<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-09T13:28:07</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-05-09</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880309-14</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Arnhem</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2563">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2563</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-05-09T08:22:20</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-05-09</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:2563 Rechtbank Gelderland , 09-05-2017 / 05/880309-14</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2563:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>Poging tot zware mishandeling door middel van messteken.</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2563:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team strafrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Arnhem</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/880309-14</para>
      <para>Datum uitspraak	: 9 mei 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verstek</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte] ,</emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedag] 1980, geboorteplaats onbekend, wonende te [woonplaats] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting</para>
      <para>van 25 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 april 2014 te Lunteren, gemeente Ede, ter uitvoering van </para>
      <para>het door verdachte voorgenomen misdrijf om opzettelijk [slachtoffer] van het </para>
      <para>leven te beroven, met dat opzet meermalen, althans eenmaal, een (of meerdere) </para>
      <para>mes(sen), althans een puntig voorwerp, in het bovenlichaam van die [slachtoffer] </para>
      <para> heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf </para>
      <para>niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 april 2014 te Lunteren, gemeente Ede, ter uitvoering van </para>
      <para>het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet </para>
      <para>meermalen, althans eenmaal, met een (of meerdere) mes(sen), althans een </para>
      <para>puntig voorwerp, in diens bovenlichaam te steken, terwijl de uitvoering van </para>
      <para>dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>althans, indien het vorenstaande onder 1 subsidiair niet tot een veroordeling leidt:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op of omstreeks 26 april 2014 te Lunteren, gemeente Ede, opzettelijk </para>
      <para>mishandelend een persoon (te weten [slachtoffer] ), meermalen, althans eenmaal, </para>
      <para>met een (of meerdere) mes(sen), althans een puntig voorwerp, in diens </para>
      <para>bovenlichaam heeft gestoken, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn </para>
      <para>heeft ondervonden.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">2.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
        <footnote-ref linkend="_7d2d8c76-d268-4a31-bfe6-f138ca53f890" />
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">De feiten</emphasis>
      </para>
      <para>Op grond van de bewijsmiddelen wordt het volgende, dat verder ook niet ter discussie staat, vastgesteld.</para>
      <para>Op 26 april 2014 waren verdachte en aangever beiden in een woning in Lunteren, gemeente Ede.<footnote-ref linkend="_cf85e529-1173-4f02-adb7-4c0fa16b4be4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het primair ten laste gelegde feit. De handelingen zoals begaan door verdachte leveren een poging tot doodslag op, nu het steken met een mes op de manier zoals gebeurd, de dood kan veroorzaken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>Aangever [slachtoffer] heeft verklaard dat hij zag dat verdachte in beide handen een mes had en hij voelde dat verdachte hem met beide messen stak. Met het ene mes stak hij in de rug van aangever en met het andere mes stak hij aan de voorkant, in de bovenzijde van de borst. Ook raakte verdachte hem in zijn bovenarm.<footnote-ref linkend="_aafbb6f8-0d11-4c54-a1d4-b69aaec2b6e4" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De behandelend chirurg heeft vastgesteld dat aangever twee oppervlakkige steekwonden had, ventraal en dorsaal.<footnote-ref linkend="_a46b8f52-67da-4651-b1b8-b4b771ce65c1" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft verklaard dat hij op de betreffende dag in zijn slaapkamer door een persoon werd geschopt en geslagen. Hij verdedigde zichzelf met van alles, misschien had hij dit ook met een mes gedaan.<footnote-ref linkend="_c6641821-e114-462f-b768-77365343b874" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op de camerabeelden (en de daarbij hoorbare (door de tolk vertaalde) gesprekken) is te zien dat verdachte een voorwerp, dat op een mes met twee lemmeten lijkt, vast heeft en vervolgens lijkt het zo te zijn dat hij met het mes in zijn bed ligt. Tevens is te horen dat over een mes wordt gesproken.<footnote-ref linkend="_71efea84-bdfe-40c5-93cb-741de111e75f" /> Nadat verdachte opstaat uit bed en uit beeld loopt zegt een man: ‘Au, je hebt mij gestoken’, waarna verdachte vraagt ‘Ik jou? Heb je politie nodig?’, waarop de ander bevestigend antwoord.<footnote-ref linkend="_e31831fe-d590-436d-80fa-c638c73fa0ce" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank volgt uit voorgaande bewijsmiddelen dat verdachte aangever met een of meerdere messen in het bovenlichaam heeft gestoken. </para>
      <para>Ten aanzien van de vraag welk strafbare feit dit oplevert, overweegt de rechtbank als volgt.</para>
      <para>Voor een bewezenverklaring van een poging doodslag moet volgens vaste jurisprudentie  sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet, gericht op het overlijden van het slachtoffer. Voorwaardelijk opzet op dat gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat de dood zou kunnen intreden. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten.</para>
      <para>In de brief van de traumachirurg staat dat er sprake is van oppervlakkige steekverwondingen. Onduidelijk is of de messen het bovenlichaam van het slachtoffer zijn binnengedrongen op (een) plaats(en) waar zich vitale organen bevinden en of er een aanmerkelijke kans was dat dergelijke organen geraakt zouden zijn als de messen dieper het lichaam zouden zijn ingegaan. Nu verdachte kennelijk niet met dusdanige kracht heeft gestoken dat er sprake is van diepere verwondingen, en nu niet duidelijk is of is gestoken op levensbedreigende plaats(en) op het lichaam, acht de rechtbank een poging doodslag niet bewezen. De rechtbank zal verdachte daarom vrijspreken van het primair ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Met betrekking tot de vraag of het handelen van verdachte een poging tot zware mishandeling oplevert, acht de rechtbank het volgende van belang. Voor een bewezenverklaring van een poging tot zware mishandeling moet er sprake zijn van (voorwaardelijk) opzet, gericht op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel. Voorwaardelijk opzet op een bepaald gevolg is aanwezig indien de verdachte zich willens en wetens heeft blootgesteld aan de aanmerkelijke kans dat dat gevolg zal intreden. Het zal moeten gaan om een kans die naar algemene ervaringsregels aanmerkelijk is te achten. