gesloten op 11 mei 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_6981746c-dd5b-4680-be9c-409ad88e8c4a" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [naam 1] , namens [slachtoffer] , p. 5.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_7ce6dd15-3116-4fcd-b3b3-6529737bbc31" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van ontvangst klacht door de hulpofficier van justitie, p. 8.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_16e0bb32-959e-4102-849f-ece19bfd34bf" label="4">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van benadeelde [slachtoffer] , p. 10.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>