<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:2169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2021-02-24T17:18:34</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-03-30</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/880207-16 (ontn.)</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht">Strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2169">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2169</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-18T12:29:56</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-18</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:2169 Rechtbank Gelderland , 30-03-2017 / 05/880207-16 (ontn.)</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2169:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <para>ontneming 5700,-</para>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2169:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/880207-16 (ontneming)</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 30 maart 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>VONNIS</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank heeft te beslissen op de vordering op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht van de officier van justitie, strekkende tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel in de strafzaak tegen: </para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      [veroordeelde] ,</title>
    <parablock>
      <para>geboren op [geboortedatum] 1995 in [geboorteplaats] ,</para>
      <para>wonende [adres 1] .</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Raadsvrouw: mr. A.R. de Witte, advocaat te Delden.<?linebreak?></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Onderzoek van de zaak</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Dit vonnis is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzittingen van </para>
      <para>16 januari 2017, 10 maart 2017 en 16 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Procesgang</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bij vonnis van deze rechtbank van heden is veroordeelde tot straf veroordeeld ter zake van het in zijn strafzaak bewezen verklaarde, voor zover hier van belang gekwalificeerd als het  </para>
      <para>medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 3 onder B van de Opiumwet gegeven verbod.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Vordering van het Openbaar Ministerie</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De vordering van het Openbaar Ministerie houdt in dat aan veroordeelde als wederrechtelijk verkregen voordeel dient te worden ontnomen een bedrag van € 5.700,-.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Ter zitting heeft de officier van justitie zich op het standpunt gesteld dat de vordering dient te worden toegewezen tot bovengenoemd bedrag.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de raadsvrouw</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsvrouw heeft aangevoerd dat uit het dossier niet volgt dat veroordeelde voor 1 juli 2015 bij de stekkerij betrokken is geweest. Het bedrag moet dan ook worden beperkt tot de inkomsten die veroordeelde heeft gehad in de periode tussen 1 juli 2015 en 5 april 2016, een periode van 40 weken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Overweging over de vaststelling van de hoogte van het wederrechtelijk verkregen voordeel</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank stelt op basis van het ter terechtzitting gehouden onderzoek, in samenhang met de inhoud van het procesdossier, het vonnis van heden en de daaraan ontleende bewijsmiddelen vast dat veroordeelde met het door hem gepleegde feit wederrechtelijk voordeel heeft verkregen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank overweegt dat zij dient vast te stellen op welk bedrag het door veroordeelde verkregen wederrechtelijke voordeel moet worden geschat. Als grondslag voor de schatting van de hoogte van dit wederrechtelijk voordeel gebruikt de rechtbank het proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hennepstekken en hennepkweek) van 23 december 2016.<footnote-ref linkend="_2e0b93dd-cb1e-4ed1-a5c8-015b29f585fd" /></para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>In de strafzaak is alleen betrokkenheid van veroordeelde bij de hennepstekkerij, die van </para>
      <para>1 februari 2015 tot 5 april 2016 in het pand aan de [adres 2] zat, bewezen verklaard. De rechtbank zal zich bij de ontnemingsvordering dan ook daartoe beperken. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Medeverdachte [medeverdachte 1] heeft verklaard dat ze met zijn drieën (waarbij de rechtbank begrijpt dat hiermee [medeverdachte 2] , [medeverdachte 1] en [veroordeelde] worden bedoeld) hebben afgesproken dat ze in de kelder een moederhok zouden gaan starten.<footnote-ref linkend="_e2d995a8-5713-47b9-a807-79bd741ee43a" /> Verder heeft hij verklaard dat de stekkerij vanaf februari 2015 werd ingericht.<footnote-ref linkend="_c7d4dd9e-38b8-4e77-9f33-c5897f53f989" /> Nu veroordeelde heeft verklaard dat hij heeft geholpen met de opbouw van de stekkerij<footnote-ref linkend="_4f216e0a-ee57-4ea1-8503-188c1fef41b5" />, volgt de rechtbank de raadsvrouw niet in haar betoog dat veroordeelde pas vanaf juli 2015 bij de stekkerij betrokken was.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank gaat dan ook uit van een periode van 57 weken (1 maart 2015 – 6 april 2016). </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Veroordeelde heeft zelf verklaard er € 100,- of € 150,- per week aan overgehouden te hebben. Gelet op deze verklaring gaat de rechtbank uit van een minimaal ontvangen vergoeding van € 100,- per week. Dit levert een bedrag van € 5.700,- op. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gelet op het bovenstaande schat de rechtbank het wederrechtelijk verkregen voordeel uit de hennepstekkerij op € 5.700,-</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Omvang van de betalingsverplichting</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank ziet aanleiding de betalingsverplichting op een bedrag van € 5.700,- vast te stellen. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>Beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>stelt het geschat wederrechtelijk verkregen voordeel vast op € 5.700,- (vijfduizend zevenhonderd euro);</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt de verplichting tot betaling aan de Staat ter ontneming van het wederrechtelijk verkregen voordeel op € 5.700,- (vijfduizend zevenhonderd euro).</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aldus gewezen door mr. Y.M.J.I. Baauw (voorzitter), mr. C. Kleinrensink en </para>
      <para>mr. N.C. van Lookeren Campagne, rechters, in tegenwoordigheid van mr. M.C. Korevaar, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van 30 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>RECHTBANK GELDERLAND</title>
    <para>Team strafrecht</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer: [jw.sys.1.verdachte_1_parketnummer]05/880206-16 (ontneming)</para>
      <para>Uitspraak d.d.: 30 maart 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 30 maart 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig: </para>
      <para>mr.  				, rechter,</para>
      <para>mr.  				, officier van justitie,</para>
      <para>en  				, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter doet de zaak uitroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De veroordeelde, <emphasis role="bold">[medeverdachte 1]</emphasis> is wel / niet in de zaal van de terechtzitting aanwezig. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman, mr. vd Bom, is wel/niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter spreekt het vonnis uit</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>en wijst verdachte op de mogelijkheid om binnen veertien dagen na heden hoger beroep tegen dit vonnis in te stellen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal,</para>
    </parablock>
  </section>
  <footnote id="_2e0b93dd-cb1e-4ed1-a5c8-015b29f585fd" label="1">
    <para> Proces-verbaal berekening wederrechtelijk verkregen voordeel (hennepstekken en hennepkweek), PV-nummer PL0600-2015571758/WVV/ [veroordeelde]</para>
  </footnote>
  <footnote id="_e2d995a8-5713-47b9-a807-79bd741ee43a" label="2">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 2304.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_c7d4dd9e-38b8-4e77-9f33-c5897f53f989" label="3">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [medeverdachte 1] , p. 2330.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_4f216e0a-ee57-4ea1-8503-188c1fef41b5" label="4">
    <para> Proces-verbaal van verhoor verdachte [veroordeelde] , p. 2404.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>