<?xml version="1.0" encoding="utf-8"?>
<open-rechtspraak>
  <rdf:RDF xmlns:rdf="http://www.w3.org/1999/02/22-rdf-syntax-ns#" xmlns:ecli="https://e-justice.europa.eu/ecli" xmlns:tr="http://tuchtrecht.overheid.nl/" xmlns:eu="http://publications.europa.eu/celex/" xmlns:dcterms="http://purl.org/dc/terms/" xmlns:bwb="bwb-dl" xmlns:cvdr="http://decentrale.regelgeving.overheid.nl/cvdr/" xmlns:psi="http://psi.rechtspraak.nl/" xmlns:rdfs="http://www.w3.org/2000/01/rdf-schema#">
    <rdf:Description>
      <dcterms:identifier>ECLI:NL:RBGEL:2017:2043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/xml</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-11T13:30:19</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:creator rdfs:label="Instantie" resourceIdentifier="http://standaarden.overheid.nl/owms/terms/Rechtbank_Gelderland" scheme="overheid.RechterlijkeMacht">Rechtbank Gelderland</dcterms:creator>
      <dcterms:date rdfs:label="Uitspraakdatum">2017-04-11</dcterms:date>
      <psi:zaaknummer rdfs:label="Zaaknr">05/740170-16</psi:zaaknummer>
      <dcterms:type rdf:language="nl" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/uitspraak">Uitspraak</dcterms:type>
      <psi:procedure rdf:language="nl" rdfs:label="Procedure" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/procedure#eersteAanlegMeervoudig">Eerste aanleg - meervoudig</psi:procedure>
      <dcterms:coverage>NL</dcterms:coverage>
      <dcterms:spatial rdfs:label="Zittingsplaats">Zutphen</dcterms:spatial>
      <dcterms:subject rdfs:label="Rechtsgebied" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/rechtsgebied#strafrecht_materieelStrafrecht">Strafrecht; Materieel strafrecht</dcterms:subject>
      <dcterms:hasVersion rdfs:label="Vindplaatsen" resourceIdentifier="http://psi.rechtspraak.nl/vindplaats">
        <rdf:list>
          <rdf:li>Rechtspraak.nl</rdf:li>
        </rdf:list>
      </dcterms:hasVersion>
    </rdf:Description>
    <rdf:Description rdf:about="http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2043">
      <dcterms:identifier>http://deeplink.rechtspraak.nl/uitspraak?id=ECLI:NL:RBGEL:2017:2043</dcterms:identifier>
      <dcterms:format>text/html</dcterms:format>
      <dcterms:accessRights>public</dcterms:accessRights>
      <dcterms:modified>2017-04-11T12:21:29</dcterms:modified>
      <dcterms:issued rdfs:label="Publicatiedatum">2017-04-11</dcterms:issued>
      <dcterms:publisher resourceIdentifier="http://rechtspraak.nl/">Raad voor de Rechtspraak</dcterms:publisher>
      <dcterms:language>nl</dcterms:language>
      <dcterms:title rdf:language="nl">ECLI:NL:RBGEL:2017:2043 Rechtbank Gelderland , 11-04-2017 / 05/740170-16</dcterms:title>
      <dcterms:abstract resourceIdentifier="../../rs:inhoudsindicatie" />
    </rdf:Description>
  </rdf:RDF>
  <inhoudsindicatie id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2043:INH" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema">
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft een jonge verdachte, bij eerder gewezen tussenvonnis (ECLI:NL: RBGEL: 2016:7151) reeds schuldig bevonden aan het medeplegen van een overval op een supermarkt in Apeldoorn en een overval op een snackbar in Zutphen, beide feiten gepleegd in november 2015, veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met aftrek van de tijd die verdachte reeds in voorarrest heeft doorgebracht. Aan deze voorwaardelijke straf worden als bijzondere voorwaarden gekoppeld dat verdachte zich na afloop van de onvoorwaardelijke detentie zal melden bij de Reclassering Nederland en zich zal houden aan aanwijzingen van de Reclassering op het gebied van het invulling geven aan een zinvolle dagbesteding, alles zolang deze instelling dit nodig acht. Ook is vergoeding van schade aan de slachtoffers toegewezen.</para>
        <para>Hoewel verdachte minderjarig was ten tijde van het plegen van genoemde feiten is de rechtbank van oordeel dat, gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, het volwassensanctierecht dient te worden toegepast. </para>
        <para>Bij de strafoplegging is de inhoud van het omtrent verdachte opgemaakte rapport door ForCA meegewogen. Blijkens genoemd rapport van ForCA zijn er meerdere contra-indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Eerder opgelegde sancties binnen het jeugdsanctierecht hebben tot onvoldoende gedragsverandering geleid. Een pedagogische aanpak heeft geen vruchten afgeworpen. Verdachte heeft ook geen groepsgericht leefklimaat nodig. Verdachte heeft een criminele levensstijl. De stoornis van verdachte is een gegeven en inmiddels ook verankerd in de persoonlijkheid van verdachte.  </para>
        <para>De rechtbank legt een lagere straf op dan geëist door de officier van justitie, gelet op de jonge leeftijd van verdachte en het perspectief dat de rechtbank hem voor de toekomst nog wil bieden.</para>
      </parablock>
    </inhoudsindicatie>
  <uitspraak id="ECLI:NL:RBGEL:2017:2043:DOC" lang="nl" xml:space="preserve" xmlns="http://www.rechtspraak.nl/schema/rechtspraak-1.0" xmlns:xsi="http://www.w3.org/2001/XMLSchema-instance" xmlns:xsd="http://www.w3.org/2001/XMLSchema" xmlns:xlink="http://www.w3.org/1999/xlink">
  <uitspraak.info>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummer	: 05/740170-16 en 05/80222-14 (tul)</para>
      <para>Datum uitspraak	: 11 april 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenspraak</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">vonnis van de meervoudige kamer voor jeugdstrafzaken</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>in de zaak van</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">de officier van justitie bij het arrondissementsparket Oost-Nederland</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>tegen</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], </para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in Het Keerpunt Opvang- en Behandelcentrum te Cadier en Keer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>raadsman: mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </uitspraak.info>
  <section>
    <title>
      <nr>1</nr>Onderzoek van de zaak</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De zaak is inhoudelijk behandeld op de terechtzittingen achter gesloten deuren van 20 september 2016 en 15 november 2016, waarbij de officier van justitie en de verdediging hun standpunten kenbaar hebben gemaakt.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Gedurende de behandeling van de strafzaak heeft de rechtbank - gelet op de inhoud van het dossier, het verhandelde ter zitting van 15 november 2016 en de uitgebrachte rapporten omtrent de persoonlijkheid van verdachte – bij tussenvonnis d.d. 29 november 2016 onder meer vastgesteld dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en daarnaast geconstateerd dat de rechtbank zich met betrekking tot de persoon van verdachte onvoldoende voorgelicht achtte om tot een zorgvuldige afweging te komen omtrent de op te leggen straf of maatregel. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarom heeft de rechtbank het onderzoek heropend en de verdere behandeling van de zaak aangehouden met als doel zich nader te laten adviseren over de diagnose, de mate van toerekeningsvatbaarheid en de op te leggen straf/maatregel. </para>
      <para>In dit kader is door de rechtbank bevolen dat verdachte ter observatie moest worden opgenomen bij ForCA. </para>