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, doordat hij aangever meermalen heeft gestoken met een of meerdere messen, de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat aangever door zijn handelen zwaar lichamelijk letsel kon oplopen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte op 26 april 2014, te Lunteren, gemeente Ede, ter uitvoering van het door hem voorgenomen misdrijf om aan<?linebreak?>[slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, meermalen met een of meer messen, in diens bovenlichaam heeft gestoken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>3</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het <emphasis role="underline">subsidiair</emphasis> tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 26 april 2014 te Lunteren, gemeente Ede, ter uitvoering van </para>
      <para>het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon genaamd [slachtoffer] , opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet </para>
      <para>meermalen, <emphasis role="strike-through">althans eenmaal,</emphasis> met een <emphasis role="strike-through">(</emphasis>of meerdere<emphasis role="strike-through">)</emphasis> mes<emphasis role="strike-through">(</emphasis>sen<emphasis role="strike-through">), althans een </emphasis></para>
      <para>
        <emphasis role="strike-through">puntig voorwerp</emphasis>, in diens bovenlichaam te steken, terwijl de uitvoering van </para>
      <para>dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het subsidiair bewezenverklaarde levert op:</para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">Poging tot zware mishandeling.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte heeft bij de politie verklaard dat hij zichzelf verdedigde. De rechtbank leest hierin een beroep op noodweer.  Uit de camerabeelden en de daarbij hoorbare (door de tolk vertaalde) gesprekken volgt dat verdachte omstreeks 22.30 uur op zijn slaapkamer wordt geslagen door een persoon  en dat verdachte omstreeks 22.43 uur aangever op de binnenplaats buiten de woning steekt. Niet is gebleken dat aangever de persoon is die verdachte heeft geslagen. Daarbij komt dat ook gezien het tijdsverloop geen sprake kan zijn geweest van een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding waartegen verdachte zich moest verdedigen, zodat geen sprake is van een noodweersituatie.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank is van oordeel dat het feit strafbaar is.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>7</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para>De officier van justitie heeft geëist dat verdachte ter zake van het primair tenlastegelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur 20 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para>De rechtbank heeft bij de bepaling van de op te leggen straf gelet op de aard en de ernst van hetgeen bewezen is verklaard, de omstandigheden waaronder dit is begaan, mede gelet op de persoon en de omstandigheden van de verdachte zoals van een en ander bij het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, waarbij onder meer is gelet op het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 16 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte heeft aangever op 26 april 2014 met een of meerdere messen in het lichaam gestoken.  Verdachte had ruzie met een andere persoon, en aangever probeerde te bemiddelen. Daarop viel verdachte aangever aan. De messteken hebben letsel toegebracht en het slachtoffer bloedde hevig. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij door te steken met de messen de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel zou oplopen. </para>
      <para>De rechtbank houdt er rekening mee dat verdachte voorafgaand aan het feit meerdere malen werd lastiggevallen en geslagen op zijn slaapkamer. Ook is er sprake van een forse schending van de redelijke termijn, nu het eindproces-verbaal al bijna drie jaren geleden is gesloten. De rechtbank zal daarom een lagere straf opleggen dan de officier van justitie heeft geëist, ook nu de rechtbank niet tot de bewezenverklaring van het primaire maar het subsidiaire komt.</para>
      <para>De rechtbank vindt in voorgaande de redenen een gevangenisstraf voor de duur van 15 maanden op te leggen. </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>8</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 27, 45 en 302 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>9</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	spreekt verdachte vrij van het primair ten laste gelegde feit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart bewezen dat verdachte de overige ten laste gelegde feiten, zoals vermeld onder punt 3, heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert het strafbare feit zoals vermeld onder punt 4;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>	verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">15 (vijftien) maanden</emphasis>;</para>
    <para />
    <para> beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht. </para>
    <para />
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.C. Schuurman-Kleijberg (voorzitter), mr. L.C.P. Goossens en mr. K.A.M. van Hoof, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M. Langstraat, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 09 mei 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_7d2d8c76-d268-4a31-bfe6-f138ca53f890" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door verbalisant [verbalisant] van de politie Oost-Nederland, district Gelderland-Midden, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer PL074L-2014045756, gesloten op 26 mei 2014, en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_cf85e529-1173-4f02-adb7-4c0fa16b4be4" label="2">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 73, en het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_aafbb6f8-0d11-4c54-a1d4-b69aaec2b6e4" label="3">
    <para> Het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer] , p. 73.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_a46b8f52-67da-4651-b1b8-b4b771ce65c1" label="4">
    <para> Brief van het Universitair Medisch Centrum Utrecht, namens dr. [naam] , chirurg, p. 82-2.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c6641821-e114-462f-b768-77365343b874" label="5">
    <para> Het proces-verbaal van verhoor van verdachte, p. 36.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_71efea84-bdfe-40c5-93cb-741de111e75f" label="6">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 130.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e31831fe-d590-436d-80fa-c638c73fa0ce" label="7">
    <para> Het proces-verbaal van bevindingen, p. 131.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>