      <para>Naar aanleiding van het vervolgens plaatsgevonden multidisciplinair onderzoek is door ForCA gerapporteerd over de persoonlijkheid van verdachte en welke straf/maatregel in het belang is van een zo gunstig mogelijke verdere ontwikkeling van verdachte geboden zou zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Door de Raad van de Kinderbescherming is naar aanleiding van dit rapport een nader adviesrapport uitgebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Hieronder volgt het nadere oordeel van de rechtbank, dat tot en met punt 6 en met betrekking tot de punten 8a en 8b (beslissing op de vorderingen van de benadeelde partijen en beslissing op de vordering tenuitvoerlegging) gelijk is aan en overgenomen is uit het tussenvonnis van 29 november 2016. </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>2</nr>De inhoud van de tenlastelegging</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Aan verdachte is, na toewijzing van de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, ten laste gelegd dat:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>1.</para>
      <para>hij op of omstreeks 4 november 2015 te Apeldoorn</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen en/of alleen,</para>
      <para>in/uit een supermarkt (gelegen aan de Schapendoesweg 2)</para>
      <para>met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen</para>
      <para>een geldbedrag en/of een hoeveelheid sigaretten, in elk geval enig goed,</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan Albert Heijn, in elk</para>
      <para>geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn</para>
      <para>mededaders,</para>
      <para>welke diefstal werd voorafgegaan, vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of</para>
      <para>bedreiging met geweld tegen een of meer personeelsleden en/of tegen een of</para>
      <para>meer klanten die op dat moment in die supermarkt aanwezig waren/was,</para>
      <para>gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te</para>
      <para>maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan</para>
      <para>zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit</para>
      <para>van het gestolene te verzekeren,</para>
      <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,</para>
      <para>verdachte, en/of een of meer van zijn mededader(s),</para>
    </parablock>
    <para>- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of (een) muts(en) en/of sjaal(s)</para>
    <parablock>
      <para>  over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding en/of met</para>
      <para>  een of meer pisto(o)l(en) , althans met (een) vuurwapen(s), althans met</para>
      <para>  een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) voornoemde supermarkt</para>
      <para>  heeft/hebben betreden en/of</para>
    </parablock>
    <para>- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende</para>
    <parablock>
      <para>  voorwerp(en) tegen [slachtoffer] en/of tegen een of meer andere</para>
      <para>  personeelsleden en/of klanten heeft/hebben gericht en/of gericht</para>
      <para>  heeft/hebben gehouden en/of heeft/hebben geroepen: "Dit is een overval" ,</para>
      <para>  althans woorden van gelijke aard of strekking, en/of</para>
    </parablock>
    <para>- tegen die [slachtoffer] (op dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben geroepen</para>
    <para>- zakelijk weergegeven- dat deze op de grond moest gaan liggen en/of</para>
    <parablock>
      <para>  (daarbij) een of meer pisto(o)l(en) , althans vuurwapen(s),</para>
      <para>  althans daarop gelijkende voorwerpen op en/of in de richting van die</para>
      <para>  [slachtoffer] heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>2.</para>
      <para>hij op of omstreeks 4 november 2015 te Zutphen</para>
      <para>tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen,</para>
      <para>met het oogmerk om zich en/of anderen wederrechtelijk te bevoordelen door</para>
      <para>geweld en/of bedreiging met geweld</para>
      <para>
        [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 900 Euro)</para>
      <para>althans enig goed,</para>
      <para>geheel of ten dele toebehorende aan cafetaria Kokkie, in elk geval aan een</para>
      <para>ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,</para>
      <para>welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond dat hij,</para>
      <para>verdachte en/of zijn mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para>- met (een) bivakmuts(en) over het gezicht en/of met (een) muts(en) en/of</para>
    <parablock>
      <para>  sjaal(s) over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding</para>
      <para>  en/of met een of meer pisto(o)l(en) , althans met (een) vuurwapen(s),</para>
      <para>  althans met een of meer op vuurwapen(s) gelijkende voorwerp(en) die</para>
      <para>  cafetaria ( gelegen aan Ruys de Beerenbrouckstraat 63)</para>
      <para>  heeft/hebben betreden en/of</para>
    </parablock>
    <para>- dat/die pisto(o)l(en), althans vuurwapen(s), althans daarop gelijkende</para>
    <parablock>
      <para>  voorwerp(en) op/ tegen/in de richting van die [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 3] en/of</para>
      <para>  een of meer andere aldaar aanwezige personeelsleden en/of tegen [slachtoffer 4]</para>
      <para>  en/of meer andere klanten/personen heeft/hebben gericht en/of gericht</para>
      <para>  heeft/hebben gehouden en/of</para>
    </parablock>
    <para>- ( meermalen) tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen: "Lade open" en/of</para>
    <parablock>
      <para>  (daarbij) een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op</para>
      <para>  het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft/hebben gericht en/of geroepen/gezegd:</para>
      <para>  " Geef al het geld wat je in de la hebt" , althans woorden van gelijke aard</para>
      <para>  of strekking en/of</para>
    </parablock>
    <para>- tegen die [slachtoffer 4] op (dwingende/gebiedende toon) heeft/hebben</para>
    <parablock>
      <para>  geroepen/gezegd - zakelijk weergegeven- dat deze op de grond moest gaan</para>
      <para>  liggen en/of (daarbij) een of meer pisto(o)l(en) , althans vuurwapen(s),</para>
      <para>  althans daarop gelijkende voorwerpen op en/of in de richting van die</para>
      <para>  Vos heeft/hebben gericht en/of gericht gehouden;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para>
      <emphasis role="bold">3.	Overwegingen ten aanzien van het bewijs</emphasis>
      <footnote-ref linkend="_ccd868d7-4cff-4668-8c5c-0ea2a8e004b4" />
    </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Aanleiding onderzoek </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Op 6 februari 2016 vond een overval plaats op snackbar ’t Bikkertje te Ugchelen. Meteen hierna is door een getuige het kenteken van de vluchtauto genoteerd, welk kenteken was afgegeven aan de moeder van [naam]. Zij verklaarde dat de auto tijdens de overval op ’t Bikkertje in gebruik was bij [naam], die hiermee naar haar vriend [naam 2] was gegaan<footnote-ref linkend="_503bb8c3-7c5d-4505-9205-da073c529ccf" />. </para>
      <para>Uit de verklaringen van [naam] en [naam 2] en het onderzoek door de politie kwam naar voren dat medeverdachten van de overval op ’t Bikkertje [medeverdachte] en [medeverdachte 2] waren. <?linebreak?></para>
      <para>Ook kwam onder andere naar voren dat [medeverdachte 2], [medeverdachte 3] en verdachte, als verdachten konden worden aangemerkt van overvallen op de Albert Heijn te Apeldoorn en snackbar Kokkie te Zutphen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De officier van justitie heeft gesteld dat wettig en overtuigend bewezen kan worden geacht dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten.<?linebreak?></para>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman heeft aangevoerd dat de feiten door verdachte worden bekend en dat met betrekking tot de exacte bewezenverklaring en kwalificatie wordt gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Er is sprake van een bekennende verdachte als bedoeld in artikel 359 derde lid, laatste zin van het Wetboek van Strafvordering en daarom wordt volstaan met een opgave van de bewijsmiddelen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Bewijsmiddelen:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="italic">Ten aanzien van feit 1:</emphasis>
        <?linebreak?>
      </para>
    </parablock>
    <para>- het proces-verbaal van aangifte van [aangever], p. 981 t/m 983;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van getuige [slachtoffer], p. 995 t/m 999;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige], p. 1000 t/m 1002;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 2], p. 1022 t/m 1024;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 3], p. 1028 t/m 1031;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van getuige [getuige 4], p. 1048 t/m 1051;</para>
    <para>- het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 1327 t/m 1331 en p. 1337 met fotobijlages, p. 1338 en p. 1339;</para>
    <para>- de bekennende verklaring van verdachte afgelegd ter terechtzitting van 15 november   2016.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline italic">Ten aanzien van feit 2</emphasis>
        <emphasis role="underline">:</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 2], p. 1149 t/m 1158;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van verhoor aangever [slachtoffer 3] als getuige, p. 1165 t/m 1166;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van aangifte van [slachtoffer 3], p. 1167 t/m 1170;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van verhoor getuige [slachtoffer 4], p. 1205 t/m 1214;</para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>het proces-verbaal van verhoor van medeverdachte [medeverdachte 3], p. 1327 t/m 1331 en p. 1337 met fotobijlages, p. 1338 en p. 1339; </para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>de bekennende verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 20 september 2016.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>4</nr>Bewezenverklaring</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Naar het oordeel van de rechtbank is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder 1 en 2 tenlastegelegde heeft begaan, te weten dat: </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">1.</emphasis>
      </para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks </emphasis>4 november 2015 te Apeldoorn tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> anderen <emphasis role="strike-through">en/of alleen</emphasis>, <emphasis role="strike-through">in/</emphasis>uit een supermarkt (gelegen aan de Schapendoesweg 2) met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> een hoeveelheid sigaretten, <emphasis role="strike-through">in elk geval enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan Albert Heijn, <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders,</emphasis> welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld <emphasis role="strike-through">en/of gevolgd</emphasis> van <emphasis role="strike-through">geweld en/of</emphasis> bedreiging met geweld tegen <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> personeelsleden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> tegen <emphasis role="strike-through">een of meer</emphasis> klanten die op dat moment in die supermarkt aanwezig waren<emphasis role="strike-through">/was</emphasis>, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, <emphasis role="strike-through">en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededaders hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of</emphasis> welke bedreiging met geweld hierin bestond dat <emphasis role="strike-through">hij, verdachte, en/of een of meer van </emphasis>zijn mededader(s), </para>
    </parablock>
    <para>- met <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> bivakmuts<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> over het gezicht <emphasis role="strike-through">en/of (een) muts(en) en/of sjaal(s) over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en) , althans met (een) vuurwapen(s)</emphasis>, althans met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> op een vuurwapen<emphasis role="strike-through">(s)</emphasis> gelijkend<emphasis role="strike-through">e</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> voornoemde supermarkt <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben betreden en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- dat<emphasis role="strike-through">/die</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en), althans vuurwapen(s)</emphasis>, althans daarop gelijkend<emphasis role="strike-through">e</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> tegen [slachtoffer] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> tegen een <emphasis role="strike-through">of meer </emphasis>ander<emphasis role="strike-through">e</emphasis> personeelslid en/of klanten heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gericht <emphasis role="strike-through">en/of gericht heeft/hebben gehouden </emphasis>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> geroepen: "Dit is een overval", <emphasis role="strike-through">althans woorden van gelijke aard of strekking,</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- tegen die [slachtoffer] (op dwingende/gebiedende toon) heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> geroepen - zakelijk weergegeven- dat deze op de grond moest gaan liggen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>daarbij<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en) , althans vuurwapen(s), </emphasis>althans daarop gelijkend<emphasis role="strike-through">e </emphasis>voorwerp<emphasis role="strike-through">en</emphasis> op en/of in de richting van die [slachtoffer] heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gericht <emphasis role="strike-through">en/of gericht gehouden</emphasis>; </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">2.</emphasis>
      </para>
      <para>hij op <emphasis role="strike-through">of omstreeks</emphasis> 4 november 2015 te Zutphen tezamen en in vereniging met <emphasis role="strike-through">een of mee</emphasis>r anderen, <emphasis role="strike-through">althans alleen,</emphasis> met het oogmerk om zich en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> anderen wederrechtelijk te bevoordelen door <emphasis role="strike-through">geweld en/of</emphasis> bedreiging met geweld [slachtoffer 2] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (ongeveer 900 Euro<emphasis role="strike-through">) althans enig goed, geheel of ten dele</emphasis> toebehorende aan cafetaria Kokkie, <emphasis role="strike-through">in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededaders, welk geweld en/of</emphasis> welke bedreiging met geweld hierin bestond dat <emphasis role="strike-through">hij, verdachte en/of </emphasis>zijn mededader(s)</para>
    </parablock>
    <para>- met <emphasis role="strike-through">(een)</emphasis> bivakmuts<emphasis role="strike-through">(</emphasis>en<emphasis role="strike-through">)</emphasis> over het gezicht <emphasis role="strike-through">en/of met (een) muts(en) en/of sjaal(s) over het hoofd/gezicht , althans met gezichtsverhullende kleding</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en) , althans met (een) vuurwapen(s)</emphasis>, althans met een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> op een vuurwapen<emphasis role="strike-through">(s)</emphasis> gelijkend<emphasis role="strike-through">e</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> die cafetaria ( gelegen aan Ruys de Beerenbrouckstraat 63) <emphasis role="strike-through">heeft/</emphasis>hebben betreden en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- dat<emphasis role="strike-through">/die</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en), althans vuurwapen(s)</emphasis>, althans daarop gelijkend<emphasis role="strike-through">e</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">(en) op/ tegen/</emphasis>in de richting van die [slachtoffer 2] en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> [slachtoffer 3] en<emphasis role="strike-through">/of een of meer andere aldaar aanwezige personeelsleden en/of </emphasis>tegen [slachtoffer 4] <emphasis role="strike-through">en/of meer andere klanten/personen </emphasis>heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gericht en<emphasis role="strike-through">/of gericht heeft/hebben gehouden </emphasis>en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis></para>
    <para>- <emphasis role="strike-through">(meermalen) </emphasis>tegen die [slachtoffer 2] heeft/hebben geroepen: "Lade open" en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>daarbij<emphasis role="strike-through">) een </emphasis>vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp op het hoofd van die [slachtoffer 2] heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gericht en<emphasis role="strike-through">/of</emphasis> geroepen<emphasis role="strike-through">/gezegd</emphasis>: " Geef al het geld wat je in de la hebt<emphasis role="strike-through">" , althans woorden van gelijke aard of strekking</emphasis> en<emphasis role="strike-through">/of </emphasis></para>
    <para>- tegen die [slachtoffer 4] op (dwingende/gebiedende toon) heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> geroepen<emphasis role="strike-through">/gezeg</emphasis>d - zakelijk weergegeven- dat deze op de grond moest gaan liggen en<emphasis role="strike-through">/of (</emphasis>daarbij<emphasis role="strike-through">)</emphasis> een <emphasis role="strike-through">of meer</emphasis> pisto<emphasis role="strike-through">(</emphasis>o<emphasis role="strike-through">)</emphasis>l<emphasis role="strike-through">(en)</emphasis> , <emphasis role="strike-through">althans vuurwapen(s),</emphasis> althans daarop gelijkend<emphasis role="strike-through">e</emphasis> voorwerp<emphasis role="strike-through">en op en/of</emphasis> in de richting van die Vos heeft<emphasis role="strike-through">/hebben</emphasis> gericht <emphasis role="strike-through">en/of gericht gehouden</emphasis>.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Voor zover er in de tenlastelegging kennelijke taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn die fouten verbeterd. Verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Wat meer of anders is ten laste gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard, is niet bewezen. </para>
      <para>Verdachte moet daarvan worden vrijgesproken.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>5</nr>De kwalificatie van het bewezenverklaarde</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Het bewezenverklaarde levert op:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 1:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">diefstal, voorafgegaan en vergezeld van bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="underline">ten aanzien van feit 2:</emphasis>
      </para>
      <para>
        <emphasis role="bold italic">afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen.</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>6</nr>De strafbaarheid van het feit</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De feiten zijn strafbaar.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>7</nr>De strafbaarheid van de verdachte</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>Uit het over verdachte opgemaakte rapport naar aanleiding van het multidisciplinair onderzoek door ForCA, Teylingereind d.d. 24 februari 2017, ondertekend door GZ-psycholoog drs. [naam 3] en kinder- en jeugdpsychiater dr. [naam 4] komt - zakelijk en verkort weergegeven - het volgende naar voren.</para>
      <para>Ondanks het feit dat verdachte vanuit zijn procespositie en persoonlijkheidspathologie inhoudelijk beperkt aan het onderzoek heeft meegewerkt, zijn onderzoekers op grond van het uitgebreide dossier, de observaties van verdachte in de leefgroep, de interne school, de vaktherapie en het contact met onderzoekers tot een duidelijk beeld van verdachte gekomen. Er is bij verdachte sprake van een antisociale persoonlijkheidsstoornis met narcistische trekken, die zich met name uit in antisociale ideaties, een gebrekkige ontwikkeling van het geweten, gebrekkige empathische vermogens en een door stevige afweermechanismen overdekt wankel zelfgevoel, waardoor geen sprake meer is van versterkte krenkbaarheid. Verdachte laat zich weinig gelegen liggen aan wetten en regels. Hij is berekenend en heeft antisociale opvattingen. De narcistische trekken tonen zich in het feit dat verdachte zich opvallend zelfverzekerd tot hautain en devaluerend opstelt. </para>
      <para>Er is sprake van een zich vanaf de kindertijd ontwikkelde stoornis, met een inmiddels star en duurzaam patroon van innerlijke ervaringen en gedragingen. Dit was al het geval ten tijde van het ten laste gelegde. <?linebreak?>Op grond van het onderzoek worden geen gedragskundige gronden gevonden voor een doorwerking van de stoornis in het ten laste gelegde. Weliswaar hebben het lacunair ontwikkelde geweten en de antisociale ideaties geen rem gevormd op het uitvoeren van de ten laste gelegde feiten, maar verdachte beschikte ook over gedragsalternatieven om hiervan af te zien. Er werden ten aanzien van de gepleegde overvallen adequate voorbereidingen getroffen met gezichtsbedekking en een wapen en het vooraf bekijken van meerdere locaties, waarbij risico’s goed werden afgewogen. Verdachte zette doelbewust zijn grote postuur in als extra drukmiddel en heeft gericht gehandeld. Na de eerste overval heeft verdachte samen met zijn mededaders doelbewust, om nog meer geld te verkrijgen, een tweede overval gepleegd. Al met al is geen sprake geweest van verminderde keuzevrijheid als gevolg van de stoornis.  Er wordt aldus geen relatie gezien tussen een verhoogde krenkbaarheid, impulsief en onnadenkend handelen en de ten laste gelegde feiten. Geadviseerd wordt verdachte het ten laste gelegde volledig toe te rekenen. <?linebreak?></para>
      <para>De rechtbank stelt vast dat het onderzoek door ForCA uitgebreid en grondig is geweest. Naar het oordeel van de rechtbank is door de deskundigen van ForCA helder uiteengezet waarom uitgegaan moet worden van volledige toerekeningsvatbaarheid ten tijde van de delicten en zij neemt de conclusie van de deskundigen van ForCA daarom over.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Verdachte is strafbaar, nu geen omstandigheid is gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="overwegingen">
    <title>
      <nr>8</nr>Overwegingen ten aanzien van straf en/of maatregel</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank beschikt inzake de afdoening van de zaak over de volgende stukken:</para>
    </parablock>
    <para />
    <para>- het uittreksel uit het algemeen documentatieregister, gedateerd 11 oktober 2016;</para>
    <para>- een adviesrapport van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 2 september 2016;</para>
    <para>- een adviesrapport van de Raad voor de kinderbescherming, gedateerd 21 april 2016;</para>
    <para>- een rapport van drs. [naam 5], GZ-psycholoog, gedateerd 19 juli 2016;</para>
    <para>- een rapport van [naam 6], kinder- en jeugdpsychiater, gedateerd 25 juli 2016;</para>
    <para>- een rapport van [naam 6], kinder- en jeugdpsychiater, gedateerd 13 oktober 2015 (opgemaakt in de eerdere strafzaak tegen verdachte);</para>
    <para>- een rapport van [naam 7], forensisch psycholoog, gedateerd 14 september 2015 (opgemaakt in de eerdere strafzaak tegen verdachte);</para>
    <para>- een aanvullend rapport van [naam 7], forensisch psycholoog, gedateerd 29 januari 2016 (opgemaakt in de eerdere strafzaak tegen verdachte);</para>
    <para>- een aanvullend rapport van [naam 4], kinder- en jeugdpsychiater, gedateerd 27 januari 2016 (opgemaakt in de eerdere strafzaak tegen verdachte);</para>
    <para>- een rapport naar aanleiding van multidisciplinair onderzoek door ForCA, Teylingereind, gedateerd 24 februari 2017;</para>
    <para>- een rapport van de Raad voor de Kinderbescherming, gedateerd 10 maart 2017.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>Daarnaast heeft de rechtbank ter zitting van 15 november 2016 de standpunten van drs. [naam 3] en [naam 6], alsmede het standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming gehoord. Ter zitting van 28 maart 2017 heeft mevrouw [naam 8] het nadere standpunt van de Raad voor de Kinderbescherming naar voren gebracht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <paragroup>
      <nr>8.1</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft naar aanleiding van het nader uitgebrachte rapport door ForCA de eerder, ter zitting van 15 november 2016, geformuleerde eis (kort gezegd: oplegging van een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel) niet gehandhaafd. <?linebreak?>Door de officier van justitie is ter zitting van 28 maart 2017 verzocht verdachte volledig toerekeningsvatbaar te achten, conform advies in het ForCA rapport het volwassenstrafrecht toe te passen en verdachte ter zake van de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.2</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>De raadsman heeft verzocht niet de PIJ-maatregel aan verdachte op te leggen, nu de opportuniteit en haalbaarheid van de maatregel niet is gebleken en oplegging van de maatregel in strijd zou zijn met de bedoeling van de wetgever bij het vernieuwde artikel 77s Wetboek van Strafrecht en ook met het ForCA-advies. Dit levert wel een dilemma en groot dreigend nadeel (toepassing van volwassenenstrafrecht en een lange gevangenisstraf) op voor verdachte. </para>
        <para>In een eerdere strafzaak tegen verdachte is door het Gerechtshof te Arnhem de onvoorwaardelijke PIJ-maatregel opgelegd, waartegen cassatie is ingesteld. In de cassatieprocedure kan volgens de raadsman het huidige ForCArapport geen rol spelen. Door de raadsman is gelet hierop het verzoek gedaan overwegingen ten overvloede in het vonnis op te nemen, nu de wettelijke basis voor het opleggen en uitvoeren van de PIJ-maatregel is komen te ontvallen.<?linebreak?>De raadsman heeft verzocht toch en ondanks het advies van de ForCA (dat hij voor het overige aanhangt) het jeugdstrafrecht toe te passen, dan wel, bij toepassing van het meerderjarigenstrafrecht, niet een straf van aanzienlijk langere duur op te leggen, gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte en gelet op het beginsel van rechtsgelijkheid, nu de medeverdachten conform het jeugdstrafrecht veroordeeld zijn.</para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.3</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van deskundigen van ForCA</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Uit genoemd rapport van ForCA wordt met betrekking tot de mogelijke strafafdoening - zakelijk weergegeven - het volgende naar voren gebracht.</para>
        <para>Op grond van de uitkomsten op de Wegingslijst Adolescentenstrafrecht is er vanuit gedragskundig oogpunt geen bezwaar tegen afdoening via het volwassenenstrafrecht. </para>
        <para>Het indicatiecriterium handelingsvaardigheden is enigszins aanwezig. Er lijkt geen sprake van een verstandelijk beperkt niveau, verdachte kan de gevolgen van zijn handelen overzien, er zijn geen ernstige planning- en organisatieproblemen en hij is niet beïnvloedbaar. Verdachte kan zijn leven niet adequaat zelfstandig vormgeven. Dit lijkt echter voort te komen uit langdurig verblijf in jeugdinrichtingen, niet goed geleerd hebben en door het moeizaam kunnen accepteren van hulp. <?linebreak?>Het indicatiecriterium pedagogische beïnvloeding wordt niet aanwezig bevonden. Gezinsgerichte hulpverlening is niet noodzakelijk. Continuering van scholing is wel aangewezen. Verdachte heeft geen groepsgericht leefklimaat nodig. <?linebreak?>Er zijn meerdere contra-indicaties voor toepassen van het minderjarigenstrafrecht. Er is sprake van een uitgebreide justitiële voorgeschiedenis, eerder opgelegde sancties hebben tot onvoldoende gedragsverandering geleid. Er is sprake van een criminele levensstijl. Het gewenste effect van een pedagogische aanpak lijkt onvoldoende te zijn geweest. Volgens de PCL-R is sprake van een aantal psychopathische kenmerken.</para>
        <para>Overwogen kan worden het meerderjarigenstrafrecht toe te passen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.4</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Het advies van de Raad voor de Kinderbescherming</emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>In het advies van10 maart 2017, wordt - zakelijk weergegeven - het volgende geadviseerd.</para>
        <para>Binnen het justitiële proces is afgelopen jaren meerdere malen geadviseerd verdachte te laten behandelen voor de geconstateerde problematiek. Vanwege de langlopende processen is het nooit tot een concrete behandeling gekomen. De Raad voor de Kinderbescherming blijft bij het eerder gegeven advies een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel aan verdachte op te leggen. Er is volgens de Raad door het rapport van ForCA geen nieuw en compleet beeld ontstaan, door de beperkte medewerking van verdachte. Verdachte dient te worden behandeld voor zijn problematiek. Een intensief en geleidelijk resocialisatietraject aan het eind van de behandeling is noodzakelijk, waarvan het STP-traject een onderdeel is. Het recidiverisico is hoog. Een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel is de enige optie een stevig en dwingend kader te kunnen garanderen voor optimale bijsturing en beïnvloeding van de problematiek. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Mevrouw [naam 8] heeft ter zitting van 28 maart 2017 - zakelijk weergegeven - aanvullend opgemerkt dat verdachte wellicht in de inmiddels verstreken tijd is gaan nadenken hoe hij onder de PIJ-maatregel uit kan komen, door zich net wat anders te gedragen. De Raad ziet nog altijd een jongen waar behoorlijk wat mee aan de hand is en voor wie behandeling noodzakelijk is, maar nog altijd niet van de grond gekomen is. De Raad benadrukt daarnaast het belang van een langdurig resocialisatieproces, hetgeen ook een reden is voor het advies jeugdstrafrecht toe te passen. </para>
      </parablock>
      <para />
    </paragroup>
    <paragroup>
      <nr>8.5</nr>
      <para>
        <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
      </para>
      <para />
      <parablock>
        <para>Ten aanzien van het toe te passen sanctierecht overweegt de rechtbank als volgt. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Op basis van de uitgebrachte rapporten, met name ook het rapport van ForCA, opgemaakt naar aanleiding van multidisciplinair onderzoek en uitgebreide observatie van verdachte, heeft de rechtbank een completer beeld van de persoon van verdachte gekregen. <?linebreak?>Blijkens genoemd rapport van ForCA zijn er meerdere contra-indicaties voor toepassing van het jeugdstrafrecht. Eerder opgelegde sancties binnen het jeugdsanctierecht hebben tot onvoldoende gedragsverandering geleid. Een pedagogische aanpak heeft geen vruchten afgeworpen. Verdachte heeft ook geen groepsgericht leefklimaat nodig. Verdachte heeft een criminele levensstijl. De stoornis van verdachte is een gegeven en inmiddels ook verankerd in de persoonlijkheid van verdachte. </para>
        <para>Gelet op de ernst van de feiten, de persoonlijkheid van verdachte en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan, is de rechtbank aldus van oordeel dat het volwassensanctierecht dient te worden toegepast. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank heeft bij de straftoemeting in het bijzonder in aanmerking genomen - en vindt daarin de redenen die tot de keuze van een deels onvoorwaardelijke vrijheidsstraf van na te melden duur leiden - dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het met anderen plegen van twee overvallen, één op een supermarkt en één op een cafetaria. Verdachte is bij beide overvallen één van de overvallers geweest die met gezichtsvermomming naar binnen is gegaan. Verdachte heeft tijdens de overvallen een, al dan niet echt, vuurwapen op medewerkers van de supermarkt en cafetaria gericht.<?linebreak?>Dit zijn zeer ernstige feiten. De impact op de slachtoffers is groot geweest. Uit de slachtofferverklaringen en de toelichting ter terechtzitting, komt dit zeer duidelijk naar voren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>Met betrekking tot de overval op snackbar Kokkie is door mevrouw [slachtoffer 2] ter toelichting op de door haar ingediende vordering tot schadevergoeding aangevoerd dat zij zich als gevolg van de overval onder behandeling van een psycholoog heeft moeten stellen. Zij heeft PTSS opgelopen waarvoor zij een EMDR-behandeling heeft gehad. Als klachten noemt zij stemmingswisselingen, slaapproblemen, angst voor achtervolging, generaliserende angst, met name ’s avonds, niet vrijelijk naar buiten durven, in sterke mate schrikachtig, zeer gespannen, gevoelens van verdoofd zijn, snelle sterke irritatie, vergeetachtigheid, sterke concentratieproblemen en nachtmerries. Ter terechtzitting heeft zij aangegeven dat zij, als gevolg van een terugslag, opnieuw een EMDR-behandeling volgt. <?linebreak?></para>
        <para>De heer [slachtoffer 3] heeft, eveneens met betrekking tot de overval op cafetaria Kokkie, naar voren gebracht dat hij de eerste dagen na de overval zeer angstig was en steeds hoorde hij ’lades open, lades open’- dat riepen de overvallers. Eén van de overvallers heeft een wapen op hem gericht, wat zeer beangstigend was. Hij heeft een week lang moeilijk geslapen en was de eerste drie weken bang in het donker. Hij was vermoeid en had veel stress. Thuis was er een gespannen sfeer en op zijn werk voelde hij zich onveilig en schrok hij overal van. Hij is alert en heeft het gevoel dat alles anders is geworden. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naast de overduidelijke gevolgen die de overvallen op de directe  slachtoffers hebben gehad, zorgen de door verdachte gepleegde feiten ook bij anderen die er later van horen voor een verhoogd gevoel van onveiligheid. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank weegt bij de strafoplegging mee dat uit het uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister onder andere blijkt dat verdachte eerder is veroordeeld in april 2013 in verband met openlijke geweldpleging en in januari 2015 in verband met diefstal en diefstal met geweld. In februari 2016 is verdachte door de rechtbank veroordeeld in verband met een straatroof en mishandeling, het Gerechtshof heeft in appel verdachte hiervoor veroordeeld tot een jeugddetentie van vijf maanden en een onvoorwaardelijke PIJ-maatregel. Tegen deze uitspraak is door verdachte cassatie ingesteld. Deze eerdere veroordelingen wegen voor de rechtbank strafverzwarend.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Hoewel de ernst van de feiten en het strafblad van verdachte op zich een gevangenisstraf rechtvaardigen in de richting van de omvang als geëist door de officier van justitie, zal de rechtbank toch een lagere straf opleggen. </para>
        <para>De rechtbank wil daarmee tot uitdrukking brengen oog te hebben gehad voor de leeftijd van verdachte, die hopelijk nog aan het begin van een lang leven staat. Daarnaast vindt de rechtbank het van groot belang dat verdachte na zijn detentie verplicht een jaar lang door de reclassering zal worden begeleid bij zijn resocialisatie. Dit is niet alleen in het belang van verdachte maar ook in het belang van de samenleving. De rechtbank spreekt de hoop uit dat deze begeleiding de kans op herhaling zal doen verminderen. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Alles overwegende komt de rechtbank tot de oplegging van een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, met aftrek van de tijd die door verdachte in voorarrest is doorgebracht. Hiervan legt de rechtbank 1 jaar voorwaardelijk op, mede om verdachte ervan te doordringen dat hij in de toekomst geen strafbare feiten meer moet plegen. De proeftijd zal worden gesteld op twee jaren. Aan deze voorwaardelijke straf zullen als bijzondere voorwaarden worden gekoppeld dat verdachte zich na afloop van de onvoorwaardelijke detentie zal melden bij de Reclassering Nederland en zich zal houden aan aanwijzingen van de Reclassering op het gebied van het invulling geven aan een zinvolle dagbesteding, alles zolang deze instelling dit nodig acht. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">8a. 	De beoordeling van de civiele vorderingen, alsmede de gevorderde oplegging van de schadevergoedingsmaatregel</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">Feit 2</emphasis>
        </para>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">Snackbar Kokkie</emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 3.995,40 voor geleden materiële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij snackbar Kokkie toe te wijzen, met hoofdelijke aansprakelijkheid, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft met betrekking tot de vordering van de benadeelde partij snackbar Kokkie aangevoerd dat het specifieke schadebedrag niet helder is. Door de benadeelde partij wordt gesteld dat werkneemster [slachtoffer 2] vanaf de eerste dag na de overval arbeidsongeschikt was. Dit verhoudt zich echter niet met de stukken die door het slachtoffer mevrouw [slachtoffer 2] zelf zijn ingediend. Zij stelt juist meteen vanaf de eerste dag weer aan de slag te zijn gegaan. Wellicht is het slachtoffer later arbeidsongeschikt geworden, maar hiervoor dient dan wel bewijs aanwezig te zijn, zeker gelet op het aanzienlijke bedrag. Verzocht wordt de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is, gelet op het verweer van de raadsman, van oordeel dat de vordering onvoldoende is onderbouwd. Niet duidelijk is geworden op welk moment de arbeidsongeschiktheid van mevrouw [slachtoffer 2] is aangevangen. De benadeelde partij zal niet-ontvankelijk verklaard worden in haar vordering. De benadeelde partij kan derhalve haar vordering slechts aanbrengen bij de burgerlijke rechter.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [slachtoffer 2]
          </emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde [slachtoffer 2] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.200,- voor geleden immateriële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2] toe te wijzen, met hoofdelijke aansprakelijkheid, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, met hoofdelijke aansprakelijkheid en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij de rechtbank, gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte, het aantal dagen jeugddetentie zal beperken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 november 2015.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold italic">
            [slachtoffer 3]
          </emphasis>
        </para>
        <para>De benadeelde [slachtoffer 3] heeft zich in het strafproces gevoegd ter verkrijging van schadevergoeding ter zake van het onder 2 bewezenverklaarde feit. Gevorderd wordt een bedrag van € 1.000,- voor geleden immateriële schade.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de officier van justitie </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De officier van justitie heeft verzocht de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 3] toe te wijzen, met hoofdelijke aansprakelijkheid en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij tevens de schadevergoedingsmaatregel ex artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht wordt opgelegd tot dit bedrag. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Het standpunt van de verdediging</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="underline">Beoordeling door de rechtbank </emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Naar het oordeel van de rechtbank is, op grond van de gebezigde bewijsmiddelen en hetgeen verder ter terechtzitting met betrekking tot de vordering is gebleken, komen vast te staan dat de benadeelde partij als gevolg van het onder 2 bewezen verklaarde handelen tot het gevorderde bedrag schade heeft geleden, waarvoor verdachte naar burgerlijk recht aansprakelijk is. De vordering is voor toewijzing vatbaar.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De verdachte is niet meer tot vergoeding gehouden indien en voor zover het gevorderde door zijn mededader(s) is of wordt voldaan.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Gelet op het vorenstaande ziet de rechtbank aanleiding om aan verdachte op basis van het bepaalde in artikel 36f van het Wetboek van Strafrecht de verplichting op te leggen tot betaling aan de Staat van het toe te wijzen bedrag ten behoeve van genoemde benadeelde partij, met hoofdelijke aansprakelijkheid en vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de pleegdatum, waarbij de rechtbank, gelet op de jeugdige leeftijd van verdachte, het aantal dagen jeugddetentie zal beperken.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De gevorderde wettelijke rente is toewijsbaar vanaf 4 november 2015.</para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
      <parablock>
        <para>
          <emphasis role="bold">8b. 	De beoordeling van de vordering na voorwaardelijke veroordeling</emphasis>
        </para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>Door de officier van justitie is verzocht de vordering van 9 juni 2016 tot tenuitvoerlegging van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank Gelderland, locatie Zutphen van 27 januari 2015 (parketnummer 05/720067-16) voorwaardelijk opgelegde jeugddetentie voor de duur van 210 dagen af te wijzen.</para>
      </parablock>
      <para />
      <parablock>
        <para>De rechtbank is ten aanzien van genoemde vordering van oordeel, dat deze dient te worden afgewezen, nu de toewijzing van de vordering zich niet verhoudt met de strafafdoening in de onderhavige strafzaak tegen verdachte. </para>
      </parablock>
      <para />
      <para />
    </paragroup>
  </section>
  <section>
    <title>
      <nr>9</nr>De toegepaste wettelijke bepalingen</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De beslissing is gegrond op de artikelen 10, 14a, 14b, 14c, 14d, 27, 36f, 47, 57, 77b, 310, 311, 312 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
  </section>
  <section role="beslissing">
    <title>
      <nr>10</nr>De beslissing</title>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechtbank:</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>		verklaart bewezen dat verdachte het onder 1 en 2 ten laste gelegde, zoals vermeld onder  </para>
      <para>		punt 4 heeft begaan;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> verklaart niet bewezen hetgeen verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven bewezen is verklaard en spreekt verdachte daarvan vrij;</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verstaat dat het aldus bewezenverklaarde oplevert de strafbare feiten zoals vermeld onder punt 5;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>verklaart verdachte hiervoor strafbaar;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte wegens het bewezenverklaarde tot:</para>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>een <emphasis role="bold">gevangenisstraf</emphasis> voor de duur van <emphasis role="bold">4 (vier) jaren</emphasis>;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>bepaalt, dat een gedeelte van de gevangenisstraf groot <emphasis role="bold">1 (één) jaar</emphasis>, <emphasis role="bold">niet ten uitvoer zal worden gelegd</emphasis>, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, wegens niet nakoming van na te melden voorwaarde(n) voor het einde van de proeftijd die op twee jaren wordt bepaald;</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> de algemene voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>- zich voor het einde daarvan niet zal schuldig maken aan een strafbaar feit;</para>
      <para>- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit zijn medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 Wet op de identificatieplicht ter inzage zal aanbieden;</para>
      <para>- zijn medewerking zal verlenen aan het door de Reclassering Nederland te houden toezicht, bedoeld in artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken daaronder begrepen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <para> de bijzondere voorwaarden dat de veroordeelde:</para>
    <parablock>
      <para>- 	zich zo spoedig mogelijk na zijn invrijheidsstelling zal melden bij de Reclassering Nederland en gedurende de proeftijd zich zal blijven melden bij deze instelling, zo frequent en zolang de instelling dat noodzakelijk acht;</para>
      <para>- zich zal houden aan aanwijzingen van de Reclassering Nederland, met name gericht op het invulling geven aan een zinvolle dagbesteding, voor zover en voor zolang de instelling dit nodig acht;</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>geeft opdracht aan de Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde bijzondere voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>beveelt dat de tijd, door veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de uitvoering van de opgelegde gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht; </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para> veroordeelt verdachte tot betaling van <emphasis role="bold">schadevergoeding </emphasis>aan de <emphasis role="bold">navolgende benadeelde partijen</emphasis> van de hierna genoemde bedragen, telkens vermeerderd met de kosten van het geding en de tenuitvoerlegging door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden steeds begroot op nihil.</para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Benadeelde partij			Bedrag</para>
      <para>1. <emphasis role="bold">[slachtoffer 2] (feit 2)			€ 1.200,- </emphasis>vermeerderd met de wettelijke</para>
      <para>rente vanaf 4 november 2015;</para>
      <para>2. <emphasis role="bold">[slachtoffer 3] (feit 2)		€ 1.000,-</emphasis>, vermeerderd met de wettelijke</para>
      <para>rente vanaf 4 november 2015;</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verstaat dat indien en voor zover door de mededader en/of mededaders betreffende schadebedragen zijn betaald, veroordeelde daarvan zal zijn bevrijd;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>legt aan veroordeelde tevens de verplichting op aan de Staat ten behoeve van de <?linebreak?>	navolgende benadeelde partijen te betalen, met bepaling dat bij gebreke van betaling <?linebreak?>	en verhaal jeugddetentie zal kunnen worden toegepast van na te melden duur zonder </para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para>	dat de betalingsverplichting vervalt. </para>
    <para />
    <parablock>
      <para>	Benadeelde partij		Bedrag	        				jeugddetentie</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">	1. [slachtoffer 2] (feit 2)		€ 1.200,-</emphasis>, vermeerderd met de 	<emphasis role="bold">	  6 dagen</emphasis>;</para>
      <para>wettelijke rente vanaf 4 november 2015</para>
      <para>
        <emphasis role="bold">		2.  [slachtoffer 3] (feit 2)		€ 1.000,-, </emphasis>vermeerderd met de<emphasis role="bold">		  5 dagen;</emphasis></para>
      <para>wettelijke rente vanaf 4 november 2015</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat de verplichting tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers voor de veroordeelde komt te vervallen indien en voor zover de mededader(s) heeft/hebben voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van de slachtoffers;</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>bepaalt dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien veroordeelde heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partijen daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;</para>
    </parablock>
    <para />
    <itemizedlist mark="-">
      <listitem>
        <para>verklaart de <emphasis role="bold">benadeelde partij snackbar Kokkie niet-ontvankelijk </emphasis>in haar  <?linebreak?>	vordering;<?linebreak?></para>
      </listitem>
      <listitem>
        <para>
          <emphasis role="bold">wijst af de vordering</emphasis> van de officier van justitie van 9 juni 2016, strekkende <emphasis role="bold">tot  </emphasis><?linebreak?><emphasis role="bold">	tenuitvoerlegging</emphasis> van de bij vonnis van de meervoudige kamer van de rechtbank <?linebreak?>	Gelderland, locatie Zutphen van 27 januari 2015 voorwaardelijk opgelegde <?linebreak?>	jeugddetentie voor de duur van 210 (tweehonderdtien) dagen.</para>
      </listitem>
    </itemizedlist>
    <para />
    <para />
    <informaltable>
      <tgroup cols="3">
        <colspec colname="colA" />
        <colspec colname="colB" />
        <colspec colname="colC" />
        <tbody>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para>Dit vonnis is gewezen door mr. P.J.C. Cremers, voorzitter, tevens kinderrechter, mr. A.A.M. Bögemann en mr. M.J. Vos, rechters, in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Oosten-Boksem, griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank op 11 april 2017.</para>
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry namest="colA" nameend="colC">
              <para />
            </entry>
          </row>
          <row>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
            <entry>
              <para />
            </entry>
          </row>
        </tbody>
      </tgroup>
    </informaltable>
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">RECHTBANK GELDERLAND</emphasis>
      </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Team familie- en jeugdrecht</para>
      <para>Zittingsplaats Zutphen</para>
      <para>Meervoudige kamer</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Parketnummers:05/740170-16 en 05/80222-14 (tul)</para>
      <para>Uitspraak: 11 april 2017</para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
    <para />
    <parablock>
      <para>Proces-verbaal van het in dezelfde zaak voorgevallene ter openbare terechtzitting van 11 april 2017.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Tegenwoordig: </para>
      <para>mr. 			, rechter,</para>
      <para>mr. 			, officier van justitie,</para>
      <para>en			, griffier.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter doet de zaak uitroepen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De verdachte,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>
        <emphasis role="bold">
          [verdachte]
        </emphasis>
      </para>
      <para>geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], </para>
      <para>wonende te [adres],</para>
      <para>thans gedetineerd in Het Keerpunt Opvang- en Behandelcentrum te Cadier en Keer,</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>heeft ter zitting van 28 maart 2017 afstand gedaan van het recht bij de uitspraak aanwezig te zijn. </para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De raadsman, mr. R.B. Schmidt, advocaat te Amsterdam, is niet verschenen.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>De rechter spreekt het vonnis uit.</para>
    </parablock>
    <para />
    <parablock>
      <para>Waarvan proces-verbaal, </para>
    </parablock>
    <para />
    <para />
  </section>
  <footnote id="_ccd868d7-4cff-4668-8c5c-0ea2a8e004b4" label="1">
    <para> Het bewijs is terug te vinden in het in de wettelijke vorm door brigadier van politie [naam 9] van de politie Oost Nederland, district Noord- en Oost Gelderland, opgemaakte proces-verbaal, dossiernummer 2016063595, gesloten op 30 mei 2016 en in de bijbehorende in wettelijke vorm opgemaakte processen-verbaal en overige schriftelijke bescheiden, tenzij anders vermeld. De vindplaatsvermeldingen verwijzen naar de pagina’s van het doorgenummerde dossier, tenzij anders vermeld.</para>
  </footnote>
  <footnote id="_503bb8c3-7c5d-4505-9205-da073c529ccf" label="2">
    <para> Proces-verbaal van bevindingen, p. 351.</para>
  </footnote>
</uitspraak>
</open-rechtspraak>